2006-01-01 | BWBR0004149 | Mediawet
This commit is contained in:
parent
ea52650eb3
commit
6d16b7fbef
1 changed files with 26 additions and 43 deletions
|
|
@ -521,19 +521,18 @@ d. zij in de statuten een regeling heeft opgenomen die voorziet in de instelling
|
|||
De inkomsten die de Stichting Etherreclame verwerft stelt zij, na aftrek van haar door Onze Minister goedgekeurde uitgaven, ter beschikking van Onze Minister. De afgedragen inkomsten dienen ter bestrijding van de kosten verbonden aan:
|
||||
|
||||
a. de vergoedingen aan instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
|
||||
b. de vergoedingen voor regionale omroep;
|
||||
c. de Wereldomroep;
|
||||
d. het Europees programma, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel f;
|
||||
e. de uitkering uit de inkomsten van de Stichting Etherreclame ten behoeve van het Bedrijfsfonds voor de pers als bedoeld in artikel 128;
|
||||
f. de Raad voor cultuur, voor zover samenhangend met de advisering ten aanzien van radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie, tot een door Onze Minister te bepalen bedrag;
|
||||
g. het Commissariaat voor de Media;
|
||||
h. door Onze Minister bekostigd onderzoek in het belang van de massacommunicatie;
|
||||
i. uitkeringen door Onze Minister aan het fonds, bedoeld in artikel 170;
|
||||
j. vergoedingen aan het Bedrijf ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 83;
|
||||
k. vergoedingen aan een door Onze Minister aan te wijzen instelling ten behoeve van het in stand houden en exploiteren van een omroeparchief;
|
||||
l. vergoedingen aan een door Onze Minister aan te wijzen instelling ten behoeve van het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten, omroepkoren en een muziekbibliotheek;
|
||||
m. een door Onze Minister aan te wijzen overlegorgaan van lokale omroepinstellingen en bijdragen aan regionale en lokale omroep ten behoeve van minderhedenprogrammering;
|
||||
n. een landelijk orgaan dat informatie verstrekt en anderszins ondersteuning biedt aan de programmaraden, bedoeld in artikel 82k, eerste lid.
|
||||
b. de Wereldomroep;
|
||||
c. het Europees programma, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel f;
|
||||
d. de uitkering uit de inkomsten van de Stichting Etherreclame ten behoeve van het Bedrijfsfonds voor de pers als bedoeld in artikel 128;
|
||||
e. de Raad voor cultuur, voor zover samenhangend met de advisering ten aanzien van radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie, tot een door Onze Minister te bepalen bedrag;
|
||||
f. het Commissariaat voor de Media;
|
||||
g. door Onze Minister bekostigd onderzoek in het belang van de massacommunicatie;
|
||||
h. uitkeringen door Onze Minister aan het fonds, bedoeld in artikel 170;
|
||||
i. vergoedingen aan het Bedrijf ten behoeve van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 83;
|
||||
j. vergoedingen aan een door Onze Minister aan te wijzen instelling ten behoeve van het in stand houden en exploiteren van een omroeparchief;
|
||||
k. vergoedingen aan een door Onze Minister aan te wijzen instelling ten behoeve van het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten, omroepkoren en een muziekbibliotheek;
|
||||
l. een door Onze Minister aan te wijzen overlegorgaan van lokale omroepinstellingen en bijdragen aan regionale en lokale omroep ten behoeve van minderhedenprogrammering;
|
||||
m. een landelijk orgaan dat informatie verstrekt en anderszins ondersteuning biedt aan de programmaraden, bedoeld in artikel 82k, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1004,13 +1003,9 @@ c. op de overige radioprogrammanetten in ieder geval dagelijks tussen 07.00 uur
|
|||
|
||||
**5.** De wijze waarop aanvragen tot toewijzing van zendtijd worden ingediend, de termijn waarbinnen beslissingen daarop worden genomen en de termijn waarop adviezen worden uitgebracht en waarop beslissingen inzake toewijzing of intrekking van zendtijd voor lokale en regionale omroep in werking treden, worden bij algemene maatregel van bestuur geregeld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien er in een provincie geen regionale omroepinstelling is kan op aanvraag van het provinciaal bestuur zendtijd voor regionale omroep worden toegewezen aan de Stichting. In dat geval treedt de Stichting voor de toepassing van de desbetreffende bepalingen in de plaats van een regionale omroepinstelling.
|
||||
**6.** Indien zendtijd is toegewezen aan een lokale of regionale omroepinstelling kan het Commissariaat zendtijd toewijzen voor lokale en regionale omroep aan een gemeentebestuur en provinciaal bestuur ten behoeve van overheidsvoorlichting. Deze zendtijd bedraagt ten hoogste vijf percent van de zendtijd toegewezen aan de omroepinstelling. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de zendtijd is toegewezen aan de Stichting stelt deze een regionale programmaraad in. Het bepaalde in artikel 30, onder c, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** Indien zendtijd is toegewezen aan een lokale of regionale omroepinstelling kan het Commissariaat zendtijd toewijzen voor lokale en regionale omroep aan een gemeentebestuur en provinciaal bestuur ten behoeve van overheidsvoorlichting. Deze zendtijd bedraagt ten hoogste vijf percent van de zendtijd toegewezen aan de omroepinstelling. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**9.** Indien aan een lokale of regionale omroepinstelling zendtijd is toegewezen voor een televisieprogramma, is het die instelling tevens toegestaan een toetsbeeld uit te zenden of te doen uitzenden en heeft zij tevens zendtijd voor een teletekstprogramma dat op dezelfde frequentieruimte tegelijkertijd met het televisieprogramma of met het toetsbeeld wordt uitgezonden.
|
||||
**7.** Indien aan een lokale of regionale omroepinstelling zendtijd is toegewezen voor een televisieprogramma, is het die instelling tevens toegestaan een toetsbeeld uit te zenden of te doen uitzenden en heeft zij tevens zendtijd voor een teletekstprogramma dat op dezelfde frequentieruimte tegelijkertijd met het televisieprogramma of met het toetsbeeld wordt uitgezonden.
|
||||
|
||||
**10.** Toewijzing van zendtijd aan een regionale instelling die binnen twee jaar in de plaats komt van een instelling die eerder zendtijd voor regionale omroep had verkregen, houdt in dat de eerstgenoemde voor de toepassing van deze wet wordt gezien als rechtsopvolger van de laatstgenoemde.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1020,7 +1015,7 @@ c. op de overige radioprogrammanetten in ieder geval dagelijks tussen 07.00 uur
|
|||
|
||||
**2.** De gemeente dan wel de provincie brengt éénmaal in de vijf jaren aan het Commissariaat voor de Media advies uit over de vraag of de lokale of regionale omroepinstelling naar haar oordeel nog voldoet aan de in artikel 30 gestelde eisen. Indien binnen deze termijn ernstige twijfel bestaat of de lokale of regionale omroepinstelling nog aan de in artikel 30 gestelde eisen voldoet, kan het Commissariaat een tussentijds advies vragen.
|
||||
|
||||
**3.** Voor regionale omroep wordt slechts zendtijd toegewezen indien het provinciaal bestuur zich bereid verklaart voor de bekostiging zorg te dragen.
|
||||
**3.** Er wordt slechts zendtijd toegewezen aan regionale omroepinstellingen voor welke het provinciebestuur heeft verklaard zorg te dragen voor de bekostiging van het functioneren van die instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 43a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2316,23 +2311,11 @@ Deze paragraaf is niet van toepassing op politieke partijen.
|
|||
|
||||
### Artikel 107
|
||||
|
||||
Regionale omroepinstellingen die zendtijd hebben verkregen, krijgen een vergoeding van de provincie die gelijk is aan het totaal van hun uitgaven die rechtstreeks met hun omroepactiviteiten verband houden, voor zover die kosten door het provinciale bestuur zijn goedgekeurd en voor zover zij niet op andere wijze zijn gedekt.
|
||||
**1.** Het provinciebestuur draagt zorg voor de bekostiging van het functioneren van ten minste één regionale omroepinstelling in de provincie door vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het functioneren van de regionale omroepinstelling, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat een kwalitatief hoogwaardige programmering mogelijk is en continuïteit van bekostiging is gewaarborgd. Deze bekostiging waarborgt in ieder geval dat per provincie het in 2004 bestaande niveau van de activiteiten met betrekking tot de verzorging van radio- en televisieprogramma’s en van de activiteiten als bedoeld in artikel 13c, derde lid, van de regionale omroepinstelling(en) ten minste gehandhaafd blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 107a
|
||||
**2.** Aan de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, worden geen voorwaarden gesteld of voorschriften verbonden die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**1.** Het Commissariaat voor de Media kan op verzoek van het provinciaal bestuur een vergoeding geven aan een provincie voor de dekking van de kosten die rechtstreeks verband houden met het functioneren van één regionale omroepinstelling ten behoeve van haar radioprogramma. Daaronder wordt begrepen een eenmalige vergoeding van de kosten die verband houden met de noodzakelijke infrastructuur voor één regionale omroepinstelling.
|
||||
|
||||
**2.** Het Commissariaat adviseert Onze Minister jaarlijks voor 1 november omtrent de hoogte van het bedrag dat voor het volgende kalenderjaar nodig zal zijn voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt, rekening houdend met het advies van het Commissariaat, jaarlijks voor 1 december vast welk bedrag voor het volgende kalenderjaar beschikbaar is voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 107b
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt het bedrag, bedoeld in artikel 107*a*, derde lid, ter beschikking van het Commissariaat voor de Media. Het Commissariaat besteedt dit bedrag met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 107c
|
||||
|
||||
Het totaal van de gegeven vergoedingen overschrijdt in een kalenderjaar niet het door Onze Minister op basis van artikel 107*a*, derde lid, vastgestelde bedrag.
|
||||
**3.** Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit artikel, en vervolgens telkens na drie jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het bepaalde in dit artikel in de praktijk.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. De Wereldomroep
|
||||
|
||||
|
|
@ -2435,7 +2418,7 @@ d. betaalt, indien de in onderdeel c bedoelde gelden met instemming van de raad
|
|||
|
||||
**1.** Indien met toepassing van deze wet een bijdrage in investeringen is verleend aan een instelling die zendtijd voor landelijke omroep heeft verkregen, betaalt de instelling bij vervreemding van het desbetreffende onroerend goed of bij beëindiging van de haar toegewezen zendtijd de vergoeding terug aan de raad van bestuur. De terug te betalen bijdrage wordt evenwel verminderd met de door de raad van bestuur vast te stellen afschrijvingspercentages voor elk vol jaar dat is verstreken sedert de vergoeding is gegeven. Terugbetaalde vergoedingen worden aangewend ter versterking van de programmering en de coördinatie; artikel 101, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien met toepassing van deze wet een bijdrage in investeringen is verleend aan een instelling die zendtijd voor regionale omroep heeft verkregen, betaalt de instelling bij vervreemding van het desbetreffende onroerend goed of bij beëindiging van de haar toegewezen zendtijd de vergoeding terug aan het Commissariaat voor de Media. De terug te betalen bijdrage wordt evenwel verminderd met de door het Commissariaat vast te stellen afschrijvingspercentages voor elk vol jaar dat is verstreken sedert de vergoeding is gegeven. Terugbetaalde vergoedingen worden aangewend ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 28, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 28, onderdeel *e*.
|
||||
**2.** Indien met toepassing van deze wet een bijdrage in investeringen is verleend aan een instelling die zendtijd voor regionale omroep heeft verkregen, betaalt de instelling bij vervreemding van het desbetreffende onroerend goed of bij beëindiging van de haar toegewezen zendtijd de vergoeding terug aan het Commissariaat voor de Media. De terug te betalen bijdrage wordt evenwel verminderd met de door het Commissariaat vast te stellen afschrijvingspercentages voor elk vol jaar dat is verstreken sedert de vergoeding is gegeven. Terugbetaalde vergoedingen worden aangewend ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 28, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 28, onderdeel d.
|
||||
|
||||
### Artikel 109c
|
||||
|
||||
|
|
@ -2451,9 +2434,7 @@ d. betaalt, indien de in onderdeel c bedoelde gelden met instemming van de raad
|
|||
|
||||
### Artikel 109e
|
||||
|
||||
**1.** Binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar legt het bestuur van iedere provincie die een vergoeding als bedoeld in artikel 107a, eerste lid, heeft ontvangen, aan het Commissariaat voor de Media een verklaring over van een accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt of en in hoeverre de vergoeding is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd. Indien de toegezegde vergoeding kleiner is dan € 22 689, kan worden volstaan met een verklaring ter zake van het provinciaal bestuur.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover niet uit een verklaring als bedoeld in het eerste lid blijkt dat de vergoeding is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd, wordt het desbetreffende bedrag teruggevorderd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
|
|
@ -2461,7 +2442,7 @@ De instellingen die zendtijd hebben verkregen voorzien op onafhankelijke wijze i
|
|||
|
||||
### Artikel 111
|
||||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van artikel 110 en ter bestrijding van de overige kosten genoemd in artikel 28, met uitzondering van de onder e bedoelde, wordt onder de naam rijksomroepbijdrage jaarlijks door Onze Minister een bedrag beschikbaar gesteld.
|
||||
**1.** Ter uitvoering van artikel 110 en ter bestrijding van de overige kosten genoemd in artikel 28, met uitzondering van de onder d bedoelde, wordt onder de naam rijksomroepbijdrage jaarlijks door Onze Minister een bedrag beschikbaar gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde rijksomroepbijdrage bestaat ten minste uit het bedrag van de in het jaar 1998 door de Dienst omroepbijdragen op grond van de toen geldende bepalingen van deze wet aan Onze Minister afgedragen inkomsten. Onze Minister stelt het in de vorige volzin bedoelde bedrag jaarlijks bij met de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het desbetreffende jaar geraamde index voor de groei van het aantal huishoudens in Nederland en met de door het Centraal Planbureau voor het desbetreffende jaar geraamde consumentenprijsindex.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2471,6 +2452,8 @@ De instellingen die zendtijd hebben verkregen voorzien op onafhankelijke wijze i
|
|||
|
||||
**5.** Aan de beschikbaarheid van de rijksomroepbijdrage worden geen andere voorwaarden gesteld dan de voorwaarden die bij of krachtens deze wet zijn of kunnen worden gesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt verlaagd met het bedrag dat over het kalenderjaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit artikellid ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII), onderdeel Media, beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van regionale omroep.
|
||||
|
||||
### Artikel 111a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -2876,7 +2859,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 153
|
||||
|
||||
Indien het Rijk met toepassing van de Omroepwet aan een instelling die zendtijd heeft verkregen, een bijdrage in investeringen heeft verleend, betaalt de instelling bij vervreemding van het desbetreffende onroerend goed of bij beëindiging van de haar toegewezen zendtijd de vergoeding terug aan het Commissariaat voor de Media. De terug te betalen bijdrage wordt evenwel verminderd met de door het Commissariaat vast te stellen afschrijvingspercentages voor elk vol jaar dat is verstreken sedert de vergoeding is gegeven. Terugbetaalde vergoedingen worden aangewend ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 28, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 28, onderdeel *e*.
|
||||
Indien het Rijk met toepassing van de Omroepwet aan een instelling die zendtijd heeft verkregen, een bijdrage in investeringen heeft verleend, betaalt de instelling bij vervreemding van het desbetreffende onroerend goed of bij beëindiging van de haar toegewezen zendtijd de vergoeding terug aan het Commissariaat voor de Media. De terug te betalen bijdrage wordt evenwel verminderd met de door het Commissariaat vast te stellen afschrijvingspercentages voor elk vol jaar dat is verstreken sedert de vergoeding is gegeven. Terugbetaalde vergoedingen worden aangewend ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 28, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 28, onderdeel d.
|
||||
|
||||
### Artikel 154
|
||||
|
||||
|
|
@ -2994,13 +2977,13 @@ Onze Minister stelt regels ter uitvoering van de artikelen 12, 15 en 16 van de E
|
|||
|
||||
### Artikel 170a
|
||||
|
||||
**1.** De instellingen die zijn aangewezen op grond van artikel 28, onderdelen k en l, dienen eenmaal per vier jaren bij Onze Minister een meerjarenplan voor de volgende periode van vier jaren in. Deze meerjarenplannen zijn afgestemd op de voor de desbetreffende periode geldende cultuurnota, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, en op de voor de desbetreffende periode geldende begroting voor de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, bedoeld in artikel 99.
|
||||
**1.** De instellingen die zijn aangewezen op grond van artikel 28, onderdelen j en k, dienen eenmaal per vier jaren bij Onze Minister een meerjarenplan voor de volgende periode van vier jaren in. Deze meerjarenplannen zijn afgestemd op de voor de desbetreffende periode geldende cultuurnota, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, en op de voor de desbetreffende periode geldende begroting voor de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, bedoeld in artikel 99.
|
||||
|
||||
**2.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen jaarlijks voor 1 juni bij Onze Minister een jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar in.
|
||||
|
||||
**3.** Het meerjarenplan en de jaarrekening behoeven de instemming van Onze Minister. Met betrekking tot het meerjarenplan hoort Onze Minister daaromtrent de Stichting.
|
||||
|
||||
**4.** Aan het ter beschikking stellen van een vergoeding als bedoeld in artikel 28, onderdelen k en l, kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
**4.** Aan het ter beschikking stellen van een vergoeding als bedoeld in artikel 28, onderdelen j en k, kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien niet wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, of de aan de beschikking verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan Onze Minister de beschikking waarbij de desbetreffende instelling is aangewezen, intrekken, dan wel de beschikking tot het ter beschikking stellen van een vergoeding wijzigen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue