2005-12-28 | BWBR0003892 | Wet milieugevaarlijke stoffen
This commit is contained in:
parent
06d7f53d7e
commit
61941c3253
1 changed files with 10 additions and 10 deletions
|
|
@ -110,7 +110,7 @@ c. de verslaglegging met betrekking tot het onderzoek.
|
|||
|
||||
**2.** Hij zendt zo spoedig mogelijk een exemplaar van de kennisgeving en de daarbij overgelegde stukken als bedoeld in artikel 4 aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en, voor zover deze stukken van belang zijn in verband met het vervoer van de stof, aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de kennisgeving betrekking heeft op het in Nederland invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van een stof, zendt Onze Minister voorts een exemplaar van de kennisgeving aan Onze Minister Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Hij voegt daarbij een samenvatting van alle met betrekking tot die stof door degene die de kennisgeving heeft gedaan, aan hem overgelegde stukken als bedoeld in artikel 4.
|
||||
**3.** Indien de kennisgeving betrekking heeft op het in Nederland invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van een stof, zendt Onze Minister voorts een exemplaar van de kennisgeving aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Hij voegt daarbij een samenvatting van alle met betrekking tot die stof door degene die de kennisgeving heeft gedaan, aan hem overgelegde stukken als bedoeld in artikel 4.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere bestuursorganen of instellingen worden aangewezen, waaraan een exemplaar van de in het tweede lid bedoelde stukken of van bij de maatregel aan te wijzen onderdelen daarvan wordt toegezonden of kan worden toegezonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,7 +201,7 @@ f. de naam waaronder de stof aan een ander ter beschikking wordt gesteld.
|
|||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de meldingen, bedoeld in het eerste lid, onder *b-e*.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister zendt een exemplaar van een melding krachtens het eerste lid zo spoedig mogelijk aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Indien de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betrekking had op het in Nederland invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van de stof, zendt hij een samenvatting van de melding aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan Onze Minister Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Onze Minister zendt een exemplaar van een melding krachtens het eerste lid zo spoedig mogelijk aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Indien de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betrekking had op het in Nederland invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van de stof, zendt hij een samenvatting van de melding aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -215,7 +215,7 @@ f. de naam waaronder de stof aan een ander ter beschikking wordt gesteld.
|
|||
|
||||
**5.** Bij zijn besluit op grond van het tweede lid kan Onze Minister in bijzondere gevallen afwijken van de krachtens het vierde lid gestelde regelen, indien het naar zijn oordeel op grond van de reeds bekende eigenschappen van de stof wenselijk is dat met betrekking tot die stof andere, door hem bij zijn besluit aan te wijzen gegevens worden overgelegd, dan wel indien het naar zijn oordeel op grond van de reeds bekende eigenschappen van de stof niet noodzakelijk is dat nadere gegevens worden overgelegd.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister zendt een exemplaar van de ingevolge een besluit krachtens het tweede lid aan hem overgelegde stukken zo spoedig mogelijk aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Indien de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betrekking had op het in Nederland invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van de stof, zendt hij een samenvatting van de stukken aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan Onze Minister Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij de stukken voegt hij een exemplaar van zijn in dat lid bedoelde besluit. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Onze Minister zendt een exemplaar van de ingevolge een besluit krachtens het tweede lid aan hem overgelegde stukken zo spoedig mogelijk aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Indien de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betrekking had op het in Nederland invoeren of het aan een ander ter beschikking stellen van de stof, zendt hij een samenvatting van de stukken aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen en aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij de stukken voegt hij een exemplaar van zijn in dat lid bedoelde besluit. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -306,7 +306,7 @@ b. indien onverkorte toepassing van die artikelen in het belang van de beschermi
|
|||
|
||||
**2.** Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid kennis verkrijgt van een belangrijke nieuwe toepassing van een stof of een preparaat, waaruit ernstige gevaren voor mens of milieu blijken of redelijkerwijs kunnen worden afgeleid, is hij verplicht, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 13, zodanige kennis zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister te melden.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk een exemplaar van door hem ontvangen stukken als bedoeld in het eerste en tweede lid aan Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
**3.** Onze Minister zendt zo spoedig mogelijk een exemplaar van door hem ontvangen stukken als bedoeld in het eerste en tweede lid aan Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
|
||||
|
||||
**4.** Met betrekking tot het in het eerste en tweede lid bepaalde kunnen bij algemene maatregelen van bestuur nadere regelen worden gesteld. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -318,7 +318,7 @@ b. indien onverkorte toepassing van die artikelen in het belang van de beschermi
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt na overleg met Onze Minister Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een lijst vast van stoffen en preparaten die wegens hun mogelijke effecten op mens of milieu in het bijzonder aandacht behoeven.
|
||||
**1.** Onze Minister stelt na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een lijst vast van stoffen en preparaten die wegens hun mogelijke effecten op mens of milieu in het bijzonder aandacht behoeven.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot de stoffen en preparaten die vermeld zijn op de in het eerste lid bedoelde lijst, wordt door of vanwege Onze Minister regelmatig onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen, de toepassing en de verspreiding van die stoffen en preparaten in Nederland.
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,7 +330,7 @@ b. indien onverkorte toepassing van die artikelen in het belang van de beschermi
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister een ernstig vermoeden heeft dat door handelingen met een stof of een preparaat gevaren kunnen ontstaan voor mens of milieu, kan hij in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en na overleg met Onze Minister Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan degene die beroepshalve die stof of dat preparaat vervaardigt, in Nederland invoert of toepast, opdragen door hem omschreven onderzoek te verrichten en daarover schriftelijk aan hem verslag uit te brengen. Gelijke bevoegdheden komen toe aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister, indien hij een ernstig vermoeden heeft dat door zodanige handelingen gevaren kunnen ontstaan in de arbeidssituatie. Onze Minister, onderscheidenlijk Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan daarbij een termijn stellen waarbinnen het verslag moet worden uitgebracht. Artikel 14, zesde lid, eerste en laatste volzin, is tevens van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Indien Onze Minister een ernstig vermoeden heeft dat door handelingen met een stof of een preparaat gevaren kunnen ontstaan voor mens of milieu, kan hij in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan degene die beroepshalve die stof of dat preparaat vervaardigt, in Nederland invoert of toepast, opdragen door hem omschreven onderzoek te verrichten en daarover schriftelijk aan hem verslag uit te brengen. Gelijke bevoegdheden komen toe aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Minister, indien hij een ernstig vermoeden heeft dat door zodanige handelingen gevaren kunnen ontstaan in de arbeidssituatie. Onze Minister, onderscheidenlijk Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan daarbij een termijn stellen waarbinnen het verslag moet worden uitgebracht. Artikel 14, zesde lid, eerste en laatste volzin, is tevens van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een stof of een preparaat, met betrekking waartoe een ernstig vermoeden bestaat dat door handelingen daarmee gevaren kunnen ontstaan voor mens of milieu, door meer dan een persoon beroepshalve wordt vervaardigd, in Nederland ingevoerd of toegepast, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat met betrekking tot die stof of dat preparaat onderzoek moet worden verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -338,7 +338,7 @@ b. indien onverkorte toepassing van die artikelen in het belang van de beschermi
|
|||
|
||||
**4.** Ieder die beroepshalve een bij een maatregel op grond van het tweede lid aangewezen stof of preparaat vervaardigt, of die beroepshalve zodanige stof, al dan niet verwerkt in een preparaat, of preparaat in Nederland invoert, aan een ander ter beschikking stelt, opslaat, vervoert, toepast of zich daarvan ontdoet, is verplicht aan de aangewezen instellingen de door deze gevraagde gegevens met betrekking tot de stof te verschaffen, voor zover hij over deze gegevens beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
|
||||
|
||||
**5.** Van een onderzoek als bedoeld in het tweede lid wordt schriftelijk verslag uitgebracht aan Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Onze Minister zendt een exemplaar van het verslag aan Onze Minister Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Van een onderzoek als bedoeld in het tweede lid wordt schriftelijk verslag uitgebracht aan Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Onze Minister zendt een exemplaar van het verslag aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Bij een besluit als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid bepaalt Onze Minister, onderscheidenlijk Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tevens in hoeverre de kosten ten laste van de in het tweede lid bedoelde personen zullen worden gebracht, alsmede de wijze van berekening van de kosten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,9 +501,9 @@ e. veiligheidsaanbevelingen ter vermijding van de belangrijkste, aan het gebruik
|
|||
|
||||
**2.** De bij het eerste lid voorgeschreven aanduidingen moeten gesteld zijn in de Nederlandse taal. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen, waarin die aanduidingen mogen worden gesteld in een andere, bij of krachtens de maatregel aangewezen taal.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stellen tezamen nadere regelen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde aanduidingen. Zij kunnen daarbij tevens, zo nodig onder het stellen van nadere regelen, bepalen dat door hen aan te geven verdere aanduidingen op een verpakking moeten zijn vermeld, of dat door hen aan te geven aanduidingen slechts in door hen aan te geven gevallen behoeven te zijn vermeld.
|
||||
**3.** Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stellen tezamen nadere regelen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde aanduidingen. Zij kunnen daarbij tevens, zo nodig onder het stellen van nadere regelen, bepalen dat door hen aan te geven verdere aanduidingen op een verpakking moeten zijn vermeld, of dat door hen aan te geven aanduidingen slechts in door hen aan te geven gevallen behoeven te zijn vermeld.
|
||||
|
||||
**4.** Aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, onder *a*, *c*, *d* en *e*, en het derde lid wordt geacht te zijn voldaan, indien een stof, opgenomen op een door Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te zamen vastgestelde lijst van stoffen als bedoeld in artikel 34, is aangeduid op de wijze die in die lijst met betrekking tot die stof is aangegeven.
|
||||
**4.** Aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, onder *a*, *c*, *d* en *e*, en het derde lid wordt geacht te zijn voldaan, indien een stof, opgenomen op een door Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te zamen vastgestelde lijst van stoffen als bedoeld in artikel 34, is aangeduid op de wijze die in die lijst met betrekking tot die stof is aangegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -678,7 +678,7 @@ b. op een daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen.
|
|||
|
||||
**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 23, tweede lid, wordt, ingeval zij wordt gedaan op grond van een ernstig vermoeden dat door handelingen met een stof of een preparaat gevaren kunnen ontstaan in de arbeidssituatie, Ons gedaan door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 34, derde lid, 35, vierde lid, 36, tweede lid, 37 of 39 wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te zamen.
|
||||
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 34, derde lid, 35, vierde lid, 36, tweede lid, 37 of 39 wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te zamen.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue