2004-11-01 | BWBR0012790 | Besluit zeevisvaartbemanning

This commit is contained in:
Coornhert 2004-11-01 12:00:00 +00:00
parent b8ee3c47ab
commit 10a96bf224

View file

@ -40,7 +40,7 @@ Dit besluit is van toepassing aan boord van vissersvaartuigen.
**1.**
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan het hoofd van de Scheepvaartinspectie ontheffing verlenen van de verplichting om het vissersvaartuig te bemannen in overeenstemming met hoofdstuk 3, zoals vermeld op het bemanningscertificaat, indien blijkt dat:
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan de inspecteur-generaal ontheffing verlenen van de verplichting om het vissersvaartuig te bemannen in overeenstemming met hoofdstuk 3, zoals vermeld op het bemanningscertificaat, indien blijkt dat:
a. korte tijd voor het vertrek van het vissersvaartuig uit de haven een of meer leden van de bemanning niet beschikbaar zijn;
b. dringende omstandigheden ertoe nopen het vertrek niet langer uit te stellen, en
@ -48,7 +48,7 @@ c. met de aan boord aanwezige bemanning, gelet op de bijzonderheden van de reis,
**2.**
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan het hoofd van de Scheepvaartinspectie een ontheffing als bedoeld in artikel 25 van de wet verlenen, indien:
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan de inspecteur-generaal een ontheffing als bedoeld in artikel 25 van de wet verlenen, indien:
a. er onvoldoende bemanningsleden voorhanden zijn in het bezit van de vereiste kwalificaties,
b. de ontheffing verleend wordt aan een bemanningslid dat in het bezit is van het vaarbevoegdheidsbewijs dat vereist is voor de relevante lagere functie, en
@ -187,7 +187,7 @@ Een vaarbevoegdheidsbewijs voor de zeevisvaart is geldig tot ten hoogste vijf ja
**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de ingevolge dit besluit vereiste beroepsvereisten, ervaring en medische geschiktheid.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste 1 jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie daarmee vergelijkbare functie.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste 1 jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van de inspecteur-generaal relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, naar het oordeel van de inspecteur-generaal daarmee vergelijkbare functie.
**3.** In het geval, genoemd in het tweede lid, wordt het vaarbevoegdheidsbewijs dat is vernieuwd ingenomen of zonodig ongeldig gemaakt.
@ -196,8 +196,8 @@ Een vaarbevoegdheidsbewijs voor de zeevisvaart is geldig tot ten hoogste vijf ja
Een vaarbevoegdheidsbewijs, dat door verloop van de geldigheidsduur ongeldig is geworden, en dat niet op grond van het tweede lid kan worden vernieuwd, wordt op verzoek vernieuwd indien de aanvrager direct voorafgaande aan de aanvraag:
a. een daartoe door Onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd en met succes heeft afgesloten;
b. gedurende drie maanden in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante functie boven de sterkte heeft gevaren, of
c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie relevante, maar lagere functie heeft gevaren dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
b. gedurende drie maanden in een naar het oordeel van de inspecteur-generaal relevante functie boven de sterkte heeft gevaren, of
c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar het oordeel van de inspecteur-generaal relevante, maar lagere functie heeft gevaren dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
**5.** Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan worden vervangen door een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum van het originele document.
@ -533,18 +533,18 @@ d. de naam en roepletters van het vissersvaartuig
### Artikel 51
**1.** De scheepsbeheerder stelt het hoofd van de Scheepvaartinspectie telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij een opgemaakte monsterrol dan wel een wijziging in enige monsterrol van de schipper heeft ontvangen.
**1.** De scheepsbeheerder stelt de inspecteur-generaal telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij een opgemaakte monsterrol dan wel een wijziging in enige monsterrol van de schipper heeft ontvangen.
**2.**
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot het, door de scheepsbeheerder, in kennis stellen van het hoofd van de Scheepvaartinspectie van opgemaakte monsterrollen en wijzigingen in de monsterrol voor het houden van toezicht op:
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot het, door de scheepsbeheerder, in kennis stellen van de inspecteur-generaal van opgemaakte monsterrollen en wijzigingen in de monsterrol voor het houden van toezicht op:
a. de naleving van de wettelijke bepalingen inzake de bevoegdheden van de bemanningsleden;
b. de bemanningssamenstelling;
c. de verleende ontheffingen;
d. de toepassing van andere wet- en regelgeving waarbij de samenstelling van de bemanning van belang is.
**3.** De opgemaakte monsterrollen en de wijzigingen in de monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden van het hoofd van de Scheepvaartinspectie.
**3.** De opgemaakte monsterrollen en de wijzigingen in de monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden van de inspecteur-generaal.
### Artikel 52
@ -554,7 +554,7 @@ De scheepsbeheerder bewaart een monsterrol, nadat zij is vervangen of nadat de g
### Artikel 53
**1.** Het hoofd van de Scheepvaartinspectie geeft een monsterboekje af aan degene die bij de aanvraag voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
**1.** De inspecteur-generaal geeft een monsterboekje af aan degene die bij de aanvraag voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
**2.**
@ -563,7 +563,7 @@ Voor de afgifte van een monsterboekje komt uitsluitend in aanmerking:
a. degene die aantoont dat met een scheepsbeheerder of zeewerkgever een arbeidsovereenkomst voor de vaart ter zee is aangegaan of zal worden aangegaan dan wel degene die een schriftelijke maatschapsovereenkomst in het kader van de zeevisserij heeft aangegaan of zal aangaan;
b. degene die aantoont een opleiding te volgen voor een beroep waarvoor een vaarbevoegdheidsbewijs vereist is;
c. degene die behoort tot een andere, door Onze Minister aan te wijzen categorie personen, of
d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie ten behoeve van zijn beroepsuitoefening nodig heeft.
d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van de inspecteur-generaal ten behoeve van zijn beroepsuitoefening nodig heeft.
### Artikel 54
@ -579,17 +579,17 @@ e. zo nodig aanvullende informatie, die nodig is om de gegevens, bedoeld in arti
**2.** De aanvraag wordt niet in behandeling genomen dan nadat de kosten voor de afgifte van het monsterboekje zijn voldaan.
**3.** In plaats van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde documenten kunnen daarvan kopieën worden overgelegd, die door de ambtenaar van de afdeling bevolking van de gemeente waar de aanvrager is ingeschreven zijn gewaarmerkt of door een andere door het hoofd van de Scheepvaartinspectie geaccepteerde autoriteit.
**3.** In plaats van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde documenten kunnen daarvan kopieën worden overgelegd, die door de ambtenaar van de afdeling bevolking van de gemeente waar de aanvrager is ingeschreven zijn gewaarmerkt of door een andere door de inspecteur-generaal geaccepteerde autoriteit.
**4.** In plaats van het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde afschrift kan, indien de aanvrager zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft, worden volstaan met documenten die in het land van herkomst gebruikelijk zijn.
**5.** Het hoofd van de Scheepvaartinspectie bepaalt de wijze van afgifte van het monsterboekje.
**5.** De inspecteur-generaal bepaalt de wijze van afgifte van het monsterboekje.
### Artikel 55
**1.**
Alvorens het monsterboekje af te geven tekent het hoofd van de Scheepvaartinspectie in elk geval de volgende gegevens erin aan:
Alvorens het monsterboekje af te geven tekent de inspecteur-generaal in elk geval de volgende gegevens erin aan:
a. van de houder:
@ -625,11 +625,11 @@ Onverminderd artikel 53, tweede lid, kan in de volgende gevallen een voorlopig m
a. indien de aanvrager niet tijdig in Nederland een monsterboekje kan aanvragen;
b. op verzoek van de zeevarende die aantoont het monsterboekje niet langer dan drie maanden nodig te hebben voor zijn werkzaamheden aan boord; of
c. indien naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie niet zeker is dat de aanvrager een arbeidsovereenkomst met de scheepsbeheerder of de zeewerkgever zal kunnen sluiten dan wel een schriftelijke maatschapsovereenkomst in het kader van de zeevisserij zal aangaan.
c. indien naar het oordeel van de inspecteur-generaal niet zeker is dat de aanvrager een arbeidsovereenkomst met de scheepsbeheerder of de zeewerkgever zal kunnen sluiten dan wel een schriftelijke maatschapsovereenkomst in het kader van de zeevisserij zal aangaan.
**2.** In het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door de schipper.
**3.** In de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door het hoofd van de Scheepvaartinspectie.
**3.** In de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door de inspecteur-generaal.
### Artikel 58
@ -637,7 +637,7 @@ De artikelen 53, tweede lid, 54 en 55 zijn van overeenkomstige toepassing bij de
### Artikel 59
**1.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke personen naast het hoofd van de Scheepvaartinspectie en de schipper bevoegd zijn tot het maken van de daarbij genoemde aanvullende aantekeningen of van wijzigingen in een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.
**1.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke personen naast de inspecteur-generaal en de schipper bevoegd zijn tot het maken van de daarbij genoemde aanvullende aantekeningen of van wijzigingen in een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.
**2.** Een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje, waarin een ander dan een van de in het eerste lid bedoelde personen de daarbij genoemde aantekeningen of wijzigingen heeft aangebracht, is ongeldig.
@ -677,7 +677,7 @@ c. betreffende het gehoororgaan wordt afgegeven door een aangewezen medisch spec
**3.** Bij de vaststelling van medische eisen wordt bepaald ten aanzien van welke nieuwe medische eisen een ontheffing als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet kan worden verleend.
**4.** In afwijking van het bepaalde in artikel 61, tweede lid, wordt de desbetreffende geneeskundige verklaring, indien ontheffing wordt gegeven van een bepaalde medische eis, afgegeven door de medisch adviseur van het hoofd van de Scheepvaartinspectie.
**4.** In afwijking van het bepaalde in artikel 61, tweede lid, wordt de desbetreffende geneeskundige verklaring, indien ontheffing wordt gegeven van een bepaalde medische eis, afgegeven door de medisch adviseur van de inspecteur-generaal.
### Artikel 63
@ -761,7 +761,7 @@ i. niet meer werkzaam is in de patiëntenzorg en een te gering aantal keuringen
### Artikel 70
**1.** De medisch adviseur van het hoofd van de Scheepvaartinspectie kan geneeskundige verklaringen, afgegeven op grond van medische eisen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig zijn aan het geheel van de medische eisen, die krachtens dit besluit worden gesteld, gelijkstellen met een of meer krachtens dit besluit afgegeven geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart.
**1.** De medisch adviseur van de inspecteur-generaal kan geneeskundige verklaringen, afgegeven op grond van medische eisen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig zijn aan het geheel van de medische eisen, die krachtens dit besluit worden gesteld, gelijkstellen met een of meer krachtens dit besluit afgegeven geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart.
**2.** Een in het eerste lid bedoelde geneeskundige verklaring mag niet langer dan 1 jaar voor de beoordeling zijn afgegeven.
@ -773,7 +773,7 @@ i. niet meer werkzaam is in de patiëntenzorg en een te gering aantal keuringen
**3.** De kosten van een geneeskundig of specialistisch onderzoek als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet worden door het Rijk gedragen.
**4.** De kosten van een heronderzoek of een aanvullend specialistisch onderzoek, bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet kunnen worden gedragen door her Rijk, voor zover zij naar het oordeel van het hoofd van de Scheepvaartinspectie redelijkerwijs niet voor rekening van de gekeurde behoren te komen.
**4.** De kosten van een heronderzoek of een aanvullend specialistisch onderzoek, bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet kunnen worden gedragen door her Rijk, voor zover zij naar het oordeel van de inspecteur-generaal redelijkerwijs niet voor rekening van de gekeurde behoren te komen.
## Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de bemanning van vissersvaartuigen
@ -820,9 +820,9 @@ f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van
**3.** Onze Minister kan diploma's, door bevoegde autoriteiten in andere landen afgegeven op grond van het Verdrag betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946 als gelijkwaardig aan Nederlandse diploma's erkennen.
**4.** Het hoofd van de Scheepvaartinspectie kan op een daartoe strekkend verzoek van de scheepsbeheerder voor een bepaalde tijd ontheffing van het in het eerste lid bepaalde met betrekking tot het gediplomeerd zijn van de scheepskok, indien er naar zijn redelijk oordeel een onvoldoend aantal gediplomeerde scheepskoks ter beschikking staat.
**4.** De inspecteur-generaal kan op een daartoe strekkend verzoek van de scheepsbeheerder voor een bepaalde tijd ontheffing van het in het eerste lid bepaalde met betrekking tot het gediplomeerd zijn van de scheepskok, indien er naar zijn redelijk oordeel een onvoldoend aantal gediplomeerde scheepskoks ter beschikking staat.
**5.** Aan een in het vijfde lid bedoelde ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Indien de voorschriften niet worden nageleefd kan het hoofd van de Scheepvaartinspectie een verleende ontheffing tussentijds intrekken.
**5.** Aan een in het vijfde lid bedoelde ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Indien de voorschriften niet worden nageleefd kan de inspecteur-generaal een verleende ontheffing tussentijds intrekken.
### Artikel 76