40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels sponsoring publieke omroep 2005 | BWBR0018547 | zbo | geldend | 2005-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018547 | Beleidsregels sponsoring publieke omroep 2005 |
Beleidsregels sponsoring publieke omroep 2005
Artikel 1
De beleidsregels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. de wet: de Mediawet; b. b. het besluit: het Mediabesluit; c. c. leader: een inleidend gedeelte van een programmaonderdeel; d. d. evenementensponsor: een persoon, bedrijf of instelling die een financiële of andere bijdrage heeft verstrekt aan de totstandkoming van een evenement.
Artikel 3
1. Onder ‘duidelijk afgebakend onderdeel van een programma’, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet, wordt verstaan een onderdeel van een programma dat duidelijk is onderscheiden van het voorgaande en volgende onderdeel van een programma.
2.
Onder ‘als zodanig herkenbaar onderdeel van een programma’, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de wet, wordt verstaan een onderdeel van een programma dat:
a. a. voor het gemiddelde publiek als programmaonderdeel herkenbaar is, en b. b. zowel inhoudelijk als qua vormgeving verschilt van het voorgaande en volgende onderdeel van een programma.
Artikel 4
1.
Onder ‘sponsoren van een programmaonderdeel’, bedoeld in artikel 1, onderdeel II, van de wet, wordt niet verstaan het verstrekken van een bijdrage die in het programmaonderdeel niet of niet identificeerbaar wordt getoond of vermeld en,
a. a. door een derde in bruikleen is gegeven of, b. b. in verhouding tot de totale kosten van de totstandkoming of aankoop van het programmaonderdeel van ondergeschikte betekenis is, maar in ieder geval niet hoger is dan € 500,– per bijdrage voor televisie en € 100,– per bijdrage voor radio.
2. Het vermelden of tonen, aan het begin of aan het einde van een programmaonderdeel, van een naam of (beeld)merk van degene die een bijdrage, als bedoeld in het eerste lid, heeft verstrekt, is een niet-toegestane vermijdbare reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, tenzij hiervoor ontheffing is verleend op grond van artikel 52, derde lid, van de wet.
3. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van bijdragen van de personen, bedrijven of instellingen, bedoeld in artikel 56a, vijfde lid, van de wet.
Artikel 5
Onder ‘sponsoren van een programmaonderdeel’, bedoeld in artikel 1, onderdeel II, van de wet, wordt niet verstaan het verstrekken van een bijdrage ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van een programmaonderdeel door:
a. a. overheidsinstellingen en andere instellingen die geen particuliere onderneming uitoefenen; b. b. de omroepinstelling die het programmaonderdeel waarvoor de bijdrage wordt verstrekt, verzorgt; c. c. de (co)producent die zich gewoonlijk bezighoudt met de vervaardiging van audiovisuele producties en geheel of gedeeltelijk is belast met de productie van het programmaonderdeel waarvoor de bijdrage wordt verstrekt.
Artikel 6
1. Onder ‘programmaonderdelen van culturele aard’, bedoeld in artikel 52a, tweede lid, onderdeel a, van de wet, wordt in beginsel verstaan: programmaonderdelen die, aan de hand van het in het kader van de programmavoorschriften voor de betrokken omroep gehanteerde systeem van programma-indeling, zijn ingedeeld als programmaonderdelen van culturele aard.
2. Onder ‘sportwedstrijd’, bedoeld in artikel 52a, tweede lid, onderdeel b, van de wet, wordt verstaan: een sportwedstrijd als gedefinieerd in artikel 1 onderdeel qq van de wet.
3.
Onder ‘sportevenement’, bedoeld in artikel 52a, tweede lid, onderdeel b, van de wet, wordt verstaan:
een samenstel van sportwedstrijden, waarbij publiek aanwezig is en dat niet voornamelijk is bestemd om als programma te worden uitgezonden.
4. Onder ‘evenement ten behoeve van ideële doeleinden’, bedoeld in artikel 52a, tweede lid, onderdeel c, van de wet, wordt verstaan: een evenement zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel pp van de wet, dat hoofdzakelijk ten doel heeft een ideële doelstelling te bevorderen, waarbij publiek aanwezig is en dat niet voornamelijk is bestemd om als programma te worden uitgezonden.
Artikel 7
In de artikelen 52b, tweede lid, en 56a, vijfde lid, van de wet, en artikel 31 van het besluit, wordt verstaan onder:
a. a. naam: de statutaire naam of handelsnaam van de sponsor, onderscheidenlijk evenementensponsor zoals vermeld in het handelsregister; b. b. merk: een handelsmerk, zijnde een vast herkenningsteken in de vorm van een woord of combinatie van letters, cijfers of tekens, die al dan niet op originele of karakteristieke wijze zijn vormgegeven, ter onderscheiding van de onderneming van de sponsor, onderscheidenlijk de evenementensponsor, of waaronder de sponsor, onderscheidenlijk evenementensponsor, zijn producten of diensten in de handel brengt, ter onderscheiding van gelijksoortige producten of diensten die van anderen afkomstig zijn; c. c. beeldmerk: een logo, zijnde een vast herkenningsteken in de vorm van een figuur, afbeelding of combinatie van letters, cijfers of tekens, die op originele of karakteristieke wijze zijn vormgegeven, ter onderscheiding van de producten, diensten of de onderneming van de sponsor, onderscheidenlijk de evenementensponsor.
Artikel 8
1. In artikel 52b, eerste lid, van de wet, en artikel 31, eerste lid, van het besluit, wordt onder ‘aan het begin of aan het einde’ mede verstaan: aan het begin en aan het einde.
2. Vermelding of vertoning van de sponsor of evenementensponsor als zodanig, op een andere plaats dan aan het begin of het einde van een programmaonderdeel, is een niet-toegestane vermijdbare reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, tenzij hiervoor ontheffing is verleend op grond van artikel 52, derde lid, van de wet.
3. Het vermelden of tonen van een naam of (beeld)merk van een sponsor in de titel of leader van een (gedeelte van een) gesponsord programmaonderdeel, is geen sponsorvermelding als bedoeld in artikel 52b, eerste lid, van de wet, en is een niet-toegestane vermijdbare reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, tenzij hiervoor ontheffing is verleend op grond van artikel 52, derde lid, van de wet, tenzij ontheffing wordt verleend.
4. Het vermelden of tonen van een naam of (beeld)merk van een evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel, bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, is geen vermelding als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit.
5. Het vermelden of tonen van een beeldmerk van een evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel, bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, is een niet-toegestane vermijdbare reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet.
6. Het vermelden of tonen van een naam of merk van een evenementensponsor in de titel of leader van een programmaonderdeel, bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement, is een toegestane vermijdbare reclame-uiting als bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, voor zover deze vermeldingen en de vermelding van de titel in het programmaonderdeel, niet overheersend zijn in de zin van artikel 30a, eerste lid, van het besluit.
Artikel 9
Het publiek wordt in ieder geval geacht geïnformeerd te zijn op de wijze, bedoeld in artikel 52b, eerste lid, van de wet, indien voorafgaande aan de vermelding van de naam of het (beeld)merk van de sponsor de volgende mededeling duidelijk leesbaar of hoorbaar wordt gedaan:
a. a. ‘dit programma is (mede) mogelijk gemaakt door’ of, b. b. ‘dit programma is gesponsord door’.
Artikel 10
1. Bij de vermelding van de sponsors, bedoeld in artikel 52b, eerste lid, van de wet, mogen naam, merk en beeldmerk zoals bedoeld in artikel 7, gezamenlijk of in combinatie met elkaar worden vermeld of getoond.
2. Bij deze vermelding wordt per sponsor niet meer dan één naam, één merk en één beeldmerk vermeld of getoond.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor de vermelding bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit.
Artikel 11
Een vermelding als bedoeld in artikel 52b, eerste lid, van de wet, en artikel 31, eerste lid, van het besluit, voldoet in ieder geval aan de wettelijke definitie van reclameboodschap, indien:
a. a. een product of dienst dan wel de consumentenverpakking van een product, waarneembaar en identificeerbaar, geheel of gedeeltelijk, wordt vermeld of getoond; b. b. met gebruikmaking van beeld of geluid, direct of indirect, wordt verwezen naar een product of dienst dan wel de consumentenverpakking van een product; c. c. aan een naam of (beeld)merk kwalificaties worden gegeven; d. d. een slagzin, geheel of gedeeltelijk, wordt vermeld of getoond; e. e. een herkenningsmelodie, geheel of gedeeltelijk, wordt gespeeld; f. f. een adres, telefoonnummer, faxnummer, wordt vermeld of getoond; g. g. de bedrijfsgebouwen of -middelen van de sponsor, geheel of gedeeltelijk, worden vermeld of getoond; h. h. de vormgeving duidelijke overeenkomsten vertoont met de vormgeving van een product van de sponsor of van de consumentenverpakking van een product van de sponsor.
Artikel 12
De vermelding van de sponsors is ‘niet beeldvullend’ in de zin van artikel 52b, tweede lid, van de wet, indien het tonen van de naam of het (beeld)merk is aangevuld met een duidelijk leesbare mededeling zoals ‘dit programma is (mede) mogelijk gemaakt door’.
Artikel 13
In een gesponsord programmaonderdeel zijn producten of diensten van een sponsor niet ‘getoond of vermeld’ in de zin van artikel 52b, derde lid, van de wet, indien het gemiddelde publiek niet in staat is de desbetreffende producten of diensten te identificeren.
Artikel 14
Sponsorbijdragen die niet namens een publieke omroepinstelling door (co)producenten bedongen of aanvaard zijn, zijn niet ‘rechtstreeks van de sponsors’ bedongen of aanvaard in de zin van artikel 56a, eerste lid, van de wet.
Artikel 15
Een evenement, als bedoeld in artikel 52a, tweede lid, van de wet, en artikel 31, eerste lid, van het besluit, wordt geacht niet voornamelijk bestemd te zijn om als programma te worden uitgezonden, indien:
a. a. bij het evenement ook publiek aanwezig zou zijn geweest wanneer het niet als programmaonderdeel zou zijn of worden uitgezonden, en b. b. het evenement ook zou hebben plaatsgevonden wanneer het niet als programmaonderdeel zou zijn of worden uitgezonden.
Artikel 16
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2005.
2. De regeling van het Commissariaat voor de Media van 15 augustus 2000 houdende beleidsregels omtrent sponsoring publieke omroep (Beleidsregels sponsoring publieke omroep) wordt ingetrokken.
3. Deze regeling wordt aangehaald als Beleidsregels sponsoring publieke omroep 2005.
4. Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).
Bijlage . Beleidsregels sponsoring publieke omroep
Artikel
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
g. g. programma-onderdeel: een duidelijk afgebakend en als zodanig herkenbaar onderdeel van een programma; II. II. sponsoren van een programma-onderdeel: het verstrekken van financiële of andere bijdragen door een overheidsbedrijf of particuliere onderneming die zich gewoonlijk niet bezighoudt met omroepactiviteiten of met de vervaardiging van audiovisuele producties, ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van een programma-onderdeel, teneinde de uitzending daarvan als programma-onderdeel te bevorderen of mogelijk te maken; pp. pp. evenement: een tevoren georganiseerde publieke gebeurtenis op het terrein van sport en cultuur; qq. qq. sportwedstrijd: een wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd, georganiseerd door of onder auspiciën van de door het NOCNSF erkende nationale sportorganisaties en hun geledingen, of door vergelijkbare internationale, al dan niet overkoepelende sportorganisaties, dan wel een andere wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd van een sport die door het NOCNSF als sport is aangemerkt.
Artikel
1. De programma’s van instellingen die zendtijd hebben verkregen bevatten geen reclameboodschappen tenzij zulks bij deze wet uitdrukkelijk wordt toegestaan.
2. De programma’s als bedoeld in het eerste lid bevatten voorts geen andere reclame-uitingen tenzij dit niet vermijdbaar is. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen een reclame-uiting in een programma niet vermijdbaar kan worden geacht, alsmede wanneer het is toegestaan dat programma’s reclame-uitingen bevatten.
3. Onze Minister kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid. Hij kan deze bevoegdheid delegeren aan het Commissariaat voor de Media.
4. Behoudens toestemming van het Commissariaat bevatten programma’s van instellingen die zendtijd hebben verkregen geen oproepen in het kader van ledenwerving, verenigingsactiviteiten of nevenactiviteiten.
Artikel
1. Programma-onderdelen van instellingen die zendtijd hebben verkregen worden niet gesponsord.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. a. programma-onderdelen van culturele aard, b. b. programma-onderdelen, bestaande uit het verslag of de weergave van een of meer sportevenementen of sportwedstrijden; c. c. programma-onderdelen bestaande uit het verslag of de weergave van evenementen ten behoeve van ideële doeleinden.
3.
Programmaonderdelen als bedoeld in het tweede lid worden niet gesponsord indien:
a. a. deze geheel of gedeeltelijk bestaan uit nieuws, actualiteiten of politieke informatie; of b. b. in het bijzonder zijn bestemd voor minderjarigen beneden de leeftijd van twaalf jaar.
Artikel
1. In afwijking van de eerste volzin van artikel 52, tweede lid, worden aan het begin of aan het einde van een gesponsord programma-onderdeel van een instelling die zendtijd heeft verkregen, ter informatie van het publiek alle sponsors vermeld.
2. Met betrekking tot een gesponsord programma-onderdeel voor televisie duurt de vermelding van de sponsors in totaal ten hoogste vijf seconden. De vermelding gebeurt door middel van naam of (beeld)merk. Voor zover de vermelding niet plaatsvindt op de aan- of aftitelrol, bestaat zij uitsluitend uit stilstaande beelden. De vermelding is niet beeldvullend en is voorts zodanig vormgegeven dat zij niet voldoet aan de definitie van reclameboodschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel kk.
3. In een gesponsord programma-onderdeel worden geen produkten of diensten van een sponsor getoond of vermeld, indien deze een sponsorbijdrage in geld heeft verstrekt.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een programma-onderdeel waarvoor een overheidsinstelling of een andere instelling dan bedoeld in artikel 1, onderdeel II, een financiële of andere bijdrage heeft verstrekt ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van dat programma-onderdeel, teneinde de uitzending daarvan als programma-onderdeel te bevorderen of mogelijk te maken.
Artikel
1. Onverminderd artikel 52a, eerste en derde lid, mogen instellingen die zendtijd hebben verkregen, sponsorbijdragen uitsluitend rechtstreeks van de sponsors en door middel van een schriftelijke overeenkomst bedingen of aanvaarden.
2. Instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, doen binnen één week na de totstandkoming van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, doch in ieder geval vóór de beoogde datum van uitzending van het programma-onderdeel waarop de overeenkomst betrekking heeft, een afschrift hiervan toekomen aan de raad van bestuur.
3. Indien de raad van bestuur een dergelijke overeenkomst in strijd acht met het gemeenschappelijke belang van de landelijke omroep, en de raad van bestuur dit binnen twee weken na ontvangst van het afschrift van de overeenkomst, doch in ieder geval vóór de beoogde datum van uitzending van het programma-onderdeel waarop de overeenkomst betrekking heeft, schriftelijk heeft medegedeeld aan de instelling die de overeenkomst heeft overgelegd, neemt deze instelling het programma-onderdeel waarop de overeenkomst betrekking heeft, niet in haar programma op, tenzij de overeenkomst wordt ontbonden of gewijzigd.
4. Indien de overeenkomst wordt gewijzigd, zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
5.
Instellingen die zendtijd hebben verkregen, bedingen of aanvaarden geen sponsorbijdragen van personen, bedrijven of instellingen:
a. a. die zich voornamelijk bezighouden met de produktie of verkoop van sigaretten of andere tabaksprodukten, of b. b. die gebruik maken van namen, of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld in onderdeel a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het (beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld in onderdelen a betreft.
6. Indien een gesponsord programma-onderdeel uit het buitenland is aangekocht en ten behoeve van het buitenlandse publiek reeds als programma is uitgezonden, is dit artikel slechts van toepassing, voor zover de sponsorbijdragen worden verstrekt ten behoeve van de aankoop van het programma-onderdeel door de instelling die zendtijd heeft verkregen.
Artikel
1. Een programma-onderdeel, bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement dat niet voornamelijk bestemd is om als programma te worden uitgezonden, mag gedurende ten hoogste vijf seconden, aan het begin of aan het einde van het programma-onderdeel, vermijdbare reclame-uitingen bevatten, bestaande uit de namen of (beeld)merken van die personen, bedrijven of instellingen, die een belangrijke, schriftelijk overeengekomen bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van het evenement. De vermelding of vertoning is zodanig vormgegeven dat zij niet voldoet aan de definitie van reclameboodschap, bedoeld in artikel 1, onderdeel kk, van de Mediawet. Indien het een programma-onderdeel voor televisie betreft, bestaande uit het verslag of de weergave van een evenement dat is geproduceerd door of in opdracht van een instelling die zendtijd heeft verkregen en dat niet voornamelijk is bestemd om als programma te worden uitgezonden, geschiedt de vertoning of vermelding uitsluitend via stilstaande beelden.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van personen, bedrijven of instellingen:
a. a. die zich voornamelijk bezighouden met de productie of verkoop van sigaretten of andere tabaksproducten, of b. b. die gebruik maken van namen of (beeld)merken die tevens worden gebruikt door personen, bedrijven of instellingen als bedoeld onder a, of daarmee een zo sterke gelijkenis vertonen dat het publiek redelijkerwijs de indruk krijgt dat het mede de naam of het (beeld)merk van een persoon, bedrijf of instelling als bedoeld in onderdeel a betreft.