2005-10-23 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
This commit is contained in:
parent
45e77e9cd7
commit
2003c05fa1
1 changed files with 121 additions and 48 deletions
|
|
@ -6390,9 +6390,7 @@ Het begrip verwijdering omvat alle overheidshandelingen en handelingen van vervo
|
|||
|
||||
#### 1.3. Vertrek
|
||||
|
||||
Van vertrek is sprake indien een vreemdeling Nederland uit eigen beweging al dan niet gedurende de vertrektermijn verlaat. Dit zelfstandige vertrek kan ook door het Terugkeerbureau en het Bureau Doormigratie van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland worden gefaciliteerd. Hiertoe biedt het IOM een terugkeerregeling aan (zie 5).
|
||||
|
||||
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
|
||||
Van vertrek is sprake indien een vreemdeling zelfstandig of gedwongen vertrekt, al dan niet aantoonbaar uit Nederland. Zelfstandige vertrek wordt onder andere gefaciliteerd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland. Hiertoe biedt IOM een vertrekregeling aan (zie A4/5).
|
||||
|
||||
#### 1.4. Uitzetting
|
||||
|
||||
|
|
@ -6570,53 +6568,117 @@ Indien de vreemdeling de beroepstermijn ongebruikt laat, kan deze in mindering w
|
|||
1. indien de Minister de vertrektermijn tegelijk met de afwijzing van de aanvraag verkort, dan zal de rechter bij de beoordeling van het beroep op de rechter tevens de verkorting van de termijn beoordelen;
|
||||
2. indien de Minister pas na afloop van het beroep op de rechter de vertrektermijn verkort, dan is afzonderlijk bezwaar of beroep mogelijk. In dit laatste geval mag de behandeling van een ingediend bezwaar- of beroepschrift niet in Nederland worden afgewacht.
|
||||
|
||||
### 5. Zelfstandige gefaciliteerde terugkeer
|
||||
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
|
||||
|
||||
#### 5.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland bemiddelt bij de terugkeer van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe een terugkeerregeling aan. Deze regeling houdt in dat de vreemdeling in het bezit wordt gesteld van een vliegticket voor zijn vertrek naar zijn land van herkomst en dat een ondersteuningsbijdrage wordt toegekend ten behoeve van de kosten van levensonderhoud in de eerste periode na vertrek uit Nederland. Ook kan de vreemdeling in aanmerking komen voor reiskosten binnen het land van bestemming, naar de plaats van vestiging.
|
||||
De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland bemiddelt bij het zelfstandig vertrek van vreemdelingen die Nederland willen verlaten en biedt daartoe de REAN-regeling (Return and Emigration of Aliens from the Netherlands) aan. Deze regeling houdt in dat de vreemdeling in het bezit wordt gesteld van een vliegticket voor zijn vertrek naar zijn land van herkomst of een derde land indien op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend. Afhankelijk van de situatie van de vreemdeling kan een ondersteuningsbijdrage worden toegekend ten behoeve van de kosten van levensonderhoud in de eerste periode na vertrek uit Nederland. Tevens kunnen de kosten voor het verkrijgen van een vervangend reisdocument worden vergoed. Ook kan de vreemdeling in aanmerking komen voor reiskosten binnen het land van bestemming, naar de plaats van vestiging.
|
||||
|
||||
|
||||
De IOM bemiddelt ook het zelfstandig vertrek van vreemdelingen naar derde landen waar toelating is gewaarborgd (z.g. doormigratie).
|
||||
De uitvoeringsregeling van het REAN-programma is opgenomen in de Staatscourant 250 van 24 december 1991.
|
||||
|
||||
|
||||
De uitvoeringsregeling van het Terugkeerprogramma is opgenomen in de Staatscourant 250 van 24 december 1991.
|
||||
De REAN-regeling is vooral bedoeld voor de categorie vreemdelingen die met toestemming van de overheid hier te lande verblijft, na een eerste afwijzing van een verzoek om een verblijfstitel. Gelet op het doel van een humaan en effectief terugkeerbeleid worden andere vreemdelingen niet bij voorbaat van de REAN-regeling uitgesloten, mits ook dit niet het Nederlandse verwijderingsbeleid doorkruist. In geval van illegaal verblijf of beperking van de bewegingsvrijheid c.q. inbewaringstelling heeft de vreemdeling eveneens de mogelijkheid zich aan te melden voor zelfstandig vertrek met hulp van IOM, mits de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) daarvoor toestemming verleent.
|
||||
|
||||
|
||||
De Terugkeerregeling is vooral bedoeld voor de categorie vreemdelingen die met toestemming van de overheid hier te lande verblijft, na een eerste afwijzing van een verzoek om een verblijfstitel. Gelet op het doel van een humaan en effectief terugkeerbeleid worden andere vreemdelingen niet bij voorbaat van het Terugkeerprogramma uitgesloten, mits ook dit niet het Nederlandse verwijderingsbeleid doorkruist. In geval van illegaal verblijf of beperking van de bewegingsvrijheid c.q. inbewaringstelling zal derhalve steeds op individuele basis aan deze voorwaarde door het IOM moeten worden getoetst bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en/of de verantwoordelijke vreemdelingendienst.
|
||||
|
||||
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
|
||||
200520521-10-200511-10-20052005/49200520521-10-200511-10-20052005/4923-10-2005
|
||||
|
||||
#### 5.2. Procedure
|
||||
|
||||
– de vreemdeling vult een aanvraagformulier in dat naar het Terugkeerbureau van de IOM in Den Haag wordt gezonden;
|
||||
– het Terugkeerbureau gaat na of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening van bijdragen onder het Terugkeerprogramma;
|
||||
– indien dit het geval is, krijgt de vreemdeling bericht dat hij in beginsel onder het terugkeerprogramma kan vertrekken;
|
||||
– de vreemdeling vertrekt vanaf Schiphol, waar hij de terugkeerbijdragen krijgt uitgereikt na intrekking van eventuele procedures over een verblijfstitel.
|
||||
Indien een aanvraag is goedgekeurd organiseert IOM de reis en stelt de eventueel uit te keren financiële bijdrage voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van reisdocumenten. Indien de vreemdeling aangeeft dat het reisdocument zich bevindt bij de korpschef, zal IOM de korpschef kunnen verzoeken om toezending van het reisdocument. Het originele document dat in bewaring is bij de korpschef wordt op aanvraag van IOM naar IOM op Schiphol gezonden en bij vertrek op Schiphol aan de vreemdeling overhandigd.
|
||||
|
||||
ad a. De IOM benadert de vreemdeling actief met informatie over de ondersteuning die de IOM kan verlenen bij terugkeer naar het land van herkomst en doormigratie. Het verkrijgen van reispapieren is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling. Vanuit een zestal districtskantoren houden medewerkers van de IOM spreekuren op oriëntatiecentra en terugkeerlocaties en op de districtskantoren. Bij deze werkzaamheden worden zij ondersteund door het Terugkeerbureau en het Bureau Doormigratie van IOM Nederland in Den Haag. Indien de vreemdeling gebruik wenst te maken van de faciliteiten van de IOM wordt het terugkeer- of doormigratieformulier ingevuld en doorgestuurd naar de IOM in Den Haag. Indien de vreemdeling bij de korpschef een beroep wenst te doen op het terugkeerprogramma dient deze hem door te verwijzen naar het districtskantoor van de IOM.
|
||||
|
||||
ad b. Het Terugkeerbureau of het Bureau Doormigratie van de IOM in Den Haag beoordelen de aanvragen. Indien de aanvraag aan alle door de IOM gestelde voorwaarden voldoet, wordt deze in behandeling genomen. Zonodig wordt de vreemdeling door de IOM uitgenodigd voor een nader gesprek. Vanwege de voorwaarden voor vertrek onder het Terugkeerprogramma vindt over elke aanvraag afstemming plaats tussen het Terugkeerbureau en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) informeert de korpschef terstond onder andere door het verschaffen van de personalia van de betrokken vreemdeling. Zonodig stemt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nader af met de korpschef. Indien de betrokken vreemdeling niet met instemming van de overheid hier te lande verblijft, wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nagegaan of er reeds concrete verwijderingsmaatregelen jegens hem zijn genomen. In dat geval zal doorgaans geen toestemming voor vertrek via het Terugkeerbureau worden gegeven. De korpschef wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) terstond geïnformeerd over het voorgenomen vrijwillige vertrek van de illegale vreemdeling en het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hiervoor geen toestemming te verlenen.
|
||||
|
||||
ad c. Indien een aanvraag is goedgekeurd organiseert de IOM de reis en stelt de uit te keren bedragen voor de eerste kosten van levensonderhoud vast. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van reisdocumenten. Indien op het aanvraagformulier is aangegeven dat het reisdocument zich bevindt bij de korpschef, zal het Terugkeerbureau de korpschef kunnen verzoeken om toezending van een kopie van het reisdocument. Het originele reisdocument dat in bewaring is bij de korpschef wordt op aanvraag van het Terugkeerbureau naar IOM in Den Haag gezonden en bij vertrek op Schiphol aan de vreemdeling overhandigd.
|
||||
|
||||
In beginsel zal de vreemdeling binnen vier weken na indiening van de aanvraag kunnen vertrekken.
|
||||
|
||||
Indien het een vreemdeling betreft die in het bezit is van een (elektronisch) W-document of F-document zal het Terugkeerbureau de vreemdeling berichten dat hij deze voorafgaand aan zijn vertrek bij de korpschef moet inleveren.
|
||||
|
||||
ad d. Het kantoor van de IOM op Schiphol handelt de uitreisformaliteiten af. Na ondertekening door de vreemdeling van een verklaring dat hij afziet van het voeren van procedures, voorzover het lopende aanvragen betreft, ter verkrijging van een verblijfstitel, worden aan hem het vliegticket en de financiële bijdrage overhandigd. Vervolgens begeleiden medewerkers van de IOM de vreemdeling naar het vliegtuig. De korpschef, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het COA ontvangen schriftelijk bericht van de IOM dat de vreemdeling is afgereisd onder het Terugkeerprogramma. In deze gevallen dient er geen bericht (model M100) aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te worden gestuurd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verstrekt dan wel voorafgaand aan het vertrek informatie aan de IOM over eventuele ketenpartners die door de IOM van het uiteindelijke vertrek op de hoogte gesteld moeten worden.
|
||||
Het kantoor van IOM op Schiphol handelt de uitreisformaliteiten af.
|
||||
|
||||
### 6. Effectuering van de uitzetting
|
||||
|
||||
#### 6.1. Algemeen
|
||||
#### 6.1. Uitzetting algemeen
|
||||
|
||||
1. door overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten (zie 11); of
|
||||
2. door plaatsing aan boord van een vliegtuig of schip van de onderneming die de vreemdeling heeft aangevoerd (zie 9);
|
||||
3. indien 1 noch 2 mogelijk is: rechtstreeks naar het land waar toegang van de vreemdeling gewaarborgd is.
|
||||
Uitzetting is een bevoegdheid en geen verplichting van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De titel tot uitzetting is van rechtswege het gevolg van het niet verlenen, niet verlengen of intrekken van de vergunning, het eindigen van het rechtmatig verblijf, of het niet rechtmatige verblijf. In artikel 27 en artikel 45 van de Vreemdelingenwet is opgenomen dat de vreemdeling kan worden uitgezet indien hij Nederland niet uit eigen beweging verlaat. De rechter kan op het moment van het doen van zijn uitspraak beoordelen of er beletselen bestaan tegen uitzetting. Als de rechter de beschikking in stand laat, is met die uitspraak bevestigd dat de vreemdeling Nederland dient te verlaten.
|
||||
|
||||
|
||||
Uitzettingen vinden plaats in opdracht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) via de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee, die ook de feitelijke uitzetting effectueert.
|
||||
|
||||
|
||||
Uitzetting vindt plaats:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
door overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten (zie 11); of
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
door plaatsing aan boord van een vliegtuig of schip van de onderneming die de vreemdeling heeft aangevoerd (zie 9);
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
indien geen van de bovenstaande opties mogelijk is: rechtstreeks, dan wel indirect middels een tussenstop, naar een land waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
In alle gevallen betreft het in de regel een verwijdering per vliegtuig of schip (veerdienst) met tussenkomst van de desbetreffende brigadecommandant van de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee.
|
||||
|
||||
200520521-10-200511-10-20052005/49200520521-10-200511-10-20052005/4923-10-2005
|
||||
|
||||
– de vreemdeling beschikt over zijn geld en andere eigendommen;
|
||||
– de vreemdeling zijn vertrek ook overigens heeft voorbereid;
|
||||
– de vreemdeling is voorzien van zijn bagage (max. 20 kg).
|
||||
##### 6.1.1. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
|
||||
|
||||
In principe vindt iedere uitzetting plaats via één van de uitzetcentra, ook als het gaat om een groepsgewijze uitzetting per overheidsvlucht. De uitzetting van vreemdelingen via het uitzetcentrum kan op twee manieren worden gekanaliseerd:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
vreemdelingen die reeds in bewaring zijn gesteld, worden op basis van de eerder opgelegde titel overgebracht naar het uitzetcentrum;
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
vreemdelingen die nog niet in vreemdelingenbewaring zijn gesteld worden in het uitzetcentrum op grond van artikel 59, eerste en tweede lid, Vreemdelingenwet , in bewaring gesteld.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de werkwijze ten aanzien van inbewaringstelling van een vreemdeling wordt verwezen naar A5/5.3.
|
||||
|
||||
|
||||
In uitzonderlijke gevallen is het in overleg met de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee mogelijk vreemdelingen rechtstreeks aan te leveren op de luchthaven. Van uitzonderlijke gevallen is bijvoorbeeld sprake bij capaciteitsproblemen of bij overwegingen van openbare orde vanwege strafrechtelijke feiten die de vreemdeling heeft begaan.
|
||||
|
||||
|
||||
De bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee is verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht ten behoeve van de uitzetting van de vreemdeling bij een daartoe aangewezen reisbureau. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee of de vreemdeling beschikt over:
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
een geldig vliegticket; en
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
zijn geld en andere eigendommen; en
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
geldige (vervangende) reisdocumenten, dan wel een schriftelijke toezegging voor de benodigde vervangende reisdocumenten; en
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
persoonlijke bagage (max. 20 kg.); en
|
||||
|
||||
|
||||
•
|
||||
indien noodzakelijk: medische vliegreisgeschiktheid.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor het gebruik van het formulier Geleidebrief / checklist (model 118) wordt verwezen naar A2/8.2.4 en A5/1.3.
|
||||
|
||||
|
||||
De daadwerkelijke uitzetting vindt plaats vanuit het uitzetcentrum.
|
||||
|
||||
200520521-10-200511-10-20052005/49200520521-10-200511-10-20052005/4923-10-2005
|
||||
|
||||
##### 6.1.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
|
||||
|
||||
De bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee informeert de korpschef schriftelijk over de geplande vluchtdatum. De korpschef of de terugkeerfunctionaris van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) meldt aan de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee vooraf alle omstandigheden, waaronder medische, die van belang kunnen zijn voor de vliegveiligheid en/of de veiligheid van de ambtenaren belast met de grensbewaking. Indien het gedrag van de vreemdeling daartoe aanleiding geeft, kan de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen aan de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de overdracht van de vreemdeling aan de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee ten behoeve van de uitzetting wordt gebruik gemaakt van een formulier Opdracht tot overgave (model M24-A). Na overname van de vreemdeling wordt een exemplaar van dit formulier door de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee ondertekend en direct weer ter hand gesteld van de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen.
|
||||
|
||||
|
||||
Middels het formulier Opdracht tot overgave (model M24-A) maakt de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee van iedere uitzetting schriftelijk melding aan de korpschef. Door de korpschef of door de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee wordt een formulier Bericht van vertrek (model M100) opgemaakt (zie A4/6.17). Tevens wordt een Verzoek tot signalering (model M93) opgemaakt (zie A4/6.16 en A3/4).
|
||||
|
||||
200520521-10-200511-10-20052005/49200520521-10-200511-10-20052005/4923-10-2005
|
||||
|
||||
#### 6.2. Aanvragen reisdocumenten
|
||||
|
||||
|
|
@ -8201,34 +8263,45 @@ Het toepassen van bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen v
|
|||
|
||||
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
|
||||
|
||||
###### 5.3.3.7. Bewaring van gemeenschapsonderdanen
|
||||
###### 5.3.3.7. Dublinclaimanten in bewaring
|
||||
|
||||
De burger van de Unie wordt geacht gemeenschapsonderdaan te zijn in de zin van artikel 1, onder e, Vreemdelingenwet en wordt daarmee geacht recht op toegang en verblijf in en buiten de zogenoemde vrije termijn te hebben.
|
||||
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van artikel 59, eerste lid Vreemdelingenwet of artikel 59 eerste jo. tweede lid, Vreemdelingenwet in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A5/5.3.3.5). Voor de specifieke invulling van de belangenafweging in Dublinzaken wordt verwezen naar C1/2 Dublin-procedure.
|
||||
|
||||
###### 5.3.3.8. Bewaring van burgers van de Unie
|
||||
|
||||
Algemeen
|
||||
|
||||
De vreemdeling die een geldig nationaal paspoort of een geldige identiteitskaart van een lidstaat toont dan wel met andere middelen op ondubbelzinnige wijze zijn nationaliteit kan aantonen, toont daarmee aan burger te zijn van de Unie en wordt daarom geacht verblijfsrecht te ontlenen aan het gemeenschapsrecht. Hij heeft als gemeenschapsonderdaan rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder i, dan wel e, Vreemdelingenwet, zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken burger geen verblijfsrecht (meer) heeft of niet voldaan is aan de analoog toe te passen beperkingen en voorwaarden van Richtlijn 90/364/EEG (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431). Indien de burger van de Unie geen of niet langer verblijf beoogt als werkzoekende, (voormalig) economisch actieve, verrichter of ontvanger van diensten, student of economisch niet-actieve, noch ook als familielid van een burger van de Unie die rechtmatig verblijf heeft, en hij tenslotte ook niet voldoet aan de voorwaarden van de Richtlijn 90/364/EEG, is de vreemdeling in beginsel geen gemeenschapsonderdaan in de zin van artikel 1, onder e, Vreemdelingenwet en heeft hij geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder i dan wel e, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
|
||||
Daarom wordt hij geacht rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder i, dan wel e, Vreemdelingenwet te hebben, zolang en indien het onderzoek door de Minister naar de analoog toe te passen beperkingen en voorwaarden van Richtlijn 90/364/EEG niet heeft uitgewezen dat daaraan niet wordt voldaan (Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
|
||||
Voorwaarden en beperkingen in de zin van de Richtlijn 90/364/EEG zijn dat de vreemdeling voor zichzelf (en voor zover van toepassing zijn familieleden) een ziektekostenverzekering heeft die alle risico’s in het gastland dekt, en over voldoende bestaansmiddelen beschikt om te voorkomen dat de vreemdeling tijdens het verblijf ten laste van de bijstandsregeling van het gastland komt.
|
||||
|
||||
Bewaring van gemeenschapsonderdanen
|
||||
|
||||
Indien de burger van de Unie geen of niet langer verblijf beoogt als werkzoekende, (voormalig) economisch actieve, verrichter of ontvanger van diensten, student of economisch niet-actieve, noch ook als familielid van een burger van de Unie die rechtmatig verblijf heeft, en hij tenslotte ook niet voldoet aan de voorwaarden van de Richtlijn 90/364/EEG, is de vreemdeling in beginsel geen gemeenschapsonderdaan in de zin van artikel 1, onder e, Vreemdelingenwet en heeft hij geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder i dan wel e, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
|
||||
Voorwaarden en beperkingen in de zin van de Richtlijn 90/364/EEG zijn dat de vreemdeling voor zichzelf (en voor zover van toepassing zijn familieleden) een ziektekostenverzekering heeft die alle risico’s in het gastland dekt, en over voldoende bestaansmiddelen beschikt om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste van de bijstandsregeling van het gastland komen.
|
||||
|
||||
|
||||
Een gemeenschapsonderdaan kan slechts in bewaring worden gesteld indien de Minister een besluit op grond van richtlijn 64/221 EG heeft genomen, waarmee het verblijfsrecht van de vreemdeling is beëindigd of aan hem is ontzegd op grond van het feit dat de gemeenschapsonderdaan door zijn persoonlijk gedrag een actuele bedreiging van de openbare orde vormt én de vertrektermijn met een beroep op dringende redenen wordt verkort tot nul dagen, dat wil zeggen met toepassing van artikel 8.13, vierde lid, Vreemdelingenbesluit.
|
||||
Een gemeenschapsonderdaan kan slechts in bewaring worden gesteld indien de Minister een besluit op grond van richtlijn 64/221 EG heeft genomen, waarmee het verblijfsrecht van de vreemdeling is beëindigd of aan hem is ontzegd op grond van het feit dat de gemeenschapsonderdaan door zijn persoonlijk gedrag een actuele bedreiging van de openbare orde vormt én de vertrektermijn met een beroep op dringende redenen wordt verkort tot nul dagen, dat wil zeggen met toepassing van artikel 8.13, vierde lid, Vreemdelingenbesluit.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de vertrektermijn daarbij niet is verkort, dient de Minister, in geval betrokkene een actuele bedreiging vormt in vorenbedoelde zin, in geval van tijdig bezwaar, op grond van artikel 1.5 Vreemdelingenbesluit advies in te winnen van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken, alvorens een beslissing op het bezwaar wordt genomen. Zolang de Minister niet op dat bezwaar heeft beslist, blijft uitzetting ingevolge artikel 8.13, derde lid, Vreemdelingenbesluit achterwege en kan de gemeenschapsonderdaan, bij gebreke van zicht op uitzetting, niet in vreemdelingenbewaring worden gesteld of gehouden.
|
||||
|
||||
Bewaring van burgers van de Unie, die geen gemeenschapsonderdanen (meer) zijn
|
||||
|
||||
Ten slotte kan ten aanzien van een vreemdeling die stelt de nationaliteit van een lidstaat te hebben, maar geen geldige identiteitskaart of geldig paspoort toont en evenmin op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) zijn identiteit en nationaliteit kan aantonen, als regel niet worden vastgesteld dat hij burger van de Unie is, noch ook dat hij gemeenschapsonderdaan is en kan hij in bewaring worden gesteld.
|
||||
Burgers van de Unie die geen gemeenschapsonderdanen (meer) zijn, kunnen slechts dan in bewaring worden gesteld indien:
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
de vertrektermijn van vier weken, bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, Vreemdelingenbesluit is verstreken, óf
|
||||
|
||||
|
||||
–
|
||||
met een beroep op artikel 8.13, vierde lid, Vreemdelingenbesluit wordt afgeweken van een vertrektermijn van vier weken. Van dat laatste is slechts sprake bij een actuele bedreiging van de openbare orde
|
||||
|
||||
|
||||
Tenslotte kan ten aanzien van een vreemdeling die stelt de nationaliteit van een lidstaat te hebben, maar geen geldige identiteitskaart of geldig paspoort toont en evenmin op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) zijn identiteit en nationaliteit kan aantonen, als regel niet worden vastgesteld dat hij burger van de Unie is, noch dat hij gemeenschapsonderdaan is en kan hij in bewaring worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling gedurende de bewaring alsnog een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort van een lidstaat toont, dan wel op andere wijze ondubbelzinnig zijn identiteit en nationaliteit kan aantonen, geldt voor hem alsnog het bovenstaande.
|
||||
Indien de vreemdeling gedurende de bewaring alsnog een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort van een lidstaat toont, dan wel op andere wijze ondubbelzinnig zijn identiteit en nationaliteit kan aantonen, dient hij alsnog als burger van de Unie te worden beschouwd, zoals in bovenstaand algemeen deel is beschreven.
|
||||
|
||||
20058911-05-200526-04-20052005/2220058911-05-200526-04-20052005/2213-05-2005
|
||||
|
||||
###### 5.3.3.8. Bewaring van burgers van de Unie
|
||||
200520521-10-200511-10-20052005/49200520521-10-200511-10-20052005/4923-10-2005
|
||||
|
||||
##### 5.3.4. De procedure
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue