2013-07-04 | BWBR0008973 | Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

This commit is contained in:
Coornhert 2013-07-04 12:00:00 +00:00
parent 3356213adb
commit 0452cf016f

View file

@ -30,7 +30,8 @@ g. alarminstallateur: een persoon die
2°. een plan voor de installatie van alarmapparatuur ontwerpt of
3°. assistentie verleent aan een persoon als bedoeld onder 1° of 2°;
h. alarmapparatuur: apparatuur, daaronder begrepen delen daarvan, die alleen of in combinatie met andere apparatuur een systeem vormt, dat door middel van detectoren via telecommunicatie signalen, die duiden op de aanwezigheid van personen, doorgeeft aan een of meer centrale punten, waar die signalen worden ontvangen en beoordeeld en van waaruit assistentie kan worden gevraagd aan derden;
i. luchtvaartterrein: een luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012.
i. luchtvaartterrein: een luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012;
j. verordening: Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L 316).
**2.**
@ -49,9 +50,11 @@ b. ter uitvoering van een haar bij wettelijk voorschrift opgedragen taak, of in
**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister door de instandhouding van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden te verrichten of aan te bieden.
**2.** Onze Minister kan beveiligingsorganisaties of recherchebureaus van dit verbod bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen, indien de aard van de werkzaamheden niet noodzaakt tot de toepassing van de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften verbonden worden.
**2.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg uit te voeren, bedoeld in de verordening.
**3.** Met een vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een vergunning afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale vergunning wordt nagestreefd.
**3.** Onze Minister kan beveiligingsorganisaties of recherchebureaus van dit verbod bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen, indien de aard van de werkzaamheden niet noodzaakt tot de toepassing van de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften verbonden worden.
**4.** Met een vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een vergunning afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale vergunning wordt nagestreefd.
### Artikel 3
@ -65,7 +68,7 @@ e. overige beveiligingsorganisaties: particuliere organisaties die beveiligingsw
### Artikel 4
**1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verleend indien, gelet op de voornemens en antecedenten van de aanvrager of van de personen die het beleid van de aanvrager bepalen, naar redelijke verwachting zal worden voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels en ook overigens zal worden gehandeld in overeenstemming met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie of een goed recherchebureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht.
**1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, wordt verleend indien, gelet op de voornemens en antecedenten van de aanvrager of van de personen die het beleid van de aanvrager bepalen, naar redelijke verwachting zal worden voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels en ook overigens zal worden gehandeld in overeenstemming met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie of een goed recherchebureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht.
**2.**
@ -116,6 +119,8 @@ Met de eisen inzake de betrouwbaarheid terzake van het verrichten of aanbieden v
### Artikel 6
**1.**
Onze Minister kan ter bevordering van de kwaliteit van beveiligingsorganisaties en recherchebureaus aan welke een vergunning is verleend bij ministeriële regeling regels stellen met betrekking tot:
a. het materieel en de uitrusting waarvan bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt;
@ -128,13 +133,21 @@ g. de mogelijkheden om bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik te maken v
h. de behandeling van klachten;
i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke op grond van artikel 13, eerste en tweede lid, van de verordening toegestane opties worden toegelaten op Nederlands grondgebied.
**3.** Onze Minister kan laboratoria aanwijzen die tests uitvoeren met het oog op de goedkeuring van een intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de verordening.
### Artikel 6a
Onze Minister legt voor het medisch attest, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de verordening, bij ministeriële regeling eisen vast op het punt van de medische geschiktheid, het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld en de medische onderzoeken die mogen worden verricht. De Wet op de medische keuringen is van toepassing.
### Artikel 7
**1.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend stelt geen personen te werk die belast zullen worden met de leiding van de organisatie of het bureau, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
**2.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.
**3.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, zonder vestiging in Nederland, aan welke een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, laat personen als bedoeld in het tweede lid, geen beveiligingsonderscheidenlijk recherchewerkzaamheden in Nederland verrichten, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
**3.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, zonder vestiging in Nederland, aan welke een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, laat personen als bedoeld in het tweede lid, geen beveiligingsonderscheidenlijk recherchewerkzaamheden in Nederland verrichten, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
**4.** De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. Indien de desbetreffende persoon een ambtenaar is als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de toestemming slechts onthouden indien deze persoon niet beschikt over de benodigde bekwaamheid. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.
@ -146,13 +159,21 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
**8.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot toestemming als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
### Artikel 7a
**1.** Bij ministeriële regeling wordt de autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de verordening, aangewezen.
**2.** Indien een lid van het bewakingspersoneel van een onderneming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening niet beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor het te verrichten werk, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, van de verordening, wordt daarvan melding gedaan door Onze Minister aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst die is belast met de screening van het bewakingspersoneel, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de verordening.
### Artikel 8
**1.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling voor bepaalde categorieën werkzaamheden, opleidingseisen vast, voor personen die te werk worden gesteld door een beveiligingsorganisatie of recherchebureau.
**2.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid belast personen alleen met werkzaamheden, indien zij voldoen aan de daarvoor vastgestelde opleidingseisen. Onze Minister kan van dit voorschrift ontheffing verlenen.
**2.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling voor het bewakingspersoneel van grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg opleidingseisen vast.
**3.** Onze Minister beslist op een aanvraag om ontheffing als bedoeld in het tweede lid, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verdaagd. Afdeling 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
**3.** Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid belast personen alleen met werkzaamheden, indien zij voldoen aan de daarvoor vastgestelde opleidingseisen. Onze Minister kan van dit voorschrift ontheffing verlenen.
**4.** Onze Minister beslist op een aanvraag om ontheffing als bedoeld in het derde lid, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verdaagd. Afdeling 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
### Artikel 9
@ -196,7 +217,7 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
### Artikel 11
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, de beperkingen en voorschriften, gesteld krachtens artikel 4, vierde, vijfde en zesde lid, en 9, tweede en derde lid, en de aanwijzingen gegeven krachtens artikel 12, eerste lid, zijn belast de ambtenaren, bedoeld in artikel 141, onder *b* en *c*, van het Wetboek van Strafvordering.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, de beperkingen en voorschriften, gesteld krachtens artikel 4, vierde, vijfde en zesde lid, en 9, tweede en derde lid, en de aanwijzingen gegeven krachtens artikel 12, eerste lid, of van het bepaalde bij of krachtens de verordening zijn belast de ambtenaren, bedoeld in artikel 141, onder b en c, van het Wetboek van Strafvordering.
**2.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd inlichtingen te verlangen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend verstrekt de gevraagde inlichtingen.
@ -220,18 +241,36 @@ i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
### Artikel 14
Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, intrekken indien:
**1.**
Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste, tweede en derde lid, intrekken indien:
a. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet in acht worden genomen;
b. de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet worden nageleefd;
b. de uit de wet of, indien een vergunning is verleend voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg als bedoeld in de verordening, de uit de verordening, voortvloeiende verplichtingen niet worden nageleefd;
c. de voor de verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
d. zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de vergunning zou zijn geweigerd, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de vergunning werd verleend;
e. een beveiligingsorganisatie of recherchebureau handelt in strijd met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie of een goed recherchebureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht;
f. een beveiligingsorganisatie of recherchebureau gedurende een jaar geen beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden meer heeft verricht of aangeboden dan wel aan Onze Minister mededeelt van de vergunning geen gebruik meer te willen maken.
**2.** Indien Onze Minister bij overtreding van de voorwaarden waaronder de vergunning voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg is verleend overgaat tot intrekking, bedoeld in het eerste lid, kan hij tevens bepalen dat voor een maximumperiode van vijf jaar niet opnieuw een vergunning wordt verleend.
**3.** Onze Minister kan de vergunning als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bij overtreding van de voorwaarden waaronder de vergunning voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg is verleend opschorten voor een periode van minimaal twee weken tot maximaal twee maanden.
### Artikel 15
Onze Minister kan aan de houder van de vergunning een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste EUR 11 250 ter zake van overtreding van regels, gesteld bij of krachtens artikel 4, vijfde of zesde lid, 6, 7, eerste, tweede of vierde lid, 8, tweede lid, 9, 10, eerste, derde of vierde lid, 11, tweede lid, of 12, eerste of tweede lid.
**1.** Onze Minister kan aan de houder van de vergunning een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 11 250 ter zake van overtreding van regels, gesteld bij of krachtens artikel 4, vijfde of zesde lid, 6, 7, eerste, tweede of vierde lid, 8, tweede lid, 9, 10, eerste, derde of vierde lid, 11, tweede lid, of 12, eerste of tweede lid.
**2.** Onze Minister kan eveneens aan de houder van de vergunning als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 11 250 ter zake van overtreding van de voorwaarden waaronder de vergunning voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg. De boetebevoegdheid geldt ook indien vergunning op grond van de verordening is verleend door een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat.
### Artikel 15a
Onze Minister kan het recht van de houder van een vergunning die op grond van de verordening is afgegeven in een andere lidstaat om eurocontanten te vervoeren opschorten voor een periode van minimaal twee weken tot maximaal twee maanden, indien de situaties, bedoeld in artikel 22, derde lid, van de verordening, aan de orde zijn.
### Artikel 15b
**1.** Onze Minister kan de artikelen 14 en 15 toepassen indien de vergunninghouder in een andere lidstaat een inbreuk heeft begaan op de verordening en hij daar met redenen omkleed van in kennis is gesteld door de bevoegde autoriteiten aldaar.
**2.** Onze Minister kan, indien vast te stellen is aan wie de inbreuk te wijten is, leden van het bewakingspersoneel van een vergunninghouder uit een andere lidstaat verbieden grensoverschrijdend geldtransport over Nederlands grondgebied uit te voeren.
### Artikel 16