2003-01-01 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2c6f005c75
commit 090401ee3f

View file

@ -1302,15 +1302,22 @@ c. op aanvraag van de ambtenaar.
**1.** Onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel, genoemd in dit artikel, wordt verstaan de overeenkomst, die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel. Onder het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in dit artikel, wordt verstaan het reglement van die stichting dat is vastgesteld met inachtneming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP.
**2.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, wordt ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat.
**2.**
**3.**
Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, wordt ontslag verleend indien:
a. het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden en
b. in het jaar voorafgaande aan de beoogde ontslagdatum geen gespaard verlof als bedoeld in de Regeling verlofsparen politie is genoten.
**3.** Het ontslag, bedoeld in het tweede lid, gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een uitkering als bedoeld in het tweede lid.
**4.**
Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking.
Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het tweede lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd.
**4.** Artikel 87, tweede tot en met vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**5.** Artikel 87, tweede tot en met vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 88
@ -1319,7 +1326,7 @@ Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk o
Aan de ambtenaar die op 1 januari 2001 50 jaar of ouder was en die op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 was aangesteld voor
a. de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie in een door het bevoegd gezag aangewezen functie waaraan bij door Onze Minister gestelde regels tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens was verbonden, of
b. de uitvoering van de politietaak, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, eervol ontslag verleend.
b. de uitvoering van de politietaak, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, eervol ontslag verleend. Indien de in de eerste volzin bedoelde ambtenaar de functie heeft van vlieger bij het Korps landelijke politiediensten, wordt aan hem met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de 55-jarige leeftijd bereikt, eervol ontslag verleend.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde ontslag op zestigjarige leeftijd kan op verzoek van de ambtenaar worden uitgesteld, mits met toepassing van artikel 49a dan wel met toepassing van artikel 50, eerste lid, onderdeel g, is vastgesteld dat hiertegen geen bezwaar bestaat.
@ -1333,9 +1340,11 @@ b. de uitvoering van de politietaak, wordt met ingang van de eerste dag van de m
**7.** Indien de ambtenaar na het in het tweede lid bedoelde uitstel ongeschikt wordt tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, vindt met ingang van de eerste dag van een maand eervol ontslag plaats indien sprake is van ongeschiktheid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van 52 weken. Voor het bepalen van de periode van 52 weken worden perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte samengeteld, indien de perioden van ongeschiktheid elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
**8.** De ambtenaar aan wie op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
**8.** Het ontslag, bedoeld in het derde, vijfde en zevende lid, wordt niet verleend indien binnen een jaar voorafgaande aan de beoogde ontslagdatum gespaard verlof als bedoeld in de Regeling verlofsparen politie is genoten.
**9.** Het ontslag op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, is een ontslag als bedoeld in artikel 87a, tweede lid, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.
**9.** De ambtenaar aan wie op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
**10.** Het ontslag op grond van het eerste, derde, vijfde of zevende lid, is een ontslag als bedoeld in artikel 87a, tweede lid, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.
### Artikel 88a