rijk/wet/wet-immunisatie-militairen/BWBR0002117
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet immunisatie militairen BWBR0002117 wet geldend 1953-09-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002117 Wet immunisatie militairen

Wet immunisatie militairen

Artikel 1

Deze wet verstaat onder:

"Onze Minister": Onze Minister van Defensie;

"Immunisatie": zowel vaccinatie en revaccinatie tegen pokken als iedere andere inenting en herinenting.

Artikel 2

Onze Minister is tot 1 januari 1984 bevoegd militairen de verplichting op te leggen zich aan vaccinatie voor de eerste maal tegen pokken te onderwerpen.

Artikel 3

1. Onze Minister is bevoegd militairen de verplichting op te leggen zich, ter voorkoming van optreden of verspreiding van ziekten in de strijdkrachten, aan revaccinatie tegen pokken en aan iedere door hem nodig geoordeelde inenting en herinenting tegen andere ziekten, te onderwerpen.

2. Alvorens een verplichting als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd, kan Onze Minister advies vragen aan een door hem ingesteld commissie van deskundigen.

Artikel 4

De in de artikelen 2 en 3 bedoelde maatregelen vinden niet plaats dan met inachtneming van de door Onze Minister ter uitvoering van de wet gestelde regelen.

Artikel 5

1. De militair, alsmede, indien de militair minderjarig is, degene die het ouderlijk gezag of de voogdij over hem uitoefent, die op gronden ontleend aan zijn of haar godsdienst, levensbeschouwing of zedelijke overtuiging gewetensbezwaren heeft tegen immunisatie, kan zich met een met redenen omkleed verzoekschrift tot het verkrijgen van vrijstelling van de aan hem of de onder zijn of haar ouderlijk gezag of voogdij staande militair opgelegde verplichting tot Onze Minister wenden.

2. Onze Minister beslist op dit verzoekschrift, na advies van een door hem ingestelde commissie.

3. Bij erkenning van de gewetensbezwaren door Onze Minister wordt de militair blijvend van de immunisatie vrijgesteld. Van de dag af, waarop het verzoekschrift is ingediend, tot de dag, waarop de beslissing door Onze Minister is genomen, wordt de immunisatie achterwege gelaten.

Artikel 6

1. De militair, voor wie op geneeskundige gronden een bijzonder gevaar van de immunisatie is te duchten, wordt, op de wijze door Onze Minister bepaald, tijdelijk of blijvend van één of meer immunisatiemaatregelen vrijgesteld.

2. De militair, die van mening is, dat zijn gezondheidstoestand daartoe aanleiding geeft, kan onder overlegging van een verklaring van een geneeskundige een verzoek om vrijstelling, als in het voorgaand lid bedoeld, indienen.

3. Onze Minister kan op dit verzoekschrift slechts afwijzend beslissen in overeenstemming met het advies van een door hem ingestelde commissie van geneeskundigen.

4. Vanaf de dag, waarop het verzoekschrift is ingediend, tot de dag, waarop de beslissing door Onze Minister is genomen, wordt de immunisatie achterwege gelaten.

Artikel 7

Deze wet kan worden aangehaald als "Wet immunisatie militairen".