2025-05-16 | BWBR0050406 | Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd
This commit is contained in:
parent
9bf1fa304b
commit
4d9a75dd0a
1 changed files with 87 additions and 172 deletions
|
|
@ -17,13 +17,16 @@ citeertitel: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding
|
|||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *aanvraagtijdvak:* een door de Minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
|
||||
- *aanvrager:* een organisatievorm, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, die de subsidie aanvraagt op basis van deze regeling, of in het geval van een samenwerkingsverband, de hoofdaanvrager;
|
||||
- *activiteit:* een activiteit als bedoeld in artikel 2.2;
|
||||
- *bevoegd gezag van een school:* het bevoegd gezag van een uit ’s Rijks kas bekostigde school, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
|
||||
- *brancheorganisatie:* een organisatie die de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde branche behoren;
|
||||
- *brutoloon:* bruto jaarsalaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werknemers als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief overige vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
|
||||
- *btw:* omzetbelasting als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de omzetbelasting 1968;
|
||||
- *deelnemende organisaties:* organisaties bij welke de activiteiten worden uitgevoerd met een minimum van vijftig werknemers per organisatie, waarbij eventuele verschillende vestigingen onderdeel zijn van de deelnemende organisatie en geen aparte deelnemende organisaties;
|
||||
- *deeltijdwerknemer:* een werknemer van wie de werktijd korter is dan een arbeidsduur welke gemiddeld vijfendertig werkuren per week omvat;
|
||||
- *hoofdaanvrager:* een organisatie als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid;
|
||||
- *interventiepartner:* een organisatie, niet zijnde de kennisinstelling, met personeel die deelneemt aan het samenwerkingsverband en de activiteiten uitvoert binnen de deelnemende organisaties, volgens de door de kennisinstelling voorgeschreven wetenschappelijk methode;
|
||||
- *hoofdaanvrager:* een organisatie als bedoeld in artikel 2.10, vijfde lid;
|
||||
- *interventiepartner:* een organisatie, niet zijnde de kennisinstelling, die activiteiten uitvoert binnen de deelnemende organisaties, volgens de door de kennisinstelling voorgeschreven wetenschappelijk methode;
|
||||
- *Kaderregeling subsidies:*
|
||||
Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
|
||||
- *kennisinstelling:* Universiteit Utrecht;
|
||||
|
|
@ -33,11 +36,12 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
a. is opgericht bij een bij de Minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
|
||||
b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties; of
|
||||
c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
|
||||
- *samenwerkingsverband:* een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid;
|
||||
- *onderzoekslocatie:* een of meerdere vestigingen van een deelnemende organisatie met een groep deelnemers;
|
||||
- *samenwerkingsverband:* een samenwerking tussen partijen genoemd in artikel 2.10, tweede lid;
|
||||
- *sector kinderopvang: * de sectoren met sbi-code 88.91 en 88.99;
|
||||
- *sector onderwijs:* de sectoren met sbi-codes 85.2 en 85.3;
|
||||
- *sector zorg en welzijn:* de sectoren met sbi-codes 86, 87 en 88.1;
|
||||
- *subsidieontvanger:* het samenwerkingsverband waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling;
|
||||
- *subsidieontvanger:* het samenwerkingsverband of de aanvrager waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling;
|
||||
- *voltijdwerknemer:* een werknemer van wie de werktijd gelijk is aan dan wel langer is dan een arbeidsduur welke gemiddeld vijfendertig werkuren per week omvat;
|
||||
- *werkgeversorganisatie:* een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werkgevers beoogt;
|
||||
- *werknemer:* een werknemer in dienst van een deelnemende organisatie;
|
||||
|
|
@ -53,7 +57,7 @@ c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorg
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1
|
||||
|
||||
Het doel van deze regeling is dat samenwerkingsverbanden worden gestimuleerd tot het uitvoeren van activiteiten in het kader van wetenschappelijk onderzoek, in alle sectoren van de arbeidsmarkt en in het bijzonder in de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang, gericht op:
|
||||
Het doel van deze regeling is dat aanvragers of samenwerkingsverbanden worden gestimuleerd tot het uitvoeren van activiteiten in het kader van wetenschappelijk onderzoek, in alle sectoren van de arbeidsmarkt en in het bijzonder in de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang, gericht op:
|
||||
|
||||
a. het wegnemen van drempels bij uitbreiding van het aantal te werken uren voor deeltijdwerknemers;
|
||||
b. contractuitbreiding en cultuurverandering in de maatschappij, inclusief concrete handvatten hoe deze in de praktijk kunnen worden gebracht; en
|
||||
|
|
@ -78,13 +82,15 @@ De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten d
|
|||
a. de activiteit genaamd ‘oudervriendelijke organisaties’, voor het stimuleren van een ‘oudervriendelijke’ organisatie, waarbij gendernormen worden geadresseerd binnen organisaties;
|
||||
b. de activiteit genaamd ‘financiële inzichten’, inhoudende het wegnemen van misverstanden rond marginale druk, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat voor de werknemer de financiële gevolgen zijn van meer of minder werken.
|
||||
|
||||
**3.** De activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden in samenwerking met de kennisinstelling uitgevoerd conform de vereisten van het activiteitenplan en de door de hoofdaanvrager namens het samenwerkingsverband te ondertekenen samenwerkingsovereenkomst met de kennisinstelling die zijn opgenomen als bijlagen I en II bij deze regeling.
|
||||
**3.** De activiteiten worden in samenwerking met de kennisinstelling uitgevoerd op basis van de samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig het daartoe verstrekte format op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, geldt als voorwaarde dat per aanvraag tien deelnemende organisaties uit dezelfde sector en minimaal 13 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen aan de activiteit en minimaal 12 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen als controlegroep.
|
||||
**4.** Voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, geldt dat per aanvraag een tot tien deelnemende organisaties uit dezelfde sector deelnemen en het onderzoek op tien onderzoekslocaties wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt als voorwaarde dat per aanvraag tien deelnemende organisaties en minimaal 13 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen aan de activiteit en minimaal 12 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen als controlegroep.
|
||||
**5.** Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt dat per aanvraag een tot tien deelnemende organisaties deelnemen en het onderzoek op tien onderzoekslocaties wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt als voorwaarde dat per aanvraag twintig deelnemende organisaties en minimaal 13 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen aan de activiteit en minimaal 12 werknemers per deelnemende organisatie deelnemen als controlegroep.
|
||||
**6.** Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat per aanvraag een tot twintig deelnemende organisaties deelnemen en het onderzoek op twintig onderzoekslocaties wordt uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**7.** Per aanvraag geldt, voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, en het tweede lid, onderdeel a, een minimumaantal deelnemers van 250, waarvan 130 werknemers deelnemen aan de activiteit en 120 deelnemen als controlegroep. Voor de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geldt een minimumaantal deelnemers van 500, waarvan 260 werknemers deelnemen aan de activiteit en 240 deelnemen als controlegroep. Indien het aantal deelnemers hoger ligt dan het minimumaantal, worden de groepen volgens dezelfde verhouding ingedeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -92,38 +98,45 @@ b. de activiteit genaamd ‘financiële inzichten’, inhoudende het wegnemen va
|
|||
|
||||
Voor de subsidie komen de volgende kosten in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. directe loonkosten van de werknemers die zich in de organisatie van een van de partijen in het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van de activiteit, op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon van die personen vermeerderd met een opslag van 32% naar rato van de individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.565 werkbare uren op jaarbasis bij een 40-urig voltijds dienstverband. Bij een afwijkend voltijds dienstverband kunnen de werkbare uren naar rato worden bijgesteld;
|
||||
b. externe kosten voor de bestede uren aan HR-ondersteuning voor de activiteit, gemaakt door een deelnemende organisatie;
|
||||
c. een toeslag van 15% op de kosten, bedoeld in onderdeel a, ter subsidiëring van overige gemaakte kosten;
|
||||
d. een forfaitair bedrag ter dekking van de kosten van een controleverklaring ter hoogte van € 7.500, indien deze verplicht is op grond van artikel 2.14, derde lid, onderdeel b.
|
||||
a. directe loonkosten van de werknemers die zich in de organisatie van de aanvrager of een van de partijen in het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van de activiteit, op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend tarief op basis van het brutoloon van die personen vermeerderd met een opslag van 32% naar rato van de individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.565 werkbare uren op jaarbasis bij een 40-urig voltijds dienstverband. Bij een afwijkend voltijds dienstverband kunnen de werkbare uren naar rato worden bijgesteld;
|
||||
b. externe kosten voor een interventiepartner tot een bedrag van € 65.000 voor de activiteit bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, en € 210.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, mits sprake is van marktconformiteit als bedoeld in het vierde of vijfde lid;
|
||||
c. externe kosten voor HR-ondersteuning voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, tot een bedrag van € 100.000, mits sprake is van marktconformiteit als bedoeld in het vierde lid;
|
||||
d. een toeslag van 15% op de kosten, bedoeld in onderdelen a en b. De kosten waarover de toeslag wordt berekend zijn gemaximeerd tot een bedrag van € 65.000 voor de activiteit bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, en € 210.000 voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a;
|
||||
e. een forfaitair bedrag ter dekking van de kosten van een accountantsproduct ter hoogte van € 7.500, indien deze verplicht is op grond van artikel 2.14, derde lid, onderdeel b; en
|
||||
f. in rekening gebrachte btw, voor zover deze kosten niet verrekend kunnen worden en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op het BTW-compensatiefonds, genoemd in artikel 2 van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
|
||||
|
||||
**2.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van de activiteit zijn toe te rekenen.
|
||||
**2.** De aanvrager kan in plaats van de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, € 10.000 per deelnemende organisatie ontvangen tot een bedrag van € 100.000. De subsidieontvanger is verplicht deze subsidie door te betalen aan de deelnemende organisaties.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
|
||||
|
||||
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de hoofdaanvrager, indien de opdrachtwaarde onder de nationale aanbestedingsdrempel blijft en de in het project opgenomen kosten meer bedragen dan € 50.000; of
|
||||
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
|
||||
**3.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, zijn daadwerkelijk gemaakt en betaald, waarbij de kosten ten laste van de activiteit zijn gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van de activiteit zijn toe te rekenen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Activiteiten zijn uitsluitend subsidiabel op basis van directe loonkosten, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien deze zijn uitgevoerd door:
|
||||
Voor externe kosten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
|
||||
|
||||
a. de hoofdaanvrager, een begunstigde of een partij in het samenwerkingsverband;
|
||||
b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de hoofdaanvrager, in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband of een begunstigde;
|
||||
c. een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook:
|
||||
a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de aanvrager, indien de opdrachtwaarde onder de nationale aanbestedingsdrempel blijft en de in het project opgenomen kosten meer bedragen dan € 50.000; of
|
||||
b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
|
||||
|
||||
1°. in het bestuur van de hoofdaanvrager zijn vertegenwoordigd;
|
||||
**5.** Een uurtarief van een interventiepartner wordt geacht marktconform te zijn, indien het uurtarief van de interventiepartner maximaal € 135 exclusief btw bedraagt of het uurtarief op maximaal dat bedrag is bepaald. Dit lid is niet van toepassing indien de Aanbestedingswet 2012 op de subsidieontvanger van toepassing is.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Werkzaamheden ten behoeve van de activiteiten zijn uitsluitend subsidiabel op basis van directe loonkosten, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien deze zijn uitgevoerd door:
|
||||
|
||||
a. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de aanvrager, in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband of een begunstigde;
|
||||
b. een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook:
|
||||
|
||||
1°. in het bestuur van de aanvrager zijn vertegenwoordigd;
|
||||
2°. in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband zijn vertegenwoordigd; of
|
||||
3°. in het bestuur van een begunstigde zijn vertegenwoordigd;
|
||||
d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor:
|
||||
c. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor:
|
||||
|
||||
1°. de hoofdaanvrager;
|
||||
1°. de aanvrager;
|
||||
2°. een partij uit het samenwerkingsverband; of
|
||||
3°. een begunstigde;
|
||||
e. een organisatie waarin de hoofdaanvrager, een partij uit het samenwerkingsverband, of een begunstigde, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of
|
||||
f. een organisatie waarin zich een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.
|
||||
d. een organisatie waarin de aanvrager, een partij uit het samenwerkingsverband, of een begunstigde, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of
|
||||
e. een organisatie waarin zich een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het project betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.
|
||||
|
||||
**7.** Het zesde lid is niet van toepassing op deelnemende organisaties.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -131,13 +144,12 @@ Niet voor subsidie komen in aanmerking:
|
|||
|
||||
a. onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van de activiteit of een onderdeel daarvan;
|
||||
b. kosten van de activiteit die niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;
|
||||
c. kosten gemaakt buiten de in de verleningsbeschikking genoemde projectperiode;
|
||||
c. kosten gemaakt buiten de projectperiode;
|
||||
d. kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;
|
||||
e. opleidings- en scholingskosten;
|
||||
f. kosten voor verbruiksgoederen;
|
||||
g. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werknemers voor niet-werkbare uren als gevolg van deelname aan een subsidiabele activiteit;
|
||||
h. externe kosten waarvoor geen factuur en betaalbewijs kan worden overgelegd; of
|
||||
i. in rekening gebrachte en betaalde omzetbelasting die door de betreffende organisatie verrekend dan wel teruggevorderd kan worden.
|
||||
g. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werknemers voor niet-werkbare uren als gevolg van deelname aan een subsidiabele activiteit; en
|
||||
h. externe kosten waarvoor geen factuur en betaalbewijs kan worden overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -155,13 +167,15 @@ i. in rekening gebrachte en betaalde omzetbelasting die door de betreffende orga
|
|||
|
||||
### Artikel 2.6
|
||||
|
||||
Het aanvraagtijdvak loopt van maandag 13 januari 2025 9:00 uur tot en met vrijdag 14 februari 2025 17:00 uur.
|
||||
**1.** Het eerste aanvraagtijdvak loopt van maandag 13 januari 2025 9:00 uur tot en met vrijdag 14 februari 2025 17:00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Het tweede aanvraagtijdvak loopt van maandag 2 juni 2025 9:00 uur tot en met vrijdag 20 juni 2025 17:00 uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
**1.** De activiteiten starten uiterlijk drie maanden na de datum van de subsidieverlening, met uitzondering van de activiteiten in de sector onderwijs. Deze starten uiterlijk in de maand februari volgend op de datum van de subsidieverlening.
|
||||
|
||||
**2.** De hoofdaanvrager meldt de startdatum van een activiteit binnen twee dagen na aanvang van de activiteit aan de Minister.
|
||||
**2.** De projectperiode van een activiteitenplan start op de dag waarop het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.6, opengaat waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend. De projectperiode eindigt op de dag waarop de looptijd, bedoeld in het derde en vierde lid, eindigt.
|
||||
|
||||
**3.** De activiteiten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c en e, en tweede lid, onderdeel b, hebben een looptijd van minimaal zeventien weken en maximaal 52 weken, gerekend vanaf de startdatum van de activiteit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -171,41 +185,45 @@ Het aanvraagtijdvak loopt van maandag 13 januari 2025 9:00 uur tot en met vrijd
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De subsidieaanvraag wordt ingediend door middel van een elektronisch aanvraagformulier ondertekend door een daartoe bevoegd functionaris van de hoofdaanvrager. Onderdeel van de aanvraag is in ieder geval:
|
||||
De subsidieaanvraag wordt ingediend door middel van een elektronisch aanvraagformulier ondertekend door een daartoe bevoegd functionaris van de aanvrager. Onderdeel van de aanvraag is in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een activiteitenplan dat, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies, voldoet aan de eisen die worden gesteld in bijlage I bij deze regeling;
|
||||
b. het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
c. een beschrijving waarom de subsidie in de gevraagde omvang noodzakelijk is voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;
|
||||
d. de verwachte startdatum van de activiteit, de verwachte einddatum van de activiteit en een planning van de te ondernemen stappen ten aanzien van de activiteit zoals in het activiteitenplan verwoord;
|
||||
e. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een financieringsplan waaruit blijkt hoe de activiteiten gefinancierd worden en hoe de verdeling van de kosten en van de subsidie, waaronder de in artikel 2.3, eerste lid, onder c, bedoelde toeslag, tussen partijen in het samenwerkingsverband onderling en de deelnemende organisaties is.
|
||||
e. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidieaanvraag gaat vergezeld met de samenwerkingsovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 2.2, derde lid, en 2.10, derde lid.
|
||||
**2.** De subsidieaanvraag gaat vergezeld met de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het artikel 2.2, derde lid, en, indien van toepassing, de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in 2.10, vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover het samenwerkingsverband naast de activiteit waarvoor op grond van deze regeling subsidie is aangevraagd een of meer activiteiten als bedoeld in deze regeling beoogt uit te voeren op basis van een andere subsidie of daarvoor een andere financiële bijdrage heeft gevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van het aangevraagde bedrag en de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
|
||||
**3.** Voor zover de aanvrager of het samenwerkingsverband naast de activiteit waarvoor op grond van deze regeling subsidie is aangevraagd een of meer activiteiten als bedoeld in deze regeling beoogt uit te voeren op basis van een andere subsidie of daarvoor een andere financiële bijdrage heeft gevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van het aangevraagde bedrag en de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
|
||||
|
||||
**4.** Door het indienen van een aanvraag stemt het samenwerkingsverband ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar kan worden gemaakt.
|
||||
**4.** Door het indienen van een aanvraag stemt de aanvrager of het samenwerkingsverband ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.
|
||||
**1.** De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien bij overschrijding van het toepasselijke subsidieplafond blijkt dat het tijdstip van ontvangst van de aanvragen op de desbetreffende dag niet is vast te stellen, zal van de op die dag ontvangen aanvragen de volgorde van ontvangst door middel van loting worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
**1.** Een samenwerkingsverband bestaat in elk geval uit enerzijds een of meer werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, O&O-fondsen of brancheorganisaties en anderzijds een interventiepartner.
|
||||
**1.** Werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, O&O-fondsen, brancheorganisaties of het bevoegd gezag van een school kunnen een aanvraag indienen.
|
||||
|
||||
**2.** De partijen in het samenwerkingsverband bestaan ten tijde van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar. Hiervan wordt afgeweken indien de partij in het samenwerkingsverband een onderwijsregio betreft.
|
||||
**2.** Werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, O&O-fondsen of brancheorganisaties kunnen in een samenwerkingsverband een aanvraag indienen.
|
||||
|
||||
**3.** De samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door alle partijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, waarin een hoofdaanvrager wordt aangewezen, die wordt gemachtigd het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze regeling.
|
||||
**3.** Aanvragers of de partijen in het samenwerkingsverband bestaan ten tijde van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar. Hiervan wordt afgeweken indien de aanvrager of de partij in het samenwerkingsverband een onderwijsregio betreft.
|
||||
|
||||
**4.** De hoofdaanvrager is een werkgeversorganisatie, een werknemersorganisatie, een O&O-fonds, dan wel een brancheorganisatie die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband.
|
||||
**4.** De samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door alle partijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, waarin een hoofdaanvrager wordt aangewezen, die wordt gemachtigd het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze regeling.
|
||||
|
||||
**5.** Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.
|
||||
**5.** De hoofdaanvrager is een werkgeversorganisatie, een werknemersorganisatie, een O&O-fonds, dan wel een brancheorganisatie die deel uitmaakt van het samenwerkingsverband.
|
||||
|
||||
**6.** Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister besluit binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.6, op de in dat tijdvak ingediende subsidieaanvragen.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie wordt verleend aan de hoofdaanvrager.
|
||||
**2.** De subsidie wordt verleend aan de aanvrager.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de subsidieverlening kunnen nadere verplichtingen worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -228,12 +246,12 @@ f. dezelfde subsidiabele kosten reeds uit hoofde van deze of een andere regeling
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de hoofdaanvrager geldt dat deze:
|
||||
Voor de aanvrager geldt dat deze:
|
||||
|
||||
a. indien de subsidie tussen de € 25.000 tot € 125.000 bedraagt: een inzichtelijke en controleerbare administratie bijhoudt met betrekking tot de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is verleend en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten;
|
||||
b. indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt: binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling overlegt, waarin de toepassing en naleving van de administratievoorschriften door de controlerend accountant wordt bevestigd.
|
||||
a. indien de verleende subsidie tussen de € 25.000 tot € 125.000 bedraagt: een inzichtelijke en controleerbare administratie bijhoudt met betrekking tot de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is verleend en de in verband daarmee gedane uitgaven en verworven inkomsten;
|
||||
b. indien de verleende subsidie € 125.000 of meer bedraagt: binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke mededeling overlegt, waarin de toepassing en naleving van de administratievoorschriften door de controlerend accountant wordt bevestigd.
|
||||
|
||||
**2.** De administratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde activiteiten.
|
||||
**2.** De administratie geeft inzicht in de geplande en gerealiseerde onderdelen van de activiteit.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -243,33 +261,28 @@ a. voor externe kosten: de opdrachtbevestiging, facturen, betaalbewijzen en, ind
|
|||
b. voor directe loonkosten: een onderbouwing van bestede uren en de berekeningen van uurtarieven; en
|
||||
c. voor zowel externe kosten als directe loonkosten: de gerealiseerde prestaties.
|
||||
|
||||
**4.** De administratie bevat een bijlage met een overzicht van alle partijen in het samenwerkingsverband en van de deelnemende organisaties aan de activiteit, voorzien van de door de Kamer van Koophandel toegekende unieke nummers aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.
|
||||
**4.** De administratie bevat een bijlage met een overzicht van de deelnemende organisaties aan de activiteit, de interventiepartner en, indien van toepassing, alle partijen in het samenwerkingsverband, voorzien van de door de Kamer van Koophandel toegekende unieke nummers aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.
|
||||
|
||||
**5.** De volledige administratie is te allen tijde voor controle beschikbaar op één voor de hoofdaanvrager vrij toegankelijke locatie.
|
||||
**5.** De volledige administratie is te allen tijde voor controle beschikbaar op één voor de aanvrager vrij toegankelijke locatie.
|
||||
|
||||
**6.** De hoofdaanvrager verstrekt desgevraagd inzage in of informatie uit de administratie aan de Minister.
|
||||
**6.** De aanvrager verstrekt desgevraagd inzage in of informatie uit de administratie aan de Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14
|
||||
|
||||
**1.** De hoofdaanvrager dient binnen 22 weken na afloop van de in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegde looptijd door middel van een elektronisch formulier een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de Minister.
|
||||
**1.** De aanvrager dient binnen 22 weken na afloop van de projectperiode door middel van een elektronisch formulier een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzoek tot vaststelling van een subsidie omvat, indien sprake is van een subsidie van € 25.000 of meer, maar minder dan € 125.000, een verklaring inzake werkelijke kosten.
|
||||
**2.** Een verzoek tot vaststelling van een subsidie omvat, indien sprake is van een verleende subsidie van € 25.000 of meer, maar minder dan € 125.000, een verklaring inzake werkelijke kosten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat, indien sprake is van een subsidie van meer dan € 125.000:
|
||||
Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat, indien sprake is van een verleende subsidie van meer dan € 125.000:
|
||||
|
||||
a. een activiteitenverslag, een financieel verslag met daarin overzicht van de kosten per activiteit; en
|
||||
b. een controleverklaring opgesteld door een accountant, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
|
||||
b. een accountantsproduct, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model met inachtneming van een door de Minister vastgesteld accountantsprotocol.
|
||||
|
||||
**4.** Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat een verklaring van de kennisinstelling, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, dat het samenwerkingsverband bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten de door de kennisinstelling gestelde wetenschappelijke randvoorwaarden heeft toegepast.
|
||||
**4.** Een verzoek tot vaststelling van de subsidie omvat een verklaring van de kennisinstelling, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model, dat de aanvrager of het samenwerkingsverband bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten de door de kennisinstelling gestelde wetenschappelijke randvoorwaarden heeft toegepast.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het subsidiebedrag kan op nihil worden vastgesteld, of naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de Minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen indien:
|
||||
|
||||
a. bij het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie blijkt, dat de activiteit bij minder dan 50% van het totaal aantal deelnemende organisaties, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd; of
|
||||
b. het vereiste minimumaantal werknemers dat aan de activiteit deelneemt niet is behaald.
|
||||
**5.** Het subsidiebedrag kan op nihil worden vastgesteld, of naar evenredigheid worden verlaagd als naar het oordeel van de Minister geen gronden aanwezig zijn om de subsidie op nihil vast te stellen indien het vereiste minimumaantal werknemers dat aan de activiteit deelneemt niet is behaald.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de aanvrager niet voldoet aan dit artikel kan de beschikking tot subsidieverlening geheel worden ingetrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -286,7 +299,7 @@ b. de subsidieontvanger niet meer beschikt over de benodigde operationele en fin
|
|||
|
||||
**2.** De beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling kan, in afwijking van het eerste lid, gedeeltelijk worden ingetrokken indien er naar het oordeel van de Minister geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de beschikking tot subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de hoofdaanvrager teruggevorderd.
|
||||
**3.** Indien de beschikking tot subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de aanvrager teruggevorderd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,7 +307,11 @@ b. de subsidieontvanger niet meer beschikt over de benodigde operationele en fin
|
|||
|
||||
**1.** De Minister draagt zorg voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.
|
||||
|
||||
**2.** Het samenwerkingsverband werkt mee aan een door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister. De hoofdaanvrager verstrekt in dat kader de daartoe benodigde inlichtingen, onderzoeksbestanden, gegevens en bescheiden.
|
||||
**2.** De aanvrager of het samenwerkingsverband werkt mee aan een door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de Minister. De aanvrager verstrekt in dat kader de daartoe benodigde inlichtingen, onderzoeksbestanden, gegevens en bescheiden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1a
|
||||
|
||||
De subsidieregeling, zoals hij luidde op 14 februari 2025, blijft van toepassing op subsidies die zijn verstrekt op basis van het eerste aanvraagtijdvak.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -308,112 +325,10 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interv
|
|||
|
||||
## Bijlage I. behorend bij
|
||||
|
||||
Het activiteitenplan waar in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, naar wordt verwezen moet in elk geval een aantal onderdelen bevatten. In deze bijlage wordt toegelicht uit welke onderdelen dit activiteitenplan moet bestaan.
|
||||
Het activiteitenplan is de beschrijving van de geplande activiteiten ter uitvoering van de door u gekozen activiteit (interventie). Ieder activiteitenplan bevat minimaal de zeven onderdelen, zoals opgenomen in deze bijlage. In de basis geldt voor elke interventie hetzelfde activiteitenplan – waar aanvullende of afwijkende voorwaarden gelden voor een specifieke interventie is dat hieronder aangegeven. Voor het opstellen van het activiteitenplan is een format beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
|
||||
|
||||
Vijf activiteiten (interventies) staan open voor de sectoren zorg en welzijn, onderwijs en kinderopvang. Voor deze activiteiten is een inschatting van het aantal deeltijdwerknemers dat per deelnemende organisatie zal deelnemen aan de activiteit onderdeel van het activiteitenplan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen actieve deelname en deelname in het kader van de controlegroep, waarbij deze groepen ongeveer even groot dienen te zijn. Voor de activiteit mantelzorgvriendelijke organisaties geldt dat deze is gericht op deeltijdwerkers met (beoogde) mantelzorgtaken. In het kader van deze activiteit dient in het activiteitenplan per deelnemende organisatie een inschatting te worden gemaakt van het aantal deeltijdwerkers met (beoogde) mantelzorgtaken dat het activiteitenplan geheel zal doorlopen. Ook moet worden aangegeven hoeveel deeltijdwerknemers met (beoogde) mantelzorgtaken naar schatting onderdeel zijn van de controlegroep. In aanvulling op bovenstaande wordt in het kader van het activiteitenplan ook vermeld hoeveel deeltijdwerkers in totaal werken bij de deelnemende organisaties.
|
||||
|
||||
Voor de activiteiten ‘oudervriendelijke organisaties’ en ‘financiële inzichten’, is het niet van belang of de deelnemers in deeltijd werken. Om die reden volstaat het benoemen van het totale aantal medewerkers, het geschatte aantal medewerkers dat het hele activiteitenplan zal doorlopen en het geschatte aantal medewerkers dat onderdeel zal zijn van de controlegroep per deelnemende organisatie. Bij de controlegroep vinden naast het invullen van de vragenlijsten geen andere activiteiten plaats. De deelnemers in het kader van de controlegroep en de deelnemers die het hele activiteitenplan doorlopen dienen voor alle activiteiten evenredig te zijn verdeeld. Een deelnemer telt alleen mee voor de minimumaantallen als het hele activiteitenplan is doorlopen of als -in het geval van de controlegroep- de benodigde vragenlijsten zijn ingevuld.
|
||||
|
||||
Indien deelnemende organisaties betrokken zijn bij de uitvoering van andere activiteiten (interventies) gericht op contractuitbreiding, dan wordt in het activiteitenplan opgenomen hoe wordt gewaarborgd dat een medewerker niet deelneemt aan meerdere activiteiten (interventies) gericht op het werken van meer uren. Daarnaast dient uit het activiteitenplan te blijken dat de controlegroep en de actieve deelnemers zo min mogelijk met elkaar in aanraking komen op de werkvloer, bijvoorbeeld door deze te scheiden op basis van verschillende werklocaties. Dit is een voorwaarde om de effectiviteit van de verschillende activiteiten te meten. Voor elke soort activiteit is een verschillende beschrijving noodzakelijk. Daarom neemt de aanvrager in het activiteitenplan de onderstaande onderdelen van de aangevraagde activiteit op:
|
||||
|
||||
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling
|
||||
|
||||
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 3: bouwen van de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling)
|
||||
|
||||
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
|
||||
|
||||
Onderdeel 6: data
|
||||
|
||||
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling
|
||||
|
||||
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
|
||||
|
||||
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling)
|
||||
|
||||
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
|
||||
|
||||
Onderdeel 6: data
|
||||
|
||||
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
|
||||
|
||||
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
|
||||
|
||||
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
|
||||
|
||||
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
|
||||
|
||||
Onderdeel 6: data
|
||||
|
||||
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
|
||||
|
||||
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
|
||||
|
||||
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
|
||||
|
||||
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
|
||||
|
||||
Onderdeel 6: data
|
||||
|
||||
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
|
||||
|
||||
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
|
||||
|
||||
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
|
||||
|
||||
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
|
||||
|
||||
Onderdeel 6: data
|
||||
|
||||
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling.
|
||||
|
||||
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
|
||||
|
||||
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
|
||||
|
||||
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
|
||||
|
||||
Onderdeel 6: data
|
||||
|
||||
Onderdeel 1: Afstemming van de activiteit (interventie) met interventiepartners binnen andere samenwerkingsverbanden in het kader van deze regeling
|
||||
|
||||
Onderdeel 2: Deelnemende organisaties voorbereiden op de activiteit (interventie)
|
||||
|
||||
Onderdeel 3: bouwen van de interventie
|
||||
|
||||
Onderdeel 4: Uitvoeren van de activiteit (interventie) zoals bepaald in de documenten die beschikbaar zijn gesteld door de kennisinstelling (na afstemming door de kennisinstelling met andere samenwerkingsverbanden in het kader van de regeling).
|
||||
|
||||
Onderdeel 5: Borging en evaluatie
|
||||
|
||||
Onderdeel 6: data
|
||||
Verplichte activiteiten ter uitvoering van een interventie:
|
||||
|
||||
## Bijlage II. Samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in
|
||||
|
||||
**SAMENWERKINGSOVEREENKOMST**
|
||||
|
||||
**Universiteit Utrecht – [bedrijfsnaam Hoofdaanvrager Samenwerkingsverband]**
|
||||
|
||||
**t.b.v. activiteit [naam interventie] in het kader van Onderzoeksproject ‘Meer Uren Werkt!’**
|
||||
|
||||
TUSSEN
|
||||
|
||||
EN
|
||||
|
||||
Hierna gezamenlijk ook te noemen ‘**Partijen**’ of ieder afzonderlijk een ‘**Partij**’.
|
||||
|
||||
**OVERWEGINGEN**:
|
||||
|
||||
**PARTIJEN KOMEN HIERBIJ OVEREEN ALS VOLGT:**
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue