2012-07-01 | BWBR0003994 | Wet bodembescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2012-07-01 12:00:00 +00:00
parent 367e3ee6e5
commit 3f0e34e1c7

View file

@ -40,7 +40,9 @@ saneringsonderzoek: inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering, inhoude
beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;
provinciaal milieuprogramma: provinciaal milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.14 van de Wet milieubeheer, voor zover dat betrekking heeft op gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1°, van dat artikel.
provinciaal milieuprogramma: provinciaal milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.14 van de Wet milieubeheer, voor zover dat betrekking heeft op gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1°, van dat artikel;
gebiedsgerichte aanpak: aanpak die is gericht op de sanering van meerdere verontreinigingen van het diepere grondwater in een daartoe aangewezen gebied.
## Hoofdstuk II. Technische commissie bodem
@ -540,7 +542,7 @@ Een melding als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven, indien de betr
### Artikel 28a
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent:
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de beoordeling van de reinigbaarheid of de immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van deze wet of in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;
b. de wijze van indeling in partijen van de verontreinigde bodem op de te ontgraven locatie.
@ -856,7 +858,7 @@ doch overigens voldoet aan het eerste lid, geven gedeputeerde staten hem geen be
### Artikel 48
Gedeputeerde staten zijn belast met het oriënterend onderzoek en het nader onderzoek in hun provincie alsmede met het saneringsonderzoek en de sanering van in hun provincie gelegen gevallen van ernstige verontreiniging voor zover daarin niet is voorzien op de wijze, bedoeld in de artikelen 13, 27, 28, 43 tot en met 47 of 72.
Gedeputeerde staten zijn belast met het oriënterend onderzoek en het nader onderzoek in hun provincie alsmede met het saneringsonderzoek en de sanering van in hun provincie gelegen gevallen van ernstige verontreiniging voor zover daarin niet is voorzien op de wijze, bedoeld in de artikelen 13, 27, 28, 43 tot en met 47, 55b of 72.
### Artikel 49
@ -945,6 +947,89 @@ In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder een bedrijfster
**3.** Indien de eigendom of de erfpacht wordt overgedragen, blijft de verplichting om te saneren mede rusten op de eigenaar of de erfpachter die zijn eigendom respectievelijk zijn recht van erfpacht heeft overgedragen tot het tijdstip waarop de opvolgende eigenaar of de opvolgende erfpachter financiële zekerheid voor de saneringskosten heeft gesteld, en daarmee door gedeputeerde staten is ingestemd. Artikel 39f, tweede lid, is van toepassing.
### Paragraaf 3b. Bijzondere bepalingen inzake een gebiedsgerichte aanpak
### Artikel 55c
**1.** Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van een bestuursorgaan of ambtshalve een gebied aanwijzen waar een gebiedsgerichte aanpak zal plaatsvinden.
**2.**
Een gebiedsgerichte aanpak is gericht op:
a. het zoveel mogelijk voorkomen van de risicos van verspreiding van verontreiniging buiten het aangewezen gebied, en
b. de bescherming van bestaande en beoogde functies van, in en op de bodem binnen het aangewezen gebied.
**3.**
Van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan gebruik worden gemaakt indien gevallen van verontreiniging in het diepere grondwater in een gebied zodanig gemengd zijn of gemengd kunnen raken dat deze gevallen voor de toepassing van deze wet naar het oordeel van gedeputeerde staten niet ten opzichte van elkaar zijn te onderscheiden en af te bakenen, dan wel indien gevallen van verontreiniging in het diepere grondwater in een gebied elkaar naar het oordeel van gedeputeerde staten bij een afzonderlijke aanpak van die gevallen in betekenende mate kunnen beïnvloeden, en, naar het oordeel van gedeputeerde staten:
a. wenselijk geachte ruimtelijke ontwikkelingen en andere plannen voor ontwikkeling van het gebied hierdoor worden belemmerd;
b. het treffen van maatregelen ter voorkoming van verspreiding van verontreiniging buiten het gebied hierdoor achterwege dreigt te blijven of niet op doelmatige of kosteneffectieve wijze kan plaatsvinden, of
c. andere bijzondere omstandigheden een gebiedsgerichte aanpak wenselijk maken.
### Artikel 55d
**1.** Een gebiedsgerichte aanpak wordt uitgevoerd overeenkomstig een daartoe vastgesteld en goedgekeurd plan. De uitvoering geschiedt door het bestuursorgaan dat het plan heeft vastgesteld.
**2.** Artikel 29, alsmede de paragrafen 3 en 3a van hoofdstuk IV vinden geen toepassing op de sanering van de verontreinigingen in het diepere grondwater die overeenkomstig artikel 55g in het plan zijn aangegeven.
### Artikel 55e
**1.**
Het plan, bedoeld in artikel 55d, eerste lid, wordt vastgesteld door:
a. het bestuursorgaan dat voornemens is het verzoek, bedoeld in artikel 55c, eerste lid, te doen, of
b. gedeputeerde staten, indien zij voornemens zijn ambtshalve een besluit te nemen als bedoeld in artikel 55c, eerste lid.
**2.**
Het plan bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de doelstellingen van de gebiedsgerichte aanpak binnen het beheergebied alsmede de maatregelen die ter verwezenlijking hiervan worden genomen;
b. de termijn waarbinnen deze doelstellingen zullen worden verwezenlijkt;
c. een beschrijving van het onderzoek dat is verricht met het oog op het opstellen van het plan;
d. de wijze waarop het plan past binnen relevante ruimtelijke en waterplannen;
e. een begroting van de kosten van de sanering en een overzicht van de daarvoor beschikbare middelen;
f. de wijze waarop belemmeringen voor een doelmatige gebiedsgerichte aanpak zullen worden weggenomen, alsmede de wijze waarop met gedeputeerde staten zal worden samengewerkt indien het plan niet door gedeputeerde staten wordt vastgesteld, en
g. de verontreinigingen in het diepere grondwater, bedoeld in artikel 55g.
**3.** In het plan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de gebiedsgerichte aanpak voor terreinen die daarvan geen onderdeel uitmaken, en worden zo nodig voorzieningen opgenomen om mogelijk voor die terreinen optredende gevolgen te monitoren alsmede maatregelen om alsdan in te grijpen.
**4.** Op de voorbereiding van het plan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**5.** Indien een verzoek wordt gedaan als bedoeld in artikel 55c, eerste lid, wordt het vastgestelde plan bedoeld in het eerste lid, onder a, bij dat verzoek aan gedeputeerde staten ter instemming overgelegd.
### Artikel 55f
Een plan dat niet door gedeputeerde staten is vastgesteld, behoeft de instemming van gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten kunnen de instemming met het plan onthouden indien zij geen gebruik maken van hun bevoegdheid bedoeld in artikel 55c, eerste lid, of naar hun oordeel voldoende aannemelijk is dat de gebiedsgerichte aanpak niet zal voldoen aan de doelstellingen, genoemd in artikel 55c, tweede lid.
### Artikel 55g
**1.** Het bestuursorgaan dat het plan, bedoeld in artikel 55d, eerste lid, vaststelt, treedt voor een verontreiniging die zal worden gesaneerd als onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak en welke als zodanig in het overeenkomstig artikel 55e vastgestelde, en onherroepelijk geworden, plan is vermeld, onherroepelijk in de plaats van degene aan wie krachtens artikel 43 met betrekking tot de betrokken verontreiniging een bevel kan worden gegeven of op wie een verplichting als bedoeld in artikel 55b van toepassing is.
**2.** Het bestuursorgaan dat het plan, bedoeld in artikel 55d, eerste lid, heeft vastgesteld, kan aan het vastgestelde plan verontreinigingen toevoegen. Artikel 55e, vierde lid, en 55f, zijn op deze wijzigingen niet van toepassing. Het eerste lid is op een zodanige verontreiniging van overeenkomstige toepassing zodra het wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden.
**3.** Het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, stelt gedeputeerde staten op de hoogte van een wijziging van het plan, bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 55h
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de gegevens die worden overgelegd bij een verzoek als bedoeld in artikel 55c, eerste lid;
b. het verrichten van bodemonderzoek ter voorbereiding van een plan als bedoeld in artikel 55d, eerste lid;
c. de onderwerpen die ten minste in het plan worden opgenomen;
d. de monitoring en evaluatie van de voortgang van een gebiedsgerichte aanpak.
### Artikel 55i
Indien in het gebied meer dan één bestuursorgaan bevoegd is op grond van artikel 88, eerste of zevende lid, dan wel de artikelen genoemd in dat eerste lid, geldt dat de bevoegdheden van gedeputeerde staten, bedoeld in deze paragraaf, worden uitgeoefend door:
a. gedeputeerde staten van de provincie waarin het grootste gedeelte van het gebied is gelegen, indien het gebied in meer dan één provincie is gelegen;
b. burgemeester en wethoudersvan de gemeentewaarop artikel 88, eerste lid, van toepassing is, indien op een deel van het gebied gedeputeerde staten bevoegd gezag is, en het grootste gedeelte van het gebied in die gemeente is gelegen;
c. gedeputeerde staten, in alle overige grensoverschrijdende situaties.
### Paragraaf 4. Verplichte aankoop door gemeenten bij ernstige verontreiniging
### Artikel 56
@ -1375,7 +1460,7 @@ b. de voortgang van de uitvoering van de bodemsaneringsoperatie.
De gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht worden gelijkgesteld met een provincie voor de toepassing van:
a. de artikelen 27 tot en met 34, 37, artikel 38, derde en vierde lid, 39, 39a, 39b, 39c, 39d, derde, vierde en vijfde lid, 39f, eerste lid, 40, 42, 43 tot en met 52, 55, 55b, derde lid, 74 tot en met 76l, 83, 87a en 92b;
a. de artikelen 27 tot en met 34, 37, artikel 38, derde en vierde lid, 39, 39a, 39b, 39c, 39d, derde, vierde en vijfde lid, 39f, eerste lid, 40, 42, 43 tot en met 52, 55, 55b, derde lid, 55c, eerste en derde lid, 55e, eerste, tweede lid, onder f, en vijfde lid, 55f, 55g, derde lid, 63c, tweede lid, 74 tot en met 76l, 83, 87a en 92b;
b. de artikelen 4.14, eerste lid, en tweede lid, onder a, onder 1°, en onder b, voor zover het de activiteiten, bedoeld onder a , onder 1°, betreft, en 4.15, derde lid, van de Wet milieubeheer.
**2.**