2017-01-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
This commit is contained in:
parent
dc7aec4da1
commit
022cb5472f
1 changed files with 83 additions and 52 deletions
|
|
@ -1453,7 +1453,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Een persoon aan wie een graad als bedoeld in artikel 7.10b, eerste lid, is verleend, heeft het recht zijn bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs te vervolgen. Een instellingsbestuur kan daarbij in de onderwijs- en examenregeling voorschrijven welke onderwijseenheden binnen de desbetreffende bacheloropleiding nog moeten gevolgd.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 7.8b, 7.53, 7.54 en 7.56 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** De artikelen 7.8b, 7.10, vierde lid, 7.53, 7.54 en 7.56 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.8b
|
||||
|
||||
|
|
@ -1644,6 +1644,7 @@ e. het borgen van de kwaliteit van de organisatie en de procedures rondom tentam
|
|||
In de onderwijs- en examenregeling worden, onverminderd het overigens in deze wet terzake bepaalde, per opleiding of groep van opleidingen de geldende procedures en rechten en plichten vastgelegd met betrekking tot het onderwijs en de examens. Daaronder worden ten minste begrepen:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van de opleiding en van de daaraan verbonden examens,
|
||||
a1. de wijze waarop het onderwijs in de desbetreffende opleiding wordt geëvalueerd,
|
||||
b. de inhoud van de afstudeerrichtingen binnen een opleiding,
|
||||
c. de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student zich bij beëindiging van de opleiding moet hebben verworven,
|
||||
d. waar nodig, de inrichting van praktische oefeningen,
|
||||
|
|
@ -1653,7 +1654,7 @@ g. ten aanzien van welke masteropleidingen toepassing is gegeven aan artikel 7.4
|
|||
h. het aantal en de volgtijdelijkheid van de tentamens alsmede de momenten waarop deze afgelegd kunnen worden,
|
||||
i. de voltijdse, deeltijdse of duale inrichting van de opleiding,
|
||||
j. waar nodig, de volgorde waarin, de tijdvakken waarbinnen en het aantal malen per studiejaar dat de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de tentamens en examens,
|
||||
k. waar nodig, de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens, behoudens de bevoegdheid van de examencommissie die geldigheidsduur te verlengen,
|
||||
k. de nadere regels bedoeld in artikel 7.10, vierde lid,
|
||||
l. of de tentamens mondeling, schriftelijk of op een andere wijze worden afgelegd, behoudens de bevoegdheid van de examencommissie in bijzondere gevallen anders te bepalen,
|
||||
m. de wijze waarop studenten met een handicap of chronische ziekte redelijkerwijs in de gelegenheid worden gesteld de tentamens af te leggen,
|
||||
n. de openbaarheid van mondeling af te nemen tentamens, behoudens de bevoegdheid van de examencommissie in bijzondere gevallen anders te bepalen,
|
||||
|
|
@ -2225,7 +2226,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Een student is voor elk studiejaar dat hij door het instellingsbestuur voor een opleiding is ingeschreven, aan de desbetreffende instelling wettelijk collegegeld als bedoeld in de artikelen 7.45 en 7.45a of instellingscollegegeld als bedoeld in artikel 7.46 verschuldigd. Een student die door het instellingsbestuur van de Open Universiteit voor een onderwijseenheid is ingeschreven, is het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, verschuldigd.
|
||||
|
||||
**2.** Met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 7.48, eerste en tweede lid, is artikel 7.42, tweede lid, van toepassing.
|
||||
**2.** Met uitzondering van de gevallen, bedoeld in de artikelen 7.47a en 7.48, eerste en tweede lid, is artikel 7.42, tweede lid, van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.44
|
||||
|
||||
|
|
@ -2317,6 +2318,15 @@ c. betaling in een ander aantal termijnen overeenkomstig een door het instelling
|
|||
|
||||
**2.** Indien er sprake is van betaling in termijnen kunnen door het instellingsbestuur administratiekosten in rekening worden gebracht tot een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld bedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.47a
|
||||
|
||||
Indien een student bij een instelling is ingeschreven voor een opleiding kan het instellingsbestuur eenmalig en voor een periode van één studiejaar die student vrijstellen van het betalen van wettelijk collegegeld, indien die student voltijds:
|
||||
|
||||
a. het lidmaatschap bekleedt van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid, de universiteitsraad, het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, of 10.16a, derde lid, de medezeggenschapsraad, of de studentenraad, of
|
||||
b. activiteiten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied ontplooit die naar het oordeel van het instellingsbestuur mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs bij die instelling,
|
||||
|
||||
mits de student gedurende die periode geen onderwijs volgt of examens of tentamens aflegt aan de instelling of een andere bekostigde instelling, en het onder a bedoelde lidmaatschap of de onder b bedoelde activiteiten niet commercieel van aard zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.48
|
||||
|
||||
**1.** Indien een student als bedoeld in artikel 7.45a bij een instelling is ingeschreven voor een opleiding en aan dezelfde of een andere bekostigde instelling met uitzondering van de Open Universiteit een tweede inschrijving wenst, is hij voor de laatstbedoelde inschrijving vrijgesteld van het betalen van collegegeld, tenzij het betaalde dan wel te betalen bedrag voor de eerste inschrijving lager is dan het volledige wettelijke collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid. In dat geval is het verschil verschuldigd.
|
||||
|
|
@ -2327,7 +2337,7 @@ c. betaling in een ander aantal termijnen overeenkomstig een door het instelling
|
|||
|
||||
**4.** De student heeft aanspraak op terugbetaling van een twaalfde gedeelte van het door hem verschuldigde wettelijk collegegeld voor elke maand dat het studiejaar na beëindiging van zijn inschrijving duurt, tenzij een betalingsregeling als bedoeld in artikel 7.47, onderdeel b, is getroffen. Indien een student in de loop van het studiejaar overlijdt, wordt voor elke daaropvolgende maand van het studiejaar na diens overlijden, een twaalfde gedeelte van het betaalde wettelijk collegegeld terugbetaald. Bij beëindiging van de inschrijving met ingang van juli of augustus heeft de student geen aanspraak op beëindiging van betaling van de termijnen, bedoeld in artikel 7.47, onderdeel b, en op terugbetaling van het voor die maanden betaalde collegegeld, tenzij het instellingsbestuur dat anders heeft geregeld. Dit lid is niet van toepassing op de Open Universiteit.
|
||||
|
||||
**5.** Vermindering of vrijstelling van het wettelijk collegegeld in andere gevallen dan bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt aangemerkt als ondoelmatige besteding van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid.
|
||||
**5.** Vermindering of vrijstelling van het wettelijk collegegeld in andere gevallen dan bedoeld in artikel 7.47a of het eerste tot en met vierde lid, wordt aangemerkt als ondoelmatige besteding van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Het instellingsbestuur van de Open Universiteit stelt een regeling vast waarin een voorziening in de vorm van een verlaging van het collegegeld OU wordt getroffen, voor studenten als bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, van wie het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 8, eerste tot en met vierde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, minder dan 110% van het belastbaar minimumloon bedraagt. In de regeling stelt het instellingsbestuur vast welke aanvraagbescheiden moeten worden ingediend. De hoogte van de verlaging, bedoeld in de eerste volzin, is in elk geval afhankelijk van het inkomen van de betrokkene.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2456,7 +2466,7 @@ e. de opleiding of opleidingen dan wel voor zover het de Open Universiteit betre
|
|||
f. de opleidingsfase;
|
||||
g. het jaar, de maand en de dag van inschrijving;
|
||||
h. het jaar, de maand en de dag van beëindiging van de inschrijving en de reden van de beëindiging van de inschrijving;
|
||||
i. het al dan niet vrijgesteld zijn van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, tweede lid;
|
||||
i. het al dan niet vrijgesteld zijn van het betalen van collegegeld op grond van de artikelen 7.47a of 7.48, eerste en tweede lid;
|
||||
j. het jaar, de maand en de dag van het afsluitend examen van een bacheloropleiding en, indien van toepassing, van het afsluitend examen van een masteropleiding, een opleiding als bedoeld in artikel 18.15, of een Ad-programma; en
|
||||
k. het registratienummer van de instelling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2876,15 +2886,24 @@ Deze titel heeft betrekking op de openbare universiteiten.
|
|||
|
||||
**1.** Het college van bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waaronder de rector magnificus van de universiteit. Bij de benoeming wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling van de zetels over mannen en vrouwen.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur over te gaan, hoort de raad van toezicht vertrouwelijk de universiteitsraad of de ondernemingsraad en het orgaan binnen de universiteit dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, tweede volzin, is ingesteld, over het voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag. Titel 2 van dit hoofdstuk is niet van toepassing. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
|
||||
**2.** De benoeming van de leden van het college van bestuur geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter van het college van bestuur wordt uit de leden door de raad van toezicht benoemd.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** In het bestuurs- en beheersreglement worden nadere regels gegeven omtrent de wijze van voordracht en benoeming van de rector magnificus.
|
||||
Voor het benoemen van een lid van het college van bestuur stelt de raad van toezicht een sollicitatiecommissie in waarvan in elk geval deel uitmaken:
|
||||
|
||||
**5.** Een lid van het college van bestuur kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.
|
||||
a. een lid van of namens het deel van de universiteitsraad dat uit en door het personeel is gekozen, of een lid van of namens de ondernemingsraad, en
|
||||
b. een lid van of namens het deel van de universiteitsraad dat uit en door de studenten is gekozen, of een lid van of namens het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
Alvorens tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur over te gaan, hoort de raad van toezicht vertrouwelijk de universiteitsraad of de ondernemingsraad en het orgaan binnen de universiteit dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, tweede volzin, is ingesteld, over het voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag. Titel 2 van dit hoofdstuk is niet van toepassing. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
|
||||
|
||||
**4.** De voorzitter van het college van bestuur wordt uit de leden door de raad van toezicht benoemd.
|
||||
|
||||
**5.** In het bestuurs- en beheersreglement worden nadere regels gegeven omtrent de wijze van voordracht en benoeming van de rector magnificus.
|
||||
|
||||
**6.** Een lid van het college van bestuur kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Een lid van het college van bestuur kan niet tevens zijn:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2893,7 +2912,7 @@ b. decaan van een faculteit of lid van het bestuur daarvan, tenzij een universit
|
|||
c. lid van het bestuur van een opleiding, voorzover dat met toepassing van artikel 9.17 is ingesteld, of
|
||||
d. lid van de raad van toezicht of van het college van bestuur van een andere universiteit.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de rechtspositie van de voorzitter en de andere leden van het college van bestuur.
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de rechtspositie van de voorzitter en de andere leden van het college van bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -2921,13 +2940,11 @@ Het college van bestuur kan richtlijnen vaststellen met het oog op de organisati
|
|||
|
||||
**4.** De samenstelling, taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De leden van de raad van toezicht hebben geen directe belangen bij de universiteit. De leden van de raad zijn niet tevens werkzaam bij een ministerie dan wel lid van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. De benoeming van de leden van de raad geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen.
|
||||
|
||||
**5.** De universiteitsraad dan wel de ondernemingsraad en het orgaan binnen de universiteit dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, tweede volzin, is ingesteld, wordt of worden in de gelegenheid gesteld om aan de raad van toezicht advies uit te brengen over de profielen bedoeld in het vierde lid.
|
||||
**5.** Het college van bestuur voorziet in de functioneel onafhankelijke administratieve ondersteuning van de raad van toezicht. De raad van toezicht heeft instemmingsrecht ten aanzien van de benoeming en het ontslag van de secretaris van de raad.
|
||||
|
||||
**6.** Het college van bestuur voorziet in de functioneel onafhankelijke administratieve ondersteuning van de raad van toezicht. De raad van toezicht heeft instemmingsrecht ten aanzien van de benoeming en het ontslag van de secretaris van de raad.
|
||||
**6.** De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad anders beslist. Zij hebben daarin een adviserende stem.
|
||||
|
||||
**7.** De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad anders beslist. Zij hebben daarin een adviserende stem.
|
||||
|
||||
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent tegemoetkomingen aan de leden van de raad van toezicht.
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld omtrent tegemoetkomingen aan de leden van de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -3237,7 +3254,7 @@ c. het bestuurs- en beheersreglement, bedoeld in artikel 9.4.
|
|||
|
||||
**5.** Het college van bestuur verstrekt de raad aan het begin van het studiejaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het college van bestuur, de raad van toezicht, de organisatie binnen de universiteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Het college van bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de universiteit op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Het college van bestuur stelt de raad onverwijld in kennis van voornemens met betrekking tot de aangelegenheden, beschreven in het instellingsplan.
|
||||
|
||||
**6.** Onverminderd het vijfde lid, verschaft het college van bestuur de raad, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Daaronder worden in ieder geval begrepen ten minste eenmaal per jaar gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de instelling werkzame personen, de leden van het college van bestuur, en de raad van toezicht.
|
||||
**6.** Onverminderd het vijfde lid, verschaft het college van bestuur de raad, ongevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig kan hebben en, gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig acht. Daaronder worden in ieder geval begrepen ten minste eenmaal per jaar gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de instelling werkzame personen, de leden van het college van bestuur, en de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
**7.** Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een bij uitstek persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad bepalen dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De raad bepaalt dan tevens dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaats heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3284,6 +3301,13 @@ e. de regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de criteria en de proce
|
|||
f. de regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de selectie, bedoeld in artikel 7.9b, eerste lid,
|
||||
g. de regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de studiekeuzeadviezen en studiekeuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 7.31b, vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanhef van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op:
|
||||
|
||||
a. een voorgenomen besluit van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.8, eerste lid, onder a, met betrekking tot het benoemen of ontslaan van de leden van het college van bestuur;
|
||||
b. een voorgenomen besluit van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.3, derde lid, en 9.7, vierde lid, met betrekking tot de profielen voor de benoeming van de leden van het college van bestuur onderscheidenlijk de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.34
|
||||
|
||||
**1.** Het college van bestuur stelt, met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens deze titel, een reglement voor de universiteitsraad vast.
|
||||
|
|
@ -3312,12 +3336,12 @@ l. welke van de geschillen tussen het college van bestuur en de raad, waarvoor d
|
|||
|
||||
### Artikel 9.35
|
||||
|
||||
Indien een te nemen besluit op grond van artikel 9.33a of het reglement van de universiteitsraad, krachtens artikel 9.34, derde lid onderdeel b, vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de raad, draagt het college van bestuur er zorg voor dat:
|
||||
Indien een te nemen besluit op grond van artikel 9.33a of het reglement van de universiteitsraad, krachtens artikel 9.34, derde lid onderdeel b, vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de raad, draagt het college van bestuur onderscheidenlijk de raad van toezicht er zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming,
|
||||
b. de raad in de gelegenheid wordt gesteld met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht,
|
||||
c. de raad zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis wordt gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven, en
|
||||
d. de raad, indien het college van bestuur het advies niet of niet geheel wil volgen, in de gelegenheid wordt gesteld nader overleg met hem te voeren alvorens het besluit definitief wordt genomen.
|
||||
d. de raad, indien het college van bestuur onderscheidenlijk de raad van toezicht het advies niet of niet geheel wil volgen, in de gelegenheid wordt gesteld nader overleg met hem te voeren alvorens het besluit definitief wordt genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.36
|
||||
|
||||
|
|
@ -3366,7 +3390,8 @@ c. het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld
|
|||
d. de universiteitsraad,
|
||||
e. de faculteitsraad,
|
||||
f. de dienstraad, bedoeld in artikel 9.50,
|
||||
g. geledingen van de organen onder a tot en met f.
|
||||
g. geledingen van de organen onder a tot en met f,
|
||||
h. de opleidingscommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.39
|
||||
|
||||
|
|
@ -3385,7 +3410,7 @@ g. geledingen van de organen onder a tot en met f.
|
|||
De geschillencommissie, bedoeld in artikel 9.39, neemt kennis van geschillen tussen een medezeggenschapsorgaan en het college van bestuur of de decaan over:
|
||||
|
||||
a. de totstandkoming, wijziging of toepassing van het medezeggenschapsreglement, bedoeld in artikel 9.34, en
|
||||
b. geschillen die voortvloeien uit de artikelen 9.30a, 9.32 tot en met 9.36, 9.38 en 9.38a.
|
||||
b. geschillen die voortvloeien uit de artikelen 9.30a, 9.18, 9.32, 9.33, 9.33a, eerste, tweede lid en derde lid, onder b, 9.34, 9.35, 9.36, 9.38 en 9.38a.
|
||||
|
||||
**2.** Indien er een geschil is tussen het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, tweede volzin, de universiteitsraad of de faculteitsraad en degene die of het orgaan dat beslissingsbevoegdheid heeft, onderzoekt het college van bestuur of een minnelijke schikking tussen partijen mogelijk is. Indien het college van bestuur het orgaan is dat de beslissingsbevoegdheid heeft, onderzoekt de raad van toezicht of een minnelijke schikking mogelijk is. Indien dit niet mogelijk blijkt, legt het medezeggenschapsorgaan, bedoeld in de eerste volzin, of degene die of het desbetreffende orgaan dat beslissingsbevoegdheid heeft het geschil voor aan de geschillencommissie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3451,9 +3476,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 9.48
|
||||
|
||||
**1.** Het college van bestuur staat de universiteitsraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover het kan beschikken, en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.
|
||||
**1.** Het college van bestuur staat de universiteitsraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover het kan beschikken, en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft waaronder in ieder geval worden verstaan ambtelijke, financiële en juridische ondersteuning en scholing.
|
||||
|
||||
**2.** Het college van bestuur stelt de leden van de universiteitsraad in de gelegenheid om gedurende een door het college van bestuur en de raad gezamenlijk vast te stellen hoeveelheid tijd de scholing te ontvangen die de leden van de raad voor de vervulling van hun taak nodig hebben. Het personeel van de universiteit wordt in de gelegenheid gesteld deze scholing in werktijd en met behoud van salaris te ontvangen.
|
||||
**2.** Het college van bestuur stelt de leden van de universiteitsraad een scholingsbudget ter beschikking, dat wordt vastgesteld door het college van bestuur en de raad gezamenlijk. Het personeel van de universiteit wordt in de gelegenheid gesteld deze scholing in werktijd en met behoud van salaris te ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de faculteitsraden en opleidingscommissies met dien verstande dat de decaan in de plaats treedt van het college van bestuur.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3685,7 +3710,7 @@ Dit hoofdstuk heeft betrekking op de in de bijlage van deze wet opgenomen hogesc
|
|||
|
||||
**2.** Een lid van het college van bestuur kan niet tegelijk lid zijn van het college van bestuur van een andere hogeschool.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 9.3, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Artikel 9.3, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -3750,13 +3775,11 @@ i. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en
|
|||
|
||||
**4.** De samenstelling, taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad een deugdelijk en onafhankelijk toezicht kan uitoefenen. De leden van de raad van toezicht hebben geen directe belangen bij de hogeschool. Zij hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. De benoeming van de leden van de raad geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. Een van de leden wordt benoemd op voordracht van de medezeggenschapsraad, dan wel de ondernemingsraad en het orgaan dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 10.16a, derde lid, tweede volzin, is ingesteld. De voordracht bevat ten minste twee namen.
|
||||
|
||||
**5.** De medezeggenschapsraad dan wel de ondernemingsraad en het orgaan binnen de hogeschool dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 10.16a, derde lid, tweede volzin, is ingesteld, wordt of worden in de gelegenheid gesteld om aan de raad van toezicht advies uit te brengen over de profielen bedoeld in het vierde lid.
|
||||
**5.** De raad van toezicht pleegt ten minste twee keer per jaar overleg met de medezeggenschapsraad dan wel de ondernemingsraad en het orgaan binnen de instelling dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 10.16a, derde lid, tweede volzin, is ingesteld.
|
||||
|
||||
**6.** De raad van toezicht pleegt ten minste twee keer per jaar overleg met de medezeggenschapsraad dan wel de ondernemingsraad en het orgaan binnen de instelling dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 10.16a, derde lid, tweede volzin, is ingesteld.
|
||||
**6.** Indien dat naar het oordeel van het college van bestuur wenselijk is op grond van de levensbeschouwelijke aard van de hogeschool, kan de hogeschool in afwijking van het eerste lid een functionele scheiding tussen het bestuur en het toezicht aanbrengen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien dat naar het oordeel van het college van bestuur wenselijk is op grond van de levensbeschouwelijke aard van de hogeschool, kan de hogeschool in afwijking van het eerste lid een functionele scheiding tussen het bestuur en het toezicht aanbrengen.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de hogeschool een functionele scheiding aanbrengt, zijn de leden 2 tot en met 6 van overeenkomstige toepassing. In de statuten wordt vermeld op welke wijze de functionele scheiding wordt gewaarborgd. Het college van bestuur vermeldt jaarlijks in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.9, de redenen voor eventuele afwijking.
|
||||
**7.** Indien de hogeschool een functionele scheiding aanbrengt, zijn het tweede tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing. In de statuten wordt vermeld op welke wijze de functionele scheiding wordt gewaarborgd. Het college van bestuur vermeldt jaarlijks in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.9, de redenen voor eventuele afwijking.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.3e
|
||||
|
||||
|
|
@ -3786,7 +3809,7 @@ c. stelt Onze Minister de raad van toezicht vier weken in de gelegenheid zijn zi
|
|||
|
||||
**6.** Indien het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, onder a, mede de kwaliteit van het onderwijs omvat, betrekt de inspectie het accreditatieorgaan bij haar onderzoek.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de hogeschool een functionele scheiding als bedoeld in artikel 10.3d, zevende lid, heeft aangebracht, zijn het eerste tot en met het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**7.** Indien de hogeschool een functionele scheiding als bedoeld in artikel 10.3d, zesde lid, heeft aangebracht, zijn het eerste tot en met het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Geschillenregeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -3936,7 +3959,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Het college van bestuur verstrekt de raad aan het begin van het studiejaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het college van bestuur dan wel de centrale directie, de organisatie binnen de hogeschool, de taakverdeling tussen college van bestuur en centrale directie en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Het college van bestuur stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de hogeschool op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Het college van bestuur stelt de medezeggenschapsraad onverwijld in kennis van voornemens met betrekking tot de aangelegenheden, beschreven in het plan, bedoeld in artikel 10.20, onder a.
|
||||
|
||||
**6.** Onverminderd het vierde lid, verschaft het college van bestuur de raad, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Daartoe worden in ieder geval begrepen ten minste eenmaal per jaar gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de instelling werkzame personen, de leden van het college van bestuur, en de raad van toezicht.
|
||||
**6.** Onverminderd het vijfde lid, verschaft het college van bestuur de raad, ongevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig kan hebben en, gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig acht. Daartoe worden in ieder geval begrepen ten minste eenmaal per jaar gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de instelling werkzame personen, de leden van het college van bestuur, en de raad van toezicht.
|
||||
|
||||
**7.** Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een bij uitstek persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad bepalen dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan, niet deelneemt. De raad bepaalt dan tevens dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaatsheeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3987,7 +4010,13 @@ e. de regeling die het instellingsbestuur vaststelt voor de criteria en de proce
|
|||
f. de regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de selectie, bedoeld in artikel 7.9b, eerste lid,
|
||||
g. de regels die het instellingsbestuur vaststelt met betrekking tot de studiekeuzeadviezen en studiekeuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 7.31b, vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** De aanhef van het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een voorgenomen besluit van de raad van toezicht ten aanzien van de profielen, bedoeld in artikel 10.3d, vierde lid.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanhef van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een voorgenomen besluit van de raad van toezicht:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van de profielen, bedoeld in artikel 10.3d, vierde lid,
|
||||
b. ten aanzien van de profielen, bedoeld in artikel 10.2, derde lid, juncto artikel 9.3, tweede lid, en
|
||||
c. als bedoeld in artikel 10.3d, tweede lid, onder a, met betrekking tot het benoemen of ontslaan van de leden van het college van bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.21
|
||||
|
||||
|
|
@ -4015,12 +4044,12 @@ l. welke van de geschillen tussen het instellingsbestuur en de raad, waarvoor de
|
|||
|
||||
### Artikel 10.23
|
||||
|
||||
Indien een te nemen beslissing op grond van het bepaalde in het medezeggenschapsreglement krachtens artikel 10.22, onder b, vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de medezeggenschapsraad, draagt het instellingsbestuur er zorg voor dat:
|
||||
Indien een te nemen beslissing op grond van het bepaalde in het medezeggenschapsreglement krachtens artikel 10.22, onder b, vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de medezeggenschapsraad, draagt het instellingsbestuur onderscheidenlijk de raad van toezicht er zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming,
|
||||
b. de raad in de gelegenheid wordt gesteld met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht,
|
||||
c. de raad zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis wordt gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven, en
|
||||
d. de raad, indien het instellingsbestuur het advies niet of niet geheel wil volgen, in de gelegenheid wordt gesteld nader overleg met hem te voeren alvorens de beslissing definitief wordt genomen.
|
||||
d. de raad, indien het instellingsbestuur onderscheidenlijk de raad van toezicht het advies niet of niet geheel wil volgen, in de gelegenheid wordt gesteld nader overleg met hem te voeren alvorens de beslissing definitief wordt genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.24
|
||||
|
||||
|
|
@ -4047,8 +4076,9 @@ De artikelen 9.39, 9.40 en 9.46 zijn van overeenkomstige toepassing op de hogesc
|
|||
a. de gezamenlijke vergadering,
|
||||
b. de ondernemingsraad,
|
||||
c. het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 10.16a, derde lid, tweede volzin,
|
||||
d. de medezeggenschapsraad, of
|
||||
e. de deelraad, bedoeld in artikel 10.25.
|
||||
d. de medezeggenschapsraad,
|
||||
e. de deelraad, bedoeld in artikel 10.25, of
|
||||
f. de opleidingscommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.27
|
||||
|
||||
|
|
@ -4106,9 +4136,9 @@ Indien bijzondere omstandigheden een goede toepassing van een of meer onderdelen
|
|||
|
||||
### Artikel 10.39
|
||||
|
||||
**1.** Het instellingsbestuur staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover het kan beschikken, en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Het instellingsbestuur stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid zoveel mogelijk tijdens werktijd te vergaderen.
|
||||
**1.** Het instellingsbestuur staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen waarover het kan beschikken, en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft waaronder in ieder geval worden verstaan ambtelijke, financiële en juridische ondersteuning en scholing. Het instellingsbestuur stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid zoveel mogelijk tijdens werktijd te vergaderen.
|
||||
|
||||
**2.** Het instellingsbestuur stelt de leden van de medezeggenschapsraad in de gelegenheid om gedurende een door het instellingsbestuur en de raad gezamenlijk vast te stellen hoeveelheid tijd de scholing te ontvangen die de leden van de raad voor de vervulling van hun taak nodig hebben. Het personeel van de hogeschool wordt in de gelegenheid gesteld deze scholing in werktijd en met behoud van salaris te ontvangen.
|
||||
**2.** Het college van bestuur stelt de leden van de medezeggenschapsraad een scholingsbudget ter beschikking, dat wordt vastgesteld door het college van bestuur en de raad gezamenlijk. Het personeel van de hogeschool wordt in de gelegenheid gesteld deze scholing in werktijd en met behoud van salaris te ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op deelraden en opleidingscommissies.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4126,15 +4156,24 @@ Indien bijzondere omstandigheden een goede toepassing van een of meer onderdelen
|
|||
|
||||
**1.** Het college van bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waaronder de voorzitter. Bij de benoeming wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een evenwichtige verdeling van de zetels over mannen en vrouwen.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur over te gaan, hoort de raad van toezicht vertrouwelijk de universiteitsraad dan wel, indien het college van bestuur heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is, de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad en het orgaan dat op grond van een door het college van bestuur vastgestelde medezeggenschapsregeling ten behoeve van de studenten van de Open Universiteit is ingesteld, over het voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
|
||||
**2.** De benoeming van de leden van het college van bestuur geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen.
|
||||
|
||||
**3.** Een lid van het college van bestuur kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Indien het college van bestuur slechts uit de voorzitter bestaat, regelt de raad van toezicht de vervanging van de voorzitter bij diens afwezigheid of ontstentenis.
|
||||
Voor het benoemen van een lid van het college van bestuur stelt de raad van toezicht een sollicitatiecommissie in waarvan in elk geval deel uitmaken:
|
||||
|
||||
**5.** Een lid van het college van bestuur kan niet tevens lid zijn van een ander bestuursorgaan van de Open Universiteit.
|
||||
a. een lid van of namens het deel van de universiteitsraad dat uit en door het personeel is gekozen, of indien het college van bestuur heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is, een lid van of namens de ondernemingsraad, en
|
||||
b. een lid van of namens het deel van de universiteitsraad dat uit en door studenten is gekozen, of een lid van of namens het orgaan dat op grond van een door het college van bestuur vastgestelde medezeggenschapsregeling ten behoeve van de studenten van de Open Universiteit is ingesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de rechtspositie van de voorzitter en de andere leden van het college van bestuur.
|
||||
Alvorens tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur over te gaan, hoort de raad van toezicht vertrouwelijk de universiteitsraad dan wel, indien het college van bestuur heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is, de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad en het orgaan dat op grond van een door het college van bestuur vastgestelde medezeggenschapsregeling ten behoeve van de studenten van de Open Universiteit is ingesteld, over het voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
|
||||
|
||||
**4.** Een lid van het college van bestuur kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het college van bestuur slechts uit de voorzitter bestaat, regelt de raad van toezicht de vervanging van de voorzitter bij diens afwezigheid of ontstentenis.
|
||||
|
||||
**6.** Een lid van het college van bestuur kan niet tevens lid zijn van een ander bestuursorgaan van de Open Universiteit.
|
||||
|
||||
**7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de rechtspositie van de voorzitter en de andere leden van het college van bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -4246,15 +4285,7 @@ In het bestuurs- en beheersreglement wordt geregeld welke opleidingen door de Op
|
|||
|
||||
### Artikel 11.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor elke opleiding of groep van opleidingen wordt door het college van bestuur een opleidingscommissie ingesteld. De commissie heeft tot taak:
|
||||
|
||||
a. advies uit te brengen aan het orgaan, bedoeld in artikel 11.3, tweede lid, over de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13,
|
||||
b. het jaarlijks beoordelen van de wijze van uitvoeren van de onderwijs- en examenregeling, en
|
||||
c. het desgevraagd of uit eigen beweging advies uitbrengen aan het orgaan, bedoeld in artikel 11.3, tweede lid, over alle aangelegenheden betreffende het onderwijs in de desbetreffende opleiding of groep van opleidingen.
|
||||
|
||||
De commissie zendt de adviezen, bedoeld onder a en c, ter kennisneming aan de universiteitsraad dan wel, indien het college van bestuur heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is, de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad en het orgaan dat op grond van een door het college van bestuur vastgestelde medezeggenschapsregeling ten behoeve van de studenten van de Open Universiteit is ingesteld.
|
||||
**1.** Voor elke opleiding of groep van opleidingen wordt door het college van bestuur een opleidingscommissie ingesteld. De commissie heeft tot taak te adviseren over het bevorderen en borgen van de kwaliteit van de opleiding, waaronder advisering voorafgaand aan de vaststelling of wijziging van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13. Zij beoordeelt jaarlijks de wijze van uitvoering van die regeling en brengt advies uit over de regeling. De commissie brengt bovendien desgevraagd of uit eigen beweging advies uit aan het orgaan, bedoeld in artikel 11.3, tweede lid, over alle aangelegenheden die betrekking hebben op of van invloed zijn op het onderwijs in de desbetreffende opleiding of groep van opleidingen. De commissie zendt haar adviezen ter kennisneming aan de universiteitsraad dan wel, indien het college van bestuur heeft besloten dat de Wet op de ondernemingsraden met uitzondering van hoofdstuk VII B van toepassing is, de gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad en het orgaan dat op grond van een door het college van bestuur vastgestelde medezeggenschapsregeling ten behoeve van de studenten van de Open Universiteit is ingesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Op een advies, bedoeld in het eerste lid, is artikel 9.35, aanhef en onderdelen b en c, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue