2026-01-01 | BWBR0001941 | Opiumwet
This commit is contained in:
parent
e3eb997ba9
commit
35dc304943
1 changed files with 12 additions and 4 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Opiumwet
|
|||
bwb_id: BWBR0001941
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-01-29'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2026-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0001941
|
||||
citeertitel: Opiumwet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -326,6 +326,12 @@ b. tot de plaatsen, waar een overtreding van deze wet gepleegd wordt of waar red
|
|||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
**1.** In geval van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vierde categorie kan worden opgelegd, kunnen voorwerpen inbeslaggenomen worden die kunnen dienen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een ter zake van dat misdrijf op te leggen maatregel als bedoeld in artikel 13d.
|
||||
|
||||
**2.** Op inbeslagneming op grond van het eerste lid zijn de bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering die betrekking hebben op inbeslagneming op grond van artikel 94a van dat wetboek, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9b
|
||||
|
||||
Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33 500,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens artikel 3c, 4, eerste of tweede lid, of 5, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
|
@ -388,7 +394,7 @@ Hij die om het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brenge
|
|||
|
||||
**1.** Hij die handelt in strijd met een in artikel 3 gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
|
||||
**2.** Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
|
||||
**3.** Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3, onder B, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -431,7 +437,9 @@ b. poging tot of deelneming aan het in artikel 10, vijfde lid, strafbaar gesteld
|
|||
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 34 en 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:1:12 van het Wetboek van Strafvordering worden de in lijst I of II bedoelde middelen of substanties die deel uitmaken van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of de preparaten daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard.
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 34 en 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:1:12 van het Wetboek van Strafvordering worden de in lijst I of II bedoelde middelen of substanties die deel uitmaken van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of de preparaten daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard.
|
||||
|
||||
**2.** Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht, vermelde rechten kan worden uitgesproken bij veroordeling wegens een der in de artikelen 10, tweede tot en met vijfde lid,10a, eerste lid, 10b, tweede lid, 11, derde tot en met vijfde lid, en 11b, eerste lid, omschreven misdrijven en de schuldige kan worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft gepleegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 13b
|
||||
|
||||
|
|
@ -440,7 +448,7 @@ Onverminderd het bepaalde in de artikelen 33 tot en met 34 en 36b tot en met 36
|
|||
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
|
||||
|
||||
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
|
||||
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
|
||||
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, artikel 10c, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue