2009-07-01 | BWBR0013816 | Wet inzake de geldtransactiekantoren
This commit is contained in:
parent
f60f42088a
commit
61f14b39ca
1 changed files with 11 additions and 47 deletions
|
|
@ -274,23 +274,19 @@ b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige besluitvorming binne
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Dwangsom en bestuurlijke boete
|
||||
## Hoofdstuk 7. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, vijfde, zesde en zevende lid, 3, eerste lid, 4, derde lid, 5, derde lid, 8, derde en vijfde lid, 9, 10, 11, 15, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, vijfde, zesde en zevende lid, 3, eerste lid, 4, derde lid, 5, derde lid, 8, derde en vijfde lid, 9, 10, 11, 15, tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuurlijke boete komt toe aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Onze Minister kan regels stellen ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -300,69 +296,37 @@ In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen
|
|||
|
||||
**3.** De bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan het bedrag van de bestuurlijke boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de bestuurlijke boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Degene jegens wie door Onze Minister een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, geeft hij de betrokkene daarvan kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht, stelt Onze Minister de betrokkene in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de bestuurlijke boete wordt opgelegd, tenzij het een overtreding betreft die in de bijlage, bedoeld in artikel 22, is aangewezen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister legt de bestuurlijke boete op bij beschikking.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De beschikking vermeldt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. het feit ter zake waarvan de bestuurlijke boete wordt opgelegd, alsmede het overtreden voorschrift;
|
||||
b. het bedrag van de bestuurlijke boete en de gegevens op basis waarvan dit bedrag is bepaald; en
|
||||
c. de termijn, bedoeld in artikel 27, eerste lid, waarbinnen de bestuurlijke boete moet worden betaald.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** De werking van de beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de werking van de beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete voor een overtreding die op grond van artikel 24, tweede lid, is aangewezen, opgeschort totdat de bezwaartermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op het bezwaar is beslist.
|
||||
De werking van de beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** De bestuurlijke boete wordt betaald binnen zes weken na de inwerkingtreding van de beschikking waarbij zij is opgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuurlijke boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken, tenzij het een overtreding betreft die op grond van artikel 24, tweede lid, is aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de bestuurlijke boete niet tijdig is betaald, stuurt Onze Minister schriftelijk een aanmaning om binnen twee weken de bestuurlijke boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, alsnog te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat de bestuurlijke boete, voor zover deze niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, overeenkomstig het vierde lid zal worden ingevorderd.
|
||||
|
||||
**4.** Bij gebreke van tijdige betaling kan Onze Minister de bestuurlijke boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning en van de invordering, bij dwangbevel invorderen.
|
||||
|
||||
**5.** Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**6.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**7.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevraagd anders beslist.
|
||||
|
||||
**8.** Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de bestuurlijke boete ten onrechte of op een te hoog bedrag is vastgesteld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen vervalt indien ter zake van de overtreding een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Het recht tot strafvervolging met betrekking tot een overtreding als bedoeld in artikel 21 vervalt, indien Onze Minister ter zake van die overtreding reeds een bestuurlijke boete heeft opgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen vervalt drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan.
|
||||
|
||||
**2.** De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt gestuit door de bekendmaking van de beschikking waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een bestuurlijke boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue