2015-12-15 | BWBR0011470 | Wet personenvervoer 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2015-12-15 12:00:00 +00:00
parent 6a84ef0d50
commit 2c66cd5ce8

View file

@ -27,16 +27,18 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *concessiehouder:* vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend;
- *concessieverlener:* het tot verlening van een concessie bevoegde gezag, bedoeld in artikel 20;
- *dienstregeling:* voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
- *internationale passagiersvervoerdienst:* een passagiervervoerdienst als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van richtlijn 2012/34/EU;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- *openbaar vervoer:* voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
- *richtlijn 2012/34/EU:* richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32);
- *taxivervoer:* personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer;
- *verordening (EU) nr. 181/2011:* verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU 2011, L 55);
- *verordening 1071/2009/EG:* verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PbEU L 300);
- *verordening 1073/2009/EG:* verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2009 (PbEU L 300);
- *verordening (EG) 1370/2007:* verordening nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU 2007, L 315);
- *verordening 1371/2007/EG:* verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315);
- *verordening (EU) nr. 181/2011:* verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PbEU 2011, L 55);
- *verordening 1071/2009/EG:* verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PbEU L 300);
- *verordening 1073/2009/EG:* verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2009 (PbEU L 300);
- *verordening (EG) 1370/2007:* verordening nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU 2007, L 315);
- *verordening 1371/2007/EG:* verordening nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PbEU L 315);
- *vervoerder:* degene die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
- *vervoersmanager:* vervoersmanager als bedoeld in artikel 2 van verordening 1071/2009/EG.
- *vervoersmanager:* vervoersmanager als bedoeld in artikel 2 van verordening 1071/2009/EG.
### Paragraaf 2. Werkingssfeer
@ -127,7 +129,7 @@ De griffier van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlij
a. een afschrift van een uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen, en
b. een uitspraak waarbij een in onderdeel a bedoelde uitspraak is vernietigd.
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d, en het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden veroordelingen en sancties die vóór 4 december 2011 onherroepelijk zijn geworden, niet in aanmerking genomen.
**4.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d, en het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden veroordelingen en sancties die vóór 4 december 2011 onherroepelijk zijn geworden, niet in aanmerking genomen.
### Artikel 5a
@ -223,7 +225,7 @@ Vervallen
**1.** De vervoerder voorziet, al dan niet in samenwerking met andere vervoerders, in het op verzoek behandelen van geschillen over de totstandkoming of de uitvoering van een vervoersovereenkomst als bedoeld in de artikelen 80, eerste lid, en 100, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, door instelling van een geschillencommissie.
**2.** Voor zover geschillen als bedoeld in het eerste lid voortvloeien uit de uitvoering van verordening (EU) nr. 181/2011 worden deze in eerste instantie voorgelegd aan de in dat lid bedoelde geschillencommissie.
**2.** Voor zover geschillen als bedoeld in het eerste lid voortvloeien uit de uitvoering van verordening (EU) nr. 181/2011 worden deze in eerste instantie voorgelegd aan de in dat lid bedoelde geschillencommissie.
**3.** De geschillencommissie bestaat uit een oneven aantal leden, waarvan ten minste één voldoet aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en waarvan de voorzitter onafhankelijk is van de overige leden.
@ -285,68 +287,58 @@ Vervallen
**2.** In afwijking van het eerste lid kan, indien het openbaar vervoer uitvalt of dreigt uit te vallen, voor die situatie openbaar vervoer worden verricht zonder concessie overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, van verordening (EG) 1370/2007.
**3.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor grensoverschrijdend personenvervoer per trein waarbij slechts een station in Nederland wordt aangedaan.
**3.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een internationale passagiersvervoerdienst waarbij slechts een station in Nederland wordt aangedaan.
**4.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor grensoverschrijdend personenvervoer per trein indien daarvan overeenkomstig artikel 57, vierde lid, van de Spoorwegwet melding is gemaakt en daarvoor geen aanvraag als bedoeld in artikel 19a, tweede lid, is gedaan.
**4.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een internationale passagiersvervoerdienst indien daarvan overeenkomstig artikel 57, vierde lid, van de Spoorwegwet melding is gemaakt en daarvoor geen aanvraag als bedoeld in artikel 19a, tweede lid, is gedaan.
**5.**
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor grensoverschrijdend personenvervoer per trein indien daarvoor een of meer aanvragen als bedoeld in artikel 19a, tweede lid, zijn gedaan en de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een internationale passagiersvervoerdienst indien daarvoor een of meer aanvragen als bedoeld in artikel 19a, tweede lid, zijn gedaan en de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat:
a. het hoofddoel van het vervoer internationaal passagiersvervoer is of dat geen aanvraag het hoofddoel betreft, en
a. het hoofddoel van het vervoer is passagiers vervoeren tussen stations in verschillende lidstaten of dat geen aanvraag het hoofddoel betreft, en
b. het vervoer van passagiers tussen stations in Nederland het economisch evenwicht van een of meer concessies van een spoorwegonderneming niet in gedrang brengt of dat geen aanvraag het economisch evenwicht betreft.
**6.**
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor grensoverschrijdend personenvervoer per trein indien daarvoor een of meer aanvragen als bedoeld in artikel 19a, tweede lid, zijn gedaan, en de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat:
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor een internationale passagiersvervoerdienst indien daarvoor een of meer aanvragen als bedoeld in artikel 19a, tweede lid, zijn gedaan, en de Autoriteit Consument en Markt heeft vastgesteld dat:
a. het hoofddoel van dat vervoer internationaal passagiersvervoer is of dat geen aanvraag het hoofddoel betreft, en
a. het hoofddoel van het vervoer is passagiers vervoeren tussen stations in verschillende lidstaten of dat geen aanvraag het hoofddoel betreft, en
b. het vervoer van passagiers tussen stations in Nederland het economisch evenwicht van een of meer concessies van een spoorwegonderneming in gedrang brengt.
**7.**
**7.** Het vierde tot en met zesde lid is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van het grensoverschrijdend personenvervoer per trein.
Het hoofddoel van grensoverschrijdend personenvervoer per trein is internationaal passagiersvervoer indien op basis van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels:
a. het internationale traject substantieel buiten Nederland is gelegen;
b. het hoofdzakelijk vervoer betreft van reizigers die de Nederlandse grens passeren, en
c. de omzet van het openbaar vervoer hoofdzakelijk afkomstig is van de reizigers, bedoeld in onderdeel b.
**8.** Het economisch evenwicht van een of meer verleende concessies komt in het gedrang indien overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels het aantal reizigers of de omzet van een of meer betrokken concessiehouders in betekenisvolle mate afneemt.
**9.** Het vierde tot en met achtste lid is van overeenkomstige toepassing op wijzigingen van het grensoverschrijdend personenvervoer per trein.
**10.** De voordracht voor een krachtens het zevende of achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over onder meer de toepassing van dit artikel en de procedure en criteria, bedoeld in de artikelen 10, vierde lid, en 11, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU.
### Artikel 19a
**1.** De Autoriteit Consument en Markt doet zo spoedig mogelijk na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 57, vierde of vijfde lid, van de Spoorwegwet, mededeling van die melding in de Staatscourant en aan de betrokken concessieverleners en concessiehouders en vermeldt daarbij de mogelijkheid van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, en de termijn voor indiening van die aanvraag.
**1.** De Autoriteit Consument en Markt doet zo spoedig mogelijk na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 57, vierde of vijfde lid, van de Spoorwegwet mededeling van die melding in de Staatscourant en aan de betrokken concessieverleners, de betrokken concessiehouders en Onze Minister en vermeldt daarbij de mogelijkheid van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, en de termijn voor indiening van die aanvraag.
**2.**
De Autoriteit Consument en Markt stelt op daartoe strekkende aanvraag van een of meer concessieverleners of concessiehouders of de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, vast of het ingevolge artikel 57, vierde of vijfde lid, van de Spoorwegwet, gemelde voorgenomen vervoer:
De Autoriteit Consument en Markt stelt op daartoe strekkende aanvraag van een of meer betrokken concessieverleners, een of meer betrokken concessiehouders, Onze Minister of een beheerder als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet vast of het ingevolge artikel 57, vierde of vijfde lid, van de Spoorwegwet, gemelde voorgenomen vervoer:
a. internationaal passagiersvervoer als hoofddoel heeft, of
a. het vervoeren van passagiers tussen stations in verschillende lidstaten als hoofddoel heeft, of
b. het daarvan deel uitmakende vervoer van passagiers tussen stations in Nederland het economisch evenwicht van een of meer concessies van een spoorwegonderneming in gedrang brengt.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt geeft de beschikking op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de overeenkomstig artikel 6b van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt gevorderde gegevens en bescheiden.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt neemt de in artikel 11, tweede lid, van richtlijn 2012/34/EU voorgeschreven procedurele eisen in acht.
**4.** De Autoriteit Consument en Markt doet mededeling van de aanvraag, en van de beschikking, bedoeld in het derde lid, aan de betrokken beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet en doet mededeling van die beschikking in de Staatscourant.
**4.** De Autoriteit Consument en Markt geeft de beschikking op de aanvraag binnen zes weken na ontvangst van de overeenkomstig artikel 6b van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt gevorderde gegevens en bescheiden.
**5.**
**5.** De Autoriteit Consument en Markt doet mededeling van de aanvraag en van de beschikking, bedoeld in het zesde lid, aan een beheerder als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet en doet mededeling van die beschikking in de Staatscourant.
Onze Minister kan, binnen acht weken na de mededeling bedoeld in het vierde lid, van een beschikking als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, besluiten om het vervoer van passagiers tussen stations in Nederland te beperken, mits:
### Artikel 19b
a. de Autoriteit Consument en Markt, op grond van het tweede lid, onderdeel b, heeft vastgesteld dat dit vervoer het economisch evenwicht van een of meer concessies van een spoorwegonderneming in gedrang brengt;
b. Onze Minister hierbij de beschikbare kwaliteit voor de reiziger en de financiële belangen van een of meer betrokken concessiehouders in acht neemt, en
c. de gestelde beperkingen niet verder gaan dan noodzakelijk is om het in gedrang komen van het economisch evenwicht van een of meer concessies van een spoorwegonderneming te voorkomen.
**1.** Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, eerste of derde lid, kan aan spoorwegondernemingen een heffing opleggen voor de exploitatie van een passagiersvervoerdienst op onder zijn concessiebevoegdheid vallende trajecten tussen twee stations in Nederland.
Onze Minister kan binnen de genoemde termijn van acht weken besluiten om deze termijn met ten hoogste zes weken te verlengen.
**2.** De heffing, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de voorwaarden van artikel 12 van richtlijn 2012/34/EU.
**6.** Onze Minister beperkt het vervoer van passagiers tussen stations in Nederland voor grensoverschrijdend openbaar vervoer per trein zonder concessie op het traject waarvoor de aan HSA beheer N.V. verleende concessie voor de duur van vijftien jaar, met aanvangsdatum 1 juli 2009, van toepassing is.
**3.** De in het eerste lid bedoelde concessieverleners houden de informatie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van richtlijn 2012/34/EU bij. Een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, derde lid, verstrekt die gegevens desgevraagd aan Onze Minister voor zover Onze Minister die nodig heeft om te kunnen voldoen aan een verzoek van de Europese Commissie.
**7.** Het tweede lid, onderdeel b, en het vijfde lid zijn niet van toepassing op het vervoer, bedoeld in het achtste lid.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de heffing, bedoeld in het eerste lid.
**8.** Het personenvervoer per trein in strijd met de krachtens het vijfde dan wel het zesde lid vastgestelde beperkingen is verboden.
### Artikel 19c
Bij een internationale passagiersvervoerdienst hebben de desbetreffende spoorwegondernemingen het recht om op het internationale traject passagiers te laten instappen op elk station en hen te laten uitstappen op een ander station, ook wanneer die in Nederland zijn gelegen.
### Paragraaf 2. Concessieverlening
@ -401,7 +393,7 @@ De concessieverlener verleent overeenkomstig de artikelen 4, derde en vierde lid
**4.** De omschrijving, bedoeld in het derde lid, kan ook stations buiten Nederland betreffen, indien de eventueel daarvoor vereiste toestemming door de daartoe bevoegde autoriteit of autoriteiten in de desbetreffende andere lidstaat of lidstaten van de Europese Unie is gegeven.
**5.** Bij de concessie en de daarbij behorende financiële afspraken wordt rekening gehouden met de voor de concessiehouder geldende gebruiksvergoeding, bedoeld in artikel 62 van de Spoorwegwet.
**5.** Bij de concessie en de daarbij behorende financiële afspraken wordt rekening gehouden met de voor de concessiehouder geldende vergoeding, bedoeld in artikel 62 van de Spoorwegwet.
### Artikel 26
@ -457,6 +449,22 @@ Een besluit tot verlening of wijziging van een concessie zonder dat daartoe een
**4.** De houder van een concessie, verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede of derde lid, is verplicht reizigers te vervoeren die daartoe beschikken over een voor het concessiegebied geldig nationaal vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
### Artikel 30a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 30b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 30c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 30d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 31
**1.** De concessiehouder vraagt ten minste eenmaal per jaar advies aan consumentenorganisaties die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden, over de door de concessiehouder voorgenomen wijziging van een dienstregeling, het tarief en overige in de concessie geregelde onderwerpen.
@ -653,7 +661,7 @@ b. ten behoeve van de opvolgende concessiehouder voor de ongestoorde uitoefening
**5.** De kosten van de overdracht en vestiging zijn voor rekening van de nieuwe concessiehouder.
**6.** Indien als gevolg van de overdracht van rechten en verplichtingen sprake is van overgang van een onderneming waarop titel 10, afdeling 8, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en dientengevolge rechten en verplichtingen ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 32b overgaan op de nieuwe concessiehouder, is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder ter zake gehouden hem de kosten te vergoeden die gemaakt zijn om de desbetreffende arbeidsovereenkomst te beëindigen. Daarenboven is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder per geval een direct opeisbare geldsom verschuldigd van € 100 000.
**6.** Indien als gevolg van de overdracht van rechten en verplichtingen sprake is van overgang van een onderneming waarop titel 10, afdeling 8, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en dientengevolge rechten en verplichtingen ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 32b overgaan op de nieuwe concessiehouder, is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder ter zake gehouden hem de kosten te vergoeden die gemaakt zijn om de desbetreffende arbeidsovereenkomst te beëindigen. Daarenboven is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder per geval een direct opeisbare geldsom verschuldigd van € 100 000.
**7.** In afwijking van het vierde lid is de nieuwe concessiehouder niet gehouden aan de overdracht van materieel mee te werken, indien het de eerste aanbesteding van een concessie voor regionaal openbaar vervoer op een gedecentraliseerde lijn betreft na de inwerkingtreding van dit artikel.
@ -899,7 +907,7 @@ c. de criteria voor het verlenen van een concessie.
**1.** In deze paragraaf wordt verstaan onder het hoofdrailnet: de spoorvervoerdiensten die als zodanig bij koninklijk besluit zijn aangewezen.
**2.** De krachtens het eerste lid aangewezen spoorvervoerdiensten kunnen met ingang van 1 januari 2015 mede de diensten met stations buiten Nederland betreffen, indien de eventueel daarvoor vereiste toestemming door de daartoe bevoegde autoriteit of autoriteiten in de desbetreffende andere lidstaat of lidstaten van de Europese Unie, is gegeven.
**2.** De krachtens het eerste lid aangewezen spoorvervoerdiensten kunnen met ingang van 1 januari 2015 mede de diensten met stations buiten Nederland betreffen, indien de eventueel daarvoor vereiste toestemming door de daartoe bevoegde autoriteit of autoriteiten in de desbetreffende andere lidstaat of lidstaten van de Europese Unie, is gegeven.
**3.** Onze Minister kan bepalen dat een door hem verleende concessie voor het hoofdrailnet geheel of voor een door Onze Minister daarbij te bepalen aanmerkelijk gedeelte door de concessiehouder zal worden uitgevoerd met gebruikmaking van een of meer door Onze Minister aan te wijzen rechtspersonen.
@ -1266,7 +1274,7 @@ c. de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de desbetre
**4.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij verordening 1371/2007/EG zijn de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen belast.
**5.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende lid en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 87, vijfde lid, op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard is de Autoriteit Consument en Markt belast.
**5.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende lid en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 87, vijfde lid, op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, uitvoeringsverordening (EU) nr. 869/2014 van de Commissie van 11 augustus 2014 inzake nieuwe spoorvervoersdiensten voor passagiers (PbEU 2014, L 239) en de bij ministeriële regeling aangewezen bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie op het gebied van internationale passagiersvervoerdiensten is de Autoriteit Consument en Markt belast.
**6.** Met het toezicht op de naleving van verordening (EU) nr. 181/2011 zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
@ -1296,15 +1304,17 @@ De artikelen 5:12, 5:13, 5:15 tot en met 5:17, 5:19 en 5:20 van de Algemene wet
### Artikel 92
De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van de artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen die hebben vastgesteld dat de reiziger heeft gehandeld in strijd met de artikelen 70 of 71, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden.
De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van de artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen die hebben vastgesteld dat de reiziger heeft gehandeld in strijd met de artikelen 70 of 71, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden.
### Paragraaf 2. Dwang- en strafbepalingen
### Artikel 93
**1.** Onze Minister is de handhavende instantie, bedoeld in de artikelen 30 van verordening 1371/2007/EG en 28, eerste lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
**1.** Onze Minister is de handhavende instantie, bedoeld in de artikelen 30 van verordening 1371/2007/EG en 28, eerste lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
**2.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van verordening 1371/2007/EG, verordening 1071/2009/EG, verordening 1073/2009/EG, verordening (EU) nr. 181/2011 en van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
**2.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van verordening 1371/2007/EG, verordening 1071/2009/EG, verordening 1073/2009/EG, verordening (EU) nr. 181/2011 en van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
**3.** De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van bij ministeriële regeling aangewezen bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking van de Europese Commissie op het gebied van internationale passagiersvervoerdiensten.
### Artikel 93a
@ -1328,7 +1338,7 @@ In geval van overtreding van artikel 63c, vierde, zesde tot en met tiende en elf
### Artikel 96a
In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of indien dat meer is, 1% van de netto-omzet van de overtreder.
In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000, of indien dat meer is, 1% van de netto-omzet van de overtreder.
### Artikel 97
@ -1368,11 +1378,11 @@ c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde
**1.** Niet naleving van de artikelen 70 tot en met 73 en artikel 98, vierde lid, alsmede voor zover aangeduid als strafbare feiten het bepaalde krachtens artikel 74, tweede lid, is een overtreding en wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
**2.** Indien de reiziger ten aanzien van wie door een ambtenaar of persoon, bedoeld in de artikelen 87 en 89, is vastgesteld dat hij in strijd handelt met de artikelen 70 of 71, niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 92, worden de in het eerste lid bedoelde straffen verhoogd tot een hechtenis van ten hoogste vier maanden, onderscheidenlijk een geldboete van de derde categorie.
**2.** Indien de reiziger ten aanzien van wie door een ambtenaar of persoon, bedoeld in de artikelen 87 en 89, is vastgesteld dat hij in strijd handelt met de artikelen 70 of 71, niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 92, worden de in het eerste lid bedoelde straffen verhoogd tot een hechtenis van ten hoogste vier maanden, onderscheidenlijk een geldboete van de derde categorie.
### Artikel 102
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht tot strafvordering wegens overtreding van de artikelen 70 of 71 vervalt door voldoening op een daarbij aan te geven wijze van een bij of krachtens die maatregel vast te stellen geldsom aan de vervoerder.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het recht tot strafvordering wegens overtreding van de artikelen 70 of 71 vervalt door voldoening op een daarbij aan te geven wijze van een bij of krachtens die maatregel vast te stellen geldsom aan de vervoerder.
### Artikel 103
@ -1434,11 +1444,11 @@ Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat artikel 53, tweede lid, buiten
### Artikel 110a
**1.** Onze Minister wijst de terminals aan, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) nr. 181/2011.
**1.** Onze Minister wijst de terminals aan, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) nr. 181/2011.
**2.** Onze Minister is tot 1 maart 2021 bevoegd tot het verlenen van de vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 2, vierde en vijfde lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
**2.** Onze Minister is tot 1 maart 2021 bevoegd tot het verlenen van de vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 2, vierde en vijfde lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
**3.** Onze Minister is tot 1 maart 2018 bevoegd tot het verlenen van de vrijstellingen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
**3.** Onze Minister is tot 1 maart 2018 bevoegd tot het verlenen van de vrijstellingen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening (EU) nr. 181/2011.
### Paragraaf 2. Overgangsbepalingen
@ -1520,7 +1530,7 @@ Keuringsbewijzen, duplicaten van keuringsbewijzen en andere bewijzen die zijn af
### Artikel 124
In afwijking van artikel 123 wordt een bezwaar- of beroepschrift, gericht tegen een besluit omtrent het verrichten van taxivervoer, dat op of na 1 januari 2000 op grond van de Wet personenvervoer is ingediend en voor zover daarop bij de inwerkingtreding van artikel 127 nog niet is beslist, afgehandeld volgens deze wet.
In afwijking van artikel 123 wordt een bezwaar- of beroepschrift, gericht tegen een besluit omtrent het verrichten van taxivervoer, dat op of na 1 januari 2000 op grond van de Wet personenvervoer is ingediend en voor zover daarop bij de inwerkingtreding van artikel 127 nog niet is beslist, afgehandeld volgens deze wet.
### Artikel 124a
@ -1534,7 +1544,7 @@ Een ontheffing die voor de datum van inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvr
### Artikel 124b
Een concessie die voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden aan een gemeentelijk vervoerbedrijf is verleend, blijft na de inwerkingtreding van die wet van kracht tot uiterlijk 31 december 2019, tenzij er reeds sprake is van een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend.
Een concessie die voor de inwerkingtreding van de Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden aan een gemeentelijk vervoerbedrijf is verleend, blijft na de inwerkingtreding van die wet van kracht tot uiterlijk 31 december 2019, tenzij er reeds sprake is van een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend.
### Artikel 124c
@ -1554,7 +1564,7 @@ Artikel 38, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien een co
### Artikel 124f
De artikelen 124a tot en met 124f vervallen met ingang van 31 december 2019.
De artikelen 124a tot en met 124f vervallen met ingang van 31 december 2019.
### Paragraaf 3. Wijziging van andere wetten
@ -1632,11 +1642,11 @@ Artikel 16, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vindt geen toepassi
**1.** Na de inwerkingtreding van artikel 127 berust de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, op artikel 84 van deze wet.
**2.** Indien Artikel I, onderdeel E, van het bij koninklijke boodschap van 21 juni 2010 ingediende voorstel van wet, inhoudende regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer (32 424) in werking treedt, berust het Besluit personenvervoer 2000 mede op de artikelen 76, zesde lid, 77, derde lid, 78, tweede lid, en 79, en berust de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer mede op artikel 81.
**2.** Indien Artikel I, onderdeel E, van het bij koninklijke boodschap van 21 juni 2010 ingediende voorstel van wet, inhoudende regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer (32 424) in werking treedt, berust het Besluit personenvervoer 2000 mede op de artikelen 76, zesde lid, 77, derde lid, 78, tweede lid, en 79, en berust de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer mede op artikel 81.
**3.**
Indien Artikel I, onderdeel E, van het bij koninklijke boodschap van 21 juni 2010 ingediende voorstel van wet, inhoudende regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer (32 424) in werking treedt:
Indien Artikel I, onderdeel E, van het bij koninklijke boodschap van 21 juni 2010 ingediende voorstel van wet, inhoudende regels ter bevordering van de kwaliteit in het taxivervoer (32 424) in werking treedt:
a. worden in artikel 6, eerste lid, van het Besluit personenvervoer 2000 de verwijzingen naar de artikelen 4, derde lid, 5 tot en met 9 en 11 gelezen als een verwijzing naar artikel 76, wordt de verwijzing naar de artikelen 12 en 13 gelezen als een verwijzing naar de artikelen 77 en 78, en wordt de verwijzing naar artikel 104 gelezen als een verwijzing naar artikel 79, eerste lid, onderdelen a, b, e, f en g, tweede en vierde lid, van deze wet;
b. wordt in artikel 72a van het in onderdeel a bedoelde besluit de verwijzing naar artikel 13, eerste lid, gelezen als een verwijzing naar artikel 78, eerste lid, van deze wet;