2013-01-01 | BWBR0023086 | Besluit politiegegevens

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 78ceb0bbeb
commit 698e16ca4f

View file

@ -36,7 +36,7 @@ Voor het in combinatie met elkaar verwerken van politiegegevens, bedoeld in arti
**2.** Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, onderdeel a, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die is belast met infiltratie, pseudo-koop of -dienstverlening en stelselmatige inwinning van informatie.
**3.** Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, onderdeel b, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid van het Korps landelijke politiediensten die is belast met werkzaamheden op het terrein van getuigenbescherming.
**3.** Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, onderdeel b, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een dienst van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 die is belast met werkzaamheden op het terrein van getuigenbescherming.
**4.** Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de wet, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a of c, van de wet.
@ -86,7 +86,7 @@ a. het informatieproces binnen de politie, meer in het bijzonder de verschillend
b. de wet- en regelgeving die relevant is voor de verwerking van politiegegevens, en
c. methoden en technieken van informatieanalyse.
De eisen inzake kennis en vaardigheden verschillen naar gelang van de aard van de verwerking waartoe de ambtenaar wordt geautoriseerd. Indien noodzakelijk kunnen deze eisen bij regeling van Onze Ministers worden vastgesteld.
De eisen inzake kennis en vaardigheden verschillen naar gelang van de aard van de verwerking waartoe de ambtenaar wordt geautoriseerd. Indien noodzakelijk kunnen deze eisen bij ministeriële regeling worden vastgesteld.
### Artikel 2:10
@ -119,7 +119,7 @@ Het ter beschikking stellen van politiegegevens kan alleen worden geweigerd of a
a. het gegevens betreft omtrent informanten of andere personen als bedoeld in artikel 12, vijfde lid van de wet;
b. gevaar voor leven of gezondheid van betrokkene of derden is te duchten;
c. van een verwerking voor een intern integriteitonderzoek onder verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder;
c. van een verwerking voor een intern integriteitonderzoek onder verantwoordelijkheid van de korpschef;
d. van een verwerking door de rijksrecherche onder verantwoordelijkheid van het College van procureurs-generaal;
e. het gegevens betreft die worden verwerkt op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel b van de wet;
f. van een verwerking voor een door het College van procureurs-generaal als embargo-onderzoek aangemerkt onderzoek met een zeer groot belang van afscherming vanwege afbreukrisicos, levensbedreigende risicos, politieke gevoeligheid of publiciteitsgevoeligheid van het onderzoek.
@ -182,32 +182,32 @@ e. de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, ten behoeve van:
het onderzoek, bedoeld in de artikelen 101 en 142 van het Reglement rijbewijzen, en het betreft overtreding van artikel 6 of artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, of
de vervulling van de in de artikelen 130 tot en met 134a van de Wegenverkeerswet 1994 aan de Divisie Vorderingen van het bureau opgedragen taak;
f. Halt-bureaus, voor zover zij zijn aangewezen door Onze Minister van Justitie op grond van artikel 48g van de Wet Justitie-subsidies, ten behoeve van de alternatieve afdoening van de strafbare feiten, gepleegd door minderjarigen;
f. Halt-bureaus, voor zover zij zijn aangewezen door Onze Minister van Veiligheid en Justitie op grond van artikel 48g van de Wet Justitie-subsidies, ten behoeve van de alternatieve afdoening van de strafbare feiten, gepleegd door minderjarigen;
g. reclasseringswerkers als bedoeld in artikel 6 van de Reclasseringsregeling 1995, ten behoeve van het uitvoeren van de werkzaamheden, bedoeld in hoofdstuk 3 van die Regeling en de indicatiestelling ten behoeve van de forensische zorg;
h. de Dienst Wegverkeer, ten behoeve van het uitvoeren van de taken van de dienst op grond van artikel 2 van de Regeling taken Dienst Wegverkeer;
i. de stichting, bedoeld in artikel 1, van de Wet op de jeugdzorg, ten behoeve van de uitvoering van één van de taken als bedoeld in artikel 5, eerste lid, en artikel 10, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van die wet of een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aanvaarde rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 254, tweede lid, en 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, ten behoeve van de uitvoering van één van de taken als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op de jeugdzorg;
j. de raad voor de kinderbescherming, ten behoeve van de uitvoering van één van de bij wet aan de raad opgedragen taken;
k. Onze Minister van Justitie, ten behoeve van:
k. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van:
1°. het verwerken van gegevens over jeugdigen in het Cliënt Volgsysteem jeugdcriminaliteit, ter ondersteuning van de voorkoming en bestrijding van jeugdcriminaliteit;
2°. het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van verdachten en veroordeelden in de strafrechtsketendatabank en de verdere verstrekking van die gegevens aan de functionarissen en organen die met de toepassing van het strafrecht zijn belast, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden;
3°. het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen in de Basisvoorziening Vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
4°. het vergelijken van deze gegevens, voor zover deze DNA-profielen van overleden personen betreffen wier identiteit onbekend is, met de DNA-profielen van de personen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder d tot en met f, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van deze overleden personen.
3°. het vergelijken van deze gegevens, voor zover deze DNA-profielen van overleden personen betreffen wier identiteit onbekend is, met de DNA-profielen van de personen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder d tot en met f, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van deze overleden personen.
l. de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, ten behoeve van de uitvoering van de in die wet opgedragen taken;
m. de door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen dienst, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, voor zover het betreft gegevens met betrekking tot het proces-verbaal en de kennisgeving van inbeslagneming, ten behoeve van een goede toepassing van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen;
m. de door Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aangewezen dienst, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, voor zover het betreft gegevens met betrekking tot het proces-verbaal en de kennisgeving van inbeslagneming, ten behoeve van een goede toepassing van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen;
n. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen;
o. de Inspectie voor de Openbare Orde en Veiligheid van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ten behoeve van het toetsen van de taakuitvoering dan wel het beheer van de politie of het verrichten van onderzoek, bedoeld in artikel 53a, eerste lid, onderdelen b, c en d, van de Politiewet 1993;
p. de Minister van Justitie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen door het Centraal Justitieel Incassobureau;
o. de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, ten behoeve van het toezicht op de taakuitvoering door de politie of het verrichten van onderzoek, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdelen a, b en d, van de Politiewet 2012;
p. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen door het Centraal Justitieel Incassobureau;
q. de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in de artikelen 46 en 47 van de Vreemdelingenwet 2000, of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit Nederland van vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven.
r. de Algemene Inspectiedienst van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ten behoeve van het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 67 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006;
s. een verzekeringsmaatschappij of de Minister van Defensie, ten behoeve van de beoordeling van de wettelijke aansprakelijkheid van het desbetreffende politiekorps of van de Minister van Defensie en de vaststelling van een verplichting tot schadeloosstelling van derden;
r. de Algemene Inspectiedienst van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, ten behoeve van het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 67 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006;
s. een verzekeringsmaatschappij of de Minister van Defensie, ten behoeve van de beoordeling van de wettelijke aansprakelijkheid van de politie of van de Minister van Defensie en de vaststelling van een verplichting tot schadeloosstelling van derden;
t. het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, ten behoeve van het opstellen van de rapportages pro justitia en de indicatieadvisering;
u. de leden van een commissie als bedoeld in artikel 61, tweede lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993, die zijn belast met de behandeling van, en advisering over, klachten over gedragingen van ambtenaren van politie, en de personen die zijn belast met de ondersteuning van de leden van die commissie;
u. de leden van een commissie als bedoeld in artikel 68, tweede lid, onderdeel a, van de Politiewet 2012, die zijn belast met de behandeling van, en advisering over, klachten over gedragingen van ambtenaren van politie, en de personen die zijn belast met de ondersteuning van de leden van die commissie;
v. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, ten behoeve van de huisvesting van een vreemdeling en de handhaving van de orde en veiligheid in het aanmeldcentrum;
w. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, voor wat betreft gegevens over de verblijfplaats van een persoon, ten behoeve van de inning van bijdragen of uitkeringen, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen;
x. de Minister van Defensie, ten behoeve van het nemen van een beslissing over de ongeldigverklaring van een door die minister afgegeven militair rijbewijs of rijmachtiging.
x. de Minister van Defensie, ten behoeve van het nemen van een beslissing over de ongeldigverklaring van een door die minister afgegeven militair rijbewijs of rijmachtiging;
y. Onze Minister voor Immigratie en Asiel, ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen in de Basisvoorziening Vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie.
**2.** Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan ambtenaren die bij of krachtens de wet zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van de bij regeling van Onze Ministers aangewezen wetgeving, voor zover het betreft gegevens over de naleving van die wetgeving, en er tussen de verantwoordelijke en de betreffende ambtenaren afspraken zijn gemaakt over welke gegevens verstrekt worden, in welke gevallen en onder welke voorwaarden. De verantwoordelijke legt deze afspraken vast.
**2.** Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan ambtenaren die bij of krachtens de wet zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van de bij ministeriële regeling aangewezen wetgeving, voor zover het betreft gegevens over de naleving van die wetgeving, en er tussen de verantwoordelijke en de betreffende ambtenaren afspraken zijn gemaakt over welke gegevens verstrekt worden, in welke gevallen en onder welke voorwaarden. De verantwoordelijke legt deze afspraken vast.
**3.** Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen respectievelijk de Invorderingswet 1990 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen ten behoeve van de inschatting van de veiligheidsrisicos met betrekking tot de uitoefening van vorenbedoeld toezicht.
@ -219,7 +219,7 @@ x. de Minister van Defensie, ten behoeve van het nemen van een beslissing over d
Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c en 13 van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:
a. Onze Minister van Justitie, ten behoeve van:
a. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van:
de controle van rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen, waaronder het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of door middel van deze rechtspersonen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet controle op rechtspersonen;
de uitvoering van artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet;
@ -228,15 +228,15 @@ a. Onze Minister van Justitie, ten behoeve van:
de taakuitvoering van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
de tenuitvoerlegging van een maatregel als bedoeld in artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, door het Centraal Justitieel Incassobureau.
b. de burgemeester ten behoeve van de beoordeling van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap;
c. de directeuren van inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Penitentiaire beginselenwet, van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, en functionarissen van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Justitie, ten behoeve van:
c. de directeuren van inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Penitentiaire beginselenwet, van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en van de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, en functionarissen van de Dienst Justitiële inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van:
1. het nemen van beslissingen over hetzij de aanstelling of het ontslag van personeel, hetzij de toelating tot de inrichting van personen die niet worden ingesloten in de inrichting, voor zover dat noodzakelijk is voor de orde of veiligheid in de inrichting respectievelijk de voorziening;
2. het nemen van beslissingen over het verlaten van de inrichting bij wijze van verlof;
3. het nemen van beslissingen over de erkenning van een penitentiair programma, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet, of een scholing- en trainingprogramma, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Beginselenwet justitiële inrichtingen;
4. het treffen van maatregelen met betrekking tot de voorkoming van strafbare feiten door of met betrekking tot gedetineerden, de handhaving van de orde en veiligheid in de justitiële inrichting, of de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.
d. de commandant van de Koninklijke marechaussee, ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 37s van de Luchtvaartwet;
e. de korpschef van een regionaal politiekorps, ten behoeve van zijn adviserende taak in het kader van de uitvoering van artikel 3B.1 van het Vuurwerkbesluit;
f. het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie en het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, en artikel 8b, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie en artikel 4a, eerste lid, en artikel 4b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, of voor het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anderszins werkzaamheden verrichten voor een politiekorps, een voorziening tot samenwerking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit algemene rechtspositie politie, het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, het Politie onderwijs- en kenniscentrum of de rijksrecherche en waarvoor de gezagdragende instanties justitiële gegevens als bedoeld in het Besluit justitiële gegevens vragen;
e. de korpschef, ten behoeve van zijn adviserende taak in het kader van de uitvoering van artikel 3B.1 van het Vuurwerkbesluit;
f. het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie en het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, en artikel 8b, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie en artikel 4a, eerste lid, en artikel 4b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, of voor het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anderszins werkzaamheden verrichten voor de politie, het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, het Politie onderwijs- en kenniscentrum of de rijksrecherche en waarvoor de gezagdragende instanties justitiële gegevens als bedoeld in het Besluit justitiële gegevens vragen;
g. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, ten behoeve van de uitoefening van de in die wet aan het bureau opgedragen taak;
h. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het nemen van beslissingen omtrent de toelating, het verblijf of de ongewenstverklaring, als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, de Rijkswet op het Nederlanderschap of een verdrag dan wel een voor Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, als bedoeld in artikel 112 van de Vreemdelingenwet 2000;
i. de burgemeester en de commissaris van de Koning, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau en Onze Minister van Defensie met het oog op de toekenning van bij koninklijk besluit te verlenen onderscheidingen;
@ -269,10 +269,10 @@ c. de Stichting Autoriteit Financiële Markten, te behoeve van:
Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c, en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan de volgende personen en instanties, voor zover zij deze behoeven voor het nemen van de besluiten waarmee zij zijn belast op grond van de hiernavolgende wetten:
de Minister van Justitie, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de Wet wapens en munitie;
de Minister van Justitie, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de Wet wapens en munitie;
Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
de korpschef, ten behoeve van het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen of intrekken van jachtakten op grond van de Flora- en faunawet;
het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, gedeputeerde staten of de commissaris van de Koningin, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de verlening, weigering of intrekking van een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet;
de burgemeester, omtrent de verlening, weigering of intrekking van een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet;
de burgemeester, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen.
**6.** Politiegegevens die worden verstrekt in de gevallen, bedoeld in het vijfde lid, kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld bezwaar of administratief beroep.
@ -290,10 +290,9 @@ b. de Autoriteit Financiële Markten ten behoeve van de uitoefening van de taken
### Artikel 4:4
Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10 en 13 van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van:
Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10 en 13 van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van:
het verrichten van dreiging- en risico-evaluaties en het vaststellen van bewaking- en beveiligingsopdrachten en adviezen door de evaluatiedriehoek, met het oog op het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten;
het nemen van een beslissing omtrent een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid van beweging, als voorzien in de Wet bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid.
het verrichten van dreiging- en risico-evaluaties en het vaststellen van bewaking- en beveiligingsopdrachten en adviezen door de evaluatiedriehoek, met het oog op het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten.
### Artikel 4:5
@ -316,7 +315,7 @@ d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, be
Politiegegevens, die worden verwerkt op grond van de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie en wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door:
a. Onze Minister van Justitie, indien het gegevens betreft die worden verwerkt met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie, of
a. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, indien het gegevens betreft die worden verwerkt met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de officier van justitie, of
b. de burgemeester, indien het gegevens betreft die worden verwerkt met het oog op de uitvoering van een taak onder het gezag van de burgemeester.
**2.**
@ -350,18 +349,13 @@ Aan autoriteiten in een land binnen het Koninkrijk, in een ander land of in de o
a. de opsporing van een ernstig misdrijf of de voorkoming van een ernstig gevaar voor de openbare orde,
b. een verzoek met betrekking tot een bepaalde persoon of een bepaald geval, of
c. de uitvoering van taken die overeenkomen met de taken ten dienste van de justitie, als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Politiewet 1993, op grond van een verzoek met betrekking tot een bepaalde persoon of een bepaald geval.
c. de uitvoering van taken die overeenkomen met de taken ten dienste van de justitie, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Politiewet 2012, op grond van een verzoek met betrekking tot een bepaalde persoon of een bepaald geval.
**2.** De gegevens worden verstrekt onder de algemene voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. In bijzondere gevallen kunnen de verstrekte gegevens verder worden verwerkt ten behoeve van de voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid. Op verzoek van de ontvangende persoon of instantie kan de verantwoordelijke instemmen met de verdere verwerking van verstrekte gegevens voor een ander doel voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in dat land of de openbare lichamen.
**3.**
**3.** De verstrekking van politiegegevens, die worden verwerkt in verband met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde, vindt plaats door tussenkomst van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012. De verstrekking kan zonder tussenkomst van deze landelijke eenheid plaatsvinden overeenkomstig afspraken met politieautoriteiten in het buitenland, voor zover deze afspraken zijn goedgekeurd door Onze Minister van Veiligheid en Justitie.
De verstrekking van politiegegevens, die worden verwerkt in verband met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde, vindt plaats door tussenkomst van het Korps landelijke politiediensten. De verstrekking kan zonder tussenkomst van dit korps plaatsvinden overeenkomstig afspraken met politieautoriteiten in het buitenland, voor zover deze afspraken zijn goedgekeurd door:
a. Onze Minister van Justitie, indien het gegevens betreft die worden verwerkt in het kader van de taakuitvoering onder het gezag van de officier van justitie;
b. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover het gegevens betreft die worden verwerkt in het kader van de taakuitvoering onder het gezag van de burgemeester.
**4.** In de grensgebieden kan de verstrekking, bedoeld in de eerste zin van het derde lid, zonder tussenkomst van het Korps landelijke politiediensten plaatsvinden voor zover dit voortvloeit uit een verdrag waar ook België of Duitsland als verdragssluitende partij bij betrokken zijn of uit een besluit, bedoeld in artikel 34, tweede lid van, het Verdrag betreffende de Europese Unie.
**4.** In de grensgebieden kan de verstrekking, bedoeld in de eerste zin van het derde lid, zonder tussenkomst van de landelijke eenheid, bedoeld in het derde lid, plaatsvinden voor zover dit voortvloeit uit een verdrag waar ook België of Duitsland als verdragssluitende partij bij betrokken zijn of uit een besluit, bedoeld in artikel 34, tweede lid van, het Verdrag betreffende de Europese Unie.
**5.** Politiegegevens die betrekking hebben op de in artikel 5 van de wet genoemde kenmerken worden slechts verstrekt indien dit met het oog op een juiste beantwoording van een door een buitenlandse politieautoriteit gestelde vraag onvermijdelijk is.
@ -454,7 +448,7 @@ Na afloop van de gegevensvergelijking worden de verstrekte gegevens onverwijld g
### Artikel 5:7
**1.** Aan Europol worden politiegegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die dienst, voor zover dat voortvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de Europese Unie. De politiegegevens worden verstrekt door tussenkomst van het Korps landelijke politiediensten.
**1.** Aan Europol worden politiegegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die dienst, voor zover dat voortvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de Europese Unie. De politiegegevens worden verstrekt door tussenkomst van de landelijke eenheid, bedoeld in artikel 5:1, derde lid.
**2.**
@ -541,7 +535,7 @@ d. de frequentie waarmee de gegevens ter voldoening aan de onder c bedoelde verp
e. de verantwoordelijke of verantwoordelijken die de gegevens verder verwerken;
f. indien sprake is van een bewerker, degene die als bewerker optreedt.
**2.** Over de verwerkingen bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt bovendien tevoren schriftelijk vastgelegd welke van de betreffende gegevens voor de korpsen rechtstreeks raadpleegbaar worden gesteld en welke aan de korpsen ter beschikking worden gesteld voor zover zij deze nodig hebben voor de uitvoering van de politietaak.
**2.** Over de verwerkingen bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt bovendien tevoren schriftelijk vastgelegd welke van de betreffende gegevens voor de politie rechtstreeks raadpleegbaar worden gesteld en welke aan de politie ter beschikking worden gesteld voor zover zij deze nodig heeft voor de uitvoering van de politietaak.
**3.** De op grond van het eerste en tweede lid schriftelijk vastgelegde gegevens worden ter inzage gelegd gedurende de tijd dat de gegevens ingevolge artikel 32, derde lid, van de wet beschikbaar zijn.
@ -551,7 +545,7 @@ f. indien sprake is van een bewerker, degene die als bewerker optreedt.
**2.** De betaling van de geldsom geschiedt door betaling met een wettig betaalmiddel of op enige andere door de verantwoordelijke toegestane wijze van betaling.
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks worden aangepast.
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Defensie kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks worden aangepast.
### Artikel 6:4
@ -589,15 +583,15 @@ d. de datum en het tijdstip van de verstrekking.
### Artikel 6:5
**1.** Twee jaren na inwerkingtreding van de wet, en vervolgens eenmaal in de vier jaren, laat de verantwoordelijke de uitvoering van de bij of krachtens de wet gegeven regels door een privacy audit controleren, op bij regeling van Onze Ministers te bepalen wijze.
**1.** Twee jaren na inwerkingtreding van de wet, en vervolgens eenmaal in de vier jaren, laat de verantwoordelijke de uitvoering van de bij of krachtens de wet gegeven regels door een privacy audit controleren, op bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
**2.** De controle heeft betrekking op de wijze waarop het verwerken van politiegegevens is georganiseerd, de maatregelen en procedures die daarop van toepassing zijn en de werking van deze maatregelen en procedures.
**3.** Een onafhankelijke auditor die voldoet aan de bij regeling van Onze Ministers te stellen eisen van werkwijze, deskundigheid en betrouwbaarheid voert de controle uit.
**3.** Een onafhankelijke auditor die voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen van werkwijze, deskundigheid en betrouwbaarheid voert de controle uit.
**4.** De hercontrole, bedoeld in artikel 33, derde lid, van de wet, vindt plaats op bij regeling van Onze Ministers te bepalen wijze.
**4.** De hercontrole, bedoeld in artikel 33, derde lid, van de wet, vindt plaats op bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
**5.** Bij regeling van Onze Ministers kan bepaald worden dat ter voorbereiding op de controle, bedoeld in het eerste lid, interne audits plaatsvinden en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop deze audits worden verricht.
**5.** Bij ministeriële regeling kan bepaald worden dat ter voorbereiding op de controle, bedoeld in het eerste lid, interne audits plaatsvinden en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop deze audits worden verricht.
### Artikel 6:6
@ -632,25 +626,26 @@ b. artikel 2:5, eerste lid, wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die
c. artikel 2:5, tweede lid, wordt in plaats van «de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet» gelezen: de daartoe door de verantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie;
d. artikel 2:7, eerste lid, wordt in plaats van «artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme» gelezen: artikel 3:3, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
e. artikel 2:8 wordt in plaats van «kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die met de uitvoering van deze taak is belast» gelezen: kunnen daartoe door de verantwoordelijke aangewezen ambtenaren van politie worden belast;
f. artikel 2:10, tweede lid, wordt in plaats van «het hoofd van de betreffende eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet, dan wel het hoofd van een eenheid met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervanger» gelezen: de ambtenaren van politie die daartoe door de verantwoordelijke zijn aangewezen.
g. artikel 2:13, eerste lid, onder d, wordt in plaats van «rijksrecherche» gelezen «recherche» en in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
h. artikel 2:13, eerste lid, onder f, wordt in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
i. vervallen;
j. artikel 2:13, tweede lid, onderdeel c, wordt in plaats van «artikel 16, eerste lid, onderdeel c» gelezen «artikel 36d, eerste lid, onderdeel a» en in plaats van «artikel 3:1» gelezen: artikel 6a:3.;
k. artikel 4:1, eerste lid, onderdeel b, wordt in plaats van «artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet» gelezen «artikel 1, eerste lid, onderdeel i van de Luchtvaartwet BES» en wordt in plaats van «Opiumwet» gelezen: Opiumwet 1960 BES;
l. vervallen;
m. artikel 4:7, eerste lid, onder b, wordt in plaats van «de burgemeester» telkens gelezen: de gezaghebber;
n. artikel 5:1, eerste lid, aanhef, wordt in plaats van «in een land binnen het Koninkrijk, in een ander land of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» gelezen «in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land' en wordt in plaats van «het Europese deel van Nederland» gelezen «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt in plaats van «land dan wel het openbare lichaam» gelezen: land;
o. artikel 5:1, eerste lid, onder c, wordt in plaats van «artikel 1, onderdeel g, van de Politiewet 1993» gelezen: artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
p. artikel 5:1, tweede lid, wordt in plaats van «dat land of de openbare lichamen» gelezen: dat land.
q. artikel 5:1, derde lid, wordt in plaats van «het Korps landelijke politiediensten» gelezen «de officier van justitie» en vervalt de tweede zin;
r. artikel 5:1, zesde lid, wordt in plaats van «burgemeester» gelezen: gezaghebber.
s. artikel 5:1, zevende lid, wordt in plaats van «van een land binnen het Koninkrijk, van een ander land of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» gelezen: van een ander land.
t. artikel 5:1, achtste lid, wordt in plaats van «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land» gelezen: in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land.
u. artikel 6:3, eerste lid, wordt in plaats van «€ 4,50» gelezen: USD 5;
v. artikel 6:4, vierde en vijfde lid, wordt telkens na «paragraaf 3» ingevoegd: en artikel 36d.
w. artikel 6:4, zesde lid, wordt in plaats van «artikel 16, eerste lid, onderdeel c,» gelezen: artikel 36d, eerste lid, onderdeel a,;
x. artikel 6:6, eerste lid, onderdeel d, wordt in plaats van «op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES» gelezen: op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
f. artikel 2:10, tweede lid, wordt in plaats van «het hoofd van de betreffende eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet, dan wel het hoofd van een eenheid met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervanger» gelezen: de ambtenaren van politie die daartoe door de verantwoordelijke zijn aangewezen;
g. artikel 2:13, eerste lid, onderdeel c, wordt in plaats van «de korpschef» gelezen: de korpsbeheerder;
h. artikel 2:13, eerste lid, onder d, wordt in plaats van «rijksrecherche» gelezen «recherche» en in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
i. artikel 2:13, eerste lid, onder f, wordt in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal;
j. vervallen;
k. artikel 2:13, tweede lid, onderdeel c, wordt in plaats van «artikel 16, eerste lid, onderdeel c» gelezen «artikel 36d, eerste lid, onderdeel a» en in plaats van «artikel 3:1» gelezen: artikel 6a:3;
l. artikel 4:1, eerste lid, onderdeel b, wordt in plaats van «artikel 1, onderdeel h, van de Luchtvaartwet» gelezen «artikel 1, eerste lid, onderdeel i van de Luchtvaartwet BES» en wordt in plaats van «Opiumwet» gelezen: Opiumwet 1960 BES;
m. vervallen;
n. artikel 4:7, eerste lid, onder b, wordt in plaats van «de burgemeester» telkens gelezen: de gezaghebber;
o. artikel 5:1, eerste lid, aanhef, wordt in plaats van «in een land binnen het Koninkrijk, in een ander land of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» gelezen «in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land' en wordt in plaats van «het Europese deel van Nederland» gelezen «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt in plaats van «land dan wel het openbare lichaam» gelezen: land;
p. artikel 5:1, eerste lid, onder c, wordt in plaats van «artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Politiewet 2012» gelezen: artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
q. artikel 5:1, tweede lid, wordt in plaats van «dat land of de openbare lichamen» gelezen: dat land;
r. artikel 5:1, derde lid, wordt in plaats van «een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012» gelezen «de officier van justitie» en vervalt de tweede zin;
s. artikel 5:1, zesde lid, wordt in plaats van «burgemeester» gelezen: gezaghebber;
t. artikel 5:1, zevende lid, wordt in plaats van «van een land binnen het Koninkrijk, van een ander land of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» gelezen: van een ander land;
u. artikel 5:1, achtste lid, wordt in plaats van «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land» gelezen: in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land;
v. artikel 6:3, eerste lid, wordt in plaats van «€ 4,50» gelezen: USD 5;
w. artikel 6:4, vierde en vijfde lid, wordt telkens na «paragraaf 3» ingevoegd: en artikel 36d;
x. artikel 6:4, zesde lid, wordt in plaats van «artikel 16, eerste lid, onderdeel c,» gelezen: artikel 36d, eerste lid, onderdeel a,;
y. artikel 6:6, eerste lid, onderdeel d, wordt in plaats van «op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES» gelezen: op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
**2.** De artikelen 2:3, derde lid, 2:4, tweede lid, 4:2, derde en vierde lid, 4:3, derde tot en met zesde lid, 4:3a, 4:4, tweede gedachtestreepje, 4:6, onderdeel d, 4:7, eerste lid, onderdeel b, 5:1, vierde lid, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5 en 6:1, eerste lid, onder b, en derde lid zijn niet van toepassing
@ -683,10 +678,10 @@ In afwijking van artikel 4:2, eerste lid, kunnen politiegegevens die worden verw
a. het Waarborgfonds Motorverkeer, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES, voor zover het betreft gegevens omtrent de personalia en de verblijfplaats van benadeelden en zij deze gegevens behoeven voor de hulp aan benadeelden ten behoeve van het geldend maken van een recht op schadevergoeding, als bedoeld in artikel 17 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES;
b. degene die namens een reclasseringsinstelling reclasseringswerkzaamheden verricht ten behoeve van die werkzaamheden;
c. de voogdijraad ten behoeve van de uitvoering van één van de bij wet aan de voogdijraad opgedragen taken;
d. Onze Minister van Justitie ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Wet toelating en uitzetting BES, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
d. Onze Minister voor Immigratie en Asiel ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Wet toelating en uitzetting BES, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie;
e. de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in artikel 2, van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, ten behoeve van de uitvoering van de in die wet opgedragen taken;
f. benadeelden van strafbare feiten, waaronder begrepen de personen die in verband met die feiten in hun rechten zijn getreden of ingevolge enige wettelijke bepaling terzake van die rechten een recht van verhaal hebben gekregen, voor zover zij deze gegevens behoeven om in rechte voor hun belangen op te kunnen komen;
g. de door Onze Minister van Justitie aangewezen organisatie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen;
g. de door Onze Minister voor Veiligheid en Justitie aangewezen organisatie, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen;
h. de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in artikel 22a van de Wet toelating en uitzetting BES, of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van vreemdelingen die geen toelating tot verblijf hebben;
**2.** Artikel 4:2, tweede lid, is van toepassing.
@ -701,7 +696,7 @@ h. de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdel
In afwijking van artikel 4:3, eerste lid, kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c juncto artikel 36c, eerste lid, onder c, en 13 van de wet en voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:
a. Onze Minister van Justitie, ten behoeve van:
a. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van:
de uitvoering van artikel 5, eerste lid, van de Gratiewet;
de beoordeling van de benoeming, de herbenoeming of het ontslag van de leden van de commissies van toezicht bij de gestichten, bedoeld in artikel 41 van de Wet beginselen gevangeniswezen BES;
@ -713,14 +708,15 @@ b. de directeuren van de gestichten, bedoeld in artikel 2 van de Wet beginselen
2. het nemen van beslissingen over het verlaten van het gesticht bij wijze van verlof;
3. het treffen van maatregelen met betrekking tot de voorkoming van strafbare feiten door of met betrekking tot gedetineerden, de handhaving van de orde en veiligheid in het justitiële gesticht, of de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.
c. de commandant van de Koninklijke marechaussee, ten behoeve van de uitoefening van de controle, bedoeld in artikel 22, derde lid, van de Luchtvaartwet BES;
d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van ambtenaren van politie van het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, personen die anderszins werkzaamheden verrichten voor een politiekorps alsmede buitengewone agenten van politie;
d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van ambtenaren van politie van het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
e. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het nemen van beslissingen omtrent de toelating, het verblijf of de ongewenstverklaring, als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES, de Rijkswet op het Nederlanderschap of een verdrag dan wel een voor Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, als bedoeld in artikel 25 van de Wet toelating en uitzetting BES;
f. de Rijksvertegenwoordiger en de gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau;
g. gedragsdeskundigen, voor zover het betreft auditieve of audiovisuele registraties van het verhoor van een persoon naar aanleiding van een ernstig strafbaar feit, voor het beoordelen van het verhoor en het opstellen van een deskundigenrapportage ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek of het onderzoek ter terechtzitting.
g. gedragsdeskundigen, voor zover het betreft auditieve of audiovisuele registraties van het verhoor van een persoon naar aanleiding van een ernstig strafbaar feit, voor het beoordelen van het verhoor en het opstellen van een deskundigenrapportage ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek of het onderzoek ter terechtzitting;
h. Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anders dan als ambtenaar van politie werkzaamheden verrichten voor het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba alsmede buitengewone agenten van politie.
**2.**
In afwijking van artikel 4:2, tweede lid, kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van de adviserende taak in het kader van de uitvoering van de hierna te noemen wetten en door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
In afwijking van artikel 4:3, tweede lid, kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van de adviserende taak in het kader van de uitvoering van de hierna te noemen wetten en door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:
a. de Nederlandsche Bank, ten behoeve van:
@ -732,7 +728,7 @@ b. de Autoriteit Financiële Markten, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht
**4.** De op grond van het tweede lid verstrekte gegevens worden door de in dat lid genoemde personen en instanties niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na datum van verkrijgen bewaard. Gegevens die door de leden van het openbaar ministerie verder zijn verstrekt, kunnen langer worden bewaard met bijzondere toestemming van het
**5.** Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c, en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan de Minister van Justitie, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de Wapenwet BES en de Vuurwapenwet BES. Deze gegevens kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld administratief beroep.
**5.** Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c, en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de Wapenwet BES en de Vuurwapenwet BES. Deze gegevens kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld administratief beroep.
### Artikel 6a:7