2008-07-10 | BWBR0006746 | Voertuigreglement
This commit is contained in:
parent
845c0ecec4
commit
334fa3111b
1 changed files with 65 additions and 22 deletions
|
|
@ -67,7 +67,7 @@ n. bus: bedrijfsauto, ingericht en blijkens het kentekenbewijs bestemd voor het
|
|||
– klasse B: categorie bussen met een capaciteit van ten hoogste 22 personen, de bestuurder niet meegerekend, gebouwd voor het vervoer van zittende passagiers en zonder voorzieningen voor staande passagiers.
|
||||
n1. certificaat van overeenstemming: document opgesteld door de fabrikant van een voertuig of van een niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel van een voertuig, die houder is van een typegoedkeuring als bedoeld in artikel 2 van richtlijn 70/156/EEG, in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 92/61/EEG of in artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van richtlijn 2002/24/EG voor dat type voertuig of dat type niet-oorpronkelijke technische eenheid of onderdeel, waaruit blijkt dat eerstbedoeld voertuig of niet-oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel overeenstemt met het type waarvoor deze goedkeuring is verleend;
|
||||
n1a. CNG-installatie: het geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van Compressed Natural Gas (CNG);
|
||||
n2. contourmarkering: retroreflecterende belijning, aangebracht aan de zijkant of aan de achterkant van een voertuig en bestemd om de contouren van het voertuig beter kenbaar te maken.
|
||||
n2. contourmarkering: opvallende markering die dient om de horizontale en verticale dimensie van een voertuig aan te geven;
|
||||
n3. dagrijlicht: een licht dat voorwaarts gericht is en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het overdag rijden beter zichtbaar te maken.
|
||||
o. dimlicht: licht waarmee de weg vóór het voertuig wordt verlicht zonder dat hierdoor andere weggebruikers worden verblind of gehinderd;
|
||||
p. dolly: aanhangwagen, bestemd voor het dragen van de voorzijde van een oplegger dan wel een deel van in de lengte ondeelbare lading;
|
||||
|
|
@ -77,13 +77,15 @@ q1. EG-goedkeuringsmerk: goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 8 van richtlijn
|
|||
q2. fabrikant: persoon of organisatie die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de goedkeuringsprocedure en die instaat voor de overeenstemming van de productie;
|
||||
q3. frontbeschermingsinrichting: een afzonderlijke constructie die bedoeld is om het buitenoppervlak boven of onder de tot de originele uitrusting van het voertuig behorende bumper bij een botsing met een object te beschermen, met dien verstande dat hieronder niet worden begrepen constructies met een massa van minder dan 0,5 kg die uitsluitend bedoeld zijn ter bescherming van de lichten;
|
||||
q4. Geconditioneerd voertuig: voertuig waarvan de vaste of mobiele bovenbouw speciaal is ingericht voor het vervoer van goederen bij een gecontroleerde temperatuur en waarvan de zijwanden, met inbegrip van de isolatie, ten minste 45 mm dik zijn;
|
||||
q5. gefluoreerde broeikasgassen: fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6) zoals vermeld in bijlage A bij het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998-170, 1999-110, 2005-1), en preparaten die deze stoffen bevatten, met uitzondering van stoffen waarvan de controle geschiedt uit hoofde van verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PbEG L 244);
|
||||
q5. gedeeltelijke contourmarkering: contourmarkering die de horizontale dimensie van een voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn en de verticale dimensie door middel van een markering van de bovenhoeken;
|
||||
q6. gefluoreerde broeikasgassen: fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), perfluorkoolstoffen (PFK’s) en zwavelhexafluoride (SF6) zoals vermeld in bijlage A bij het Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998-170, 1999-110, 2005-1), en preparaten die deze stoffen bevatten, met uitzondering van stoffen waarvan de controle geschiedt uit hoofde van verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PbEG L 244);
|
||||
r. gelede bus: bus bestaande uit twee of meer vaste delen die blijvend zijn verbonden door een scharnierende verbinding, waarover de passagiers zich van het ene deel naar het andere kunnen begeven;
|
||||
s. gestuurde as: as die wordt gestuurd door stuurkrachten, veroorzaakt door richtingverandering vanuit het voertuig zelf of vanuit het trekkend voertuig;
|
||||
t. gestuurd asstel: asstel dat wordt gestuurd door stuurkrachten, veroorzaakt door richtingverandering vanuit het voertuig zelf of vanuit het trekkend voertuig;
|
||||
u. groot licht: licht dat de weg vóór het voertuig over een grote afstand verlicht;
|
||||
v. handwagen met motorvermogen: motorrijtuig, hoofdzakelijk bestemd om te worden bestuurd door een voetganger;
|
||||
v1. herbruikbaarheid: mogelijkheid om onderdelen van autowrakken als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit beheer autowrakken opnieuw te gebruiken voor hetzelfde doel als waarvoor zij werden ontworpen;
|
||||
v2. hoeklicht: licht dat wordt gebruikt voor aanvullende verlichting van het deel van de weg dat zich bij de voorhoek bevindt, aan de kant waarnaar het voertuig gaat draaien;
|
||||
w. hoofdgroeven: brede groeven in het middelste gedeelte van het loopvlak van een band, welk gedeelte ongeveer drievierde deel van de breedte van het loopvlak inneemt;
|
||||
x. gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 m en niet is uitgerust met een motor, dan wel waarvan de door de constructie bepaalde maximum snelheid niet meer dan 45 km/h bedraagt indien het voertuig is uitgerust met een motor, en niet zijnde een bromfiets;
|
||||
x1. inrichting voor indirect zicht: een inrichting om het aan het voertuig grenzende gebied waar te nemen dat niet rechtstreeks kan worden waargenomen, zijnde een spiegel, een camera-monitor of een andere inrichting die de bestuurder informatie over het indirecte gezichtsveld geeft;
|
||||
|
|
@ -110,7 +112,7 @@ ab6. landbouw- of bosbouwtrekker categorie T5: landbouw- of bosbouwtrekker op wi
|
|||
ac. lastdrager: constructie, met inbegrip van hulpmiddelen, die aan de bumper, op de trekhaak of op het dak van een personenauto, bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, of driewielig motorrijtuig is aangebracht en bestemd is voor het vervoer van goederen;
|
||||
ad. ledige massa: massa van het voertuig, in bedrijfsvaardige staat, met inbegrip van een half gevulde brandstoftank, reservedelen en gereedschappen, die tot de normale uitrusting behoren, maar zonder lading en zonder de bestuurder en andere personen, die met het voertuig worden vervoerd, met dien verstande dat in afwijking hiervan voor motorfietsen, driewielige motorrijtuigen en bromfietsen, die in gebruik zijn genomen na 16 juni 1999, de ledige massa wordt bepaald met een lege brandstoftank;
|
||||
ad1. lege massa in rijklare toestand: massa van een rijklare landbouw- of bosbouwtrekker met inbegrip van de kantelbeveiligingsinrichting, zonder facultatieve accessoires, maar met koelvloeistof, smeermiddelen, brandstof, outillage en bestuurder;
|
||||
ad2. lijnmarkering: retroreflecterende belijning aangebracht aan de zijkant of aan de achterkant van een voertuig en bestemd om de totale lengte, dan wel totale breedte van het voertuig kenbaar te maken.
|
||||
ad2. lijnmarkering: opvallende markering die dient om de horizontale dimensie van een voertuig aan te geven door middel van een doorlopende lijn;
|
||||
ae. loopvlak: deel van de band dat gemeten symmetrisch ten opzichte van het midden, 50 mm minder bedraagt dan de breedte in de maataanduiding van de band;
|
||||
ae1. LPG-installatie: het geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van Liquefied Petroleum Gas (LPG);
|
||||
af. luchtband: band waarin zich in normale, bedrijfsvaardige toestand gas bevindt onder een hogere spanning dan de atmosferische;
|
||||
|
|
@ -135,6 +137,7 @@ aq. ondeelbare lading: lading die ten behoeve van het vervoer over de weg niet i
|
|||
aq1. onderdeel: als onderdeel van een voertuig bedoelde inrichting, die aan de eisen van een bijzondere richtlijn als bedoeld in de artikelen 4 van de richtlijnen 70/156/EEG, 92/61/EEG, 2002/24/EG of 2003/37/EG moet voldoen en waarvan de betrokken bijzondere richtlijn een afzonderlijke typegoedkeuring mogelijk maakt onafhankelijk van een type voertuig;
|
||||
aq2. oorspronkelijke technische eenheid of onderdeel: technische eenheid of onderdeel van het type waarvan het voertuig bij de typegoedkeuring of de uitbreiding daarvan is voorzien;
|
||||
ar. oplegger: aanhangwagen die is bestemd om aan een motorrijtuig te worden gekoppeld op zodanige wijze, dat een deel ervan op het motorrijtuig rust en dat een aanzienlijk deel van de massa van de oplegger en van zijn lading door het motorrijtuig wordt gedragen;
|
||||
ar1. opvallende markering: inrichting die dient om een voertuig van de zij- of achterkant gezien meer zichtbaarheid te geven door weerkaatsing van het licht afkomstig van een niet tot dat voertuig behorende lichtbron, waarbij de waarnemer zich nabij deze lichtbron bevindt;
|
||||
as. parkeerlicht: licht, bestemd om de aanwezigheid van een geparkeerd voertuig aan te geven;
|
||||
at. personenauto: motorrijtuig op vier of meer wielen, niet zijnde een landbouw- of bosbouwtrekker, een gehandicaptenvoertuig een motorrijtuig op vier wielen als bedoeld in onderdeel *q* of een vierwielige bromfiets, ingericht voor het vervoer van personen, met niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend, of een kampeerauto; in ieder geval wordt als personenauto aangemerkt een voertuig dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als personenauto is aangeduid;
|
||||
at1. recycleerbaarheid: mogelijkheid om onderdelen of materialen van autowrakken als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit beheer autowrakken voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden in een productieproces op te werken, met uitzondering van terugwinning van energie;
|
||||
|
|
@ -154,7 +157,8 @@ bb1. verlicht transparant: verlichting op een voertuig dat uitsluitend informati
|
|||
bc. vervangingskatalysator: een katalysator of een samenstel van katalysatoren die bestemd is of zijn om een originele katalysator op een voertuig te vervangen en waarvoor als technische eenheid volgens de definitie in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van richtlijn 70/156/EEG of artikel 2, vijfde lid, van richtlijn 2002/24/EG typegoedkeuring kan worden verleend;
|
||||
bc1. verwarmingssysteem op brandstof: verwarmingssysteem dat rechtstreeks op vloeibare of gasvormige brandstof werkt en geen gebruik maakt van de door de aandrijfmotor van het voertuig voortgebrachte afvalwarmte;
|
||||
bd. voertuig: motorrijtuig, aanhangwagen, fiets, zijspanwagen, wagen of andere constructie, niet bestemd om langs spoorstaven te worden voortbewogen; onder een andere constructie wordt niet verstaan een kinderwagen, niet-gemotoriseerde rolstoel, kruiwagen of soortgelijke kleine constructie;
|
||||
bd1. vooruitkijkspiegel: een spiegel van klasse VI als bedoeld in bijlage I, punt 1.1.1.14 van richtlijn 2003/97/EG;
|
||||
bd1. volledige contourmarkering: contourmarkering die de omtrek van het voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn;
|
||||
bd2. vooruitkijkspiegel: een spiegel van klasse VI als bedoeld in bijlage I, punt 1.1.1.14 van richtlijn 2003/97/EG;
|
||||
be. waarschuwingsknipperlicht: gelijktijdige werking van alle richtingaanwijzers, bestemd om aan te geven dat het voertuig tijdelijk een bijzonder gevaar oplevert voor andere weggebruikers;
|
||||
bf. wagens: voertuigen, met uitzondering van motorrijtuigen, aanhangwagens, niet-gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen, fietsen en zijspanwagens, doch met inbegrip van handwagens met motorvermogen;
|
||||
bg. werklicht: licht, bestemd voor het verlichten van een plaats waar werkzaamheden worden verricht;
|
||||
|
|
@ -872,7 +876,7 @@ Personenauto’s moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een mogelijkheid to
|
|||
|
||||
### Artikel 3.2.40
|
||||
|
||||
**1.** Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 31 december 1994 moeten zijn voorzien van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen die voldoen aan en zijn geïnstalleerd overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
**1.** Personenauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 voldoen wat betreft retroreflecterende voorzieningen, verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen alsmede de installatie daarvan aan richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt regels vast met betrekking tot de verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen van personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1995.
|
||||
|
||||
|
|
@ -888,8 +892,8 @@ e. achterlichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76
|
|||
f. remlichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG, met dien verstande dat een derde remlicht slechts verplicht is indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 september 2000.
|
||||
g. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/760/EEG;
|
||||
h. niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/757/EEG;
|
||||
i. een of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 77/538/EEG;
|
||||
j. een of twee achteruitrijlichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 77/539/EEG;
|
||||
i. mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 77/538/EEG;
|
||||
j. een achteruitrijlicht dat voldoet aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 77/539/EEG;
|
||||
k. markeringslichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG indien het voertuig breder is dan 2,10 m;
|
||||
l. zijmarkeringslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG, indien het voertuig langer is dan 6,00 m;
|
||||
m. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/757/EEG, indien het voertuig langer is dan 6,00 m.
|
||||
|
|
@ -906,8 +910,10 @@ c. zijmarkeringslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijnen 76/756/EEG e
|
|||
d. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/757/EEG, indien het voertuig niet langer is dan 6,00 m;
|
||||
e. witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/757/EEG;
|
||||
f. markeringslichten die voldoen aan het bepaalde in de richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG, indien het voertuig breder is dan 1,80 m, doch niet breder dan 2,10 m;
|
||||
g. een derde remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG, indien het voertuig in gebruik is genomen voor 1 oktober 2000.
|
||||
h. dagrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG.
|
||||
g. een derde remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG, indien het voertuig in gebruik is genomen voor 1 oktober 2000;
|
||||
h. dagrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG;
|
||||
i. en extra achteruitrijlicht dat voldoet aan de richtlijnen 76/756/EEG en 77/539/EEG;
|
||||
j. twee hoeklichten die voldoen aan richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1392,7 +1398,7 @@ Bedrijfsauto’s moeten aan de achterzijde zijn voorzien van een mogelijkheid to
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.40
|
||||
|
||||
**1.** Bedrijfsauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van een installatie van verlichting en lichtsignalen alsmede van retroreflecterende voorzieningen overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
**1.** Bedrijfsauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 voldoen wat betreft retroreflecterende voorzieningen, verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen alsmede de installatie daarvan, aan richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid moeten gelede bussen die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 1 januari 2005, aan de achterzijde van het voertuig zijn voorzien van niet-driehoekige dan wel driehoekige rode retroreflectoren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1418,8 +1424,8 @@ e. achterlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG;
|
|||
f. remlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG;
|
||||
g. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/760/EEG;
|
||||
h. niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG;
|
||||
i. een of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 77/538/EEG;
|
||||
j. een of twee achteruitrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 77/539/EEG;
|
||||
i. mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 77/538/EEG;
|
||||
j. achteruitrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 77/539/EEG;
|
||||
k. markeringslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG indien het voertuig breder is dan 2,10 m;
|
||||
l. zijmarkeringslichten die voldoen aan het bepaalde in Bijlage IV behorende bij Richtlijn 76/758/EEG, indien het voertuig langer is dan 6,00 m; deze bepaling geldt niet voor chassiscabines;
|
||||
m. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG, indien het voertuig langer is dan 6,00 m;
|
||||
|
|
@ -1427,6 +1433,14 @@ n. een markering aan de achterzijde van het voertuig, die voldoet aan de door On
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel h, moeten gelede bussen die in gebruik worden genomen na 31 december 1994 doch voor 1 januari 2005, aan de achterzijde van het voertuig zijn voorzien van driehoekige dan wel niet-driehoekige rode retroreflectoren die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG.
|
||||
|
||||
**3.** Bedrijfsauto’s die in gebruik worden genomen na 9 juli 2008 en met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, niet zijnde bussen, zijn voorzien van een derde remlicht dat voldoet aan de richtlijnen 76/756/EEG en 76/758/EEG.
|
||||
|
||||
**4.** Bedrijfsauto’s die in gebruik worden genomen na 9 juli 2008 en met een toegestane maximum massa van meer dan 7500 kg, niet zijnde bussen, zijn voorzien van opvallende markeringen die zijn geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het gebruikte materiaal voldoet aan ECE-reglement 104.
|
||||
|
||||
**5.** Binnen de volledige contourmarkering aan de zijkant van het voertuig, bedoeld in het vierde lid, mogen retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, met dien verstande dat deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van deze contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de volledige contourmarkering uitmaken.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.46
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1446,13 +1460,24 @@ j. een bermlicht aan de voorzijde van het voertuig;
|
|||
k. werklichten;
|
||||
l. een derde remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG;
|
||||
m. dagrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG;
|
||||
n. een markering aan de achterzijde van een trekker, die voldoet aan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde eisen, indien de toegestane maximummassa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg.
|
||||
n. een markering aan de achterzijde van een trekker, die voldoet aan de bij regeling van Onze Minister vastgestelde eisen, indien de toegestane maximummassa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg;
|
||||
n. extra achteruitrijlichten die voldoen aan de richtlijnen 76/756/EEG en 77/539/EEG;
|
||||
o. hoeklichten die voldoen aan richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
|
||||
**2.** Bedrijfsauto’s mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra niet-driehoekige rode aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig, mits deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen.
|
||||
|
||||
**3.** Bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, mogen zijn voorzien van een lijnmarkering of een contourmarkering, die voldoet aan en is aangebracht overeenkomstig ECE-reglement 104. Binnen de contourmarkering aan de zijkant van het voertuig mogen retroreflecterende letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, voorzover deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de contourmarkering uitmaken.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
|
||||
Bedrijfsauto’s in gebruik genomen voor 10 juli 2008 en met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, mogen zijn voorzien van:
|
||||
|
||||
a. opvallende markeringen die zijn geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het gebruikte materiaal voldoet aan ECE-reglement 104, of
|
||||
b. een lijnmarkering of contourmarkering, die voldoet aan en is aangebracht overeenkomstig ECE-reglement 104, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij Supplement 2, van 28 februari 2003, betreffende uniforme eisen voor de goedkeuring van retroreflecterende markeringen voor zware en lange voertuigen en hun aanhangwagens.
|
||||
|
||||
**4.** Bedrijfsauto’s in gebruik genomen na 9 juli 2008 mogen zijn voorzien van opvallende markeringen die zijn geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het gebruikte materiaal voldoet aan ECE-reglement 104, voorzover deze niet reeds ingevolge artikel 3.3.41 verplicht zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Binnen de volledige contourmarkering aan de zijkant van het voertuig, bedoeld in het derde of vierde lid, mogen retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, met dien verstande dat deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van deze contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de volledige contourmarkering uitmaken.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.48
|
||||
|
||||
|
|
@ -2662,7 +2687,7 @@ De wielen onderscheidenlijk banden van aanhangwagens mogen niet kunnen aanlopen.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.7.40
|
||||
|
||||
**1.** Aanhangwagens die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van een installatie van verlichting en lichtsignalen, alsmede van retroreflecterende voorzieningen, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
**1.** Aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 1994 voldoen wat betreft retroreflecterende voorzieningen, verlichting en lichtsignaalinrichtingen alsmede de installatie daarvan aan richtlijn 76/756/EEG.
|
||||
|
||||
**2.** De in de lichtarmaturen toegepaste gloeilampen moeten voldoen aan het bepaalde in Bijlage VII behorende bij Richtlijn 76/761/EEG.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2672,6 +2697,8 @@ De wielen onderscheidenlijk banden van aanhangwagens mogen niet kunnen aanlopen.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.7.41
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aanhangwagens die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van:
|
||||
|
||||
a. stadslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG, indien het voertuig breder is dan 1,60 m;
|
||||
|
|
@ -2680,12 +2707,19 @@ c. achterlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG;
|
|||
d. remlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG;
|
||||
e. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat, die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/760/EEG;
|
||||
f. driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG;
|
||||
g. een of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 77/538/EEG;
|
||||
g. mistlichten aan de achterzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 77/538/EEG;
|
||||
h. witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG;
|
||||
i. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/757/EEG;
|
||||
j. markeringslichten, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG, indien het voertuig breder is dan 2,10 m;
|
||||
k. zijmarkeringslichten die voldoen aan het bepaalde in Bijlage IV behorende bij Richtlijn 76/758/EEG, indien het voertuig langer is dan 6,00 m;
|
||||
l. een markering aan de achterzijde van het voertuig, die voldoet aan de door Onze Minister vastgestelde eisen, indien de toegestane maximum massa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg; deze eis geldt niet voor door Onze Minister aangewezen aanhangwagens waarvan de bouw, de inrichting of het gebruik zich verzet tegen het aanbrengen van de markering.
|
||||
l. een markering aan de achterzijde van het voertuig, die voldoet aan de door Onze Minister vastgestelde eisen, indien de toegestane maximum massa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg; deze eis geldt niet voor door Onze Minister aangewezen aanhangwagens waarvan de bouw, de inrichting of het gebruik zich verzet tegen het aanbrengen van de markering;
|
||||
m. achteruitrijlichten die voldoen aan de richtlijnen 76/756/EEG en 77/539/EEG.
|
||||
|
||||
**2.** Aanhangwagens die in gebruik worden genomen na 9 juli 2008 en met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, zijn voorzien van opvallende markeringen die zijn geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het gebruikte materiaal voldoet aan ECE-reglement 104.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen de volledige contourmarkering aan de zijkant van het voertuig als bedoeld in het tweede lid, mogen retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, met dien verstande dat deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van deze contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de volledige contourmarkering uitmaken.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.7.46
|
||||
|
||||
|
|
@ -2693,7 +2727,7 @@ l. een markering aan de achterzijde van het voertuig, die voldoet aan de door On
|
|||
|
||||
Aanhangwagens die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, mogen zijn voorzien van:
|
||||
|
||||
a. achteruitrijlichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 77/539/EEG;
|
||||
a. extra achteruitrijlichten die voldoen aan de richtlijnen 76/756/EEG en 77/539/EEG;
|
||||
b. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten, die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/759/EEG, aangebracht op het breedste punt zo hoog mogelijk aan de achterzijde van het voertuig;
|
||||
c. herhalingswaarschuwingsknipperlichten aan het meest naar achteren gelegen deel van de zich aan de zijof achterkant van het voertuig bevindende laad- en losklep in horizontale stand, die voldoen aan het bepaalde in de onder *b* genoemde richtlijn, met uitzondering van de eisen ten aanzien van de minimum hoogte boven het wegdek;
|
||||
d. markeringslichten die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 76/758/EEG, indien het voertuig breder is dan 1,80 m, doch niet breder dan 2,10 m;
|
||||
|
|
@ -2704,9 +2738,18 @@ h. een derde remlicht dat voldoet aan het bepaalde in richtlijn 76/756/EEG.
|
|||
|
||||
**2.** Aanhangwagens mogen zijn voorzien van extra witte retroreflecterende voorzieningen aan de voorzijde, extra rode niet-driehoekige aan de achterzijde en extra ambergele aan de zijkanten van het voertuig, mits deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen.
|
||||
|
||||
**3.** Aanhangwagens mogen zijn voorzien van een lijnmarkering of contourmarkering, die voldoet aan en is aangebracht overeenkomstig ECE-reglement 104. Binnen de contourmarkering aan de zijkant van de aanhangwagen mogen retroreflecterende letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, voorzover deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van de contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de contourmarkering uitmaken
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
|
||||
Aanhangwagens in gebruik genomen voor 10 juli 2008 mogen zijn voorzien van:
|
||||
|
||||
a. opvallende markeringen die zijn geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het gebruikte materiaal voldoet aan ECE-reglement 104, of
|
||||
b. een lijnmarkering of contourmarkering die voldoet aan en is aangebracht overeenkomstig ECE-reglement 104, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij Supplement 2, van 28 februari 2003, betreffende uniforme eisen voor de goedkeuring van retroreflecterende markeringen voor zware en lange voertuigen en hun aanhangwagens.
|
||||
|
||||
**4.** Aanhangwagens in gebruik genomen na 9 juli 2008 mogen zijn voorzien van opvallende markeringen die zijn geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het gebruikte materiaal voldoet aan ECE-reglement 104, voorzover deze niet reeds ingevolge artikel 3.7.41 verplicht zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Binnen de volledige contourmarkering aan de zijkant van het voertuig als bedoeld in het derde of vierde lid mogen retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen zijn aangebracht die voldoen aan ECE-reglement 104, met dien verstande dat deze geen nadelige invloed hebben op de effectiviteit van deze contourmarkering en de verplichte lichten en retroreflecterende voorzieningen. In ieder geval mogen de retroreflecterende cijfers, letters of afbeeldingen niet meer dan 1/3 deel van de totale oppervlakte binnen de omtrek van de volledige contourmarkering uitmaken.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.7.48
|
||||
|
||||
|
|
@ -2793,7 +2836,7 @@ Kinderbeveiligingssystemen, als bedoeld in artikel 59, eerste en tweede lid, van
|
|||
|
||||
### Artikel 3.8.7
|
||||
|
||||
**1.** Materiaal dat bestemd is voor gebruik als lijn- of contourmarkering, of voor gebruik als retroreflecterende letter of afbeelding binnen een contourmarkering, voldoet aan ECE-reglement 104.
|
||||
**1.** Materiaal dat bestemd is voor gebruik als opvallende markering of voor gebruik als retroreflecterend cijfer, of retroreflecterende letter of afbeelding, voldoet aan ECE-reglement 104.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister draagt zorg voor een vertaling van ECE-reglement 104 en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue