2021-06-28 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2021-06-28 12:00:00 +00:00
parent 712a55391e
commit 3be95e387a

View file

@ -521,6 +521,12 @@ De werknemers van een bank met zetel in Nederland die in Nederland beleggingsdie
Het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, eerste en derde tot en met vijfde lid, van een bank, een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten of een clearinginstelling voldoen aan de op de betrokken onderneming van toepassing zijnde technische criteria voor de organisatie en behandeling van risicos in de artikelen 79 tot en met 87 van de richtlijn kapitaalvereisten.
### Artikel 23aa
**1.** De Nederlandsche Bank kan een bank of beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten verplichten de gestandaardiseerde methode, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten te gebruiken indien zij van oordeel is dat de interne systemen die de bank of beleggingsonderneming heeft voor de beoordeling van renterisicos als bedoeld in dat artikellid niet adequaat zijn.
**2.** De Nederlandsche Bank kan een kleine en niet-complexe instelling, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 145 van de verordening kapitaalvereisten, verplichten de gestandaardiseerde methode te gebruiken indien zij van oordeel is dat de vereenvoudigde gestandaardiseerde methode, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten niet adequaat is voor het ondervangen van renterisicos als bedoeld in dat artikellid.
### Artikel 23b
**1.**
@ -1695,24 +1701,7 @@ Vervallen
### Artikel 61
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een kredietunie bedraagt 10 procent van de totale risicoblootstelling, berekend overeenkomstig het tweede en derde lid.
**2.**
De voor de bepaling van de totale risicoblootstelling in aanmerking te nemen posten zijn:
a. de balanswaarde van alle activa, met uitzondering van de in bijlage II van de verordening kapitaalvereisten opgesomde contracten en van kredietderivaten;
b. de blootstellingswaarde van de in bijlage II van de verordening kapitaalvereisten opgesomde contracten en van kredietderivaten, berekend overeenkomstig artikel 429 bis van de verordening kapitaalvereisten;
c. de opslagfactoren voor tegenpartijkredietrisico bij retrocessietransacties, transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstofleningen en transacties met afwikkeling op lange termijn en margeleningstransacties, berekend overeenkomstig artikel 429 ter van de verordening kapitaalvereisten; en
d. de blootstellingswaarde van de posten buiten de balanstelling, met uitzondering van de posten, bedoeld in onderdeel b, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 429, tiende lid, van de verordening kapitaalvereisten.
**3.**
De voor de bepaling van de totale risicoblootstelling uit te zonderen posten zijn:
a. alle activa en posten buiten de balanstelling die zijn afgetrokken bij de vaststelling van het toetsingsvermogen;
b. de activa, bedoeld in artikel 429, dertiende lid, van de verordening kapitaalvereisten, indien is voldaan aan de voorwaarden van dat lid; en
c. activa voor zover die gedekt zijn door een garantie van de Nederlandse Staat.
De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een kredietunie bedraagt 10 procent van de totale risicoblootstelling, berekend overeenkomstig deel 7 van de verordening kapitaalvereisten.
### Artikel 61a
@ -2555,7 +2544,7 @@ j. de volgende ratios, bedoeld in artikel 92 van de verordening kapitaalverei
1°. de totale kapitaalratio;
2°. de tier 1 kapitaalratio;
3°. de tier 1-kernkapitaalratio;
4°. de hefboomratio, bedoeld in artikel 429 van de verordening kapitaalvereisten.
4°. de hefboomratio.
**2.** De Nederlandsche Bank maakt de gegevens uit de staten die zij bij het vaststellen van de kerngegevens gebruikt bekend en maakt bekend op welk consolidatieniveau de door haar te gebruiken gegevens betrekking hebben.