2024-10-01 | BWBR0046981 | Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022

This commit is contained in:
Coornhert 2024-10-01 12:00:00 +00:00
parent 5e98c758ce
commit 4ec05be8c5

View file

@ -93,9 +93,7 @@ b. het bestaan van schade als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groning
### Artikel 2.1
**1.** Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op aanvragen tot schadevergoeding in verband met fysieke schade aan een gebouw of werk, en de materiële schade die een gevolg van de fysieke schade is.
**2.** Een verzoek tot schadevergoeding in verband met fysieke schade wordt behandeld met toepassing van de individuele maatwerkbeoordeling zoals beschreven in hoofdstuk 2A, tenzij de aanvrager verzoekt om toepassing van een forfaitaire beoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2B en de aanvraag voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Een aanvraag tot schadevergoeding in verband met fysieke schade wordt behandeld met toepassing van de individuele maatwerkbeoordeling, als bedoeld in hoofdstuk 2a, een vaste vergoeding als bedoeld in hoofdstuk 2b, of door toekenning van een recht op daadwerkelijk herstel als bedoeld in hoofdstuk 2c.
## Hoofdstuk 2a. Individuele maatwerkbeoordeling
@ -218,14 +216,14 @@ a. de aanvraag betrekking heeft op een volledig object, zijnde een onroerende za
b. (i) de aanvrager een natuurlijk persoon is die de eigendom heeft van het object, tenzij die eigendom is belast met een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht; of
(ii) de aanvrager een natuurlijk persoon is die het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht op het object heeft;
c. de aanvraag is ingediend namens alle natuurlijke personen die recht hebben op de vergoeding, als dat meerdere personen zijn;
d. (i) zich op het adres van het object, sinds de bouw van ten minste één pand, als gevolg van een aardbeving uit het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk, een trillingssnelheid heeft voorgedaan van meer dan 2 mm/s, te berekenen via de methode van Bommer, met een overschrijdingskans van 1%;
d. (i) zich op het adres van het object, sinds de bouw van ten minste één pand, als gevolg van een aardbeving uit het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk, een trillingssnelheid heeft voorgedaan van ten minste 2 mm/s, te berekenen via de methode van Bommer, met een overschrijdingskans van 1%;
(ii) het object in een door het Instituut aangewezen gebied ligt waar schade kan zijn opgetreden als gevolg van indirecte effecten van diepe bodemdaling, veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk; of
(iii) het object binnen zes kilometer van de grens van het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk ligt, en een bouwjaar van 2012 of eerder heeft, zoals opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen.
e. voor het object niet eerder:
(i) schade is behandeld door de NAM, het CVW of de burgerlijke rechter, ongeacht de wijze waarop de schade is afgehandeld; of
(ii) een besluit op een aanvraag tot schadevergoeding is genomen door de TCMG of het Instituut; en
f. de aanvrager nog geen drie keer van een vaste vergoeding gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers drie keer van een vaste vergoeding gebruik heeft gemaakt.
f. de aanvrager nog geen drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend.
**3.** Als de aanvrager een vaste vergoeding aanvraagt, verzoekt het Instituut de aanvrager om alle schade aan het object op te nemen of te laten opnemen op de wijze zoals beschreven in artikel 2.9.
@ -238,13 +236,12 @@ f. de aanvrager nog geen drie keer van een vaste vergoeding gebruik heeft gemaak
Het Instituut doet geen definitief aanbod als bedoeld in het vierde lid en/of wijst een aanvraag van een vaste vergoeding af indien:
a. niet meer aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan;
b. de aanvrager of één van de gezamenlijke aanvragers inmiddels reeds drie keer van een vaste vergoeding gebruik heeft gemaakt;
c. in het kader van de aanvraag is gekozen voor een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2A;
d. voor de behandeling van de aanvraag, of een andere aanvraag voor hetzelfde object, op of ná 7 juni 2021 een afspraak is gepland voor een opname van de schade;
e. de aanvrager niet alle schade aan het object heeft opgenomen of heeft laten opnemen op de wijze zoals beschreven in artikel 2.9;
f. uit de opname als bedoeld in artikel 2.9 niet blijkt van schade die naar zijn aard kan zijn ontstaan of verergerd als gevolg van mijnbouwactiviteiten;
g. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het vierde lid, niet heeft aanvaard; of
h. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik.
b. de aanvrager of één van de gezamenlijke aanvragers inmiddels al drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend;
c. op 14 december 2023 of later de keuze voor een vaste vergoeding is aangeboden en niet voor een vaste vergoeding is gekozen, tenzij de aanvrager voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de vaste vergoeding;
d. de aanvrager niet alle schade aan het object heeft opgenomen of heeft laten opnemen op de wijze zoals beschreven in artikel 2.9;
e. uit de opname als bedoeld in artikel 2.9 niet blijkt van schade die naar zijn aard kan zijn ontstaan of verergerd als gevolg van mijnbouwactiviteiten;
f. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het vierde lid, niet heeft aanvaard; of
g. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik.
**7.** Het zesde lid, aanhef en onderdeel c, is niet van toepassing op aanvragen die zijn ingediend tot en met 8 januari 2024, en waarop het Instituut nog geen beslissing heeft genomen. De vorige volzin geldt niet indien het een object betreft als bedoeld in artikel 2.8a.
@ -277,6 +274,52 @@ c. bebouwd, geen cultuurcode is vermeld in het Kadaster, waarbij:
**3.** Het Instituut hanteert als waardepeildatum voor de WOZ-waarde het derde kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag voor een vaste vergoeding gedaan is.
### Artikel 2.8b
**1.**
Het Instituut kan een aanvullende vaste vergoeding toekennen, indien:
a. de aanvraag betrekking heeft op een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG;
b. fysieke schade aan dat object eerder is behandeld door de NAM, het CVW, de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut;
c. de vastgestelde vergoedingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d van het derde lid, voor dat object gezamenlijk minder dan € 10.000 bedragen dan wel minder dan € 5.000, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft;
d. door de aanvrager nieuwe schade als bedoeld in artikel 2.11 wordt gemeld in het geval de huidige rechthebbende niet eerder voor het object een melding voor fysieke schade heeft gedaan bij de NAM, CVW, burgerlijke rechter, TCMG of het Instituut;
e. voor het object een besluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen is genomen, de aanvrager ermee instemt dat er geen nieuwe facturen worden ingediend;
f. aan het bepaalde in artikel 2.8, tweede lid, onderdelen b, c, d en f, is voldaan; en
g. het Instituut de eigenaar heeft benaderd om een aanvraag voor een aanvullende vaste vergoeding in te dienen of een object gelegen is in een postcodegebied waarvan het Instituut op zijn website heeft aangegeven dat een aanvraag voor de aanvullende vaste vergoeding kan worden ingediend.
**2.** De hoogte van de aanvullende vaste vergoeding bedraagt per object ten hoogste € 10.000, dan wel ten hoogste € 5.000, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft.
**3.**
Op de maximum bedragen, bedoeld in het tweede lid, wordt per object in mindering gebracht:
a. de vastgestelde vergoedingen voor fysieke schade door de NAM, het CVW en de burgerlijke rechter;
b. de bij besluit van de TCMG of het Instituut vastgestelde vergoedingen voor fysieke schade;
c. de vaste vergoeding van € 5.000, toegekend krachtens artikel 2.8 of artikel 3, eerste lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen; en
d. de vergoede facturen, indien voor het object een besluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling Stuwmeer Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen is genomen.
**4.** Zo nodig in afwijking van het derde lid, bedraagt de aanvullende vaste vergoeding minimaal € 5.000, dan wel minimaal € 2.500, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft en zich een aardbeving heeft voorgedaan in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 5 mm/s, te berekenen met de methode van Bommer met 1% overschrijdingskans, sinds de laatste opname bij de individuele maatwerkprocedure of de datum van ondertekening van de vaststellingsovereenkomst bij een vaste vergoeding.
**5.** Het Instituut bepaalt of de schade dient te worden opgenomen overeenkomstig artikel 2.9.
### Artikel 2.8c
**1.** Het Instituut kan de aanvrager een definitief aanbod voor een aanvullende vaste vergoeding doen. Onderdeel van het aanbod is het bepaalde met betrekking tot de finaliteit in artikel 2.10. Als de aanvrager het aanbod accepteert, komt een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW tot stand.
**2.** Nadat de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid tot stand is gekomen, neemt het Instituut een besluit op de aanvraag en keert het de aanvullende vaste vergoeding uit.
**3.**
Het Instituut doet geen definitief aanbod als bedoeld in het eerste lid, of wijst een aanvraag voor een aanvullende vaste vergoeding af, indien:
a. niet aan één van de in artikel 2.8b genoemde voorwaarden is voldaan;
b. het Instituut heeft bepaald dat een opname van de schade plaats dient te vinden en deze opname door toedoen van de aanvrager niet heeft plaatsgevonden;
c. de aanvrager of één van de gezamenlijke aanvragers inmiddels al drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend;
d. op 14 december 2023 of later de keuze voor een vaste vergoeding is aangeboden en niet voor een vaste vergoeding is gekozen, tenzij de aanvrager voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de aanvullende vaste vergoeding;
e. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het eerste lid, niet heeft aanvaard; of
f. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik.
### Artikel 2.9
**1.** Het Instituut laat alle schade aan het object opnemen door een deskundige of opnemer, tenzij het Instituut beslist dat kan worden volstaan met het aanleveren van fotos van de schades aan het object.
@ -285,13 +328,13 @@ c. bebouwd, geen cultuurcode is vermeld in het Kadaster, waarbij:
### Artikel 2.10
**1.** Met het toekennen van een vaste vergoeding op grond van artikel 2.8 is alle schade aan het object vergoed en afgehandeld; ongeacht de inhoud van de schademelding, de beschrijving van de schade als bedoeld in artikel 1.3, derde lid, of de opname als bedoeld in artikel 2.9.
**1.** Met het toekennen van een vaste vergoeding op grond van artikel 2.8, of een aanvullende vaste vergoeding op grond van artikel 2.8b, is alle schade aan het object vergoed en afgehandeld; ongeacht de inhoud van de schademelding, de beschrijving van de schade als bedoeld in artikel 1.3, derde lid, of de opname als bedoeld in artikel 2.9.
**2.** Met de vaste vergoeding is ook voorzien in een eenmalige en finale vergoeding voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast. Alleen waardedaling als bedoeld in hoofdstuk 3 en immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4 valt hier niet onder.
**2.** Met een vaste vergoeding of een aanvullende vaste vergoeding is ook voorzien in een eenmalige en finale vergoeding voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast. Alleen waardedaling als bedoeld in hoofdstuk 3 en immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4 valt hier niet onder.
**3.**
Het Instituut zal een nieuwe aanvraag tot schadevergoeding met betrekking tot een object waar een vaste vergoeding voor is toegekend afwijzen, indien tussen het moment van totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.8, vierde lid, en het moment van het indienen van de aanvraag:
Het Instituut zal een nieuwe aanvraag tot schadevergoeding met betrekking tot een object waar een vaste vergoeding of een aanvullende vaste vergoeding voor is toegekend afwijzen, indien tussen het moment van totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.8, vierde lid, en het moment van het indienen van de aanvraag:
• zich geen aardbeving heeft voorgedaan in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 5 mm/s, te berekenen met de methode van Bommer met 1% overschrijdingskans; en
• geen nieuwe schade aan het object is opgetreden als gevolg van indirecte effecten van diepe bodemdaling, veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk.
@ -353,8 +396,8 @@ b. de aanvraag heeft betrekking op een volledig object, zijnde een onroerende za
c. de aanvrager is een natuurlijk persoon of rechtspersoon die de eigendom heeft van het object onderscheidenlijk de houder is van een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht, indien de eigendom van het object daarmee is belast;
d. de aanvraag is ingediend door alle eigenaren onderscheidenlijk alle houders van de onder c bedoelde rechten;
e. aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onderdeel d, is voldaan;
f. indien de aanvrager een natuurlijk persoon is, er nog geen drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere natuurlijke personen gezamenlijk, hebben geen van de aanvragers drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik gemaakt;
g. indien de aanvrager een rechtspersoon is, er nog geen drie keer van daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de rechtspersoon tevens een onderneming is, de rechtspersonen en natuurlijke personen die onderdeel uitmaken van de onderneming, geen drie keer van daadwerkelijk herstel of een vaste vergoeding gebruik hebben gemaakt;
f. indien de aanvrager een natuurlijk persoon is, er nog geen drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de eenmalige vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend;
g. indien de aanvrager een rechtspersoon is, er nog geen drie keer van daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de rechtspersoon tevens een onderneming is, de rechtspersonen en natuurlijke personen die onderdeel uitmaken van de onderneming, geen drie keer van daadwerkelijk herstel of een vaste vergoeding gebruik hebben gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de eenmalige vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend;
h. er geen sprake van fraude of misbruik is geweest en er bestaat bij het Instituut ook geen gegronde vrees hiervoor;
i. op het object rust geen finaliteit, tenzij in een vaststellingsovereenkomst een spijtoptantenbepaling is opgenomen en de aanvrager aan de voorwaarden van die bepaling voldoet;
j. indien de aanvrager een rechtspersoon is, ondertekent hij de door het Instituut versterkte standaardverklaring dat voldaan is aan het bepaalde onder g;
@ -383,7 +426,7 @@ tenzij naar het oordeel van het Instituut voor een categorie van deze onderdelen
### Artikel 2.14
**1.** Daadwerkelijk herstel vindt niet plaats in een ruimtes met alleen identieke schades die eerder beoordeeld zijn.
**1.** Daadwerkelijk herstel vindt niet plaats in een ruimte met alleen identieke schades die eerder beoordeeld zijn.
**2.** Indien zich in een ruimte schades bevinden die eerder beoordeeld zijn en zich in die ruimte ook schades bevinden die niet identiek aan de eerdere beoordeling zijn, dan bepaalt het Instituut het maximum bedrag dat beschikbaar is voor daadwerkelijk herstel voor die ruimte. Dit bedrag wordt op dezelfde wijze bepaald als bij een maatwerkbeoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2a.