rijk/wet/tijdelijke-experimentenwet-nieuwe-stembiljetten/BWBR0047212
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten BWBR0047212 wet geldend 2022-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047212 Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten

Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Paragraaf 2. Het experiment

Artikel 2

1.

Onze Minister kan besluiten dat bij een verkiezing als bedoeld in de Kieswet of de Wet algemene regels herindeling een experiment plaatsvindt met als doel de invoering van een stembiljet met een handzaam formaat, ten behoeve van het gebruik in het stemlokaal, dat:

a. a. eenvoudig te tellen is, ter bevordering van de uitvoerbaarheid en daarmee de kwaliteit van de stemopneming; en b. b. geschikt is voor het afbeelden van logos van politieke groeperingen, ter bevordering van de toegankelijkheid van het stemmen.

2. Onze Minister kan, behoudens in het geval, bedoeld in het derde lid, na instemming van de gemeenteraad, een gemeente aanwijzen waar wordt geëxperimenteerd.

3. Bij een verkiezing van de leden van de Eerste Kamer kan Onze Minister, na instemming van provinciale staten, een provincie aanwijzen waar wordt geëxperimenteerd.

Artikel 3

1. De experimenten vinden voor zover mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de Kieswet is bepaald.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de experimenten. Deze regels kunnen op het naastlagere niveau afwijken van het bepaalde bij of krachtens de volgende onderdelen:

a. a. de artikelen J 4, eerste en vijfde lid, J 6b, J 7, J 9, J 12, J 16, J 18, eerste lid, J 19 tot en met J 21, J 25 tot en met J 27, J 29, J 31, K 4, vierde lid, K 11, L 11, tweede lid, en L 17 van de Kieswet, met betrekking tot de inrichting van het stemlokaal, het verloop van gecombineerde stemmingen, het ter kennis brengen van de kandidatenlijsten, de werkwijze en samenstelling van het stembureau, de vormgeving van de (vervangende) stempas, de kiezerspas en het volmachtbewijs, de vormgeving en beschikbaarstelling van stembiljetten en de wijze waarop de stem wordt uitgebracht; b. b. de artikelen N 1 tot en met N 12 van de Kieswet, met betrekking tot de taken en werkwijze van het stembureau tijdens de stemopneming; c. c. de artikelen Na 4, Na 11 tot en met Na 25, Na 27, tweede lid, O 3, tweede lid, O 6, tweede lid, P 1d, vierde lid, P 1e en V 4a, vierde lid, van de Kieswet, met betrekking tot de taken en werkwijze van het gemeentelijk stembureau, het hoofdstembureau en het centraal stembureau tijdens de stemopneming en een nieuwe opneming van stembiljetten; d. d. de artikelen T 2 tot en met T 11, V 4b, tweede en derde lid, en Ya 30, derde lid, van de Kieswet, met betrekking tot de wijze waarop de stem wordt uitgebracht alsmede de taken en werkwijze van het stembureau en het vertegenwoordigend orgaan tijdens de stemopneming en een nieuwe opneming van stembiljetten bij de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal; e. e. de artikelen Y 2, Y 24 en Y 39 van de Kieswet, met betrekking tot de werkwijze tijdens de verkiezing van de Nederlandse leden van het Europees Parlement.

3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 4

1. Onze Minister wijst de voorzieningen aan die bij een experiment worden gebruikt.

2.

Een voorziening wordt slechts aangewezen indien:

a. a. de inzet van de voorziening geen afbreuk doet aan het geheime karakter van de stemming; en b. b. de transparantie, controleerbaarheid en betrouwbaarheid van de verkiezing niet worden verminderd.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de voorzieningen.

Paragraaf 3. Registratie van logos ten behoeve van het experiment

Artikel 5

Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 1 van de Kieswet, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet, een schriftelijk verzoek in, als bedoeld in artikel G 1a, eerste lid, van de Kieswet, om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.

Artikel 6

1. Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 2 van de Kieswet, en waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de provinciale staten, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet, een schriftelijk verzoek in om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op die dag geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.

2.

Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. a. voor het tweede lid, onderdeel c, wordt gelezen «het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op grond van dit artikel of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is»; b. b. in afwijking van het derde lid, tweede volzin, van de beslissing mededeling wordt gedaan in het provinciaal blad.

3. Artikel G 5, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit dat is genomen op grond van dit artikel.

Artikel 7

1. Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 2a van de Kieswet, en waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet, een schriftelijk verzoek in om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op die dag geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.

2.

Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. a. voor het tweede lid, onderdeel c, wordt gelezen «het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op grond van dit artikel of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is»; b. b. in afwijking van het derde lid wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de gemachtigde en in het waterschapsblad.

3. Artikel G 5, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit dat is genomen op grond van dit artikel.

Artikel 8

1. Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel G 3 van de Kieswet, en waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet een schriftelijk verzoek in om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de tweeënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op die dag geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.

2.

Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. a. voor het tweede lid, onderdeel c, wordt gelezen «het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op grond van dit artikel, een op grond van artikel 6 of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is»; b. b. in afwijking van het derde lid wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de gemachtigde en in het gemeenteblad.

3. Artikel G 5, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op een besluit dat is genomen op grond van dit artikel.

Artikel 9

1. Iedere politieke groepering die een aanduiding heeft ingeschreven of inschrijft in het register, bedoeld in artikel Q 6 van de Kieswet, en waarvan het logo niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, dient bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer, indien bij deze verkiezing sprake is van een experiment als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze wet, een schriftelijk verzoek in om het logo waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, bij te schrijven in het register. De verzoeken die zijn ontvangen of aangevuld als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, na de negenentwintigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling. Indien een politieke groepering waarvan wel een aanduiding in het register staat ingeschreven op die dag geen logo heeft geregistreerd, wordt voor de toepassing van de registraties in het verkiezingsproces enkel gebruik gemaakt van de in het register opgenomen aanduiding van de politieke groepering.

2. Artikel G 1a, tweede tot en met zesde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het tweede lid, onderdeel c, wordt gelezen «het logo geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op grond van dit artikel of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van voornoemde artikelen een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is».

3. Artikel Q 6, vijfde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

1. In de publicatie, bedoeld in artikel G 1, achtste lid, onderscheidenlijk artikel G 2, achtste lid, van de Kieswet, doet het centraal stembureau tevens mededeling van de op grond van deze wet en de Kieswet door hem geregistreerde logos van politieke groeperingen, voor zover de registratie daarvan onherroepelijk is.

2. De artikelen G 4 en G 5, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing.

3. Artikel Q 6, eerste lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

4. Een geregistreerd logo van een politieke groepering werkt niet door indien de aanduiding van de politieke groepering niet doorwerkt.

Paragraaf 4. Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Artikel 11

1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde.

2. De bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen betreffende de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, onderscheidenlijk provinciale staten, zijn, voor zover deze paragraaf niet anders bepaalt, van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van de leden van de eilandsraad, onderscheidenlijk het kiescollege.

3.

Voor de toepassing van artikel 2 wordt:

a. a. in plaats van «gemeenteraad» gelezen «eilandsraad»; b. b. in plaats van «gemeente» of «provincie» gelezen «openbaar lichaam»; c. c. in plaats van «provinciale staten» gelezen «het kiescollege».

Artikel 12

1.

Indien het betreft een verzoek om registratie van een logo ten behoeve van de verkiezing van de leden van een kiescollege, wordt:

a. a. in artikel 6, eerste lid, in plaats van «voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer» gelezen «voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer of voor de verkiezing van de leden van de eilandsraad»; b. b. in artikel 6, tweede lid, in plaats van «een reeds op grond van dit artikel of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet» gelezen «een reeds op grond van dit artikel, een op grond van artikel 8, in samenhang met artikel 11, tweede lid, of een op grond van artikel G 1a van de Kieswet, geregistreerd logo van een andere politieke groepering, of met een logo waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is».

2. In de publicatie, bedoeld in artikel Ya 15, derde lid, van de Kieswet doet het centraal stembureau tevens mededeling van de ingevolge deze wet door hem geregistreerde logos van politieke groeperingen, voor zover de registratie daarvan onherroepelijk is.

3. Artikel Ya 26 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

4. De artikelen Ya 43, Ya 45 en Ya 46, eerste, derde en vijfde lid, van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op een beschikking die is genomen op grond van de artikelen 5, 6 en 8 tot en met 10.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 13

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 14

Wijzigt de Kieswet.

Artikel 15

Wijzigt de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.

Artikel 16

Elk experiment wordt geëvalueerd. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden de criteria voor de evaluatie geregeld.

Artikel 19

Wijzigt deze wet.

Artikel 20

Wijzigt deze wet.

Artikel 21

Wijzigt de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen.

Artikel 22

1. Deze wet, met uitzondering van de artikelen 17 en 18, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt tien jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

2. Artikel 17 treedt in werking met ingang van tien jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

3. Artikel 18 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 23

Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten.