2026-01-01 | BWBR0008659 | Huursubsidiewet
This commit is contained in:
parent
ec7ecdb147
commit
1a6f7c3e98
1 changed files with 44 additions and 90 deletions
|
|
@ -63,21 +63,14 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de bepalingen die daarop berusten wordt verstaan onder rekenhuur: de huurprijs die de huurder per maand is verschuldigd, of, als dat lager is dan de huurprijs, een bedrag dat gelijk is aan de maximale huurprijsgrens, bedoeld in de krachtens de artikelen 10, eerste lid, en 12, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte daarover gestelde regels, vermeerderd met:
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder rekenhuur:
|
||||
|
||||
a. een bedrag voor door de huurder verschuldigde servicekosten, en
|
||||
b. in geval van huur van een woonwagen zonder eigen aandrijving het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats.
|
||||
a. de huurprijs die de huurder per maand verschuldigd is, of
|
||||
b. als dat lager is dan de huurprijs een bedrag dat gelijk is aan de maximale huurprijsgrens, bedoeld in de krachtens de artikelen 10, eerste lid, en 12, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gestelde regels,
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan het in de aanhef van dat lid laatstbedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat, op verzoek van de Dienst Toeslagen, de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan de Dienst Toeslagen en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld.
|
||||
in geval van huur van een woonwagen zonder eigen aandrijving vermeerderd met het bedrag dat verschuldigd is voor de huur van de standplaats.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als servicekosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden uitsluitend in aanmerking genomen:
|
||||
|
||||
a. kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
b. schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
c. de kosten voor de diensten van een huismeester, met een maximum van € 12 per maand;
|
||||
d. kapitaals- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten, met een maximum van € 12 per maand.
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid kan het in onderdeel b van dat lid bedoelde bedrag slechts in plaats van de verschuldigde huurprijs in aanmerking worden genomen nadat, op verzoek van de Dienst Toeslagen, de huurcommissie, dan wel de voorzitter van de huurcommissie, aan de Dienst Toeslagen en aan de huurder advies heeft uitgebracht, dan wel een verklaring heeft verstrekt, over de redelijk te achten huurprijs. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent die verklaring nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -146,27 +139,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Geen huurtoeslag wordt toegekend als de rekenhuur:
|
||||
De maximale huurgrens is:
|
||||
|
||||
a. hoger is dan € 900,07 per maand als:
|
||||
a. € 932,93 per maand als:
|
||||
|
||||
1º. de huurder, diens partner of een van de medebewoners 23 jaar of ouder is, dan wel de woning deelt met een kind of pleegkind van de huurder, diens partner of een medebewoner of
|
||||
2º. de huurder, diens partner of de medebewoner jonger dan 23 jaar is, en een handicap heeft
|
||||
1º. de huurder, diens partner of een van de medebewoners 21 jaar of ouder is, dan wel de woning deelt met een kind of pleegkind van de huurder, diens partner of een medebewoner of
|
||||
2º. de huurder, diens partner of de medebewoner jonger dan 21 jaar is, en een handicap heeft
|
||||
|
||||
of
|
||||
b. hoger is dan € 477,20 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
b. € 498,20 per maand in andere gevallen dan bedoeld onder a.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. als sprake is van overschrijding van een daar genoemd bedrag omdat voorzieningen zijn aangebracht in en rond de woning, die noodzakelijk zijn in verband met een handicap van de huurder, van diens partner of van een medebewoner;
|
||||
b. als de woning geschikt en bestemd is voor de huisvesting van een huishouden van ten minste acht personen, en het huishouden van de huurder uit ten minste acht personen bestaat;
|
||||
c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als de huurder eerder een huurtoeslag ten aanzien van de desbetreffende woning is toegekend.
|
||||
|
||||
**3.** Als een huurtoeslag wordt toegekend met toepassing van het tweede lid, ontvangt de huurder geen huurtoeslag voor het deel van de rekenhuur dat ligt boven het maximum dat in het eerste lid is genoemd.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste lid, onder a en b, genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
|
||||
**2.** De in het eerste lid, onder a en b, genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Eisen aan de financiële positie
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,10 +159,10 @@ c. na overschrijding van de bedragen, genoemd in het eerste lid, als de huurder
|
|||
|
||||
Het norminkomen bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 28.375 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 38.500 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 27.100,60 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 35.784,56 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
a. € 29.400 bij een eenpersoonshuishouden;
|
||||
b. € 39.925 bij een meerpersoonshuishouden;
|
||||
c. € 28.089,78 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
|
||||
d. € 37.183,99 bij een meerpersoonsouderenhuishouden.
|
||||
|
||||
**2.** Het norminkomen, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt vermeerderd met € 665 onderscheidenlijk € 1 462.
|
||||
|
||||
|
|
@ -195,7 +178,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig de artikelen 17, 18 en 19 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 januari 2023 bij Stb. 2022/528: € 0.In Stb. 2023/494 wordt de basishuur aangepast vanaf 1 januari 2024..
|
||||
De basishuur is het gedeelte van de rekenhuur dat minimaal voor rekening van de huurder blijft. De basishuur is het overeenkomstig artikel 17 berekende bedrag van de normhuur verhoogd met € 12 per 1 januari 2023 bij Stb. 2022/528: € 0.In Stb. 2023/494 wordt de basishuur aangepast vanaf 1 januari 2024..
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -206,7 +189,7 @@ Het minimum-inkomensijkpunt wordt verkregen door:
|
|||
a. voor een eenpersoonshuishouden: de uitkomst van het bedrag van het bruto- ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 340;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: de uitkomst van twee maal het bedrag van het bruto- ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, vermeerderd met het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet, zoals dat bedrag naar redelijke verwachting in het berekeningsjaar zal luiden, te herrekenen naar een jaarinkomen in het berekeningsjaar en dat jaarinkomen te vermeerderen met € 2 512.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 238,01.
|
||||
**2.** Bij het minimum-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 252,49.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -219,56 +202,24 @@ b. € 3,63 als sprake is van een meerpersoonshuishouden.
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het referentie-inkomensijkpunt bedraagt:
|
||||
|
||||
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 32.625;
|
||||
b. voor een meerpersoonshuishouden: € 42.475.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het referentie-inkomensijkpunt behoort een normhuur van € 483,78.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De normhuur, bedoeld in het tweede lid, wordt verlaagd met:
|
||||
|
||||
a. € 2,27 als sprake is van een eenpersoonshuishouden; en
|
||||
b. € 4,54 als sprake is van een meerpersoonshuishouden.
|
||||
|
||||
**4.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Voor elk rekeninkomen onder of gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, geldt de normhuur, bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt is, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de hoogte van de normhuur de uitkomst van de formule:
|
||||
|
||||
(a x Y^2) + (b x Y)
|
||||
|
||||
in welke formule voorstelt:
|
||||
|
||||
a en b: de factoren, vast te stellen bij ministeriële regeling, die, per type huishouden, worden afgeleid uit de lineaire relatie tussen de bij het minimum-inkomensijkpunt behorende normhuurquote en de bij het referentie-inkomensijkpunt behorende normhuurquote;
|
||||
|
||||
Y: het rekeninkomen.
|
||||
|
||||
**3.** De overeenkomstig het tweede lid berekende normhuur wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de factoren, bedoeld in het tweede lid, gewijzigd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Kwaliteitskortings- en aftoppingsgrens
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 477,20 per maand.
|
||||
**1.** De kwaliteitskortingsgrens is € 498,20 per maand.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aftoppingsgrens is:
|
||||
|
||||
a. € 682,96 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. € 731,93 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
a. € 713,02 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit één of twee personen bestaat;
|
||||
b. € 764,14 per maand als het huishouden van de huurder, afgezien van eventuele onderhuurders en personen die tot diens huishouden behoren, uit drie of meer personen bestaat.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari van elk jaar gewijzigd overeenkomstig artikel 27.
|
||||
|
||||
|
|
@ -282,11 +233,21 @@ De hoogte van de huurtoeslag wordt als volgt bepaald:
|
|||
|
||||
a. het deel van de rekenhuur boven de basishuur tot aan de kwaliteitskortingsgrens wordt voor 100 procent gesubsidieerd;
|
||||
b. het deel van de rekenhuur boven de kwaliteitskortingsgrens tot aan de aftoppingsgrens wordt voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage gesubsidieerd;
|
||||
c. het deel van de rekenhuur boven de aftoppingsgrens wordt voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage gesubsidieerd.
|
||||
c. het deel van de rekenhuur boven de aftoppingsgrens wordt voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage gesubsidieerd;
|
||||
d. het deel van de rekenhuur boven de maximale huurgrens wordt niet gesubsidieerd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt, als de basishuur op of boven de kwaliteitskortingsgrens ligt, het deel van de rekenhuur boven de basishuur tot aan de aftoppingsgrens voor het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, gesubsidieerd.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt, als de basishuur op of boven de aftoppingsgrens ligt, het deel van de rekenhuur boven de basishuur voor het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, gesubsidieerd.
|
||||
Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, wordt, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de overeenkomstig het eerste lid bepaalde hoogte van de huurtoeslag, verlaagd met de uitkomst van de formule:
|
||||
|
||||
Y x (afbouwpercentage/12) in welke formule voorstelt:
|
||||
|
||||
Y: het rekeninkomen verminderd met het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17;
|
||||
|
||||
afbouwpercentage:
|
||||
|
||||
a. 27% voor eenpersoonshuishoudens, of
|
||||
b. 22% voor meerpersoonshuishoudens.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -352,17 +313,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Naast de wijziging op grond van het eerste lid kan het bedrag, genoemd in artikel 14, eerste lid (norminkomen), bij ministeriële regeling worden gewijzigd ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden, met ingang van 1 januari van elk jaar, de bedragen, genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onderdeel b (maximale huurgrens), 17, tweede lid (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur), 18, tweede lid (bij referentie-inkomensijkpunt behorende normhuur), en 20, eerste en tweede lid (kwaliteitskortingsgrens en aftoppingsgrenzen), gewijzigd met het percentage van de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van het aan het berekeningsjaar voorafgaande jaar tot 1 juli van het berekeningsjaar zal plaatsvinden.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden, met ingang van 1 januari van elk jaar, de bedragen, genoemd in de artikelen 13, eerste lid, onderdeel b (maximale huurgrens), 17, tweede lid (bij minimum-inkomensijkpunt behorende normhuur), en 20, eerste en tweede lid (kwaliteitskortingsgrens en aftoppingsgrenzen), gewijzigd met het percentage van de huurprijsontwikkeling, zoals die naar redelijke verwachting in het tijdvak dat loopt van 1 juli van het aan het berekeningsjaar voorafgaande jaar tot 1 juli van het berekeningsjaar zal plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling wordt elk jaar, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de hoogte vastgesteld van de bedragen, zoals die met ingang van 1 januari krachtens artikel 17, eerste lid, als minimum-inkomensijkpunten gelden.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de bedragen, genoemd in artikel 18, eerste lid (referentie-inkomensijkpunten), gewijzigd met het percentage, waarmee de in het berekeningsjaar verwachte corresponderende bedragen krachtens artikel 17, eerste lid, onderdelen a en b (minimum-inkomensijkpunten), afwijken van de corresponderende bedragen die in het daaraan voorafgaande berekeningsjaar gelden krachtens de in dat artikellid genoemde wetten. Van dit percentage kan worden afgeweken, voor zover de wijziging van de in artikel 17, eerste lid, bedoelde jaarinkomens onbedoeld afwijkt van de wijziging welke naar verwachting plaats zal vinden met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
|
||||
**5.** De bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten, met uitzondering van de norminkomens, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen a en b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonshuishoudens), die naar boven worden afgerond op een veelvoud van € 25. De bedragen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, en de som van de bedragen, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdelen c of d, en bedoeld in artikel 14, tweede lid (maximum inkomen bij een- en meerpersoonsouderenhuishoudens), worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende wijziging van de norminkomens en de bedragen, bedoeld in het vijfde lid, wordt uitgegaan van de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
|
||||
|
||||
**6.** De bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten, met uitzondering van de norminkomens, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen a en b (maximum inkomen bij een- en meerpersoonshuishoudens), die naar boven worden afgerond op een veelvoud van € 25. De bedragen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, en de som van de bedragen, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdelen c of d, en bedoeld in artikel 14, tweede lid (maximum inkomen bij een- en meerpersoonsouderenhuishoudens), worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Bij een volgende wijziging van de norminkomens en de bedragen, bedoeld in het vijfde lid, wordt uitgegaan van de bedragen zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
|
||||
**6.** De overeenkomstig het eerste tot en met vijfde lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende minimum-inkomensijkpunten, referentie-inkomensijkpunten, maximale inkomensgrenzen, normhuren, de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde factoren, bedoeld in artikel 19, tweede lid, maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**7.** De overeenkomstig het eerste tot en met zesde lid vastgestelde, vanaf 1 januari geldende minimum-inkomensijkpunten, referentie-inkomensijkpunten, maximale inkomensgrenzen, normhuren, de als gevolg daarvan voor de onderscheiden typen huishouden gewijzigde factoren, bedoeld in artikel 19, tweede lid, maximale huur-, kwaliteitskortings- en aftoppingsgrenzen, worden elk jaar uiterlijk op 1 november daaraan voorafgaand in de Staatscourant bekendgemaakt.
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 16 (verhoging van de normhuur), en 17, eerste lid, onderdelen a en b (toeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onderdelen a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in de artikelen 5, derde lid, onderdelen a, b, c, en d (maximum service-kosten), 16 (verhoging van de normhuur), 17, eerste lid, onderdelen a en b (toeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en derde lid, onderdelen a en b (verlaging van de normhuur bij minimum-inkomensijkpunt), en artikel 18, derde lid, onderdelen a en b (verlaging van de normhuur bij referentie-inkomensijkpunt), hoger of lager worden gesteld.
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling kan het afbouwpercentage, bedoeld in artikel 21, tweede lid, worden gewijzigd voor zover de wijziging van de jaarinkomens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onbedoeld afwijkt van de wijziging welke naar verwachting plaats zal vinden met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Hulp- en informatiepunten
|
||||
|
||||
|
|
@ -496,7 +457,7 @@ De Dienst Toeslagen verstrekt op verzoek aan burgemeester en wethouders de voor
|
|||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Toeslagen kan voor de huur van nader door Onze Minister aangewezen woningen of categorieën van woningen een huurtoeslag toekennen in afwijking van de artikelen 1, onder c en d, 11 en 13, ten behoeve van experimenten die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de volkshuisvesting zijn. Onze Minister bepaalt hierbij vooraf de duur van het experiment.
|
||||
**1.** De Dienst Toeslagen kan voor de huur van nader door Onze Minister aangewezen woningen of categorieën van woningen een huurtoeslag toekennen in afwijking van de artikelen 1, onder c en d, en 11, ten behoeve van experimenten die naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de volkshuisvesting zijn. Onze Minister bepaalt hierbij vooraf de duur van het experiment.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Toeslagen kan op verzoek van Onze Minister na afsluiting van het experiment af blijven wijken van de in het eerste lid genoemde artikelen, voor zover het de bewoners betreft die tijdens de duur van het experiment een huurtoeslag ontvingen met toepassing van het eerste lid en zolang een door Onze Minister op basis van het experiment noodzakelijk geoordeelde wijziging van deze wet nog niet van kracht is geworden en in werking is getreden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -530,22 +491,15 @@ De Wet individuele huursubsidie wordt ingetrokken.
|
|||
|
||||
**3.** Artikel 11 blijft buiten toepassing ten aanzien van een huurder van onzelfstandige woonruimte, anders dan bedoeld in dat artikel, indien die woonruimte onmiddellijk voorafgaand aan het moment dat de Wet individuele huursubsidie werd ingetrokken, was aangewezen als woonruimte aan de huurder waarvan een bijdrage op voet van die wet kon worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 13, eerste lid, is niet van toepassing op een huurder op wie artikel 41 van de Wet individuele huursubsidie of artikel II van de wet van 9 juni 1994 houdende wijziging van de Wet individuele huursubsidie (Stb. 439) van toepassing was over de aan de dag van inwerkingtreding van deze wet voorafgaande kalendermaand, zolang deze huurder het genot van de desbetreffende woning behoudt. Artikel 13, derde lid, is in deze gevallen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de toepassing van artikel 2, en bij de toepassing van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen kan de Dienst Toeslagen op verzoek van de huurder het op 31 december 2005 van kracht zijnde beleid toepassen dat Onze Minister heeft getroffen op grond van artikel 9 en artikel 26, eerste lid, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen luidden.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid geldt uitsluitend in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen.
|
||||
|
||||
**7.** Een verrekening als bedoeld in artikel 36, derde lid, kan mede betrekking hebben op te veel betaalde bedragen en de daarop betrekking hebbende verhogingen op voet van de Wet individuele huursubsidie.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van artikel 41 voor het eerste subsidiejaar na inwerkingtreding van deze wet, gelden de bijdragen op voet van de Wet individuele huursubsidie over het daaraan voorafgaande jaar als uitgaven aan huursubsidie.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
Indien artikel I, onder B en C, van het bij koninklijke boodschap van 26 juni 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (*kamerstukken* 24 233) tot wet wordt verheven en in werking treedt:
|
||||
|
||||
a. met ingang van 1 juli van enig jaar, treedt artikel 10 in werking met ingang van die datum;
|
||||
b. met ingang van een andere datum dan 1 juli, treedt artikel 10 in werking met ingang van de 1 juli die volgt op die datum.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 56a
|
||||
|
||||
|
|
@ -553,7 +507,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 56b
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, aanhef, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Huursubsidiewet, zoals die luidden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel EA, van de wet van 26 januari 2004 tot wijziging van de Huursubsidiewet en enkele andere wetten (introductie van een nieuwe procedure voor huurders die een aanvraag om toekenning van huursubsidie indienen) (Stb. 61), luiden de daarin genoemde bedragen voor het tijdvak dat loopt van 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004: € 585,24 onderscheidenlijk € 317,03.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue