2003-08-01 | BWBR0005792 | Wet toezicht kredietwezen 1992

This commit is contained in:
Coornhert 2003-08-01 12:00:00 +00:00
parent ee9f510d32
commit 135058845b

View file

@ -226,7 +226,7 @@ De Bank kan, indien:
a. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens de artikelen 7a, 10, 11 of 30 bepaalde;
b. zich bij de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder *b*, *c*, *d* of *e*, voordoet; onderscheidenlijk
c. de verklaring als bedoeld in artikel 30, tweede lid, een verklaring is die een andere inhoud heeft dan dat de jaarrekening als bedoeld in artikel 30, eerste lid, een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar; of
c. de verklaring als bedoeld in artikel 30, tweede lid, een verklaring is die een andere inhoud heeft dan dat de jaarrekening als bedoeld in artikel 30, eerste lid, een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar;.
de bevoegde organen van de kredietinstelling een aanwijzing geven om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen, teneinde te bereiken dat, binnen een door de Bank te bepalen termijn, wordt voldaan aan het bij of krachtens de artikelen 7a, 10, 11 of 30 bepaalde, zich bij de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder *b*, *c*, *d* of *e*, niet meer voordoet , onderscheidenlijk de verklaring, bedoeld in artikel 30, tweede lid, betreffende de jaarrekening over een door de Bank te bepalen boekjaar wordt gegeven die inhoudt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar.
@ -473,7 +473,7 @@ b. de Bank van oordeel is dat de handeling anderszins in strijd zou zijn of zou
c. de Bank van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen; of
d. Onze minister van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen.
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onder *a, b* en *c*, onderscheidenlijk het tweede lid, onder *d*, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onder a, b, c en d, onderscheidenlijk het tweede lid, onder e, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**4.** Ingeval een handeling als bedoeld in het eerste lid is verricht, zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is de in overtreding zijnde kredietinstelling gehouden binnen een door Onze minister dan wel vanwege Onze minister door de Bank te bepalen termijn de verrichte handeling ongedaan te maken dan wel de beperkingen alsnog in acht te nemen. Deze verplichting vervalt op het tijdstip waarop en voor zover voor de desbetreffende handeling alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken.
@ -492,7 +492,7 @@ b. de Bank van oordeel is, dat de handeling ertoe zou leiden of zou kunnen leide
c. de Bank van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen; of
d. Onze minister van oordeel is, dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een ongewenste ontwikkeling van het kredietwezen.
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onder *a* tot en met *c*, onderscheidenlijk het tweede lid, onder *d*, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**3.** Aan een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid kunnen op grond van de overwegingen als bedoeld in het tweede lid, onder a, b, c en d, onderscheidenlijk het tweede lid, onder e, beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**4.** Ingeval het houden, het verwerven of het vergroten van een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid is verricht, zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is de in overtreding zijnde natuurlijke persoon of rechtspersoon gehouden binnen een door Onze minister dan wel vanwege Onze minister door de Bank te bepalen termijn de verrichte handeling ongedaan te maken dan wel de beperkingen alsnog in acht te nemen. Deze verplichting vervalt op het tijdstip waarop en voor zover voor de desbetreffende handeling alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken.
@ -1031,7 +1031,7 @@ De Bank is bevoegd bij een kredietinstelling die ingevolge artikel 52 tweede lid
**3.** Indien de Bank zulks in het belang van een doelmatig toezicht noodzakelijk acht, kan zij een kredietinstelling opdragen staten als bedoeld in het eerste lid, bij haar in te dienen die betrekking hebben op tijdstippen met een kortere tussenpoos of op kortere termijnen dan ingevolge het tweede lid is bepaald.
**4.** De verplichtingen als omschreven in het eerste lid gelden niet voor zover aan een kredietinstelling een ontheffing als bedoeld in de artikelen 20, vierde lid, 21, vierde lid, of 30b, derde lid is verleend.
**4.** De verplichtingen als omschreven in het eerste lid gelden niet voor zover aan een kredietinstelling een ontheffing als bedoeld in de artikelen 20, vierde lid, 21, vierde lid, of 30b, vierde lid is verleend.
**5.** De staten als bedoeld in het eerste lid moeten periodiek zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De kredietinstelling is verplicht bij de opdracht tot het onderzoek de accountant schriftelijk te machtigen desgevraagd of ingevolge een daartoe strekkende overeenkomst tussen de kredietinstelling, de accountant en de Bank aan de Bank alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijze geacht kunnen worden nodig te zijn voor de juiste uitvoering van de taak, bij deze wet aan de Bank opgelegd. De Bank stelt de kredietinstelling in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de accountant.