2021-01-01 | BWBR0022717 | Uitvoeringsbesluit pacht
This commit is contained in:
parent
098b3260a6
commit
5617a3a775
1 changed files with 13 additions and 13 deletions
|
|
@ -85,13 +85,13 @@ a. goedkeuring van een pachtovereenkomst of ontwerp-pachtovereenkomst,
|
|||
b. goedkeuring van een overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst, waarbij de tegenprestatie wordt gewijzigd, of een ontwerp van zodanige overeenkomst, of
|
||||
c. herziening van de tegenprestatie,
|
||||
|
||||
wordt een recht geheven van 5% van de jaarlijkse door de grondkamer goedgekeurde, gewijzigde of herziene tegenprestatie, met een minimum van € 250,– per 1 januari 2020: € 261,– en een maximum van € 600,–per 1 januari 2020: € 626,–.
|
||||
wordt een recht geheven van 5% van de jaarlijkse door de grondkamer goedgekeurde, gewijzigde of herziene tegenprestatie, met een minimum van € 250,– per 1 januari 2021: € 265,– en een maximum van € 600,–per 1 januari 2021: € 636,–.
|
||||
|
||||
**2.** Onder «tegenprestatie» wordt in het eerste lid verstaan de tegenprestatie, bedoeld in artikel 333 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Indien binnen twee maanden nadat een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst is goedgekeurd een overeenkomst wordt ingezonden, die gelijk is aan de reeds goedgekeurde ontwerp-overeenkomst, wordt voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring daarvan een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2020: € 132,–.
|
||||
Indien binnen twee maanden nadat een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst is goedgekeurd een overeenkomst wordt ingezonden, die gelijk is aan de reeds goedgekeurde ontwerp-overeenkomst, wordt voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring daarvan een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2021: € 134,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -104,17 +104,17 @@ In geval van toetsing van een pachtovereenkomst of van een overeenkomst tot wijz
|
|||
Voor de behandeling van:
|
||||
|
||||
a. een verzoek als bedoeld in artikel 379, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of
|
||||
b. een verzoek tot goedkeuring van de overeenkomst als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2020: € 626,–.
|
||||
b. een verzoek tot goedkeuring van de overeenkomst als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2021: € 636,–.
|
||||
|
||||
**2.** Voor een verrichting van de grondkamers als bedoeld in artikel 77 of 79, derde lid van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2020: € 626,–.
|
||||
**2.** Voor een verrichting van de grondkamers als bedoeld in artikel 77 of 79, derde lid van de Wet inrichting landelijk gebied wordt een recht geheven van € 600,– per 1 januari 2021: € 636,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Voor de behandeling van een aanvraag voor een machtiging als bedoeld in de artikelen 348, tweede lid, en 354, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van verzoeken als bedoeld in de artikelen 380, tweede lid, en 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verzoek tot goedkeuring als bedoeld in artikel 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 250,– per 1 januari 2020: € 261,–.
|
||||
Voor de behandeling van een aanvraag voor een machtiging als bedoeld in de artikelen 348, tweede lid, en 354, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van verzoeken als bedoeld in de artikelen 380, tweede lid, en 381, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een verzoek tot goedkeuring als bedoeld in artikel 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 250,– per 1 januari 2021: € 265,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst tot beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 323 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2020: € 132,–.
|
||||
Voor de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst tot beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 323 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2021: € 134,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,7 +122,7 @@ Indien een verzoek tot goedkeuring van een overeenkomst als bedoeld in artikel 3
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Voor de behandeling van niet in deze paragraaf genoemde verzoeken wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2020: € 132,–.
|
||||
Voor de behandeling van niet in deze paragraaf genoemde verzoeken wordt een recht geheven van € 126,– per 1 januari 2021: € 134,–.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -130,7 +130,7 @@ Worden met betrekking tot dezelfde pachtovereenkomst verscheidene verzoeken geli
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer wordt een recht geheven van € 100,– per 1 januari 2020: € 118,–.
|
||||
**1.** Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer wordt een recht geheven van € 100,– per 1 januari 2021: € 120,–.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het instellen van beroep bij de Centrale Grondkamer op grond van artikel 40 van de Uitvoeringswet grondkamers wordt geen recht geheven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -298,7 +298,7 @@ De voorzitter, de leden en de secretaris van de grondkamer alsmede de voorzitter
|
|||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de grondkamer wordt aan de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretaris een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2020: € 83,– per uur.
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de grondkamer wordt aan de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretaris een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2021: € 84,– per uur.
|
||||
|
||||
**2.** De in het vorige lid bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend, indien de daar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -308,9 +308,9 @@ De voorzitter, de leden en de secretaris van de grondkamer alsmede de voorzitter
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden een vergoeding toegekend van € 79,– per 1 januari 2020: € 96,- per uur.
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden een vergoeding toegekend van € 79,– per 1 januari 2021: € 98,- per uur.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de plaatsvervangende griffier een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2020: € 83,– per uur.
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de plaatsvervangende griffier een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2021: € 84,– per uur.
|
||||
|
||||
**3.** De in de vorige leden bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -318,9 +318,9 @@ De voorzitter, de leden en de secretaris van de grondkamer alsmede de voorzitter
|
|||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer een vergoeding van € 67,– per 1 januari 2020: € 83,- per uur toegekend.
|
||||
**1.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer een vergoeding van € 67,– per 1 januari 2021: € 84,- per uur toegekend.
|
||||
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt een vergoeding van € 79,– per 1 januari 2020: € 96,- per uur toegekend aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden.
|
||||
**2.** Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt een vergoeding van € 79,– per 1 januari 2021: € 98,- per uur toegekend aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de berekening van het totale aantal uren waarover een vergoeding volgens de voorgaande leden wordt toegekend, vindt afronding naar boven plaats tot een half uur.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue