2024-07-01 | BWBR0030250 | Wet dieren
This commit is contained in:
parent
0f83eaadaf
commit
3b278b1aa3
1 changed files with 78 additions and 45 deletions
|
|
@ -44,7 +44,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
– *EU-richtlijn:* richtlijn als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
|
||||
– *EU-verordening:* verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
|
||||
– *gemedicineerd diervoeder:* gemedicineerd diervoeder als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2019/4;
|
||||
– *homeopatisch diergeneesmiddel:* homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, tiende lid, van verordening (EU) 2019/6;
|
||||
– *homeopathisch diergeneesmiddel:* homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, tiende lid, van verordening (EU) 2019/6;
|
||||
– *houder:* eigenaar, houder of hoeder;
|
||||
– *immunologisch diergeneesmiddel:* immunologisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van verordening (EU) 2019/6;
|
||||
– *kadavers:* lichamen van dode dieren die niet worden verwerkt tot voor menselijke consumptie bestemde producten;
|
||||
|
|
@ -52,6 +52,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
– *lichamelijke ingreep:* ingreep bij een dier, waarbij de natuurlijke samenhang van levende weefsels wordt verbroken, met inbegrip van het afnemen van bloed en het geven van injecties, en met uitzondering van het doden van een dier;
|
||||
– *Onze Minister:* Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
– *Onze Ministers:* Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie gezamenlijk;
|
||||
– *preklinische studie:* preklinische studie als bedoeld in artikel 4, achttiende lid, van verordening (EU) 2019/6;
|
||||
– *stof:* materie van menselijke, dierlijke, plantaardige of chemische oorsprong;
|
||||
– *verordening (EU) 2019/4:*
|
||||
Verordening 2019/4 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van gemedicineerde diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 90/167/EEG van de Raad (PbEU 2019, L 4);
|
||||
|
|
@ -83,19 +84,19 @@ c. het bevorderen van de kwaliteit van dierlijke producten.
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren zijn gevrijwaard van:
|
||||
Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren, voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd, worden voorzien van:
|
||||
|
||||
a. dorst, honger en onjuiste voeding;
|
||||
b. fysiek en fysiologisch ongerief;
|
||||
c. pijn, verwonding en ziektes;
|
||||
d. angst en chronische stress;
|
||||
e. beperking van hun natuurlijk gedrag;
|
||||
|
||||
voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd.
|
||||
a. voldoende voeding van een goede kwaliteit;
|
||||
b. een comfortabele en veilige omgeving met een goed klimaat;
|
||||
c. waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn;
|
||||
d. voldoende mogelijkheden om te voorzien in hun gedragsbehoeften; en
|
||||
e. een positieve emotionele toestand.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.4
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor dieren.
|
||||
|
||||
**2.** De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Dieren
|
||||
|
||||
|
|
@ -193,6 +194,8 @@ r. een verbod op het houden van bepaalde diersoorten of diercategorieën, indien
|
|||
|
||||
**11.** Het bepaalde krachtens het tiende lid, onderdeel e, is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren.
|
||||
|
||||
**12.** Het is houders van dieren die bedrijfsmatig worden gehouden met het oog op de productie van dierlijke producten verboden om die dieren permanent de mogelijkheid te onthouden te voorzien in de voor de desbetreffende diersoort of diercategorie bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gedragsbehoeften.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dieren te gebruiken met het oog op de productie van dierlijke producten.
|
||||
|
|
@ -208,6 +211,24 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoe
|
|||
a. een verbod op het gebruik van bepaalde dieren, diersoorten of diercategorieën voor bepaalde doelen of activiteiten, en
|
||||
b. het toestaan van het gebruik van bepaalde dieren, diersoorten of diercategorieën voor bepaalde doelen of activiteiten onder bij of krachtens de in het derde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3a
|
||||
|
||||
**1.** Op grond van de artikelen 2.2, twaalfde lid in samenhang met het tiende lid, en 1.3, worden bij algemene maatregel van bestuur in ieder geval regels gesteld die gericht zijn op het bewerkstelligen van een dierwaardige wijze van houden van dieren die bedrijfsmatig worden gehouden met het oog op de productie van dierlijke producten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onder een dierwaardige wijze van houden van dieren die bedrijfsmatig worden gehouden met het oog op de productie van dierlijke producten wordt een veehouderij verstaan waarin ten aanzien van de behoeften van dieren, voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd, wordt voorzien in:
|
||||
|
||||
a. respect voor de intrinsieke waarde en integriteit van het dier, waaronder in ieder geval verstaan wordt dat geen routinematige ingrepen worden uitgevoerd op basis van voldoende maatregelen gericht op het minimaliseren van risicofactoren;
|
||||
b. goede voeding, inhoudende een wijze van voer- en waterverstrekking die aansluit bij de gedragsbehoeften van de soort, waarbij geen voer- en waterbeperking wordt opgelegd en variatie in voeding wordt geboden aansluitend bij gedragsbehoeften;
|
||||
c. goede omgeving, inhoudende een stalconcept waarin dieren van alle leeftijden de keuzevrijheid en ruimte hebben om soorteigen gedrag uit te voeren, inhoudende geen kooihuisvesting, voldoende thermisch comfort en keuzevrijheid;
|
||||
d. goede gezondheid, inhoudende een stalconcept en management dat het risico op veel voorkomende gezondheidsproblemen minimaliseert, waartoe in ieder geval voorzien wordt in geschikte vloeren en ondergrond;
|
||||
e. natuurlijk gedrag, inhoudende een stalconcept dat voorziet in de gedragsbehoeften van de soort, onder andere voor wat betreft sociaal gedrag, zelfverzorgend gedrag, foerageergedrag, territoriaal gedrag, maternaal gedrag en rustgedrag;
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de op grond van artikel 2.8, tweede lid, onder b, aangewezen lichamelijke ingrepen met het oog op een dierwaardige wijze van houden van de in het eerste lid bedoelde dieren regels gesteld over het vervallen van die aangewezen ingrepen, voor zover de ingreep geen diergeneeskundige noodzaak heeft en voor zover het verrichten van de ingreep niet dwingend voortvloeit uit bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen.
|
||||
|
||||
**4.** De krachtens het eerste en derde lid vast te stellen regels zijn gericht op het uiterlijk in 2040 bewerkstelligen van een dierwaardige wijze van het houden van dieren, tenzij en voor zover noodzakelijk voor bepaalde situaties bij die in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur een langere termijn wordt gesteld met het oog op een redelijke overgangstermijn gericht op het door houders van dieren kunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over de identificatie van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.
|
||||
|
|
@ -537,13 +558,23 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
|
||||
|
||||
a. het vervoeren van:
|
||||
a. onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot diergeneesmiddelen en grondstoffen voor diergeneesmiddelen, klinische proeven en preklinische studies;
|
||||
b. procedures voor de registratie van homeopathische diergeneesmiddelen;
|
||||
c. het vervaardigen, het bewerken, het verwerken, het verpakken en het etiketteren van:
|
||||
|
||||
1°. diergeneesmiddelen die in de apotheek of door een andere persoon voor een bepaald dier of een kleine groep dieren worden bereid, of
|
||||
2°. diergeneesmiddelen die in de apotheek overeenkomstig de aanwijzingen van een farmacopee worden bereid en die voor directe verstrekking aan de eindgebruiker zijn bestemd;
|
||||
d. het vervoeren van:
|
||||
|
||||
1°. diergeneesmiddelen, of
|
||||
2°. stoffen die bij de bereiding van diergeneesmiddelen worden gebruikt;
|
||||
b. de kleinhandel in diergeneesmiddelen;
|
||||
c. het beperken van het gebruik van diergeneesmiddelen tot bepaalde personen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid;
|
||||
d. klinische proeven.
|
||||
2°. grondstoffen voor diergeneesmiddelen;
|
||||
e. het leveren van diergeneesmiddelen waarvoor een diergeneeskundig voorschrift vereist is;
|
||||
f. de kleinhandel in diergeneesmiddelen;
|
||||
g. het bewaren en behandelen van diergeneesmiddelen;
|
||||
h. het beperken van het gebruik van diergeneesmiddelen tot bepaalde personen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid;
|
||||
i. het gebruik van antimicrobiële stoffen;
|
||||
j. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens over de voorraad, de vervaardiging, de bewerking, de verwerking, de ontvangst, de herkomst, de aflevering, de vernietiging, de bestemming en het gebruik van diergeneesmiddelen; en
|
||||
k. reclame voor diergeneesmiddelen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij ministeriële regeling aangewezen stoffen die geen diergeneesmiddel zijn maar wel als zodanig kunnen worden gebruikt, of gemedicineerde diervoeders.
|
||||
|
||||
|
|
@ -834,7 +865,7 @@ d. de voorwaarden waaronder personen die beschikken over een titel, verbonden aa
|
|||
|
||||
**1.** Ingeval in het belang van de gezondheid van mens of dier naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan hij bepalen dat door hem krachtens dit hoofdstuk vastgestelde regelingen onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden.
|
||||
|
||||
**2.** Een regeling als bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking van artikel 5, aanhef en onder a, van de Bekendmakingswet, door Onze Minister op andere dan de daar genoemde wijze bekend worden gemaakt.
|
||||
**2.** Een regeling als bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking van artikel 5, aanhef en onder a, van de Bekendmakingswet, door Onze Minister op andere dan de daar genoemde wijze bekend worden gemaakt. In dit geval wordt de regeling tevens zo snel mogelijk bekendgemaakt op de wijze, genoemd in artikel 5, aanhef en onderdeel a, van de Bekendmakingswet.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan mandaat verlenen voor het stellen van regels krachtens dit hoofdstuk ten aanzien van gevallen waarin in het belang van de gezondheid van mens of dier een onverwijlde voorziening noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -892,8 +923,9 @@ f. een verbod op het winnen van sperma, eicellen en embryo’s, het insemineren
|
|||
g. een verplichting tot het merken;
|
||||
h. een verbod of een verplichting tot het doden van dieren;
|
||||
i. een verplichting tot het onschadelijk laten maken van gestorven of gedode dieren;
|
||||
j. een verplichting tot het laten doen van onderzoek of een verplichting tot het dulden van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose, en
|
||||
k. een verplichting tot het bijhouden van gegevens.
|
||||
j. een verplichting tot het informeren van derden over de verdenking of besmetting;
|
||||
k. een verplichting tot het laten doen van onderzoek of een verplichting tot het dulden van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose, en
|
||||
l. een verplichting tot het bijhouden van gegevens.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -924,8 +956,9 @@ e. een verplichting tot het verwerken;
|
|||
f. een verbod of een verplichting tot het verplaatsen of vervoeren;
|
||||
g. een verbod op het in of buiten Nederland brengen;
|
||||
h. een verbod op in het in contact brengen met of het in de nabijheid brengen van dieren;
|
||||
i. een verplichting tot het reinigen en ontsmetten, en
|
||||
j. een verplichting tot het laten doen van onderzoek of een verplichting tot het dulden van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose.
|
||||
i. een verplichting tot het reinigen en ontsmetten;
|
||||
j. een verplichting tot het laten doen van onderzoek of een verplichting tot het dulden van onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen of naar besmetting met een dierziekte of zoönose, en
|
||||
k. een verbod op het op of in de bodem brengen van dierlijke mest.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -963,10 +996,6 @@ b. het aanbrengen van kentekenen bij gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en a
|
|||
c. het plaatsen van materialen ter voorkoming of bestrijding van besmettelijke dierziekten of zoönosen of ter wering van ziekteverwekkers, en
|
||||
d. het reinigen en ontsmetten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de modellen van waarschuwingsborden en kentekenen als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over onder meer het vervoeren van dieren, producten of voorwerpen van en naar gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en andere onroerende zaken waar een kenteken als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, is geplaatst, en over de toegang van personen tot dergelijke gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en andere onroerende zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.7
|
||||
|
||||
De op grond van deze paragraaf of artikel 5.1, vierde lid, getroffen maatregelen ter preventie of bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen kunnen zo nodig afwijken van het overige bij en krachtens deze wet bepaalde, de Meststoffenwet en artikel 4.3, in samenhang met artikel 4.31, 4.32, 4.34, 4.36 of 4.38, artikel 5.1, eerste lid, aanhef, onder f of g, tweede lid, aanhef en onder g, wel dan niet in samenhang met artikel 5.18, 5.39 of 5.40, of artikel 5.2, eerste of tweede lid, van de Omgevingswet.
|
||||
|
|
@ -1030,7 +1059,9 @@ i. een verplichting tot het identificeren en registreren.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.10a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot houders van dieren ter bevordering van de kennis van de houder wanneer door die houder niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen een verplichting inhouden tot het volgen van een cursus of training.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -1038,8 +1069,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. diervoeders ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed, en
|
||||
b. diervoeders die de gezondheid van mens of dier of het milieu in gevaar kunnen brengen.
|
||||
a. diervoeders en gemedicineerde diervoeders ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed, en
|
||||
b. diervoeders en gemedicineerde diervoeders die de gezondheid van mens of dier of het milieu in gevaar kunnen brengen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1052,10 +1083,10 @@ d. een verplichting tot het vernietigen;
|
|||
e. een verbod op het in of buiten Nederland brengen;
|
||||
f. een verplichting tot het terugzenden, voor zover het product afkomstig is uit een ander land;
|
||||
g. een verplichting om houders, dan wel vermoedelijke houders onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen;
|
||||
h. een verplichting tot het identificeren en registreren van de diervoeders;
|
||||
h. een verplichting tot het identificeren en registreren van de diervoeders en gemedicineerde diervoeders;
|
||||
i. een verplichting tot het ontsmetten, dan wel het toepassen van een andere passende behandeling;
|
||||
j. een verplichting tot het ophalen van in de handel gebrachte diervoeders en het opslaan op een bij de maatregel aangewezen plaats;
|
||||
k. een verplichting om de diervoeders voor andere doeleinden te gebruiken, en
|
||||
j. een verplichting tot het ophalen van in de handel gebrachte diervoeders en gemedicineerde diervoeders en het opslaan op een bij de maatregel aangewezen plaats;
|
||||
k. een verplichting om de diervoeders en gemedicineerde diervoeders voor andere doeleinden te gebruiken, en
|
||||
l. een verbod op het voederen aan, het toepassen bij of het brengen in de nabijheid van dieren.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.12
|
||||
|
|
@ -1111,7 +1142,7 @@ b. de uitvoering van EU-rechtshandelingen die krachtens de onder a bedoelde rech
|
|||
|
||||
### Artikel 6.2
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.
|
||||
**1.** Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen en EU-besluiten betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** De aanwijzing bij ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor zover de voorschriften geheel of mede strekken tot bescherming van de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1119,11 +1150,11 @@ b. de uitvoering van EU-rechtshandelingen die krachtens de onder a bedoelde rech
|
|||
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van onderdelen van EU-rechtshandelingen waarin een EU-rechtshandeling een tot de overheid behorend orgaan of een persoon in dienst van de overheid, de opdracht geeft of de keuze laat.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald is Onze Minister bevoegd de besluiten te nemen waartoe een voorschrift van een EU-verordening als bedoeld in artikel 6.2 een tot de overheid behorend orgaan of een persoon in dienst van de overheid, de opdracht geeft of de keuze laat.
|
||||
**2.** Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald is Onze Minister bevoegd de besluiten te nemen waartoe een voorschrift van een EU-verordening of EU-besluit als bedoeld in artikel 6.2 een tot de overheid behorend orgaan of een persoon in dienst van de overheid, de opdracht geeft of de keuze laat.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van het bepaalde in de hoofdstukken 2 en 3 kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor de uitvoering van een bindend onderdeel van een EU-verordening of een EU-besluit, voor zover de EU-verordening of het EU-besluit onderwerpen betreft, bedoeld in de artikelen 2.2, tiende lid, 2.3, vierde lid, 2.4, tweede of derde lid, 2.5, tweede lid, 2.6, tweede of derde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, vierde lid, 2.10, derde lid, 2.12, tweede lid, 2.15, tweede of vierde lid, 2.16, tweede lid, 2.18, tweede lid, 2.20, tweede lid, 2.21, eerste lid, 2.22, tweede lid, 2.23, 2.25, derde lid, 3.1, tweede lid, 3.2, tweede lid, 4.1, derde en vijfde lid, 4.5, tweede lid, 5.4, tweede lid, 5.6, vierde en vijfde lid, 7.2, eerste tot en met derde lid, 7.3, derde lid, 7.4, eerste lid, 7.6, eerste lid, 7.8, 10.1 en 10.2.
|
||||
**1.** In afwijking van het bepaalde in de hoofdstukken 2 en 3 kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor de uitvoering van een bindend onderdeel van een EU-verordening of een EU-besluit, voor zover de EU-verordening of het EU-besluit onderwerpen betreft, bedoeld in de artikelen 2.2, tiende lid, 2.3, vierde lid, 2.4, tweede of derde lid, 2.5, tweede lid, 2.6, tweede of derde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, vierde lid, 2.10, derde lid, 2.12, tweede lid, 2.15, tweede of vierde lid, 2.16, tweede lid, 2.18, tweede lid, 2.20, tweede lid, 2.22, tweede lid, 2.23, 2.25, derde lid, 3.1, tweede lid, 3.2, tweede lid, 4.1, derde en vijfde lid, 4.5, tweede lid, 5.4, tweede lid, 7.2, eerste tot en met derde lid, 7.3, derde lid, 7.4, eerste lid, 7.6, eerste lid, 7.8, 10.1 en 10.2.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 7.3, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1287,7 +1318,7 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. *overtreding:* gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens:
|
||||
|
||||
1°. de artikelen 2.2, negende en tiende lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste, tweede en derde lid, 2.7, eerste tot en met derde lid, 2.8, eerste lid, en vierde lid, onderdeel f, 2.10, tweede, derde en vierde lid, 2.15, vijfde en zesde lid, 2.16, eerste, derde en vierde lid, 2.17, 2.18, 2.18a, 2.20, 2.21, eerste en derde lid, 2.22, eerste, tweede en derde lid, 3.1, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, 3.5, eerste en derde lid, 3.7, 5.1, derde lid, tweede volzin, en vierde lid5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste en vijfde lid, 5.10, 5.10a, 5.11, 5.12 of 10.2, eerste lid;
|
||||
1°. de artikelen 2.2, negende en tiende lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.5, eerste en tweede lid, 2.6, eerste, tweede en derde lid, 2.7, eerste tot en met derde lid, 2.8, eerste lid, en vierde lid, onderdeel f, 2.10, tweede, derde en vierde lid, 2.15, vijfde en zesde lid, 2.16, eerste, derde en vierde lid, 2.17, 2.18, 2.18a, 2.20, 2.22, eerste, tweede en derde lid, 3.1, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, 3.5, eerste en derde lid, 3.7, 5.1, derde lid, tweede volzin, en vierde lid5.4, eerste lid, 5.5, eerste lid, 5.6, eerste lid, 5.10, 5.10a, 5.11, 5.12, 5.15, eerste lid, 8.4 of 10.2, eerste lid;
|
||||
2°. een van de bepalingen, bedoeld in onderdeel a, in samenhang met de artikelen 6.2, eerste lid, 6.4, eerste lid, 7.1, 7.2, eerste of derde lid, 7.5, derde lid, of 10.5, eerste lid;
|
||||
b. *overtreder:* degene die de overtreding pleegt of mede pleegt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1319,7 +1350,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 8.11
|
||||
|
||||
**1.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, 2.8, eerste lid, onderdeel a, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, 2.9, eerste lid, 2.10, eerste lid, en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, of met de maatregel, als bedoeld in artikel 8.11a zijn misdrijven.
|
||||
**1.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, artikel 2.8, eerste lid, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, 2.9, eerste lid, 2.10, eerste lid, en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, of met de maatregel, als bedoeld in artikel 8.11a zijn misdrijven.
|
||||
|
||||
**2.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, zesde lid, 2.2, eerste lid, negende en tiende lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tiende lid, onderdelen b, c en d, en onderdeel r, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op regels als bedoeld in de onderdelen b, c en d, 2.3, derde en vierde lid, 2.4, eerste, tweede en derde lid, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen d en e, 2.9, tweede, vierde en vijfde lid, 2.14, tweede lid, 2.15, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 4.4, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, zijn overtredingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1351,7 +1382,7 @@ b. zich niet op te houden in een bepaald gebied.
|
|||
|
||||
**1.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1 eerste lid, 2.2, zesde lid, eerste volzin, en achtste lid, 2.10, eerste lid en 2.14, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
**2.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen artikel 2.8, eerste lid, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, voor zover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soorten of categorieën, worden gehouden, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van de vijfde categorie.
|
||||
|
||||
**3.** Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, zesde lid, 2.3, derde en vierde lid, 2.8, derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen bedoeld in het vierde lid, onderdelen d en e, 2.9, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 2.14, tweede lid, 2.15, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 4.4, eerste lid, of een of meer van de voornoemde bepalingen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, artikel 6.4, eerste lid, of artikel 7.5, derde lid, worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1359,7 +1390,7 @@ b. zich niet op te houden in een bepaald gebied.
|
|||
|
||||
**5.** Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens artikel 2.15, derde lid, worden gepleegd in verband met een paardenren of harddraverij met betrekking tot welke een totalisator als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wet op de kansspelen is georganiseerd, wordt de in het derde lid voorziene hechtenis met een derde verhoogd.
|
||||
|
||||
**6.** Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, eerste lid, 2.2, achtste lid, 2.8, eerste lid, onderdeel a, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, in de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie.
|
||||
**6.** Indien gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.1, eerste lid, 2.2, achtste lid, artikel 2.8, eerste lid, en derde en vierde lid voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a, b en c, in de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie.
|
||||
|
||||
**7.** Gedragingen in strijd met artikel 8.11a worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1750,7 +1781,7 @@ a. de behandeling van een aanvraag tot een bij of krachtens deze wet voorgeschre
|
|||
b. de instandhouding van de bij of krachtens deze wet verleende vergunning, erkenning, aanwijzing, toestemming, toelating, registratie, bewijs van vakbekwaamheid, goedkeuring of certificering;
|
||||
c. de behandeling van een aanvraag tot ontheffing van het bij of krachtens deze wet bepaalde, dan wel van een aanvraag tot verlenging of wijziging van de ontheffing;
|
||||
d. de identificatie en registratie van dieren;
|
||||
e. keuringen als bedoeld in artikel 2.10, derde lid, onderdeel p, artikel 2.20, tweede lid, onderdeel k, en artikel 3.2, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
e. keuringen als bedoeld in artikel 2.10, derde lid, onderdeel p, en artikel 3.2, tweede lid, onderdeel d;
|
||||
f. het toezicht op de naleving van artikel 2.15 bij een wedstrijd, ten laste van de organiserende instelling;
|
||||
g. onderzoeken, controles of verrichtingen met betrekking tot dieren, diervoeders, diergeneesmiddelen, producten of voorwerpen, bedrijven of locaties ter voorkoming en bestrijding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en ter wering van ziekteverwekkers, voor zover de onderzoeken of verrichtingen zijn voorgeschreven bij een EU-rechtshandeling dan wel op verzoek van betrokkenen plaatsvinden;
|
||||
h. controles die nodig zijn om de omvang van een overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet vast te stellen, om na te gaan of corrigerende maatregelen zijn genomen, dan wel om een overtreding op te sporen of te bewijzen, voor zover de heffing ter vergoeding van kosten van deze controles is voorgeschreven bij een EU-rechtshandeling, en
|
||||
|
|
@ -1798,7 +1829,7 @@ Uit het Diergezondheidsfonds worden betaald:
|
|||
|
||||
a. de kosten van het plaatsen van waarschuwingsborden en borden ter vooraankondiging, het aanbrengen van kentekenen bij gebouwen, ruimten, terreinen, gebieden en andere onroerende zaken, het plaatsen van materialen ter voorkoming of bestrijding van besmettelijke dierziekten of zoönosen of ter werking van ziekteverwekkers en het reinigen en ontsmetten, met uitzondering van de kosten van het reinigen van gebouwen, terreinen, bewaarplaatsen van mest en voorwerpen alsmede van het reinigen en ontsmetten van markten en andere plaatsen waarop dieren afkomstig van verschillende plaatsen bijeen worden gebracht;
|
||||
b. de kosten van het ter beschikking stellen van middelen voor reiniging en ontsmetting, en
|
||||
c. betalingen ter uitvoering van de artikelen 9.6, eerste lid, 9.9, vierde lid en 9.10.
|
||||
c. betalingen ter uitvoering van de artikelen 9.6, eerste lid, 9.9, derde lid en 9.10.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1812,7 +1843,7 @@ e. ter zake van uitgaven ten behoeve van het weren van tegen antimicrobiële die
|
|||
f. ter zake van de heffing en invordering van de krachtens de artikelen 9.14, 9.15, 9.16 en 9.19 ingevoerde heffingen, en
|
||||
g. ter zake van andere uitgaven.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan besluiten dat de kosten van het behandelen en merken van dieren, dierlijke of plantaardige producten geheel of gedeeltelijk worden betaald uit ’s Rijks kas.
|
||||
**3.** Onze Minister kan besluiten dat de kosten van het behandelen en merken van dieren, dierlijke of plantaardige producten geheel of gedeeltelijk worden betaald uit ’s Rijks kas.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Tegemoetkomingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1863,6 +1894,8 @@ b. de houder aan de bij of krachtens artikel 2.2 gestelde regels of de krachtens
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan het bedrag van de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien aan de op grond van artikel 9.6, tweede lid, gestelde voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet is voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Op een tegemoetkoming in de schade voor dieren, producten of voorwerpen die zijn gedood, onschadelijk gemaakt of vernietigd als bedoeld in artikel 9.6, eerste lid, wordt de eventuele opbrengst van die dieren, producten of voorwerpen in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1907,9 +1940,7 @@ c. de waarde en de motivering ervan.
|
|||
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben in elk geval betrekking op de algemene kennis op het gebied van waardevaststellingen alsmede praktijkvaardigheden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de vergoeding van de deskundige, bedoeld in artikel 9.8, vijfde lid, en zesde lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
**4.** De vergoeding, bedoeld in het derde lid, wordt betaald uit het Diergezondheidsfonds.
|
||||
**3.** De kosten van de deskundigen, bedoeld in het eerste lid, worden betaald uit het Diergezondheidsfonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -2148,7 +2179,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 10.6
|
||||
|
||||
**1.** Deze wet treedt niet in hetgeen bij of krachtens de Wet op de dierproeven is bepaald, met dien verstande dat onverminderd van kracht blijft hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 2.2, 2.6 en 2.23.
|
||||
**1.** Deze wet treedt niet in hetgeen bij of krachtens de Wet op de dierproeven is bepaald, met dien verstande dat onverminderd van kracht blijft hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 2.2, eerste tot en met elfde lid, 2.6 en 2.23.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het verrichten van dierproeven in de zin van de Wet op de dierproeven, voor zover laatstgenoemde wet op deze handelingen van toepassing is, niet aangemerkt als het verrichten van diergeneeskundige handelingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2170,10 +2201,12 @@ Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatre
|
|||
|
||||
### Artikel 10.10
|
||||
|
||||
**1.** De voordracht voor een krachtens de artikelen 2.1, derde en vijfde lid, 2.2, tweede, derde, zevende en tiende lid, 2.3, tweede en vierde lid, 2.4, tweede lid, 2.5, tweede lid, 2.6, tweede en derde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, 2.10, eerste, derde en vierde lid, 2.15, tweede lid, 2.16, eerste lid, en 2.24 vast te stellen algemene maatregel van bestuur voor zover het betreft een voordracht voor een maatregel mede met of met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd.
|
||||
**1.** De voordracht voor een krachtens de artikelen 2.1, derde en vijfde lid, 2.2, tweede, derde, zevende, tiende en twaalfde lid, 2.3, tweede en vierde lid, 2.4, tweede lid, 2.5, tweede lid, 2.6, tweede en derde lid, 2.7, tweede lid, 2.8, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, 2.10, eerste, derde en vierde lid, 2.15, tweede lid, 2.16, eerste lid, en 2.24 vast te stellen algemene maatregel van bestuur voor zover het betreft een voordracht voor een maatregel mede met of met het oog op de bescherming van het welzijn van dieren, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overlegd.
|
||||
|
||||
**2.** Een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.18a, eerste lid, of 3.7, wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd, tenzij binnen deze termijn door of namens een van de Kamers of ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers nadere inlichtingen worden gevraagd. De ministeriële regeling kan niet eerder worden vastgesteld dan nadat de Kamer die de nadere inlichtingen heeft gevraagd, heeft vastgesteld dat deze genoegzaam zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een krachtens artikel 2.3a, eerste en derde lid, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Deze overlegging vindt niet later plaats dan één jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 29 mei 2024 houdende wijziging van de Wet dieren in verband met actualisering van de diergezondheidsregels en enkele technische aanpassingen (*Stb.* 2024, 160).
|
||||
|
||||
### Artikel 10.11
|
||||
|
||||
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue