2011-01-01 | BWBR0020183 | Besluit WWB 2007

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent bf0ff4827c
commit 5364c8d7eb

View file

@ -138,10 +138,27 @@ Voor gemeenten met 40.000 inwoners of meer is de budgetgrondslag gelijk aan de o
### Artikel 8a
**1.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende goedkeurende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, 5, en 6, onderdeel c, voor de gemeentelijke bijstandslasten, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ, de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK en de gemeentelijkeuitgaven op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume.
**1.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, 5, en 6, onderdeel c, voor de gemeentelijke bijstandslasten, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW, de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ, de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK en de gemeentelijkeuitgaven op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt een correctiefactor bij de toepassing van het eerste lid vastgelegd.
### Artikel 8b
**1.**
Indien artikel 8b van de wet, onderscheidenlijk artikel 10 van de WIJ, artikel 40 van de IOAW en artikel 40 van de IOAZ van toepassing is kan, voor de toepassing van de artikelen 4, eerste lid, 5, en 6, voor:
a. de gemeentelijke bijstandslasten;
b. de gemeentelijke uitgaven op grond van de WIJ;
c. de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAW;
d. de gemeentelijke uitgaven op grond van de IOAZ;
e. de gemeentelijke uitgaven op grond van de WWIK; en
f. de gemeentelijke uitgaven op grond van het Bbz 2004,
de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
**2.** Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, WIJ, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK over het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, is artikel 8a van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen.
### Paragraaf 3. Incidentele en meerjarige aanvullende uitkering
### Artikel 9