2018-09-03 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
This commit is contained in:
parent
482ebe2ad2
commit
4ec68091c3
1 changed files with 30 additions and 0 deletions
|
|
@ -2484,6 +2484,36 @@ De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisve
|
|||
• als het inreisverbod de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw heeft en uitgevaardigd wordt onder gelijktijdige opheffing van de ongewenstverklaring; en
|
||||
• als het inreisverbod de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw heeft.
|
||||
|
||||
##### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
|
||||
|
||||
Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2.
|
||||
|
||||
Indien het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
|
||||
|
||||
Wanneer de ambtenaar belast met de grensbewaking van oordeel is dat er gronden zijn voor het uitvaardigen van een inreisverbod, dan dient deze ambtenaar een voornemenprocedure te starten.
|
||||
|
||||
Voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit geeft deze ambtenaar uitvoering aan de hoorplicht, zoals bedoeld in artikel 4:8 Awb. De vreemdeling wordt erop gewezen dat een inreisverbod kan worden opgelegd, ook als de vreemdeling aan de vertrekverplichting gaat voldoen.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking biedt de vreemdeling in het kader van het voornemen de gelegenheid zijn adresgegevens in het buitenland kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het voornemen kenbaar:
|
||||
|
||||
• de grondslag voor het opleggen van een inreisverbod;
|
||||
• de duur van het inreisverbod; en
|
||||
• de mogelijkheid dat de vreemdeling een schriftelijke zienswijze in de Nederlandse taal naar voren kan brengen tegen het opleggen van een inreisverbod en de voorgenomen duur binnen vier weken na uitreiking van het voornemen.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking handelt bij de uitreiking van het voornemen als volgt:
|
||||
|
||||
• hij reikt het voornemen aan de vreemdeling in persoon uit;
|
||||
• hij verstrekt een brochure in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal met betrekking tot het uitvaardigen van een inreisverbod; en
|
||||
• hij verstrekt informatie op welke wijze de vreemdeling zijn zienswijze naar voren kan brengen.
|
||||
|
||||
De hulpofficier van justitie betrekt alle feiten en omstandigheden die de vreemdeling in de zienswijze naar voren brengt.
|
||||
|
||||
De hulpofficier van justitie besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod binnen acht weken nadat de termijn van vier weken voor het naar voren brengen van een zienswijze is verstreken. De beschikking wordt naar het door de vreemdeling opgegeven adres in het buitenland gezonden en van de inhoud wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Als geen adres van de vreemdeling in het buitenland bekend is, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant. Indien een gemachtigde bekend is, wordt tevens een kopie van het besluit naar de gemachtigde gezonden op dezelfde dag als die waarop het besluit naar het door de vreemdeling opgegeven adres is gezonden.
|
||||
|
||||
Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toepassing. Zie hiervoor Vc A2/12.2.
|
||||
|
||||
#### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
|
||||
|
||||
##### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue