2016-02-01 | BWBR0007321 | Besluit rechtspositie vrijwillige politie

This commit is contained in:
Coornhert 2016-02-01 12:00:00 +00:00
parent 4830c05765
commit 15b08be9cb

View file

@ -21,7 +21,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. de vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is benoemd tot vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie;
c. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012;
d. de vrijwillige ambtenaar van politie: de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar in opleiding;
d. de vrijwillige ambtenaar van politie: de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar in opleiding;
e. bevoegd gezag:
1. de korpschef, voor zover het betreft de vrijwillige ambtenaar van politie, die werkzaam is bij het landelijk politiekorps;
@ -202,9 +202,7 @@ Indien geen sprake is van een ongeval maar wel van een ziekte die is ontstaan of
### Artikel 14
**1.** De artikelen 11 tot en met 13 zijn eveneens van toepassing op de gewezen vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, voor zover deze de zestigjarige leeftijd nog niet heeft bereikt.
**2.** Artikel 10 is eveneens van toepassing op de gewezen vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak tot het tijdstip, genoemd in artikel 38, eerste lid, indien hij blijvend arbeidsongeschikt is.
De artikelen 10 tot en met 13 zijn eveneens van toepassing op de gewezen vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
### Paragraaf 3a. Regels omtrent goed ambtelijk handelen
@ -446,15 +444,7 @@ c. wanneer naar het oordeel van het bevoegd gezag het belang van de dienst dit v
### Artikel 38
**1.** Het bevoegd gezag verleent de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, ongevraagd eervol ontslag met ingang van de eerste van de maand volgend op die waarin hij de zestigjarige leeftijd bereikt.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde ontslag op zestigjarige leeftijd kan op verzoek van de vrijwillige ambtenaar worden uitgesteld mits is vastgesteld dat hiertegen geen bezwaar bestaat.
**3.** Voor het vaststellen van het in het tweede lid bedoelde bezwaar zijn de artikelen 88c en 50, eerste lid onderdeel g, van het Besluit algemene rechtspositie politie van overeenkomstige toepassing.
**4.** Na het in het tweede lid bedoelde uitstel vindt op aanvraag van de vrijwillige ambtenaar eervol ontslag plaats.
**5.** Het ontslag, bedoeld in het vierde lid, wordt verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand en niet later dan drie maanden na de dag waarop de aanvraag om ontslag is ontvangen.
Vervallen
### Artikel 38a
@ -476,7 +466,7 @@ Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publie
**1.**
Anders dan op eigen aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 37, 38, of 39 kan de vrijwillige ambtenaar van politie worden ontslagen op grond van:
Anders dan op eigen aanvraag, bij wijze van straf of ingevolge artikel 37 of 39 kan de vrijwillige ambtenaar van politie worden ontslagen op grond van:
a. het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt;
b. een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de ambtenaar onder curatele is gesteld;