40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand inzake de overbrenging van gevonniste personen en de samenwerking bij de tenuitvoerlegging van strafvonnissen | BWBV0001709 | verdrag | geldend | 2005-04-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0001709 | Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand inzake de overbrenging van gevonniste personen en de samenwerking bij de tenuitvoerlegging van strafvonnissen |
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand inzake de overbrenging van gevonniste personen en de samenwerking bij de tenuitvoerlegging van strafvonnissen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
a. a. „overdragende Staat": de Partij van waaruit de gevonniste persoon kan worden of is overgedragen; b. b. „ontvangende Staat": de Partij waarnaar de gevonniste persoon kan worden of is overgedragen; c. c. „gevonniste persoon": een persoon die terzake van een strafbaar feit gedetineerd moet blijven in een gevangenis, een ziekenhuis of een andere inrichting in de overdragende Staat krachtens een in die Staat afgegeven rechterlijk bevel; d. d. „sanctie": elke door een rechter in de overdragende Staat opgelegde vrijheidsbenemende straf of maatregel van bepaalde of onbepaalde duur.
Artikel 2
Een op het grondgebied van een Partij gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, naar het grondgebied van de andere Partij worden overgebracht teneinde de aan hem opgelegde sanctie te ondergaan.
Artikel 3
Toepassing van het Verdrag gebeurt onder de volgende voorwaarden:
a. a. het handelen of nalaten op grond waarvan de sanctie werd opgelegd levert een strafbaar feit op naar het recht van de ontvangende Staat of zou een strafbaar feit opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn gepleegd; b. b. de dader is een onderdaan van de ontvangende Staat; c. c. de dader is niet veroordeeld wegens een strafbaar feit krachtens het recht van Thailand, tegen:
–
de interne of externe veiligheid van de Staat;
–
de Koning, zijn gemalin of zijn zonen of dochters; of
–
de bescherming van nationale kunstschatten;
– – de interne of externe veiligheid van de Staat; – – de Koning, zijn gemalin of zijn zonen of dochters; of – – de bescherming van nationale kunstschatten; d. d. de veroordeling die tegen de dader is uitgesproken houdt een gevangenisstraf, opsluiting of enige andere vorm van vrijheidsbeneming in van:
–
levenslange duur;
–
onbepaalde duur wegens een geestelijke stoornis; of
–
bepaalde duur, in welk geval nog ten minste een jaar moet worden ondergaan op het tijdstip waarop het verzoek tot overbrenging wordt gedaan;
– – levenslange duur; – – onbepaalde duur wegens een geestelijke stoornis; of – – bepaalde duur, in welk geval nog ten minste een jaar moet worden ondergaan op het tijdstip waarop het verzoek tot overbrenging wordt gedaan; e. e. de dader mag, indien dit naar het recht van de overdragende Staat is vereist, niet worden overgebracht tenzij hij in de overdragende Staat een minimumperiode van gevangenschap, opsluiting of enige andere vorm van vrijheidsbeneming al heeft ondergaan; f. f. het vonnis is onherroepelijk en in de overdragende Staat zijn geen andere gerechtelijke procedures in verband met het strafbare feit of enig ander strafbaar feit aanhangig; g. g. de overdragende Staat, de ontvangende Staat en de gevonniste persoon stemmen in met de overbrenging, met dien verstande dat de toestemming van de gevonniste persoon kan worden gegeven door een persoon die namens hem mag optreden in het geval een van de Partijen dit gezien de leeftijd of de lichamelijke of geestelijke toestand van de gevonniste persoon noodzakelijk acht; h. h. de overbrenging van de gevonniste persoon laat de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of andere wezenlijke belangen van beide Partijen onverlet.
Artikel 4
1. Beide Partijen streven ernaar gevonniste personen die onder de reikwijdte van dit Verdrag kunnen vallen, in kennis te stellen van de strekking ervan.
2. Elke overbrenging krachtens dit Verdrag begint met een schriftelijk verzoek van de ontvangende Staat aan de overdragende Staat dat langs diplomatieke weg wordt ingediend. De overdragende Staat stelt de ontvangende Staat eveneens langs diplomatieke weg onverwijld in kennis van zijn beslissing om met het verzoek tot overbrenging in te stemmen of het af te wijzen. Wanneer de overdragende Staat met het verzoek instemt, nemen beide Partijen alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor de overbrenging van de gevonniste persoon.
3.
De bevoegde autoriteiten van de overdragende Staat verstrekken de ontvangende Staat de volgende inlichtingen:
a. a. een opgave van de feiten die aan de veroordeling ten grondslag liggen; b. b. de datum waarop de sanctie afloopt, de periode die de gevonniste persoon reeds heeft ondergaan en de eventuele gronden voor strafvermindering waarvoor hij wegens verrichte arbeid, goed gedrag, voorlopige hechtenis of andere redenen in aanmerking komt; c. c. een gewaarmerkt afschrift van de vonnissen met betrekking tot de gevonniste persoon en van de wetgeving die daaraan ten grondslag ligt; d. d. alle andere aanvullende inlichtingen die door de ontvangende Staat worden gevraagd, voor zover deze inlichtingen van belang kunnen zijn voor de beslissing inzake de overbrenging van de gevonniste persoon en voor de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde sanctie.
4. Elke Partij verstrekt, voor zover mogelijk, aan de andere Partij, op verzoek, inlichtingen, documenten of verklaringen, voor zover deze gegevens van belang zijn voor het verzoek tot overbrenging of de beslissing om al dan niet met de overbrenging in te stemmen.
5. De overdragende Staat stelt de ontvangende Staat desgewenst in de gelegenheid voorafgaand aan de overbrenging te onderzoeken, met behulp van een door deze Staat aangewezen functionaris, of de gevonniste persoon of de persoon die namens hem mag optreden, vrijwillig en volledig bewust van de rechtsgevolgen de voor de overbrenging noodzakelijke toestemming, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van dit Verdrag, heeft gegeven.
6. De overdracht van de gevonniste persoon door de autoriteiten van de overdragende Staat aan die van de ontvangende Staat vindt plaats op een door beide Partijen overeengekomen datum en plaats in de overdragende Staat.
Artikel 5
Ten aanzien van sancties die ingevolge dit Verdrag ten uitvoer gelegd worden, behoudt de overdragende Staat exclusieve rechtsmacht ten aanzien van de vonnissen van zijn rechters, de door hen opgelegde sancties en alle procedures voor herziening, wijziging of herroeping van door zijn rechters opgelegde sancties. Na in kennis te zijn gesteld van een herziening, wijziging of herroeping van deze vonnissen of sancties, geeft de ontvangende Staat daaraan uitvoering.
Artikel 6
1. Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, vindt de voortgezette tenuitvoerlegging van de aan de overgebrachte dader opgelegde sanctie plaats in overeenstemming met het recht en de administratieve of gerechtelijke procedures van de ontvangende Staat. De overdragende Staat behoudt daarnaast het recht de gevonniste persoon gratie te verlenen of diens sanctie te wijzigen, en de ontvangende Staat geeft, na door de overbrengende Staat van een gratie of strafvermindering in kennis te zijn gesteld, hieraan uitvoering.
2. De ontvangende Staat kan ingevolge zijn wetgeving inzake jeugdige veroordeelden, een gevonniste persoon die als zodanig moet worden gekwalificeerd, overeenkomstig die wetgeving behandelen, ongeacht zijn status krachtens het recht van de overbrengende Staat.
3. Geen vrijheidsbenemende sanctie wordt door de ontvangende Staat zodanig ten uitvoer gelegd dat daarbij de duur die door de rechter van de overdragende Staat is bepaald, wordt overschreden.
4. De autoriteiten van beide Partijen verstrekken op verzoek van de andere Partij rapporten waarin de status van alle ingevolge dit Verdrag overgebrachte personen is aangegeven, met inbegrip van, met name de vervroegde invrijheidstelling of de invrijheidstelling. Een Partij kan te allen tijde om een rapport inzake de status van de tenuitvoerlegging van een afzonderlijke veroordeling verzoeken.
Artikel 7
1. Indien een van de Partijen een gevonniste persoon overbrengt vanuit een derde Staat, verleent de andere Partij haar medewerking bij het vergemakkelijken van diens doortocht over haar grondgebied. De Partij die het voornemen heeft een dergelijke overbrenging uit te voeren, stelt de andere Partij daarvan vooraf op de hoogte.
2.
Een Partij kan weigeren doortocht toe te staan:
a. a. indien de gevonniste persoon een onderdaan is, of b. b. indien de handeling die aanleiding tot de veroordeling is geweest geen strafbaar feit oplevert ingevolge haar eigen recht.
Artikel 8
De kosten die voortvloeien uit de overbrenging van de dader of uit de tenuitvoerlegging van de sanctie na de overdracht, komen voor rekening van de ontvangende Staat.
Artikel 9
Verzoeken tot overbrenging worden gedaan in de Engelse taal en de documenten en verklaringen bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid, en artikel 6, vierde lid, zijn gesteld in de taal van de overdragende Staat of gaan vergezeld van een vertaling in die taal.
Artikel 10
Dit Verdrag is van toepassing op de tenuitvoerlegging van vonnissen die hetzij voorafgaand aan, hetzij na de inwerkingtreding van het Verdrag zijn uitgesproken.
Artikel 11
1. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de akten van bekrachtiging zijn uitgewisseld. De uitwisseling van akten vindt plaats overeenkomstig het nationale recht van de Partijen.
2. Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij in de in het eerste lid genoemde akte van bekrachtiging anders is aangegeven. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot een of meer afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving aan het Koninkrijk Thailand.
Artikel 12
1. Elk van de Partijen kan dit Verdrag te allen tijde beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Partij. De beëindiging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van een zodanige kennisgeving.
2. Met inachtneming van het in het eerste lid genoemde tijdvak, zijn het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand gerechtigd de toepassing van dit Verdrag afzonderlijk te beëindigen ten aanzien van elk deel van het Koninkrijk der Nederlanden.