40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten | BWBR0032805 | zbo | geldend | 2013-03-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0032805 | Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten |
Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.
Voorts wordt verstaan onder:
a. a.
*ballasttrekker:* een voertuig van de categorie N waarbij uit het kentekenbewijs blijkt dat het voertuig is ingericht voor trekker en vrachtwagen, en waarbij het voertuig minimaal is voorzien van 3 assen, waarvan ten minste 2 assen aangedreven;
b. b.
*buitenlands voertuig:* voertuig waarbij het kenteken van het trekkend motorrijtuig dan wel het getrokken voertuig door een andere staat dan Nederland is afgegeven;
c. c.
*compenserend asstel:* een asstel dat zodanig is geconstrueerd, dat de aslasten een compenserend gedrag vertonen ten opzichte van elkaar;
d. d.
*dieplader:* een open voertuig van de categorie O3 of O4, waarvan het grotendeels verlaagde laadvlak zich op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte dan wel lager dan de assen boven het wegdek bevindt, maar niet hoger dan 0,70 m, gemeten van wegdek tot bovenkant laadvlak, uitsluitend of hoofdzakelijk ontworpen, gebouwd of gebruikt voor het vervoer van ondeelbare lading;
e. e.
*getrokken werktuig:* voertuig van de categorie O4 ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen, en niet zijnde ingericht voor kermis- of circusdoeleinden;
f. f.
*modulair voertuig:* een voertuig dat bestaat uit koppelbare en uitwisselbare modules, waarmee verschillende voertuigconfiguraties kunnen worden samengesteld, en waarmee alleen met een geldige ontheffing gebruik van de openbare weg mag worden gemaakt;
g. g.
*ontheffingsattest:* een document waar op de technische waarden voor een voertuig van de categorie N wordt vermeld ten behoeve van het aanvragen en gebruik van ontheffingen;
h. h.
*SERT:* document waar op technische waarden voor 1 of uit meerdere delen samengestelde voertuigen van de categorie O worden vermeld ten behoeve van het aanvragen en gebruik van ontheffingen;
i. i.
*Principeakkoord:* Een document dat wordt afgegeven nadat een beoordeling en onderzoek is uitgevoerd en voorwaardelijk is voor de afgifte van een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, en een ontheffing als bedoeld in artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2
Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor een ontheffing gerelateerd voertuigdocument welke noodzakelijk is ten behoeve van de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, of de aanvraag en het gebruik van een ontheffing als bedoeld in artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 3
1.
De ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten worden onderscheiden in:
a. a. Principeakkoord. b. b. Ontheffingsattest. c. c. SERT document.
Paragraaf 2. Aanvragen ontheffing gerelateerde documenten
Artikel 4
1. De aanvrager van een ontheffing gerelateerd document dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.
2. Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.
Artikel 5
Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.
Artikel 6
Een aanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.
Artikel 7
De in artikel 3 opgenomen documenten worden afgegeven volgens een door de RDW vastgesteld model, opgenomen in bijlage A.
Paragraaf 3. Beoordeling aanvragen principeakkoord
Artikel 8
1.
Een principeakkoord kan worden afgegeven voor:
a. a. aanhangwagens, niet zijnde opleggers, met een lengte boven de 12,00 m en uitgevoerd als dieplader, en b. b. opleggers met een afstand hart koppeling tot achterzijde boven de 12,00 m, en c. c. aanhangwagens met een breedte tussen de 2,55 m en 3,00 m, en d. d. getrokken werktuigen met aslasten hoger dan de toegestane aslasten volgens de Regeling voertuigen.
2. De in het eerste lid, onder a tot en met d genoemde voertuigen zijn niet hoger te zijn dan 4,00 m.
3. Een principeakkoord heeft een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar.
4. Voor aanhangwagens met een breedte van meer dan 3,00 m wordt geen principe akkoord afgegeven.
Artikel 9
1.
Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a en b, moeten de volgende stukken worden overlegd:
a. a. een volledig ingevuld formulier; b. b. een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak van de overschrijding lengte getrokken voertuig, het trekkende motorrijtuig in aanmerking genomen, en c. c. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en d. d. documentatie met massa’s en afmetingen van de lading dan wel getrokken werktuig die de lengte noodzakelijk maakt, en e. e. een document waaruit de plaats van de koppeling en de lengte van het trekkende voertuig blijkt, en f. f. de gegevens van de opdrachtgever van de aanhangwagen, en g. g. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.
2. Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet naast de in het eerste lid genoemde documenten tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijkt, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.
Artikel 10
1.
Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c moeten de volgende stukken worden overlegd:
a. a. een volledig ingevuld formulier, en b. b. een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak van de overschrijding breedte getrokken voertuig boven de 2,55 m, en c. c. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en d. d. documentatie met massa’s en afmetingen van de lading, en e. e. documentatie met massa’s en afmetingen van het getrokken werktuig die de breedte noodzakelijk maakt, waarbij exact is aangegeven waar de breedte van het voertuig meer dan 2,55 m is, en f. f. de gegevens van de opdrachtgever van de aanhangwagen, en g. g. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.
2. Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet naast de in het eerste lid genoemde documenten tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.
Artikel 11
1.
Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d moeten de volgende stukken worden overlegd:
a. a. Een volledig ingevuld formulier met een uitgebreide motivering noodzaak overschrijding aslasten getrokken voertuig en b. b. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en c. c. documentatie met betrekking tot aslasten en leeggewicht van het getrokken werktuig, en d. d. de gegevens van de opdrachtgever voor de aanhangwagen, en e. e. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.
2. Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de massa’s van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.
Artikel 12
1. Na beoordeling van de aanvraag vinden de keuring en onderzoeken van de getrokken voertuigen plaats op de door de RDW daartoe aangewezen locatie.
2. In afwijking van het eerste lid kan, indien een fabrikant / importeur de voorafgaande 5 jaar gemiddeld 12 of meer voertuigen per jaar heeft aangeboden voor een principeakkoord en waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 is afgegeven, de aanvraag rechtstreeks indienen bij de door de RDW daartoe aangewezen locatie.
3.
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op getrokken voertuigen uitgevoerd als:
a. a. deelbare aanhangwagen die is samengesteld, maar ieder afzonderlijk voldoet aan de Regeling voertuigen; b. b. modulaire voertuig; c. c. dolly; d. d. aanhangwagen en oplegger waarin een nieuwe, experimentele, technologie of concept is opgenomen; e. e. getrokken werktuig; f. f. ingericht voor kermis- of circusdoeleinden.
Artikel 13
1.
Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig betreft, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, derde lid van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
a. a. een oplegger voor ondeelbare lading, niet zijnde een getrokken werktuig, waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG; b. b. een oplegger voor vervoer ballastdelen voor een mobiele kraan, niet zijnde een getrokken werktuig, waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG; c. c. een aanhangwagen voor ondeelbare lading, niet zijnde een oplegger of een getrokken werktuig, waarbij de totale lengte van de aanhangwagen meer bedraagt dan 12,00 m dient uitgevoerd te zijn als dieplader.
2.
Indien niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 of 5.18.13 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
a. a. een oplegger als bedoeld in het eerste lid, onder a, en een trekker waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 27,00 m bedraagt, moet ten minste aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B voldoen; b. b. een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 22,00 m is, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen in bijlage B; c. c. een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen meer dan 22,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen dan wel zelfsturende besturing achterassen volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG, en voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in Bijlage B.
Artikel 14
1.
Indien het een aanvraag voor een getrokken werktuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
a. a. een oplegger, uitgevoerd als getrokken werktuig waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, en een trekker waarbij de totale lengte van de voertuigen meer dan 22,00 m en maximaal 27,00 m bedraagt, moet ten minste voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B; b. b. een aanhangwagen, niet zijnde oplegger, uitgevoerd als getrokken werktuig waarbij de totale lengte meer bedraagt dan 12,00 m en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 22,00 m is, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen in bijlage B; c. c. een aanhangwagen, uitgevoerd als getrokken werktuig waarbij de totale lengte meer dan 12,00 m bedraagt en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 27,00 m bedraagt, moet ten minste voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B.
2. Bij een getrokken werktuig waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, zesde lid van de Regeling voertuigen mag het getrokken werktuig de breedte niet worden veroorzaakt door de breedte van de as of het asstel.
3.
Indien het een aanvraag voor een getrokken werktuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.17b tot en met artikel 5.18.17e van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
a. a. Een aanhangwagen, niet zijnde oplegger, uitgevoerd als middenasaanhangwagen met maximaal 2 assen kan in aanmerking komen voor een verhoging van de aslasten tot maximaal 10.000 kg indien het asstel een compenserend asstel betreft; b. b. Een aanhangwagen uitgevoerd als oplegger met minimaal drie assen en waarbij de onderlinge afstand tussen de assen minimaal 1,30 m en maximaal 1,80 m bedraagt, kan in aanmerking komen tot een verhoging van de aslasten tot maximaal 10.000 kg, indien het een compenserend asstel betreft; c. c. Een aanhangwagen, niet zijnde oplegger of middenasaanhangwagen, met minimaal 4 assen kan in aanmerking komen voor een verhoging van de aslasten tot maximaal 10.000 kg, indien het een compenserend asstel betreft.
Paragraaf 4. Beoordeling aanvragen ontheffingsattesten
Artikel 16
Indien een aanvraag ontheffingsattest wordt ingediend moeten de volgende documenten worden overgelegd:
-
-
een volledig ingevulde en ondertekende zwaar transport verklaring van de fabrikant / importeur die ten minste de volgende gegevens bevat:
a. typegoedkeuringsgegevens voertuig categorie N; b. kenteken / VIN voertuig categorie N; c. garantie van de maximale technische aslasten, maximum totaal gewicht en maximum samenstel van het voertuig; d. gegevens van de koppeling en de bevestiging daarvan; e. aandrijfconfiguratie.
-
a. a. typegoedkeuringsgegevens voertuig categorie N; b. b. kenteken / VIN voertuig categorie N; c. c. garantie van de maximale technische aslasten, maximum totaal gewicht en maximum samenstel van het voertuig; d. d. gegevens van de koppeling en de bevestiging daarvan; e. e. aandrijfconfiguratie. 2. 2. Een remcertificaat waarbij rekening is gehouden met de gegarandeerde aslasten van het voertuig zoals opgenomen in de zwaar transportverklaring; 3. 3. Een verklaring wegrijhulpinrichting conform richtlijn 97/27/EG, indien van toepassing.
Artikel 17
1. Het GTW6GTW = Gross train weight, maximum massa samenstel., GVW7GVW = Gross vehicle weight, maximum massa voertuig. en de aslasten van de trekker wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en inrichting. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D8D = disselwaarde koppeling. = 0.6* GVW(GTW- m_t9Mt = massa rijklaar trekkend voertuig.) / GTW.
2. Bij een voertuig met één aangedreven as is het GTW in Nederland maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven as.
3.
In afwijking van het tweede lid geldt voor een voertuig met 3 of meer assen, waarbij één enkele as is aangedreven, dat een verhoging van maximaal 25% kan worden verleend:
a. a. indien het is voorzien van een wegrijhulpinrichting conform richtlijn 97/27/EG, of b. b. indien een staalgeveerde sleepas is gemonteerd en het een compenserend asstel betreft.
Artikel 18
1. Het GTW van de bedrijfswagen wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en de bevestiging. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D = GVW * m_a10Ma = massa aanhangwagen. / GTW.
2. Bij een GTW tot 100.000 kg geldt dat het GTW maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven assen bedraagt en wordt mede bepaald door de te trekken aanhangwagen.
Artikel 19
1. Het GTW, GVW en de aslasten van de bedrijfswagen wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en inrichting. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D= GVW * m_a / GTW.
2. Het voertuig dient voorzien te zijn van minimaal 2 aangedreven assen.
3. Bij een GTW tot 100.000 kg geldt dat het GTW maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven assen bedraagt.
Paragraaf 5. SERT documenten
Artikel 20
SERT documenten kunnen uitsluitend door voertuigfabrikanten worden aangevraagd voor:
a. a. verhogen van de op het kentekenbewijs vermelde aslasten; b. b. aantonen van de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B; c. c. het vastleggen van configuraties van modulair samengestelde voertuigen; d. d. een combinatie van het bepaalde onder a, b of c.
Artikel 21
Indien een SERT document wordt aangevraagd voor het verhogen van de op het kentekenbewijs vermelde aslasten moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:
a. a. een door de fabrikant volledig ingevuld aanvraagformulier, en b. b. een goedgekeurd remschema of remberekening volgens ECE reglement R13 of richtlijn 71/320/EEG, zoals deze gold ten tijde van de datum eerste toelating van het voertuig, zoals vermeld op het Nederlandse kentekenbewijs dan wel het door een andere EU-lidstaat afgegeven kentekenbewijs.
Artikel 22
1.
De RDW beoordeelt de op het aanvraagformulier vermelde aslastgaranties geldend bij 80 km/u, aan de hand van de volgende criteria:
a. a. het remschema, en b. b. het draagvermogen van de banden, en c. c. de koppelingen volgens ECE reglement R55 of richtlijn 94/20/EG.
Artikel 23
1.
Indien een SERT document wordt aangevraagd voor het aantonen van de draaiproefeisen moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:
a. a. een door de fabrikant volledig ingevuld aanvraagformulier, en b. b. een afschrift van een door de RDW geaccepteerd simulatieprogramma, of c. c. een door een onafhankelijk testhuis ten aanzien van ECE Reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG afgegeven testrapport, waaruit blijkt dat het voertuig voldoet aan de draaiproefeis als bedoeld in bijlage B.
2. Indien de documenten uit het eerste lid, onder b of c, niet worden overgelegd wordt een praktijkproef uitgevoerd op een door de RDW aangewezen locatie.
Artikel 24
Het bepaalde in artikel 23 wordt beoordeeld aan de hand van bijlage B.
Artikel 25
1.
Indien een SERT document wordt aangevraagd voor configuraties van modulaire voertuigen moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:
a. a. een door de fabrikant volledig ingevuld aanvraagformulier, en b. b. een afschrift van het op ieder asstel afgegeven kentekenbewijs, dan wel indien het een modulair samengesteld buitenlands voertuig betreft, het kentekenbewijs waaruit blijkt dat het betreffende asstel hierop vermeld staat.
2.
Indien een SERT document wordt aangevraagd voor configuraties van modulaire voertuigen waarbij gebruik wordt gemaakt van voertuigdelen van verschillende fabrikanten, moeten naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd een door alle fabrikanten van de voertuigdelen ondertekende verklaring waaruit blijkt dat:
a. a. overeenstemming is over het gebruik van elkaars voertuigdelen, en b. b. welke voertuigdelen met elkaar gekoppeld mogen worden, en c. c. hoe de verantwoordelijkheden ten aanzien van het gebruik zijn vastgelegd.
3.
Indien géén verklaring als bedoeld in het tweede lid wordt overlegd, moet de voertuigfabrikant, naast de in het eerste lid genoemde documenten tevens:
a. a. tenminste één voertuigdeel / asstel in de samenstelling aantoonbaar hebben gefabriceerd, én b. b. een schriftelijke door de fabrikant ondertekende verklaring overleggen waaruit blijkt dat hij:
1°.
aantoonbaar de volle verantwoordelijkheid én aansprakelijkheid op zich neemt voor vanwege technische incompatibiliteit falen van de aan elkaar gekoppelde voertuigdelen, én
2°.
de RDW schriftelijk vrijwaart van enige vorm van aansprakelijkheid als na het afgeven van een SERT-verklaring voor een dergelijke combinatie met deze combinatie schade in wat voor vorm dan ook wordt veroorzaakt, én
1°. 1°. aantoonbaar de volle verantwoordelijkheid én aansprakelijkheid op zich neemt voor vanwege technische incompatibiliteit falen van de aan elkaar gekoppelde voertuigdelen, én 2°. 2°. de RDW schriftelijk vrijwaart van enige vorm van aansprakelijkheid als na het afgeven van een SERT-verklaring voor een dergelijke combinatie met deze combinatie schade in wat voor vorm dan ook wordt veroorzaakt, én c. c. een bewijs van voldoende verzekering overleggen tegen mogelijke aansprakelijkheidstelling als gevolg van technisch falen van de aan elkaar gekoppelde voertuigen.
Artikel 26
1.
In geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 20, onder c hanteert de RDW de volgende beoordelingscriteria:
a. a. het bepaalde in hoofdstuk 5, afdeling 12 van de Regeling voertuigen met uitzondering van het bepaalde in artikel 5.12.6. lid 1 tot en met 7 en lid 9; b. b. de actuele geldende door de RDW vastgestelde bestreken baan-eis volgens bijlage B; c. c. Reactietijd volgens ECE reglement R13 of richtlijn 71/320/EEG; d. d. Koppeling volgens ECE reglement R55 of richtlijn 94/20/EG;
2. Bij twijfel aan het weggedrag van het (samengestelde) voertuig wordt ter beoordeling hiervan een onderzoek uitgevoerd op een door de RDW aangewezen locatie.
3. Alle afzonderlijke delen waaruit het modulaire voertuig wordt samengesteld moeten zijn voorzien van een door de fabrikant aangebracht identificatienummer.
4. Alle asstellen waaruit het modulaire voertuig wordt samengesteld moeten aantoonbaar zijn toegelaten in Nederland dan wel enige andere EU-lidstaat.
Artikel 27
Indien op een reeds afgegeven SERT document voor modulaire voertuigen een aanvulling wordt gevraagd moet de aanvrager overleggen:
a. a. een door de fabrikant volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, en b. b. een afschrift van het eerder afgegeven SERT document.
Artikel 28
1. Indien een SERT document wordt aangevraagd voor een combinatie van het bepaalde in artikel 20 onder a tot en met c moeten alle in de artikelen 21, 23 en 25 genoemde gegevens worden overgelegd.
2. De wijze van beoordeling vindt plaats conform het bepaalde in de artikelen 22, 24 en 26.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 27
De voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel afgegeven principe akkoorden, ontheffingsattesten en SERT documenten behouden hun geldigheid.
Artikel 28
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 maart 2013.
Artikel 29
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten.