2010-02-20 | BWBR0014032 | Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek

This commit is contained in:
Coornhert 2010-02-20 12:00:00 +00:00
parent 2f7b6d2854
commit 60bf115e2c

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek
bwb_id: BWBR0014032
type: pbo
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2004-03-01'
datum_inwerkingtreding: '2010-01-05'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014032
citeertitel: Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek
---
@ -49,15 +49,23 @@ Een gradatiecijfer II wordt toegekend aan een monster indien de daardoor veroorz
### Artikel 8
Het onderzoek op melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen vindt plaats volgens een onderzoeksschema dat bestaat uit een screeningsmethode (A), een bevestigingsmethode (B) en groepstesten.
Het onderzoek op melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen vindt plaats volgens een onderzoekschema dat bestaat uit een screeningsmethode (A), een bevestigingsmethode (B) en een test ter nadere kwalificering van de groeiremming.
Met de screeningsmethode A worden monsters rauwe melk opgespoord die aantoonbare hoeveelheden bacteriegroeiremmende stoffen kunnen bevatten.
Met de screeningsmethode A worden monsters rauwe melk opgespoord die aantoonbaar bacteriegroeiremmende stoffen kunnen bevatten.
Met de bevestigingsproef B wordt nagegaan of de bacteriegroeiremming na verhitting in de met methode opgespoord monsters wordt bevestigd.
Met de bevestigingsproef B wordt nagegaan of na verhitting van de met methode A opgespoorde monsters de bacteriegroeiremming in deze monsters wordt bevestigd.
Indien ook in de bevestigingsproef sprake is van groeiremming, worden achtereenvolgens groepstesten uitgevoerd op sulfonamiden, beta-lactam antibiotica en overige antibiotica.
Indien ook in bevestigingsproef B sprake is van groeiremming, wordt een test uitgevoerd ter nadere kwalificering in aard en mate van de groeiremming.
De concentraties van bacteriegroeiremmende stoffen die ten minste aantoonbaar moeten zijn in screeningsmethode (A), de bevestigingsmethode (B) en de groepstesten, de voorgeschreven grensstandaarden in de groepstesten en de aan te houden coderingen bij een positieve bevinding in een groepstest zijn weergegeven in de onderstaande tabel.
De concentraties van enkele bacteriegroeiremmende stoffen die ten minste aantoonbaar moeten zijn in de screeningsmethode (A) en de bevestigingsmethode (B) zijn weergegeven in de onderstaande tabel.
* uitgedrukt in internationale Eenheden per ml
In geval bij de test ter nadere kwalificering een groeiremming wordt vastgesteld die groter is dan die voor de meelopende grensstandaard van 0,0037 IE/ml penicilline en een test op penicillinen en cefalosporinen (ß-lactam antibiotica) positief is, wordt het resultaat als positief gekwalificeerd en met een P aangeduid.
In geval bij de test ter nadere kwalificering een groeiremming wordt vastgesteld die groter is dan die voor de meelopende grensstandaard van 0,0037 IE/ml penicilline en een test op penicillinen en cefalosporinen (ß-lactam antibiotica) negatief is, wordt het resultaat als positief gekwalificeerd en met een O aangeduid.
In geval van een positieve bevinding dient ten minste 2 ml van het betreffende monsterrestant tot ten minste 3 maanden na datum monsterneming bij -20 °C of lager te worden bewaard. Dit monsterrestant moet zijn voorzien van een adequate identificatie.
### Paragraaf . Bepaling van het celgetal
@ -129,6 +137,16 @@ In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toe
Het vriespunt wordt uitgedrukt in °C.
### Paragraaf . Bepaling van het chloroformgehalte
### Artikel 18a
De toe te passen methode berust op de verwarming van een hoeveelheid monster in een afgesloten flesje met een septum. Aansluitend wordt een deel van de bovenstaande gasfase (headspace) in een gaschromatograaf geïnjecteerd. Na scheiding van de gehalogeneerde koolwaterstoffen vindt detectie plaats middels een EC-detector en wordt het chloroformgehalte met behulp van een kalibratiecurve gekwantificeerd. Het gemeten gehalte wordt vervolgens gecombineerd met het volgens artikel 19 gemeten vetgehalte van het monster.
Het chloroformgehalte wordt uitgedrukt in milligram chloroform per kilogram vet.
Bij een vetgehalte van 4,5% en een chloroformgehalte van 0,2 mg/kg vet dient de herhaalbaarheid van de meting kleiner te zijn dan 0,02 mg/kg vet.
### Paragraaf . Bepaling van het vet- en eiwitgehalte
### Artikel 19