2006-03-25 | BWBR0013042 | Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving
This commit is contained in:
parent
ac17e54209
commit
1675f4db49
1 changed files with 18 additions and 71 deletions
|
|
@ -1705,85 +1705,50 @@ b. het belang van daglicht in een ruimte minder zwaar weegt naar mate de in die
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De werkgever inventariseert het geluid op de arbeidsplaats, als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van het Arbobesluit middels metingen overeenkomstig de Nederlandse norm NEN 3419:1992 "Ergonomie. Meting van geluid op de arbeidsplaats. Uitgebreid onderzoek", wanneer tijdens de uitvoering van enigerlei werkzaamheid het geluidsniveau de schadegrens van 80 dB(A) overschrijdt. Metingen kunnen achterwege blijven wanneer uit andere bron voldoende nauwkeurige gegevens beschikbaar zijn over de geluidsniveaus van voorkomende werkzaamheden.
|
||||
De werkgever beoordeelt de lawaainiveaus waaraan werknemers zijn blootgesteld als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van het Arbobesluit middels metingen, wanneer door de uitvoering van enigerlei werkzaamheid de dagelijkse blootstelling aan lawaai (dagdosis, L_EX,T) hoger is dan 80 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger is dan 112 Pa (bij benadering 135 dB(C) momentane geluidsdruk). De Nederlandse norm NEN 3418 ‘Ergonomie. Het beoordelen van geluid op de arbeidsplaats’1De norm NEN 3418 wordt aangepast aan het Besluit van 25 januari 2006 tot wijziging van het Arbobesluit houdende regels met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van lawaai (Stb. 56). De herziening verschijnt naar verwachting in april 2006. dient daarbij als leidraad.
|
||||
|
||||
In situaties waarin overschrijding van de grens van 80 dB(A) bij een eerste beoordeling niet ondubbelzinnig valt vast te stellen, geven steekproefmetingen overeenkomstig de Nederlandse norm NEN 3418:1992 "Ergonomie. Meting van geluid op de arbeidsplaats. Oriënterende meetmethode", daarover uitsluitsel.
|
||||
Metingen kunnen achterwege blijven wanneer uit andere bron voldoende nauwkeurige gegevens beschikbaar zijn over de te beoordelen lawaainiveaus van de voorkomende werkzaamheden. In situaties waarin overschrijding van de dagdosis van 80 dB(A) of de piekgeluidsdruk van 112 Pa (135 dB(C)) bij een eerste beoordeling niet ondubbelzinnig valt vast te stellen, geven representatieve steekproefmetingen daarover uitsluitsel.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever of de deskundige dienst in zijn opdracht voert de inventariserende geluidsmetingen, als bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, uit overeenkomstig de Nederlandse norm NEN 3419. Dit waarborgt de representativiteit van de meetresultaten voor de blootstelling aan geluid op de arbeidsplaats gedurende de dagelijkse arbeidstijd.
|
||||
**2.** De deskundige of de arbodienst voert in opdracht van de werkgever de geluidsmetingen als bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, uit overeenkomstig de Nederlandse norm NEN 3418. Dit waarborgt de representativiteit van de meetresultaten voor de blootstelling aan lawaai gedurende de dagelijkse arbeidstijd.
|
||||
|
||||
**3.** Toepassing van de norm NEN 3419 voor het meten van geluid op de arbeidsplaats waarborgt dat de bij de meting gebruikte methoden en apparaten zijn aangepast aan de desbetreffende omstandigheden als genoemd in artikel 6.7, derde lid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De registratie van de meetresultaten, genoemd in artikel 6.7, vijfde lid, is zodanig dat daarin de gegevens zijn terug te vinden die noodzakelijk zijn voor de evaluatie van het risico als gevolg van het geluid op de arbeidsplaats:
|
||||
|
||||
a. de geluidsniveaus tijdens de diverse werkzaamheden,
|
||||
b. de gemiddelde dagelijkse blootstellingsduur en
|
||||
c. het aantal blootgestelden,
|
||||
|
||||
een en ander overeenkomstig de norm NEN 3419.
|
||||
|
||||
**5.** In de toelichting bij het verslag van de metingen wordt aangegeven welke conclusies de werkgever verbindt aan de bevindingen voor wat betreft de prioriteitstelling bij het ondernemen van acties ter eliminering of vermindering van de geconstateerde risico's.
|
||||
**3.** Toepassing van de norm NEN 3418 voor het meten van geluid op de arbeidsplaats waarborgt dat de bij de meting gebruikte methoden en apparaten zijn aangepast aan de desbetreffende omstandigheden als genoemd in artikel 6.7, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Wanneer een werknemer de dagdosis L_EX,T van 85 dB(A) of het piekniveau van 140 Pa (bij benadering 137 dB(C) momentane geluidsdruk) overschrijdt, worden op de werkplekken die een wezenlijke bijdrage leveren aan die dagdosis technische of organisatorische maatregelen genomen om die bijdrage te reduceren, overeenkomstig de algemeen erkende stand van de lawaaibestrijdingstechniek in de bedrijfstak en de stand van de techniek in het algemeen. In ieder geval geldt dit voor de werkplekken waar de partiële dosis L_EX,T hoger is dan 85 dB(A).
|
||||
|
||||
Bij overschrijding van de grens van 85 dB(A) op de arbeidsplaats kan beperking van het equivalente geluidsniveau op de arbeidsplaats tot een waarde van maximaal 85 dB(A) door maatregelen aan de bron in termen van technische haalbaarheid in redelijkheid niet worden gevergd wanneer de geluidsproductie van de machines die het geluid veroorzaken overeenkomt met de algemeen erkende stand van de lawaaibestrijdingstechniek in de bedrijfstak en de stand van de techniek in algemene zin. Daaraan wordt voldaan door machines die in vergelijking met andere, overigens vergelijkbare machines op de markt behoren tot de stilste 20% bij de onderlinge vergelijking van de geluidsproductie van machines dienen de door de fabrikant verstrekte gegevens als uitgangspunt.
|
||||
**2.** De werkgever vervangt machines waarvan de geluidsproductie niet beantwoordt aan bovengenoemde criteria wanneer de economische levensduur is verstreken.
|
||||
|
||||
De methode om vast te stellen of machines aan genoemde voorwaarden voldoen is vastgelegd in de norm NEN-EN-ISO 11689:1997 "Akoestiek. Procedure voor de vergelijking van geluidsemissie-gegevens van machines en apparaten".
|
||||
**3.** Wanneer de dagdosis van de werknemer door lawaaibestrijding aan de bron door toepassing van de algemeen erkende stand van de techniek of van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding niet tot beneden 85 dB(A) (piekniveau 140 Pa of 137 dB(C)) kan worden teruggebracht, beperkt de werkgever de geluidsoverdracht naar de arbeidsplaats met gebruikmaking van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding zodanig dat de dagdosis van de betrokken werknemers zoveel mogelijk tot beneden 85 dB(A) (piekniveau 140 Pa of 137 dB(C)) wordt gereduceerd.
|
||||
|
||||
**2.** In specifieke situaties waarin toepassing van machines die beantwoorden aan de stand van de lawaaibestrijdingstechniek op grond van operationele of economische overwegingen met haalbaar is, geldt dat alleen machines gebruikt kunnen worden waarvan de geluidsproductie zover is teruggebracht als met gebruikmaking van algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding mogelijk is.
|
||||
**4.** Werkruimten, bedieningsplaatsen, arbeidsmiddelen etc. met een geluidniveau hoger dan 85 dB(A) (of piekniveau hoger dan 140 Pa of 137 dB(C)), dienen als gehoorbeschermingszone gemarkeerd te worden. Hiervoor zijn genormaliseerde waarschuwingspictogrammen in de handel verkrijgbaar, die bij de werkplekken of bij de ingang van de werkruimtes aangebracht kunnen worden. De pictogrammen moeten goed zichtbaar zijn. De afbakening van de gehoorbeschermingszone bestaat tenminste uit waarschuwingspictogrammen en kan daarnaast middels geel/zwarte band op de vloer of muur worden aangeduid.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever vervangt machines waarvan de geluidsproductie niet beantwoordt aan bovengenoemde criteria wanneer de economische levensduur is verstreken. Zolang de economische levensduur nog niet is verstreken, beperkt de werkgever op grond van het derde en vierde lid de geluidsoverdracht naar de arbeidsplaats en de blootstelling aan schadelijk geluid van de betrokken werknemers zoveel als mogelijk is met gebruikmaking van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
**4.** De plicht tot vervanging van machines waarvan de geluidsproductie op grond van eerder genoemde criteria te hoog is, geldt in beginsel voor alle arbeidssituaties waarin het equivalente geluidsniveau op de arbeidsplaats hoger is dan 85 dB(A). Wanneer de totale blootstelingsduur echter zodanig kort is dat het geluidsdosisniveau van de betrokken werknemer(s) gedurende een representatieve werkdag (overeenkomstig NEN 3419:1992 "Ergonomie. Meting van geluid op de arbeidsplaats. Uitgebreid onderzoek"), met hoger is dan 80 dB(A), kan vervanging van lawaaiige machines in redelijkheid niet worden gevergd.
|
||||
|
||||
**5.** Beperking van het geluidsniveau op de arbeidsplaats als gevolg van het verrichten van werkzaamheden tot ten hoogste 85 dB(A) kan in redelijkheid niet worden gevergd wanneer genoemde grens wordt overschreden ondanks het feit dat betreffende werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig de algemeen erkende stand van de techniek of, wanneer dat op grond van operationele of economische haalbaarheid niet mogelijk is, als bij de uitvoering van de betreffende werkzaamheden de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding worden toegepast.
|
||||
|
||||
**6.** Wanneer het geluidsniveau op de arbeidsplaats door lawaaibestrijding aan de bron door toepassing van de stand van de techniek of van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding in redelijkheid niet tot beneden 85 dB(A) kan worden teruggebracht, beperkt de werkgever de geluidsoverdracht naar de arbeidsplaats met gebruikmaking van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding zodanig dat het geluidsniveau waaraan de berokken werknemers zijn blootgesteld zoveel mogelijk tot beneden 85 dB(A) wordt gereduceerd.
|
||||
|
||||
**7.** Beperking van het geluidsniveau op de arbeidsplaats tot beneden 85 dB(A) door het treffen van voorzieningen ter beperking van de geluidsoverdracht kan in redelijkheid met worden gevergd wanneer toepassing van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding ontoereikend is om dit resultaat te bereiken.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
De werkgever voorkomt vergroting van het gevaar bij gebruik van gehoorbeschermingsmiddelen door de volgende voorzorgen in acht te nemen:
|
||||
|
||||
a. de gehoorbeschermers bieden een voldoende maar niet overmatige geluiddemping;
|
||||
b. akoestische waarschuwingssignalen zijn zodanig dat zij ook bij gebruik van gehoorbeschermers duidelijk hoorbaar zijn;
|
||||
c. in gevallen dat richtinghoren van overwegend belang is voor de veiligheid, biedt de werkgever gehoorbeschermers aan die dit richtinghoren zo weinig mogelijk in negatieve zin beïnvloeden.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
In situaties waarvoor deze maatregelen ontoereikend zijn om ongevallen te voorkomen, neemt de werkgever aanvullende maatregelen, zoals:
|
||||
|
||||
a. akoestische gevaarsignalering aanpassen danwel aanvullen met lichtsignalen, bijvoorbeeld zwaailichten;
|
||||
b. het toepassen van draadloze communicatiemiddelen, ingebouwd in de te gebruiken gehoorbeschermingsmiddelen; hierbij ziet de werkgever erop toe dat het geluidsniveau in de gehoorgang met hoger is dan 80 dB(A) of, als dit technisch niet mogelijk is, met hoger dan 85 dB(A).
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
Gehoorbeschermers worden afgestemd op de omstandigheden ter plaatse door met name de volgende factoren mee in overweging te nemen:
|
||||
Gehoorbeschermers zijn passend wanneer zij worden afgestemd op de omstandigheden ter plaatse door met name de volgende factoren mee in overweging te nemen:
|
||||
|
||||
a. de klimaatomstandigheden op de arbeidsplaats;
|
||||
b. de aard van de uit te voeren werkzaamheden;
|
||||
c. de hoeveelheid vrije ruimte op de arbeidsplaats;
|
||||
d. de eventuele noodzaak gehoorbeschermers te gebruiken in combinatie met andere persoonlijke beschermingsmiddelen.
|
||||
|
||||
**11.**
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Afstemming van gehoorbeschermers op de ergonomische eisen en de vereisten met betrekking tot de gezondheid van de werknemer geschiedt door rekening te houden met de volgerde zaken:
|
||||
Afstemming van gehoorbeschermers op de ergonomische eisen en de vereisten met betrekking tot de gezondheid van de werknemer geschiedt door rekening te houden met de volgende zaken:
|
||||
|
||||
a. het draagcomfort van de gehoorbeschermers;
|
||||
b. de persoonlijke voorkeur van de werknemers voor een bepaald type gehoorbeschermers;
|
||||
c. medische aspecten die een beletsel kunnen vormen voor het gebruik van bepaalde typen gehoorbeschermers.
|
||||
|
||||
**12.** De werkgever zorgt ervoor dat de aangeboden gehoorbeschermers geschikt zijn voor de drager door de gebruikers een keuze te bieden uit verschillende typen gehoorbeschermers die alle voldoende demping bieden voor de situatie waarin de gehoorbeschermers worden gebruikt.
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
**13.** De werkgever selecteert gehoorbeschermers die een demping van het geluid op de arbeidsplaats bieden tot een equivalent geluidsniveau van ten hoogste 80 danwel 85 dB(A) aan de hand van de norm NEN-EN 458:1994 "Gehoorbeschermers – Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud. Praktijkrichtlijn".
|
||||
De werkgever zorgt ervoor dat de aangeboden gehoorbeschermers geschikt zijn voor de drager door de gebruikers een keuze te bieden uit verschillende typen gehoorbeschermers die voldoende demping bieden voor de situatie waarin de gehoorbeschermers worden gebruikt. Hierbij ziet de werkgever erop toe dat de dagelijkse blootstelling in de gehoorgang niet hoger is dan 80 dB(A) (en het piekniveau niet hoger is dan 112 Pa of 135 dB(C)) of, als dit technisch niet mogelijk is, in ieder geval niet hoger dan 87 dB(A) (en het piekniveau niet hoger dan 200 Pa of 140 dB(C)).
|
||||
|
||||
De selectie gebeurt aan de hand van de norm NEN-EN 458:1994 ‘Gehoorbeschermers – Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud. Praktijkrichtlijn’.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.9
|
||||
|
||||
De werkgever treft zodanige technische en organisatorische maatregelen dat voor de werknemers die bijzondere taken uitvoeren het geluidsexpositieniveau, gemiddeld over een periode van een week, niet hoger is dan 85 dB(A). De werkgever controleert of hieraan wordt voldaan door het weekgemiddeide rechtstreeks te meten met daartoe geëigende apparatuur (bijv geluidsdosismeter of datalogger), of door het weekgemiddeide te berekenen overeenkomstig de aanwijzingen die daarvoor worden gegeven in de Nederlandse norm NEN 3419:1992 "Ergonomie. Meting van geluid op de arbeidsplaats. Uitgebreid onderzoek". Beperking van het geluidsexpositieniveau tot maximaal 85 dB(A) kan in redelijkheid niet worden gevergd wanneer het geluidsniveau op de plaatsen waar de bijzondere taken worden uitgevoerd overeenkomt met de stand van de techniek voor de betrokken geluidsbronnen en wanneer er bovendien sprake is van bijzondere omstandigheden die een beroep op de redelijkerwijs-clausule rechtvaardigen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.14
|
||||
|
||||
|
|
@ -1963,21 +1928,7 @@ b. de eisen aan de eerste-hulpuitrusting, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen
|
|||
|
||||
### Artikel 6.23
|
||||
|
||||
**1.** Bij overschrijding van de grens van 85 dB(A) op de arbeidsplaats kan beperking van het equivalente geluidsniveau op de arbeidsplaats tot een waarde van maximaal 85 dB(A) door maatregelen aan de bron in termen van technische haalbaarheid in redelijkheid niet worden gevergd wanneer de geluidsproductie van de machines die het geluid veroorzaken overeenkomt met de algemeen erkende stand van de lawaaibestrijdingstechniek in de bedrijfstak en de stand van de techniek in algemene zin. Daaraan wordt voldaan door machines die in vergelijking met andere, overigens vergelijkbare machines op de markt behoren tot de stilste 20%. Bij de onderlinge vergelijking van de geluidsproductie van machines dienen de door de fabrikant verstrekte gegevens als uitgangspunt. De methode om vast te stellen of machines aan genoemde voorwaarden voldoen is vastgelegd in de norm NEN-EN-ISO 11689:1997 "Akoestiek. Procedure voor de vergelijking van geluidsemissie-gegevens van machines en apparaten".
|
||||
|
||||
**2.** In specifieke situaties waarin toepassing van machines die beantwoorden aan de stand van de lawaaibestrijdingstechniek op grond van operationele of economische overwegingen niet haalbaar is, geldt dat alleen machines gebruikt kunnen worden waarvan de geluidsproductie zover is teruggebracht als met gebruikmaking van algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding mogelijk is.
|
||||
|
||||
**3.** De werkgever vervangt machines waarvan de geluidsproductie met beantwoordt aan bovengenoemde criteria wanneer de economische levensduur is verstreken. Zolang de economische levensduur nog niet is verstreken, beperkt de werkgever op grond van het derde en vierde lid de geluidsoverdracht naar de arbeidsplaats en de blootstelling aan schadelijk geluid van de betrokken werknemers zoveel als mogelijk is met gebruikmaking van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding.
|
||||
|
||||
**4.** De plicht tot vervanging van machines waarvan de geluidsproductie op grond van eerder genoemde criteria te hoog is, geldt in beginsel voor alle arbeidssituaties waarin het equivalente geluidsniveau op de arbeidsplaats hoger is dan 85 dB(A). Wanneer de totale blootstellingsduur echter zodanig kort is dat het geluidsdosisniveau van de betrokken werknemer(s) gedurende een representatieve werkdag (overeenkomstig NEN 3419) niet hoger is dan 80 dB(A), kan vervanging van lawaaiige machines in redelijkheid niet worden gevergd.
|
||||
|
||||
**5.** Beperking van het geluidsniveau op de arbeidsplaats als gevolg van het verrichten van werkzaamheden tot ten hoogste 85 dB(A) kan in redelijkheid met worden gevergd wanneer genoemde grens wordt overschreden ondanks het feit dat betreffende werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig de algemeen erkende stand van de techniek of, wanneer dat op grond van operationele of economische haalbaarheid niet mogelijk is, als bij de uitvoering van de betreffende werkzaamheden de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding worden toegepast.
|
||||
|
||||
**6.** Wanneer het geluidsniveau op de arbeidsplaats door lawaaibestrijding aan de bron door toepassing van de stand van de techniek of van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding in redelijkheid met tot beneden 85 dB(A) kan worden teruggebracht, beperkt de werkgever de geluidsoverdracht naar de arbeidsplaats met gebruikmaking van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding zodanig dat het geluidsniveau waaraan de betrokken werknemers zijn blootgesteld zoveel mogelijk tot beneden 85 dB(A) wordt gereduceerd.
|
||||
|
||||
**7.** Beperking van het geluidsniveau op de arbeidsplaats tot beneden 85 dB(A) door het treffen van voorzieningen ter beperking van de geluidsoverdracht kan in redelijkheid niet worden gevergd wanneer toepassing van de algemeen gangbare voorzieningen voor lawaaibestrijding ontoereikend is om dit resultaat te bereiken.
|
||||
|
||||
**8.** De werkgever selecteert gehoorbeschermers die voldoen aan hoofdstuk 8, afdeling 1, aan de hand van de norm NEN-EN 458:1994 "Gehoorbeschermers – Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud Praktijkrichtlijn".
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Hoofdstuk 7 Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
|
||||
|
||||
|
|
@ -2619,10 +2570,6 @@ Het niet door een gecertificeerd persoon toezicht houden op het bewerken van pro
|
|||
|
||||
(artikel 4.8a, lid 2 Arbobesluit)
|
||||
|
||||
Het door een bedrijf arbeid verrichten bestaande uit het opsporen van conventionele explosieven, zonder in het bezit te zijn van een procescertificaat opsporen conventionele explosieven.
|
||||
|
||||
(artikel 4.8b, lid 2 Arbobesluit)
|
||||
|
||||
Het niet begeleiden door een gecertificeerde arbeidshygiënist of veiligheidskundige van het afgraven, opslaan, vervoeren, ter beschikking stellen of reinigen van asbesthoudende grond.
|
||||
|
||||
(artikel 4.45a, lid 1, Arbobesluit)
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue