2005-02-09 | BWBR0007230 | Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken
This commit is contained in:
parent
61a95ca5b0
commit
3b263a2aef
1 changed files with 7 additions and 4 deletions
|
|
@ -36,13 +36,13 @@ e. verwerkbare gegevens: gegevens voor de afnemers die voldoen aan de door de Wa
|
|||
|
||||
**2.** De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers. Deze door de gemeenten te maken kosten worden geacht € 132 385 917 per jaar te bedragen, waarvan het Rijk 40 procent (€ 52 954 367) vergoedt, de waterschappen 15 procent (€ 19 857 887) en waarbij het restant voor rekening van de gemeenten komt. De betaling van de vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten loopt via het Rijk.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen ingevolge het tweede lid samen vergoeden, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het tweede lid bedoelde vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volume-opslag.
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen ingevolge het tweede lid samen vergoeden, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het tweede lid bedoelde vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volume-opslag.
|
||||
|
||||
**4.** De bedragen, genoemd in het tweede lid, worden bij het begin van een kalenderjaar bij ministeriële regeling aangepast vanwege een verwachte prijsmutatie met een volume-opslag. De verwachte prijsmutatie is daarbij het percentage zoals dat door het Centraal planbureau in het Centraal Economisch Plan is gepubliceerd als «prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie» voor het kalenderjaar. De volume-opslag wordt gesteld op 0,75 procent.
|
||||
**4.** De bedragen, genoemd in het tweede lid, worden bij het begin van een kalenderjaar bij regeling van Onze Minister aangepast vanwege een verwachte prijsmutatie met een volume-opslag. De verwachte prijsmutatie is daarbij het percentage zoals dat door het Centraal planbureau in het Centraal Economisch Plan is gepubliceerd als «prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie» voor het kalenderjaar. De volume-opslag wordt gesteld op 0,75 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 2, tweede lid, vermelde jaarlijkse vergoeding van het Rijk en de waterschappen ter zake van de kosten van de waardering wordt aan de individuele gemeenten uitbetaald. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de wijze van verdeling over de individuele gemeenten van deze vergoeding en omtrent de tijdstippen van uitbetaling van deze vergoeding aan een individuele gemeente.
|
||||
**1.** De in artikel 2, tweede lid, vermelde jaarlijkse vergoeding van het Rijk en de waterschappen ter zake van de kosten van de waardering wordt aan de individuele gemeenten uitbetaald. Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de wijze van verdeling over de individuele gemeenten van deze vergoeding en omtrent de tijdstippen van uitbetaling van deze vergoeding aan een individuele gemeente.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,7 +88,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de heffing van belastingen door de afnemers worden met betrekking tot onroerende zaken die ten minste een van de afnemers betrekt in de heffing van een belasting naar een waardemaatstaf, door het college van burgemeester en wethouders ten minste de in de bijlage vermelde gegevens geregistreerd.
|
||||
Ten behoeve van de heffing van belastingen door de afnemers worden door het college van burgemeester en wethouder ten minste de in de bijlage vermelde gegevens geregistreerd met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. onroerende zaken die bij de waardebepaling op grond van de wet in aanmerking worden genomen;
|
||||
b. onroerende zaken waarvan de waarde op grond van artikel 120, derde lid, van de Waterschapswet bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de omslagen ter zake van gebouwde onroerende zaken buiten aanmerking worden gelaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue