2019-07-25 | BWBR0028402 | Beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs
This commit is contained in:
parent
b8ae67e087
commit
1d34d074ab
1 changed files with 10 additions and 4 deletions
|
|
@ -48,7 +48,9 @@ De minister verleent uitsluitend toestemming, indien hij naar aanleiding van de
|
|||
a. de financiële en bestuurlijke continuïteit van de aanvrager alsmede de kwaliteit van het door de aanvrager te verzorgen onderwijs in voldoende mate zijn gewaarborgd en
|
||||
b. de naleving door de aanvrager van de wettelijke voorschriften inzake de kwaliteitszorg, de registratie, het onderwijs, de examens en de vooropleidingseisen in voldoende mate is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De minister verleent, na advies van de commissie van advies, genoemd in artikel 6.11, eerste lid, van de wet, geen toestemming indien de naleving van artikel 1.3, vijfde lid, van de wet, onvoldoende is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor een positief oordeel als bedoeld in het eerste lid dient in ieder geval te worden voldaan aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -57,7 +59,7 @@ b. het accreditatieorgaan heeft met betrekking tot de opleiding waarop de aanvra
|
|||
c. de aanvrager heeft ten tijde van de aanvraag het volledige curriculum van de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft, ten minste één maal recent in Nederland verzorgd op de wijze, bedoeld in het derde lid, en
|
||||
d. studenten hebben de opleiding waarop de aanvraag betrekking heeft, recent afgerond.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het verzorgen van het volledige curriculum van de opleiding, bedoeld in het tweede lid, onder c, houdt in ieder geval het volgende in:
|
||||
|
||||
|
|
@ -67,7 +69,7 @@ c. de aanvrager verzorgt ten minste zelf de kern van het curriculum van de oplei
|
|||
d. de personen die de opleiding verzorgen zijn bij de aanvrager in dienst of anderszins op zodanige wijze met de aanvrager verbonden, dat de opleiding wordt verzorgd overeenkomstig de wensen en regelingen van de aanvrager;
|
||||
e. de opleiding is geen gezamenlijke opleiding als bedoeld in artikel 7.3c van de wet.
|
||||
|
||||
**4.** Bij overdracht zijn de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b en c, niet van toepassing, indien de aanvrager een rechtspersoon is aan wie een andere rechtspersoon voor hoger onderwijs een geaccrediteerde opleiding wil overdragen.
|
||||
**5.** Bij overdracht zijn de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b en c, niet van toepassing, indien de aanvrager een rechtspersoon is aan wie een andere rechtspersoon voor hoger onderwijs een geaccrediteerde opleiding wil overdragen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Benodigde gegevens en bescheiden
|
||||
|
||||
|
|
@ -106,11 +108,15 @@ De minister neemt binnen 16 weken nadat een aanvraag is ingediend, een besluit.
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De minister kan besluiten dat aan een opleiding of aan alle opleidingen verzorgd door een rechtspersoon voor hoger onderwijs, het recht om graden te verlenen wordt ontnomen, indien:
|
||||
|
||||
a. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, de registratie, het onderwijs, de examens of de vooropleidingseisen, of
|
||||
b. de financiële of bestuurlijke continuïteit van de rechtspersoon naar het oordeel van de minister niet langer is gewaarborgd, waardoor onvoldoende waarborgen bestaan dat kan worden voldaan aan hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, de registratie, het onderwijs, de examens of de vooropleidingseisen.
|
||||
|
||||
**2.** De minister kan, na advies van de commissie van advies, genoemd in artikel 6.11, eerste lid, van de wet, besluiten dat aan een opleiding of aan alle opleidingen verzorgd door een rechtspersoon voor hoger onderwijs, het recht om graden te verlenen wordt ontnomen, indien de naleving van artikel 1.3, vijfde lid, van de wet niet of niet langer is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Interpretatie van
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
|
@ -121,7 +127,7 @@ Onder ‘de nodige inlichtingen’, bedoeld in artikel 1.12, derde lid, eerste v
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van aanvragen die na 1 september 2010 bij de minister worden ingediend en zijn voorzien van een op het ‘Protocol aanwijzingsprocedure, toelichting op de werkwijze’ gebaseerd positief oordeel van het accreditatieorgaan, beoordeelt de minister de voorwaarde bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, met in achtneming van genoemd protocol.
|
||||
**1.** Ten aanzien van aanvragen die na 1 september 2010 bij de minister worden ingediend en zijn voorzien van een op het ‘Protocol aanwijzingsprocedure, toelichting op de werkwijze’ gebaseerd positief oordeel van het accreditatieorgaan, beoordeelt de minister de voorwaarde bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c, met in achtneming van genoemd protocol.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de minister een positief besluit neemt ten aanzien van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, wordt de toestemming verleend onder de beperking dat binnen een bij dat besluit te bepalen termijn ten behoeve van nadere advisering van de minister door de inspectie zal worden onderzocht of voor dat deel van het curriculum dat eerder nog niet werd verzorgd wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van de kwaliteitszorg, de registratie, het onderwijs en de examens, alsmede de vooropleidingseisen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue