2010-10-10 | BWBR0017613 | Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid
This commit is contained in:
parent
0e6740ab03
commit
04c4e14334
1 changed files with 51 additions and 41 deletions
|
|
@ -27,26 +27,27 @@ f. voorval: gebeurtenis die de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan
|
|||
g. schip: zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;
|
||||
h. zeeschip: schip dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor drijven in zee is bestemd;
|
||||
i. Nederlands zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
|
||||
j. Nederlands-Antilliaans zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor de Nederlandse Antillen geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
|
||||
j. Curaçaos zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Curaçao geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
|
||||
k. Arubaans zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Aruba geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
|
||||
l. ro-ro-veerboot: ro-ro-veerboot als omschreven in artikel 2, onderdeel a, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138);
|
||||
m. hogesnelheidspassagiersvaartuig: hogesnelheidspassagiersvaartuig als omschreven in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138);
|
||||
n. luchtvaartuig: toestel dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;
|
||||
o. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;
|
||||
p. oorzaken: handelingen, verzuimen, gebeurtenissen, omstandigheden of een combinatie daarvan die tot het voorval hebben geleid;
|
||||
q. aanbeveling: voorstel van de raad op basis van uit onderzoek van de raad voortvloeiende informatie met de bedoeling toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken;
|
||||
r. vluchtrecorder: elk soort, ter vergemakkelijking van onderzoeken van ongevallen en incidenten, in het luchtvaartuig geïnstalleerd registratietoestel;
|
||||
l. Sint-Maartens zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;
|
||||
m. ro-ro-veerboot: ro-ro-veerboot als omschreven in artikel 2, onderdeel a, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138);
|
||||
n. hogesnelheidspassagiersvaartuig: hogesnelheidspassagiersvaartuig als omschreven in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138);
|
||||
o. luchtvaartuig: toestel dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;
|
||||
p. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;
|
||||
q. oorzaken: handelingen, verzuimen, gebeurtenissen, omstandigheden of een combinatie daarvan die tot het voorval hebben geleid;
|
||||
r. aanbeveling: voorstel van de raad op basis van uit onderzoek van de raad voortvloeiende informatie met de bedoeling toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken;
|
||||
s. vluchtrecorder: elk soort, ter vergemakkelijking van onderzoeken van ongevallen en incidenten, in het luchtvaartuig geïnstalleerd registratietoestel;
|
||||
|
||||
**2.** Onder een voorval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt niet verstaan:
|
||||
|
||||
a. een verstoring van de openbare orde als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, een oproerige beweging of een andere ernstige wanordelijkheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet, dan wel een situatie die ernstig doet vrezen voor het ontstaan van een van deze gebeurtenissen;
|
||||
a. een verstoring van de openbare orde als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet of artikel 174, derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een oproerige beweging of een andere ernstige wanordelijkheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet of artikel 178, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan wel een situatie die ernstig doet vrezen voor het ontstaan van een van deze gebeurtenissen;
|
||||
b. een optreden van bevoegde autoriteiten ter handhaving van de rechtsorde;
|
||||
c. een optreden van de krijgsmacht of een onderdeel daarvan:
|
||||
|
||||
1°. in een situatie van oorlog of gewapend conflict;
|
||||
2°. tijdens een operatie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde;
|
||||
3°. op grond van de Politiewet 1993;
|
||||
4°. in het kader van het verlenen van bijstand ingevolge de Aanwijzingen inzake de inzet van de krijgsmacht in de Nederlandse Antillen en Aruba.
|
||||
3°. op grond van de Politiewet 1993, de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of de Veiligheidswet BES;
|
||||
4°. in het kader van het verlenen van bijstand ingevolge de Aanwijzingen inzake de inzet van de krijgsmacht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
|
||||
|
||||
**3.** Met een Nederlands luchtvaartuig wordt gelijkgesteld een luchtvaartuig dat door een in Nederland gevestigde natuurlijke persoon, rechtspersoon met of zonder winstoogmerk of overheidslichaam met of zonder rechtspersoonlijkheid wordt geëxploiteerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -72,22 +73,22 @@ De raad heeft, met het uitsluitende doel toekomstige voorvallen te voorkomen of
|
|||
|
||||
De raad is bevoegd een onderzoek in te stellen naar:
|
||||
|
||||
a. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Nederland met inbegrip van Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie;
|
||||
b. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van de Nederlandse Antillen of Aruba met inbegrip van wateren onder Nederlands-Antilliaanse onderscheidenlijk Arubaanse jurisdictie, indien de raad door de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
|
||||
a. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Nederland met inbegrip van wateren onder Nederlandse jurisdictie;
|
||||
b. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten met inbegrip van wateren onder Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
|
||||
c. voorvallen waarbij een Nederlands zeeschip op volle zee of in wateren onder andere dan Nederlandse jurisdictie is betrokken;
|
||||
d. voorvallen waarbij een ro-ro-veerboot of een hogesnelheidspassagiersvaartuig op volle zee is betrokken dat het laatst een haven in Nederland heeft aangedaan;
|
||||
e. voorvallen waarbij een Nederlands luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland;
|
||||
f. voorvallen waarbij een Nederlands-Antilliaans of een Arubaans zeeschip is betrokken op volle zee of in wateren onder andere dan Nederlands-Antilliaanse onderscheidenlijk Arubaanse jurisdictie, indien de raad door de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
|
||||
g. voorvallen waarbij een Nederlands-Antilliaans of een Arubaans luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland, indien de raad door de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba om een onderzoek daarnaar wordt verzocht.
|
||||
f. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens zeeschip is betrokken op volle zee of in wateren onder andere dan Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
|
||||
g. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot onderzoek strekt zich tevens uit tot:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop in Nederland is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van Nederland met inbegrip van Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie;
|
||||
b. de wijze waarop in de Nederlandse Antillen of Aruba is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van de Nederlandse Antillen of Aruba met inbegrip van wateren onder Nederlands-Antilliaanse onderscheidenlijk Arubaanse jurisdictie, indien de raad door de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
|
||||
a. de wijze waarop in Nederland is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van Nederland met inbegrip van wateren onder Nederlandse jurisdictie;
|
||||
b. de wijze waarop in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten met inbegrip van wateren onder Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;
|
||||
c. het omgaan met de gevolgen van de voorvallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c, d en e;
|
||||
d. het omgaan met de gevolgen van de voorvallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, f en g, indien de raad door de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba om een onderzoek naar die voorvallen wordt verzocht.
|
||||
d. het omgaan met de gevolgen van de voorvallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, f en g, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek naar die voorvallen wordt verzocht.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -284,7 +285,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** In het jaarverslag wordt in ieder geval een overzicht gepubliceerd van de onderzochte voorvallen, de conclusies daaromtrent in de rapporten en de daaraan zo nodig verbonden aanbevelingen. Het jaarverslag bevat tevens het onderzoeksprogramma van de raad.
|
||||
|
||||
**3.** Het jaarverslag wordt aan Onze Ministers, beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
|
||||
**3.** Het jaarverslag wordt aan Onze Ministers, beide Kamers der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -314,7 +315,7 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het melden door Nederland
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester, de gezaghebber van één van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen, Onze Minister die openbare orde in portefeuille heeft van Aruba of, indien het een boorplatform betreft, de Inspecteur-Generaal der Mijnen, is bevoegd maatregelen te treffen die ertoe strekken dat de situatie ter plaatse van een voorval niet wordt gewijzigd. Ten aanzien van terreinen en schepen in beheer bij Onze Minister van Defensie komt deze bevoegdheid toe aan Onze Minister van Defensie.
|
||||
**1.** De burgemeester, de gezaghebber van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, Onze Minister die openbare orde in portefeuille heeft van Aruba, Curaçao of Sint Maarten of, indien het een boorplatform betreft, de Inspecteur-Generaal der Mijnen, is bevoegd maatregelen te treffen die ertoe strekken dat de situatie ter plaatse van een voorval niet wordt gewijzigd. Ten aanzien van terreinen en schepen in beheer bij Onze Minister van Defensie komt deze bevoegdheid toe aan Onze Minister van Defensie.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van rijksbestuur of algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in daarbij aangegeven gevallen maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden getroffen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -408,7 +409,7 @@ a. in geval een voorval in samenhang met andere voorvallen wordt onderzocht;
|
|||
b. indien naderhand blijkt van feiten of omstandigheden die alsnog een onderzoek rechtvaardigen;
|
||||
c. indien het onderzoek uitsluitend het omgaan met de gevolgen van een voorval betreft.
|
||||
|
||||
**4.** De raad stelt Onze Minister wie het aangaat, alsmede in voorkomende gevallen het bestuur van een provincie of gemeente in kennis van het instellen van een onderzoek.
|
||||
**4.** De raad stelt Onze Minister wie het aangaat, alsmede in voorkomende gevallen het bestuur van een provincie of gemeente of het bestuur van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba in kennis van het instellen van een onderzoek.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -416,7 +417,7 @@ De raad onthoudt zich van onderzoek indien Onze Minister dit bepaalt om overwege
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wie het aangaat in Nederland, de commissaris van de Koning of de burgemeester kan een schriftelijk verzoek tot het instellen van een onderzoek indienen bij de raad.
|
||||
**1.** Onze Minister wie het aangaat in Nederland, de commissaris van de Koning, de burgemeester of de gezaghebber van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba kan een schriftelijk verzoek tot het instellen van een onderzoek indienen bij de raad.
|
||||
|
||||
**2.** De raad beslist op het verzoek zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst en stelt de indiener van het verzoek van zijn beslissing in kennis. De raad kan deze termijn eenmaal met vier weken verlengen. Van de verlenging brengt de raad de indiener van het verzoek op de hoogte. Artikel 41, derde lid, is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -432,7 +433,7 @@ Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het in daarbij aangewezen
|
|||
|
||||
**2.** In geval van een onderzoek naar militaire voorvallen waarbij, behalve betrokkenheid van materieel, personeel of voorzieningen van de Nederlandse krijgsmacht, tevens sprake is van betrokkenheid van materieel, personeel of voorzieningen van een of meer andere staten, aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, stelt de raad vertegenwoordigers van die staat of staten in de gelegenheid aan het onderzoek deel te nemen.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van een onderzoek naar voorvallen waarbij de Nederlandse Antillen of Aruba betrokken zijn, kan de raad toestaan dat op verzoek van de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba één of meer vertegenwoordigers van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk van Aruba aan het onderzoek deelnemen.
|
||||
**3.** In geval van een onderzoek naar voorvallen waarbij Aruba, Curaçao of Sint Maarten betrokken zijn, kan de raad toestaan dat op verzoek van de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten één of meer vertegenwoordigers van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten aan het onderzoek deelnemen.
|
||||
|
||||
**4.** De vertegenwoordigers kunnen zich door deskundigen doen bijstaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -538,7 +539,7 @@ c. indien daartoe aanleiding bestaat, de constatering van structurele veiligheid
|
|||
|
||||
**1.** De raad zendt het rapport in concept aan degenen die zijn bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel a. Deze kunnen schriftelijk commentaar leveren gedurende een termijn van vier weken, die aanvangt met ingang van de dag na die waarop hetconcept van het rapport is verzonden. Zij zijn tot geheimhouding van hetconcept van het rapport verplicht. De raad kan het gedeelte van het rapport, bedoeld in artikel 55, tweede lid, onderdeel c, buiten de toezending van het concept laten.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld over het toezenden van het rapport in concept aan andere staten onderscheidenlijk de Nederlandse Antillen en Aruba voor commentaar en over de voor het geven van commentaar te stellen termijn.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden regels gesteld over het toezenden van het rapport in concept aan andere staten onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten voor commentaar en over de voor het geven van commentaar te stellen termijn.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het commentaar daartoe aanleiding geeft, kan de raad het rapport aanpassen. Ingeval geen aanpassing conform de essentie van het commentaar plaatsvindt, geeft de raad in zijn rapport de redenen daarvoor aan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -581,7 +582,7 @@ b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.
|
|||
|
||||
**8.** Bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie wordt in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu.
|
||||
|
||||
**9.** Het derde tot en met het achtste lid is niet van toepassing op milieu-informatie die op de Nederlandse Antillen en Aruba betrekking heeft.
|
||||
**9.** Het derde tot en met het achtste lid is niet van toepassing op milieu-informatie die op Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba betrekking heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
|
|
@ -607,7 +608,7 @@ b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.
|
|||
|
||||
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, kan de raad afzien van het uitbrengen van een openbaar rapport.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de raad toepassing geeft aan het tweede lid stelt hij Onze Minister wie het aangaat, alsmede in voorkomende gevallen het bestuur van een provincie of gemeente daarvan in kennis.
|
||||
**3.** Indien de raad toepassing geeft aan het tweede lid stelt hij Onze Minister wie het aangaat, alsmede in voorkomende gevallen het bestuur van een provincie of gemeente of het bestuur van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba daarvan in kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
|
|
@ -617,7 +618,7 @@ Een conclusie of aanbeveling behelst niet een vermoeden van schuld aan of aanspr
|
|||
|
||||
**1.** De raad kan beslissen het onderzoek tussentijds te beëindigen, indien het onderzoek naar zijn oordeel geen zinvolle aanbevelingen zal opleveren, onverminderd het bepaalde op grond van artikel 5.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de raad toepassing geeft aan het eerste lid stelt hij Onze Minister wie het aangaat, alsmede in voorkomende gevallen het bestuur van een provincie of gemeente daarvan in kennis.
|
||||
**2.** Indien de raad toepassing geeft aan het eerste lid stelt hij Onze Minister wie het aangaat, alsmede in voorkomende gevallen het bestuur van een provincie of gemeente of het bestuur van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba daarvan in kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
|
|
@ -637,17 +638,18 @@ De raad stelt met betrekking tot de door hem te hanteren onderzoeksmethoden een
|
|||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
Indien de politie in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba een onderzoek instelt naar de identiteit van de slachtoffers van een voorval, worden de resultaten van dit onderzoek desgevraagd aan de raad ter beschikking gesteld.
|
||||
Indien de politie in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten een onderzoek instelt naar de identiteit van de slachtoffers van een voorval, worden de resultaten van dit onderzoek desgevraagd aan de raad ter beschikking gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Verhouding tot onderzoek met oog op opleggen van sancties
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur of algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur of algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van het overleg en de coördinatie tussen de raad, het openbaar ministerie in Nederland, de Koninklijke marechaussee, het Korps landelijke politiediensten en de regionale politiekorpsen, ingeval naar aanleiding van een voorval ook het opleggen van een strafrechtelijke sanctie wordt overwogen;
|
||||
b. ten aanzien van de samenwerking tussen de raad, het openbaar ministerie in de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba en het korps politie Nederlandse Antillen onderscheidenlijk het korps politie Aruba, ingeval naar aanleiding van een voorval ook het opleggen van een strafrechtelijke sanctie wordt overwogen;
|
||||
c. omtrent het in dat kader wederzijds ter beschikking stellen van voorwerpen.
|
||||
a. ten aanzien van het overleg en de coördinatie tussen de raad, het openbaar ministerie in het Europese deel van Nederland, de Koninklijke marechaussee, het Korps landelijke politiediensten en de regionale politiekorpsen, ingeval naar aanleiding van een voorval ook het opleggen van een strafrechtelijke sanctie wordt overwogen;
|
||||
b. ten aanzien van de samenwerking tussen de raad, het openbaar ministerie in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten en het korps politie Aruba, het korps politie Curaçao, onderscheidenlijk het korps politie Sint Maarten, ingeval naar aanleiding van een voorval ook het opleggen van een strafrechtelijke sanctie wordt overwogen;
|
||||
c. ten aanzien van de samenwerking tussen de raad, het openbaar ministerie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het korps politie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ingeval naar aanleiding van een voorval ook het opleggen van een strafrechtelijke sanctie wordt overwogen;
|
||||
d. omtrent het in dat kader wederzijds ter beschikking stellen van voorwerpen.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
|
|
@ -681,7 +683,13 @@ f. door de raad opgestelde documenten.
|
|||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de overige onderzoekers doen geen aangifte van strafbare feiten waarvan ze bij de uitoefening van hun functie bij de raad kennis hebben gekregen, bij een opsporingsambtenaar, met uitzondering van de gevallen bedoeld in de artikelen 160 en 162 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, meineed, de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen en de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid.
|
||||
De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de overige onderzoekers doen geen aangifte van strafbare feiten waarvan ze bij de uitoefening van hun functie bij de raad kennis hebben gekregen, bij een opsporingsambtenaar, met uitzondering van de gevallen bedoeld in de artikelen 160 en 162 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, meineed, de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, de feiten strafbaar gesteld in:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht;
|
||||
b. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES;
|
||||
c. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;
|
||||
d. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao;
|
||||
e. de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Geheimhouding
|
||||
|
||||
|
|
@ -715,13 +723,13 @@ Onze Minister zendt na overleg met Onze Ministers wie het aangaat, jaarlijks aan
|
|||
|
||||
De raad is bevoegd een onderzoek in te stellen naar de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van aanbevelingen die de raad in eerder onderzoek heeft gedaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Onderzoek door een ander land
|
||||
## Hoofdstuk 7. Onderzoek door een andere staat
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het in daarbij aangewezen gevallen deelnemen door de raad of een vertegenwoordiger van de raad aan een onderzoek dat door een andere staat wordt ingesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat Onze Minister in Nederland wie het aangaat in daarbij aangewezen gevallen de raad of een door Onze Minister in Nederland wie het aangaat aan te wijzen vertegenwoordiger kan opdragen deel te nemen of bijstand te verlenen aan een onderzoek dat door een andere staat wordt ingesteld dan wel bijstand te verlenen aan een onderzoek dat door de Nederlandse Antillen of Aruba wordt ingesteld.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat Onze Minister in Nederland wie het aangaat in daarbij aangewezen gevallen de raad of een door Onze Minister in Nederland wie het aangaat aan te wijzen vertegenwoordiger kan opdragen deel te nemen of bijstand te verlenen aan een onderzoek dat door een andere staat wordt ingesteld dan wel bijstand te verlenen aan een onderzoek dat door Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt ingesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gesteld omtrent de aanwijzing door Onze Minister in Nederland wie het aangaat van een vertegenwoordiger als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,7 +739,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ove
|
|||
|
||||
### Artikel 79
|
||||
|
||||
Onze Minister wie het aangaat, en de raad maken een ontwerp-rapport dat zij hebben verkregen gedurende een onderzoek, verricht door een andere staat, door de Nederlandse Antillen of door Aruba, niet openbaar tenzij zij daartoe uitdrukkelijk toestemming hebben gekregen van de betrokken staat onderscheidenlijk het betrokken land of het betrokken stuk door die staat of dat land reeds openbaar is gemaakt of is vrijgegeven.
|
||||
Onze Minister wie het aangaat, en de raad maken een ontwerp-rapport dat zij hebben verkregen gedurende een onderzoek, verricht door een andere staat, door Aruba, door Curaçao of door Sint Maarten, niet openbaar tenzij zij daartoe uitdrukkelijk toestemming hebben gekregen van de betrokken staat onderscheidenlijk het betrokken land of het betrokken stuk door die staat of dat land reeds openbaar is gemaakt of is vrijgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
|
|
@ -741,7 +749,7 @@ Indien Nederland aanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregele
|
|||
|
||||
### Artikel 81
|
||||
|
||||
**1.** Degene die handelt in strijd met het bepaalde op grond van artikelen 28, eerste lid, of 31, tweede lid, of in strijd met artikel 49, 51, tweede lid, 72 of 74, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 7.400,– onderscheidenlijk AWG 7.400,–.
|
||||
**1.** Degene die handelt in strijd met het bepaalde op grond van de artikelen 28, eerste lid, of 31, tweede lid, of in strijd met de artikelen 49, 51, tweede lid, 72 of 74, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie, dan wel, indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, een geldboete van ten hoogste AWG 7.400, onderscheidenlijk ANG 7.400.
|
||||
|
||||
**2.** De krachtens het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -749,15 +757,17 @@ Indien Nederland aanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregele
|
|||
|
||||
**1.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn, onverminderd de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, belast de door Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen en de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn tevens respectievelijk belast de daartoe door de overheid in de Nederlandse Antillen en door de overheid in Aruba aangewezen personen.
|
||||
**2.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn tevens belast de door Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
**3.** Met de opsporing van de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede de feiten strafbaar gesteld in de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao en de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, zijn tevens respectievelijk belast de daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao en Sint Maarten aangewezen personen.
|
||||
|
||||
**4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Evaluatie
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, zendt Onze Minister binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze rijkswet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de raad.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, zendt Onze Minister binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze rijkswet en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de raad.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 26, derde lid, worden voorschriften gesteld omtrent de totstandkoming van het verslag en de betrokkenheid van de raad daarbij.
|
||||
|
||||
|
|
@ -769,7 +779,7 @@ Indien Nederland aanbevelingen of andere voorstellen voor preventieve maatregele
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 23, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, wordt de termijn waarbinnen de raad in de gelegenheid wordt gesteld alsnog zijn taak naar behoren uit te voeren, gesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 23, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, stellen Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat tevens de raad en de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba onverwijld in kennis van door hen getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 23, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, stellen Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat tevens de raad, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en de Staten van Sint Maarten onverwijld in kennis van door hen getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue