rijk/wet/wet-overlevering-inzake-oorlogsmisdrijven/BWBR0002134
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven BWBR0002134 wet geldend 2010-05-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002134 Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven

Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven

Artikel 1

1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.

Onverminderd het bepaalde in met andere staten gesloten verdragen, kunnen personen aan een andere staat worden overgeleverd ter zake van één van de misdrijven omschreven in de Wet internationale misdrijven, indien het feit een schending oplevert van:

a. a. het op 9 december 1948 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (Trb. 1960, 32); b. b. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde (Trb. 1951, 72); c. c. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee (Trb. 1951, 73); d. d. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen (Trb. 1951, 74); e. e. het op 12 augustus 1949 te Genève tot stand gekomen Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (Trb. 1951, 75); f. f. het op 8 juni 1977 te Bern tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I) (Trb. 1980, 87); g. g. het op 8 juni 1977 te Bern tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 betreffende de bescherming van de slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten (Protocol II) (Trb. 1980, 88); h. h. het op 10 december 1984 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 1985, 69); i. i. het op 26 maart 1999 te s-Gravenhage tot stand gekomen Tweede Protocol bij het Haagse Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict van 26 maart 1999 (Trb. 1999, 107); j. j. het op 10 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning (Trb. 2008, 173).

Artikel 2

De overlevering aan een andere staat kan slechts geschieden, indien deze partij is bij het geschonden verdrag.

Artikel 3

1. Personen van wie de overlevering overeenkomstig artikel 1 door een andere staat wordt verzocht, kunnen, voor zover zij zich niet reeds in verzekerde bewaring bevinden, worden aangehouden.

2. Het bevel van aanhouding moet hun binnen tweemaal vierentwintig uren worden betekend.

3. De op en bij hen zijnde voorwerpen kunnen worden in beslag genomen.

4. Binnen vierentwintig uren na de aanhouding wordt daarvan kennis gegeven aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.

5. Het vierde lid blijft buiten toepassing indien de aanhouding in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft plaatsgevonden. In dat geval wordt de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam binnen vierentwintig uren na de aanhouding daarvan kennis gegeven.

Artikel 4

1. Alvorens over een verzoek tot overlevering te beslissen, wordt het advies ingewonnen van de rechtbank Den Haag.

2. De rechtbank beslist bij zijn advies, welke van de in beslag genomen voorwerpen, in geval van overlevering, aan de opgeëiste persoon zullen worden teruggegeven, en welke, als stukken van overtuiging, zullen worden afgegeven.

3. Overlevering vindt in geen geval plaats, indien de rechtbank adviseert de overlevering niet toe te staan.

4. Voor de toepassing van de voorgaande leden treedt de rechtbank Amsterdam in de plaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, indien dat gerecht bevoegd is tot kennisneming van het misdrijf, ter zake waarvan de overlevering is aangevraagd.

Artikel 5

1. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan toestemming verlenen tot het over Nederlands grondgebied vervoeren van een persoon wiens overlevering ter zake van één van de in artikel 1 genoemde misdrijven door een andere staat aan een derde staat is toegestaan.

2. Indien het vervoer plaatsvindt ten behoeve van overlevering aan een derde staat, geldt de voorwaarde dat de toestemming alleen kan worden gegeven indien die derde staat partij is bij het geschonden verdrag.

3. Onder Nederlands grondgebied wordt mede verstaan het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 6

De artikelen 4, 5, 8 tot en met 10, 12 tot en met 47 en 51 tot en met 60 van de Uitleveringswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorlopige aanhouding ook kan worden bevolen in gevallen waarin de mogelijkheid daartoe niet bij verdrag is voorzien.

Artikel 7

1. De aanvraag tot overlevering betreffende een persoon die zich bevindt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is ingediend en waarover op dat tijdstip nog niet is beslist, wordt behandeld door het vanaf dat tijdstip bevoegde orgaan en afgehandeld met inachtneming van de bepalingen van deze wet.

2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, die voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met het oog op overlevering gedetineerd is, wordt beschouwd als iemand die krachtens deze wet in bewaring wordt gehouden of in verzekering is gesteld.

Artikel 8

Het aan andere Mogendheden ter berechting overleveren van personen, die verdacht worden van oorlogsmisdrijven, wordt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten zoveel mogelijk in overeenstemming met deze wet geregeld bij algemene maatregel van rijksbestuur.

Artikel 8a

Vervallen

Artikel 9

1. Deze wet kan worden aangehaald als "Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven".

2. Zij treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip.