2012-03-14 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2012-03-14 12:00:00 +00:00
parent e209583320
commit 3fea82b68b

View file

@ -5905,27 +5905,75 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Iran geldt geen besluit in de zin van artikel 4
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Ivoorkust. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C22 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het thematisch ambtsbericht van de Minister van BuZa van september 2011 over de situatie in Ivoorkust (zie de website van het Ministerie van BuZa).
#### 2. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielaanvragen van vreemdelingen afkomstig uit Ivoorkust geldt een besluit in de zin van artikel 43 Vw Het besluit tot het instellen hiervan is gepubliceerd op dezelfde datum als onderhavig Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire. Het besluitmoratorium heeft een geldigheidsduur van zes maanden. Dit betekent dat tot en met het einde van deze termijn de individuele beslistermijn van aanvragen waarvan die termijn nog niet is volgelopen, wordt verlengd met ten hoogste één jaar. Voorts kan het voorkomen dat (ook) de (verlengde) beslistermijn reeds is verstreken. Echter, het ligt voor de hand dat het ook niet mogelijk is zorgvuldig te beslissen op deze aanvragen. Zie C19/5 voor de gevallen waarin nog wel kan worden beslist. Onder de werking van het besluitmoratorium zullen de individuele vreemdelingen wel in de gelegenheid worden gesteld zich omtrent de asielaanvraag te doen horen.
Ten aanzien van asielaanvragen van vreemdelingen afkomstig uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
#### 3. Vertrekmoratorium
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
##### 3.1. Inleiding
##### 3.1. Etnische groepen en minderheden
Ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust geldt een besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw Het besluit tot het instellen hiervan is gepubliceerd op dezelfde datum als onderhavig Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire. Het vertrekmoratorium heeft een geldigheidsduur van zes maanden. C22/6 is van toepassing.
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij vanwege zijn etnische afkomst te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
##### 3.2. Voortgezet recht op opvang
##### 3.2. Vrouwen
Het vertrekmoratorium heeft tot gevolg dat de opvang van de asielzoeker die het betreft en van wie de vertrektermijn reeds is verstreken, niet wordt beëindigd. Dit voortgezet recht op opvang volgt van rechtswege uit het besluit zoals gepubliceerd in de Staatscourant. Het voortgezet recht op opvang eindigt tevens van rechtswege wanneer het vertrekmoratorium eindigt.
Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/3.3 is van toepassing.
Gedurende het vertrekmoratorium wordt de vreemdeling geacht, conform artikel 45, vijfde lid, Vw, rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw. Het is niet noodzakelijk dat door deze personen een nieuwe asielaanvraag wordt ingediend. Voor zover betrokkene niet (meer) in het bezit is van een document, dient een document te worden verstrekt (zie artikel 3.5 VV). Asielzoekers die een asielaanvraag hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, maar die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, worden daarmee tevens geacht rechtmatig verblijf te hebben, indien zij onder de reikwijdte van het vertrekmoratorium vallen. Dit betekent dat asielzoekers die onder het vertrekmoratorium vallen, niet langer belang hebben bij een eerder ingediend verzoek om een voorlopige voorziening voor zover dit verzoek is gericht op het voorkomen van de verwijdering of de beëindiging van de voorzieningen.
Vrouwen en meisjes die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging in Ivoorkust, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat zij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
##### 3.3. Verkrijgen van opvang wanneer de opvang reeds was beëindigd
Indien een vrouw nog niet besneden is en dit in haar land van herkomst niet kan ontlopen, kan sprake zijn van een reëel risico voor een schending van artikel 3 EVRM. In die situatie kan op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat zij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
Om opnieuw voor opvang in aanmerking te komen, is geen nieuwe asielaanvraag noodzakelijk. Wel moet men eerder een asielaanvraag hebben ingediend en moet men zich melden bij het AC Ter Apel om voor opvang in aanmerking te komen. Om logistieke redenen kan na de aanmelding worden besloten betrokkene door te verwijzen naar de Centrale Ontvangstlocatie van het COA, alvorens te beoordelen of betrokkene conform het geldende vertrekmoratorium in aanmerking komt voor opvang.
##### 3.3. Minderjarigen
Vreemdelingen die niet reeds in de opvang verblijven en die reeds voorafgaand aan de instelling van het vertrekmoratorium een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend, welke nog niet heeft geleid tot een onherroepelijke afwijzing, kunnen zich ter verkrijging van opvang eveneens melden bij het AC Ter Apel.
Minderjarigen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging of andere mensenrechtenschendingen in Ivoorkust, kunnen conform het algemene beleid op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de minderjarigheid van betrokkene.
##### 3.4. Homoseksuelen
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.10.2 is van toepassing. Homoseksualiteit is op zichzelf geen reden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. Indien de vreemdeling zich beroept op discriminatie en deze discriminatie is aan te merken als vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (zie C2/2.5), kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich heeft gewend tot de autoriteiten voor bescherming.
##### 3.5. Dienstplichtigen en deserteurs
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
#### 4. Traumatabeleid
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.3 is van toepassing.
#### 5. Categoriale bescherming
Asielzoekers uit Ivoorkust komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.3.1 is van toepassing.
##### 6.2. Veilig land van herkomst
Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
Ivoorkust wordt niet beschouwd als veilig derde land.
##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C10/1.
##### 6.5. Algehele veiligheidssituatie
Er is in Ivoorkust geen sprake van een uitzonderlijke situatie in de zin van artikel 3 EVRM. De algemene situatie is niet zodanig dat ten aanzien van elke asielzoeker uit Ivoorkust zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat hij of zij bij terugkeer naar Ivoorkust enkel door zijn of haar aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt het slachtoffer te worden van een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM.
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs
Ten aanzien van Amvs uit Ivoorkust kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
#### 8. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
### [14]. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen