2018-05-23 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2018-05-23 12:00:00 +00:00
parent 9b33ecc5aa
commit 71ad3dd9b5

View file

@ -844,8 +844,6 @@ a. de vreemdeling heeft bij zijn vertrek uit Nederland gebruikgemaakt van een re
b. de vreemdeling heeft meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van deze zes maanden te wijten is aan omstandigheden die buiten zijn schuld zijn gelegen; of
c. de vreemdeling heeft voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan vier achtereenvolgende maanden buiten Nederland verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd.
*Ad b.*
De IND merkt verblijf buiten Nederland als gevolg van detentie aan als een omstandigheid die te wijten is aan de vreemdeling, mits de detentie het gevolg is van een daadwerkelijke rechterlijke veroordeling voor het plegen van een strafbaar feit. Bij lagere strafoplegging door een hogere rechterlijke instantie wordt het gedeelte van de straf dat ten onrechte is opgelegd, buiten beschouwing gelaten.
De IND merkt verblijf buiten Nederland als gevolg van detentie niet aan als een omstandigheid die te wijten is aan de vreemdeling als de detentie het gevolg is van een veroordeling wegens een gedraging die in Nederland niet strafbaar is gesteld.
@ -853,15 +851,16 @@ De IND merkt verblijf buiten Nederland als gevolg van detentie niet aan als een
De IND neemt aan dat geen sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland als de vreemdeling:
a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft in het kader van studie aan het hoger onderwijs en in het kader van de voltooiing van zijn studie in Nederland tijdelijk hoger onderwijs in het buitenland gaat volgen. Tijdelijkheid wordt niet aangenomen als de periode van het volgen van hoger onderwijs in het buitenland langer is dan een jaar aaneengesloten;
b. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt;
c. de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst van het Ministerie van BUZA, die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland;
d. is achtergelaten in het land van herkomst en zich zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid (gemeente, diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren;
e. Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd;
f. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als kennismigrant of wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG heeft en niet langer dan acht maanden arbeid buiten Nederland verricht mits de vreemdeling aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning blijft voldoen;
g. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking vermogende vreemdeling heeft en niet langer dan acht maanden buiten Nederland verblijft mits de vreemdeling aan de voorwaarden blijft voldoen;
h. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking overplaatsing binnen een onderneming heeft en op basis van die vergunning voor korte- of lange-termijnmobiliteit verblijft in een andere lidstaat van de Europese Unie.
*Ad d.*
b. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft in het kader van studie aan het hoger onderwijs en bij de IND is gemeld dat er sprake is van mobiliteit binnen de Europese Unie waarbij de vreemdeling ten hoogste 360 dagen per lidstaat een deel van de studie in één of meerdere tweede lidstaten volgt in het kader van de voltooiing van zijn studie in Nederland;
c. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt;
d. de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst van het Ministerie van BUZA, die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland;
e. is achtergelaten in het land van herkomst en zich zo snel mogelijk tot de Nederlandse overheid (gemeente, diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren;
f. Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd;
g. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als kennismigrant heeft en niet langer dan acht maanden arbeid buiten Nederland verricht mits de vreemdeling aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning blijft voldoen;
h. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG of onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 heeft en bij de IND is gemeld dat er sprake is van mobiliteit binnen de Europese Unie waarbij de vreemdeling een deel van het onderzoek in één of meerdere tweede lidstaten uitvoert en de gastovereenkomst met de Nederlandse onderzoeksinstelling als bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801 geldig blijft;
i. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking vermogende vreemdeling heeft en niet langer dan acht maanden buiten Nederland verblijft mits de vreemdeling aan de voorwaarden blijft voldoen;
j. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking overplaatsing binnen een onderneming heeft en op basis van die vergunning voor korte- of lange-termijnmobiliteit verblijft in een andere lidstaat van de Europese Unie; of
k. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid heeft en bij de IND is gemeld dat er sprake is van mobiliteit binnen de Europese Unie waarbij de vreemdeling als gezinslid de onder h. genoemde onderzoeker vergezelt wanneer deze een deel van het onderzoek in één of meerdere tweede lidstaten uit gaat voeren, of de onder j. genoemde werknemer vergezelt wanneer deze voor lange-termijnmobiliteit verblijft in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Wat zo snel mogelijk is, beoordeelt de IND per geval, waarbij de IND rekening houdt met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vreemdeling met zich heeft meegebracht.
@ -1399,13 +1398,9 @@ De IND wijst de aanvraag voor verblijfsvergunning met als doel uitwisseling af a
een borg aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie ter beschikking heeft gesteld;
een contract met een gastgezin of (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft ondertekend waarmee de aanvrager zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract.
#### 2.4. Europees Vrijwilligerswerk (EVS)
#### 2.4. Europees Vrijwilligerswerk
Nederland heeft zich in Europees verband gecommitteerd aan de uitvoering van het uitwisselingsprogramma Youth in Action, waarvan het EVS deel uitmaakt. In het kader van het EVS kunnen jongeren -waaronder jongeren afkomstig van buiten de EU- ten hoogste 1 jaar vrijwilligerswerk doen in Nederland. Het Nationaal Agentschap voor het EVS is ondergebracht bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).
De uitwisselingsorganisatie moet erkend zijn door de IND. De aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend door de erkende uitwisselingsorganisatie.
De IND neemt aan dat de jongere die in Nederland verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als een beroep wordt gedaan op de algemene middelen.
Nederland heeft zich in Europees verband gecommitteerd aan de uitvoering van het uitwisselingsprogramma Youth in Action, waarvan Europees vrijwilligerswerk deel uitmaakt. In het kader van Europees vrijwilligerswerk kunnen jongeren waaronder jongeren afkomstig van buiten de EU voor ten hoogste 1 jaar vrijwilligerswerk doen in Nederland. Het Nationaal Agentschap voor het Europees vrijwilligerswerk is ondergebracht bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). De uitwisselingsorganisatie moet erkend zijn door de IND. De aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend door de erkende uitwisselingsorganisatie. De IND neemt aan dat de jongere die in Nederland verblijft, niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien als bedoeld in artikel 3.24a VV als een beroep wordt gedaan op de algemene middelen.
### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
@ -1445,6 +1440,10 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat het tijdige vertrek
• een retourticket; of
• bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling over middelen van bestaan beschikt om een retourticket aan te schaffen.
#### 4.4. Europees vrijwilligerswerk
De IND beschouwt een door de uitwisselingsorganisatie en de vreemdeling ondertekende overeenkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3.43, vierde lid, Vb. In de overeenkomst moeten de onderdelen uit artikel 3.24, vijfde lid, VV zijn opgenomen.
## B3. Studie
### 1. Inleiding
@ -1457,14 +1456,41 @@ In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen d
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het Vb en VV:
• artikel 3.41 Vb;
• artikelen 3.21, 3.22 en 3.23 VV.
• artikel 3.3, 3.41, 3.87a, 3.91b en 4.47 Vb;
• artikelen 3.21, 3.22, 3.23, 4.20 en 4.24 VV.
De beleidsregels over mobiliteit binnen de Europese Unie van studenten zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 8 en 12 uit de Vw.
### 2. Beleidsregels
#### 2.1. Hoger onderwijs
De IND verstaat onder geaccrediteerd onderwijs in de zin van artikel 3.41 Vb onderwijs conform artikel 5.2 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs
De IND verstaat onder geaccrediteerd onderwijs in de zin van artikel 3.41 Vb onderwijs conform artikel 5.2 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs.
Binnen deze vorm van mobiliteit voor studenten is een onderscheid te maken tussen:
• Uitgaande mobiliteit, waarbij de IND aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking Studie heeft verleend en Nederland de eerste lidstaat is; of
• Inkomende mobiliteit, zoals bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, Vb, waarbij aan de vreemdeling een verblijfsvergunning voor studie is verleend door een andere lidstaat binnen de Europese Unie en Nederland de tweede lidstaat is.
Bij mobiliteit voor studenten moet altijd sprake zijn van een uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen of een overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor hoger onderwijs op grond waarvan de vreemdeling voor de duur van maximaal 360 dagen per tweede lidstaat of lidstaten mag verblijven zoals bedoeld in artikel 31, eerste lid van richtlijn (EU) 2016/801.
De erkende referent is verplicht om, indien de vreemdeling in het bezit is van een door de IND afgegeven verblijfsvergunning regulier voor studie en hij een deel van het onderwijsprogramma gaat volgen in één of meerdere tweede lidstaten, uiterlijk vier weken voor aanvang van de uitgaande mobiliteit alle volgende informatie te melden bij de IND:
• De verwachte duur van de mobiliteit met de verwachte begin- en einddatum;
• In welke tweede lidstaat of lidstaten de vreemdeling een deel van het onderwijsprogramma gaat volgen;
• Of de vreemdeling aansluitend terugkeert naar Nederland als eerste lidstaat en zo ja, wanneer hij verwacht terug te keren; en
• Van welk uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen of overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor hoger onderwijs de vreemdeling gebruik maakt.
De IND verschaft na ontvangst van een kennisgeving, als bedoeld in artikel 4.47, eerste lid, Vb respectievelijk artikel 4.47 vierde lid, Vb, desgevraagd een verblijfssticker waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, mits aan de voorwaarden voor inkomende mobiliteit is voldaan:
• De vreemdeling is in het bezit van een geldige door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning vanwege studie;
• Het verblijf van de vreemdeling in Nederland valt onder een uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen of onder een overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor hoger onderwijs;
• De kennisgeving is voorzien van alle relevante stukken als genoemd in paragraaf B3/5 Vc ingediend door een hiertoe gemachtigde erkende onderwijsinstelling in Nederland of de vreemdeling zelf;
• De mobiliteit is voor de duur van maximaal 360 dagen en past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat;
• De vreemdeling gaat een deel van de studie in Nederland volgen aan een krachtens artikel 2c van de Vw als referent erkende onderwijsinstelling; en
• Er zijn geen bewijzen of ernstige en objectieve redenen om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen als bedoeld in artikel 3.3, zesde lid, Vb.
Indien niet langer aan de voorwaarden voor inkomende mobiliteit wordt voldaan, maakt de IND bij de gemachtigde onderwijsinstelling en/of de vreemdeling kenbaar dat het verblijfsrecht in kader van de inkomende mobiliteit is geëindigd. Hierop is artikel 62a, derde lid, Vw van toepassing.
#### 2.2. Middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs
@ -1484,7 +1510,7 @@ De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tij
De IND neemt aan dat aan artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb in ieder geval wordt voldaan als de vreemdeling:
• in het bezit is van een verblijfsdocument voor geprivilegieerden verstrekt door het Ministerie van BuZa; en
• in het bezit is van een verblijfsdocument voor geprivilegieerden verstrekt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken; en
• op het moment van indienen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een opleiding in Nederland volgt en deze hier te lande wil afronden.
De IND neemt aan dat aan artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder b, Vb in ieder geval wordt voldaan als de vreemdeling:
@ -1519,14 +1545,18 @@ Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb en artikel 3.22 VV beschouwt de IND mi
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: Studie.
De IND vermeldt op het verblijfsdocument: Studie, mobiliteit cf. aanvullend document. Als de vreemdeling gebruik gaat maken van mobiliteit binnen de Europese Unie ontvangt hij van de IND een aanvullend document waarop het onderwijsprogramma met mobiliteitsmaatregelen vermeld staat.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid in loondienst niet toegestaan.
De werkgever kan pas in het bezit worden gesteld van een TWV voor een vreemdeling nadat deze in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning voor Studie. Een verblijfssticker in het paspoort van de vreemdeling is onvoldoende voor afgifte van de TWV.
De werkzaamheden mogen verricht worden zonder TWV als de vreemdeling:
in het bezit is van een verblijfsvergunning voor studie en arbeid als zelfstandige verricht; of
als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie.
in het bezit is van een verblijfsvergunning voor studie en arbeid als zelfstandige verricht; of
als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie.
Ook de vreemdeling die in het kader van inkomende mobiliteit voor studenten in Nederland verblijft, mag werkzaamheden verrichten. Evenzeer heeft te gelden dat een TWV is vereist voor arbeid van bijkomende aard en andere arbeid in loondienst niet is toegestaan. Het aantonen van het verblijfsrecht in kader van mobiliteit binnen de Europese Unie alsmede een verblijfssticker in het paspoort van de vreemdeling is voldoende voor afgifte van de TWV.
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
@ -1536,13 +1566,13 @@ Een (buitenlandse) ziektekostenverzekering volstaat bij studie, mits deze voldoe
Wanneer de vreemdeling naast de studie (vrijwilligers)werk gaat verrichten (niet zijnde stage in het kader van de studie), is de vreemdeling verzekeringsplichtig in het kader van de Zvw en moet hij een basisverzekering in Nederland afsluiten.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar.
De IND verleent de verblijfsvergunning in het kader van de pilot Inkomende mobiliteit mbo4 voor de duur van maximaal twaalf maanden.
### 4. Verlenging en intrekking
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de resterende duur van de opleiding vermeerderd met drie maanden voor de administratieve afronding van de opleiding. Dit is niet van toepassing op de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verleend in het kader van de pilot inkomende mobiliteit mbo4.
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de resterende duur van de opleiding vermeerderd met drie maanden voor de administratieve afronding van de opleiding. Dit is niet van toepassing op de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verleend in het kader van de pilot inkomende mobiliteit mbo4.
De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verleend in het kader van de pilot Inkomende mobiliteit mbo4 niet.
@ -1552,14 +1582,32 @@ Op grond van artikel 3.91b, eerste lid, aanhef en onder b, Vb trekt de IND de ve
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling is ingeschreven aan de onderwijsinstelling binnen twee weken nadat hij rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8 Vw, of het voorbereidend jaar heeft afgerond, één van de volgende bescheiden:
• een voorlopig bewijs van inschrijving;
• een definitief bewijs van inschrijving; of
• een verklaring van de onderwijsinstelling dat de vreemdeling een uitwisselingsprogramma volgt.
De gemachtigde en krachtens artikel 2c van de Vw als referent erkende onderwijsinstelling of de vreemdeling stuurt met de kennisgeving, als bedoeld in artikel 4.47, vierde lid, Vb, de volgende bewijsmiddelen mee naar de IND:
• Een ingevuld en ondertekend machtigingsformulier waarmee de vreemdeling de erkende onderwijsinstelling in Nederland machtigt;
• Een verklaring van de gemachtigde onderwijsinstelling dat de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor toelating bij mobiliteit;
• Een kopie van de geldige verblijfsvergunning voor studie zoals afgegeven door de eerste lidstaat als bedoeld in paragraaf B3/2.1 Vc;
• Een kopie van een geldig document voor grensoverschrijding op naam van de vreemdeling; en
• Een door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring.
Indien de vreemdeling geen gebruik maakt van de mogelijkheid om de onderwijsinstelling te machtigen, dan is de vreemdeling zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de kennisgeving voorzien van alle relevante bewijsmiddelen zoals hierboven van de gemachtigde erkende onderwijsinstelling gevraagd, met uitzondering van de verklaring van de gemachtigde onderwijsinstelling dat de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor toelating bij mobiliteit.
In dat geval wordt van de vreemdeling gevraagd dat de kennisgeving, in aanvulling op de hierboven reeds genoemde bewijsmiddelen, vergezeld gaat van:
• Een bewijs van (voorlopige) inschrijving bij de onderwijsinstelling;
• Een bewijs dat het verblijf van de vreemdeling in Nederland onder een uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen of onder een overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor hoger onderwijs valt;
• Een bewijs dat de mobiliteit voor de duur van maximaal 360 dagen is en binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning past;
• Een bewijs dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan zoals genoemd in paragraaf B3/2.4 Vc; en
• Een bewijs dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten zoals genoemd in paragraaf B3/3 Vc.
De IND staat geen mobiliteit toe aan de vreemdeling indien de kennisgeving niet is voorzien van alle relevante bewijsmiddelen gelet op de termijn van 30 dagen als bedoeld in artikel 31, zevende lid van richtlijn (EU) 2016/801.
De IND beschouwt een verklaring van de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) of een verklaring van de bevoegde autoriteiten uit het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling de opleiding niet in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf kan volgen.
De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten uit het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de opleiding van de vreemdeling van betekenis is voor de arbeidsmarkt van zijn land van herkomst.
@ -1575,7 +1623,9 @@ De IND beschouwt een verklaring van de onderwijsinstelling als bewijsmiddel:
• wanneer het onderwijs wordt gevolgd aan een onderwijsinstelling, die is opgenomen in het register van de Gedragscode middelbaar beroepsonderwijs; en
• dit in overeenstemming is met de voorwaarden voor de pilot Inkomende mobiliteit mbo4.
De IND beschouwt een verklaring van IELTS als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voor het Engelstalig onderwijs minimaal een score van 5.0 op alle onderdelen heeft behaald. Indien de vreemdeling zijn vooropleiding heeft genoten in het Engels en is vrijgesteld van de verplichting om een taaltest af te leggen, moet dat blijken uit een verklaring van de onderwijsinstelling.
De IND beschouwt een verklaring van IELTS als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voor het Engelstalig onderwijs minimaal een score van 4.5 op alle onderdelen heeft behaald.
Indien de vreemdeling zijn vooropleiding heeft genoten in het Engels en is vrijgesteld van de verplichting om een taaltest af te leggen, moet dat blijken uit een verklaring van de onderwijsinstelling.
## B4. Arbeid tijdelijk
@ -1631,32 +1681,38 @@ De IND beschouwt een advies van het UWV dat ten behoeve van de vreemdeling is af
• met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend; en
• dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn arbeid of studie buiten Nederland:
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn studie buiten Nederland, de bijlage Gegevens (over noodzaak) lerend werken in het kader van studie, met toegevoegd:
• de bijlage Gegevens arbeidsplaats;
• de bijlage Gegevens eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van studie met toegevoegd een:
• gegevens over de arbeidsplaats;
• gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• een stageovereenkomst met een beschrijving van het stageprogramma;
• indien de vreemdeling studeert: een bewijs van inschrijving en een verklaring van de onderwijsinstelling waaruit de noodzaak van de stage blijkt;
• indien de vreemdeling is afgestudeerd (alleen bij stagiairs die een HBO/WO-opleiding hebben afgerond): een diploma waaruit blijkt dat de vreemdeling niet langer dan 2 jaar geleden is afgestudeerd.
• stageovereenkomst;
• studieverklaring en een
• stageprogramma.
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van arbeid met toegevoegd een:
De IND beschouwt een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het diploma voor hoger onderwijs als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan 2 jaar geleden is afgestudeerd.
• leerplan;
• praktikantenovereenkomst en een
• terugkeerverklaring.
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn arbeid buiten Nederland, de bijlage Gegevens (over noodzaak) lerend werken in het kader van arbeid, met toegevoegd:
• gegevens over de arbeidsplaats;
• gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• een praktikantenovereenkomst;
• een leerplan; en
• een terugkeerverklaring.
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werkervaring opdoet in het kader van zijn studie op grond van een actieprogramma van de Europese Unie:
• gegevens over de arbeidsplaats;
• gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van studie;
• een verklaring van de onderwijsinstelling dat de stage plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie;
• een stageovereenkomst;
• een beursverklaring; en
• een stageovereenkomst.
• indien de vreemdeling studeert: een verklaring van de onderwijsinstelling dat de stage plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie; of
• indien de vreemdeling is afgestudeerd: (alleen bij hoger opgeleide stagiairs die een HBO/WO-opleiding hebben afgerond): een diploma waaruit blijkt dat de vreemdeling niet langer dan 2 jaar geleden is afgestudeerd.
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werkervaring
opdoet in het kader van arbeid op grond van een actieprogramma van de Europese Unie:
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling werkervaring opdoet in het kader van arbeid op grond van een actieprogramma van de Europese Unie:
• gegevens over de arbeidsplaats;
• gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van arbeid;
• bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de arbeid plaatsvindt in het kader van een actieprogramma van de Europese Unie;
• een praktikantenovereenkomst; en
@ -1664,8 +1720,8 @@ opdoet in het kader van arbeid op grond van een actieprogramma van de Europese U
De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de adviesaanvraag bij het UWV, waaruit moet blijken dat de vreemdeling relevante werkervaring opdoet in het kader van zijn studie buiten Nederland:
de bijlage Gegevens arbeidsplaats;
de bijlage Gegevens eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
gegevens over de arbeidsplaats;
gegevens over het eerder verblijf en toekomstig woonadres in Nederland;
• de bijlage Gegevens (over noodzaak) van lerend werken in het kader van studie met toegevoegd een:
• stageovereenkomst;
@ -1982,18 +2038,18 @@ In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen d
• het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst;
• arbeid als kennismigrant;
wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG;
onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801;
• arbeid als zelfstandige;
• houder van een Europese blauwe kaart in de zin van richtlijn 2009/50/EG; of
• overplaatsing binnen een onderneming.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen uit het Vb, het Buwav en het VV:
• artikelen 3.23b, 3.30, 3.30a, 3.30b, 3.30d, 3.32, 3.33 en 3.42, 3.89b, 3.91c en 4.43 Vb;
• artikelen 3.3, 3.23b, 3.30, 3.30a, 3.30b, 3.30d, 3.32, 3.33 en 3.42, 3.89b, 3.91c, 4.43 en 4.47 Vb;
• artikel 1d, 1h, 1n en 1i Buwav;
• artikel 3.20a VV;
• artikel 3.20b VV;
• artikel 3.20c VV.
• artikelen 3.20a, 3.20b, 3.20c, 3.20d, 4.24 en 4.36 VV.
De beleidsregels over kortermijnmobiliteit binnen de Europese Unie van onderzoekers en diens gezinsleden zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 8 en 12 uit de Vw.
### 2. Beleidsregels
@ -2059,17 +2115,15 @@ De IND trekt deze verblijfsvergunning in per datum einde zoekperiode.
De IND trekt deze verblijfsvergunning niet in als de vreemdeling binnen drie maanden een nieuwe functie als kennismigrant vindt, mits wordt voldaan aan alle voorwaarden.
#### 2.4. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
#### 2.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
De IND verstaat onder onderzoekers in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 ook promovendi en onbezoldigd onderzoekers zoals bursalen en ontvangers van stipendia.
Onderzoekers kunnen voor twee verblijfsbeperkingen in aanmerking komen:
De IND verstaat onder wetenschappelijk onderzoekers in de zin van richtlijn 2005/71/EG naast wetenschappelijk onderzoekers ook promovendi en onbezoldigd wetenschappelijk onderzoekers zoals bursalen en ontvangers van stipendia.
Wetenschappelijk onderzoekers kunnen voor twee verblijfsbeperkingen in aanmerking komen:
• als wetenschappelijk onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG; of
• als onderzoeker in de zin van richtlijn (EU) 2016/801; of
• als kennismigrant conform de gelijknamige regeling (zie hoofdstuk B6/2.3 Vc).
Uit een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, Vb moet in ieder geval blijken dat aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
@ -2078,13 +2132,13 @@ Uit een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, Vb moet in ied
• de vreemdeling beschikt over een passend diploma van hoger onderwijs waarmee toegang bestaat tot een doctoraatprogramma; en
• de rechtsbetrekking en de arbeidsvoorwaarden van de vreemdeling zijn opgenomen in de gastovereenkomst.
Een diploma van hoger onderwijs geeft toegang tot doctoraatprogrammas om onderzoek te mogen doen in de zin van richtlijn 2005/71/EG.
Een diploma van hoger onderwijs geeft toegang tot doctoraatprogrammas om onderzoek te mogen doen in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
In afwijking hiervan kan een vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf in Nederland om wetenschappelijk onderzoek (PHD) te verrichten en hiervoor een verblijfsvergunning te verkrijgen zonder al in het bezit te zijn van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling verklaart dat op individuele gronden is aangetoond dat de vreemdeling over het benodigde niveau beschikt.
In afwijking hiervan kan een vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf in Nederland om onderzoek (PHD) te verrichten en hiervoor een verblijfsvergunning te verkrijgen zonder al in het bezit te zijn van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling verklaart dat op individuele gronden is aangetoond dat de vreemdeling over het benodigde niveau beschikt.
De IND beschouwt deze vreemdeling als een student die in het bezit is van een passend diploma van hoger onderwijs, mits de erkende onderzoeksinstelling waarbij de student onderzoek gaat doen bereid is om hem voor dit doel toe te laten.
De vreemdeling die dan wetenschappelijk onderzoek mag verrichten en gelijktijdig een masterprogramma volgt, valt in dat geval onder de beleidsregels voor wetenschappelijk onderzoek in de zin van de richtlijn 2005/71/EG.
De vreemdeling die dan onderzoek mag verrichten en gelijktijdig een masterprogramma volgt, valt in dat geval onder de beleidsregels voor onderzoek in de zin van de richtlijn (EU) 2016/801.
In aanvulling op B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb:
@ -2093,6 +2147,56 @@ In aanvulling op B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende
• een inkomen uit periodieke betalingen uit sponsorgelden of op andere wijze, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen; of
• een op een ten name van de vreemdeling gestelde bankrekening in Nederland beschikbaar bedrag.
Richtlijn (EU) 2016/801 maakt twee vormen van mobiliteit mogelijk voor onderzoekers en diens gezinsleden, te weten:
1. Kortetermijnmobiliteit, zoals opgenomen in artikel 3.3, vierde lid, Vb; en
2. Langetermijnmobiliteit, zoals opgenomen in artikelen 29 en 30 van richtlijn (EU) 2016/801, waarvoor de voorwaarden zijn opgenomen in artikel 3.33 Vb.
Binnen deze twee vormen van mobiliteit is een onderscheid te maken tussen:
• Uitgaande mobiliteit, waarbij de IND aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 heeft verleend en Nederland de eerste lidstaat is; of
• Inkomende mobiliteit, waarbij aan de vreemdeling een verblijfsvergunning voor onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 is verleend door een andere lidstaat binnen de Europese Unie en Nederland de tweede lidstaat is.
De erkende referent is verplicht om, indien de vreemdeling in het bezit is van een door de IND afgegeven verblijfsvergunning regulier voor onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 en hij tevens onderzoek gaat verrichten in één of meerdere tweede lidstaten, uiterlijk vier weken voor aanvang van de uitgaande mobiliteit alle volgende informatie te melden bij de IND:
• De verwachte duur van de mobiliteit met de verwachte begin- en einddatum;
• In welke tweede lidstaat of lidstaten de vreemdeling onderzoek gaat verrichten; en
• Of de vreemdeling aansluitend terugkeert naar Nederland als eerste lidstaat en zo ja, wanneer hij verwacht terug te keren.
De IND verschaft na ontvangst van een kennisgeving, als bedoeld in artikel 4.47, eerste lid, Vb respectievelijk artikel 4.47 vierde lid Vb, desgevraagd een verblijfssticker waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, mits aan de voorwaarden voor inkomende mobiliteit is voldaan:
• De vreemdeling is in het bezit van een geldige door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801;
• De vreemdeling is in het bezit van een gastovereenkomst met de Nederlandse onderzoeksinstelling, als bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801;
• De kennisgeving is voorzien van alle relevante stukken als genoemd in paragraaf B6/4.4 Vc ingediend door een hiertoe gemachtigde erkende onderzoeksinstelling in Nederland of de vreemdeling zelf;
• De mobiliteit is voor de duur van maximaal 180 dagen in een periode van 360 dagen en past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat;
• De vreemdeling gaat in Nederland onderzoek verrichten aan een krachtens artikel 2c van de Vw als referent erkende onderzoeksinstelling; en
• Er zijn geen bewijzen of ernstige en objectieve redenen om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen als bedoeld in artikel 3.3, zesde lid, Vb.
De gezinsleden van de vreemdeling hebben op grond van artikel 3.3, vierde lid, onder b, Vb het recht om de vreemdeling tijdens de inkomende kortetermijnmobiliteit te vergezellen. De onderzoeker dient als referent de kennisgeving, zoals genoemd in artikel 30, tweede lid, juncto artikel 28, tweede lid, van richtlijn (EU) 2016/801, in voor diens gezinsleden.
De IND verschaft na ontvangst van een kennisgeving desgevraagd een verblijfssticker waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, mits aan de voorwaarden voor inkomende mobiliteit is voldaan:
• De vreemdeling is, als gezinslid van de onderzoeker, in het bezit van een geldige door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning;
• De kennisgeving is voorzien van alle relevante stukken als genoemd in paragraaf B6/4.4 Vc ingediend door de onderzoeker als referent;
• De mobiliteit is voor de duur van maximaal 180 dagen in een periode van 360 dagen en past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat; en
• Er zijn geen bewijzen of ernstige en objectieve redenen om vast te stellen dat het verblijf van de vreemdeling andere doelen dient of zou dienen als bedoeld in artikel 3.3, zesde lid, Vb.
Indien niet langer aan de voorwaarden voor inkomende kortetermijnmobiliteit wordt voldaan, maakt de IND bij de gemachtigde onderzoeksinstelling en/of de vreemdeling kenbaar dat het verblijfsrecht in kader van de inkomende kortetermijnmobiliteit is geëindigd. Hierop is artikel 62a, derde lid, Vw van toepassing.
De erkende referent is verplicht om uiterlijk vier weken voor aanvang van de uitgaande mobiliteit alle informatie te melden bij de IND zoals genoemd bij de uitgaande kortetermijnmobiliteit voor onderzoekers.
De erkende referent dient bij inkomende langetermijnmobiliteit als onderzoeker, namens de vreemdeling een aanvraag in bij de IND in voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801. Om voor inwilliging in aanmerking te komen moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
• De vreemdeling is in het bezit van een geldige door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801;
• De vreemdeling is in het bezit van een gastovereenkomst met de Nederlandse onderzoeksinstelling, als bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801;
• De mobiliteit is voor de duur van meer dan 180 dagen en past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat;
• De vreemdeling gaat in Nederland onderzoek verrichten aan een krachtens artikel 2c van de Vw als referent erkende onderzoeksinstelling; en
• Het onderzoeksprogramma bevat mobiliteitsmaatregelen in het kader waarvan de vreemdeling in Nederland onderzoek gaat verrichten.
De gezinsleden van de vreemdeling hebben op grond van artikel 30, derde en vierde lid van richtlijn (EU) 2016/801 het recht om de vreemdeling tijdens zijn mobiliteit te vergezellen.
De gezinsleden die de onderzoeker willen vergezellen, dienen bij inkomende langetermijnmobiliteit een aanvraag in bij de IND (zie hoofdstuk B7 Vc). De onderzoeker dient als referent de aanvraag in voor diens gezinsleden.
#### 2.5. Arbeid als zelfstandige
Op grond van artikel 3.71, derde lid, Vb wijst de IND een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking arbeid als zelfstandige niet af wegens het ontbreken van een geldige mvv als:
@ -2200,9 +2304,11 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND een
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder d, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking: Arbeid als kennismigrant.
##### 3.1.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
##### 3.1.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder i, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking: Wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG.
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder i, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking: Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
Op grond van artikel 3.103a, zesde lid, Vb vermeldt de IND aanvullend op het verblijfsdocument: Onderzoekersmobiliteit.
##### 3.1.4. Arbeid als zelfstandige
@ -2230,10 +2336,12 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder g, VV luidt de arbeidsmarkt
Op grond van in artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
##### 3.2.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
##### 3.2.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.
Ook de vreemdeling, die als gezinslid in het kader van inkomende langetermijnmobiliteit de onderzoeker vergezelt en in Nederland verblijft, mag werkzaamheden verrichten. Hiervoor geldt dat arbeid vrij is toegestaan en een TWV niet vereist is (zie paragraaf B7/4 Vc).
##### 3.2.4. Arbeid als zelfstandige
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder i, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: Arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV.
@ -2262,14 +2370,18 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder d, Vb verleent of verleng
• voor de duur van de opleiding als de vreemdeling als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister; of
• voor de duur van de registratie als de vreemdeling voor een beperkte periode in het BIG-register staat geregistreerd.
##### 3.3.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
##### 3.3.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder i, Vb verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning:
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning:
• voor de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden;
• voor ten hoogste de duur van de opleiding als de kennismigrant als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister; of
• voor de duur van de registratie als de vreemdeling voor een beperkte periode in het BIG-register staat geregistreerd.
De vreemdeling kan een aanvraag indienen voor de verlenging van de inkomende langetermijnmobiliteit. Verlenging is slechts mogelijk voor zover dit past binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zoals afgegeven door de eerste lidstaat en zolang de vreemdeling blijft voldoen aan de voorwaarden voor langetermijnmobiliteit.
Bovenstaande geldt ook bij de inkomende langetermijnmobiliteit van de gezinsleden van onderzoeker.
##### 3.3.4. Arbeid als zelfstandige
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van maximaal twee jaar of voor maximaal één jaar als de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 3.30, zesde lid, Vb.
@ -2364,9 +2476,38 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit de duur en de aard van de werkzaamhede
De IND beschouwt een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Medische Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is ingeschreven als arts of specialist in opleiding.
#### 4.4. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
#### 4.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
De IND beschouwt een gastovereenkomst als bedoeld in paragraaf B6/2.4 Vc als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeldin artikel 3.33, eerste lid, Vb.
De IND beschouwt een gastovereenkomst als bedoeld in paragraaf B6/2.4 Vc als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, Vb.
De gemachtigde en krachtens artikel 2c van de Vw als referent erkende onderzoeksinstelling of de vreemdeling stuurt met de kennisgeving de volgende bewijsmiddelen mee naar de IND:
• Een ingevuld en ondertekend machtigingsformulier waarmee de vreemdeling de erkende onderzoeksinstelling in Nederland machtigt;
• Een verklaring van de gemachtigde onderzoeksinstelling dat de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor toelating bij kortetermijnmobiliteit van onderzoekers;
• Een gastovereenkomst met de Nederlandse onderzoeksinstelling, als bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801, waarin de gegevens zijn opgenomen als bedoeld in artikel 3.20d VV;
• Een kopie van de geldige verblijfsvergunning voor onderzoek zoals afgegeven door de eerste lidstaat;
• Een kopie van een geldig document voor grensoverschrijding op naam van de vreemdeling; en
• Een door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring.
Indien de vreemdeling geen gebruik maakt van de mogelijkheid om de onderzoeksinstelling te machtigen, dan is de vreemdeling zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de kennisgeving voorzien van alle relevante bewijsmiddelen zoals hierboven van de gemachtigde erkende onderzoeksinstelling gevraagd, met uitzondering van de verklaring van de gemachtigde onderzoeksinstelling dat de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor toelating bij mobiliteit.
In dat geval wordt van de vreemdeling gevraagd dat de kennisgeving, in aanvulling op de hierboven reeds genoemde bewijsmiddelen, vergezeld gaat van:
• Een bewijs van de Nederlandse onderzoeksinstelling dat de vreemdeling toegelaten is tot het in Nederland te verrichten onderzoek;
• Een bewijs dat de mobiliteit voor de duur van maximaal 180 dagen is en binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning past;
• Een bewijs dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan zoals genoemd in paragraaf B6/2.4 Vc; en
• Een bewijs dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
Voor de gezinsleden van de onderzoeker moeten met de kennisgeving dezelfde bovenvermelde bewijsmiddelen meegezonden worden.
De IND staat geen mobiliteit toe aan de vreemdeling indien de kennisgeving niet is voorzien van alle relevante bewijsmiddelen gelet op de termijn van 30 dagen als bedoeld in artikel 28, zevende lid, respectievelijk artikel 30, tweede lid van richtlijn (EU) 2016/801.
De erkende referent stuurt met de aanvraag de volgende bewijsmiddelen mee naar de IND:
• Een kopie van de geldige verblijfsvergunning voor onderzoek zoals afgegeven door de eerste lidstaat;
• Een kopie van een geldig document voor grensoverschrijding op naam van de vreemdeling;
• Een door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring; en
• Een verklaring van de erkende referent dat de onderzoeker voldoet aan alle voorwaarden voor toelating bij langetermijnmobiliteit van onderzoekers.
#### 4.5. Arbeid als zelfstandige
@ -2609,7 +2750,7 @@ De IND brengt de alimentatie die moet worden betaald voor zowel de huwelijks- of
##### 2.1.3. Referent met verblijfsrecht als bedoeld in
In aanvulling op artikel 3.22, eerste lid, Vb beschouwt de IND de middelen van bestaan van de referent die verblijfsrecht heeft in het kader van studie, wetenschappelijk onderzoek, arbeid als kennismigrant, het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst, overplaatsing binnen een onderneming of arbeid als zelfstandige als bedoeld in artikel 3.30, zesde lid, Vb als duurzaam als de middelen van bestaan beschikbaar zijn voor een jaar of zoveel korter als de verblijfsduur van de referent.
In aanvulling op artikel 3.22, eerste lid, Vb beschouwt de IND de middelen van bestaan van de referent die verblijfsrecht heeft in het kader van studie, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, arbeid als kennismigrant, het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst, overplaatsing binnen een onderneming of arbeid als zelfstandige als bedoeld in artikel 3.30, zesde lid, Vb als duurzaam als de middelen van bestaan beschikbaar zijn voor een jaar of zoveel korter als de verblijfsduur van de referent.
Middelen van bestaan van de referent uit een andere bron zoals genoemd in artikel 3.73, eerste lid, Vb worden ook als middelen van bestaan in het kader van de aanvraag om familie- of gezinslid beschouwd als deze voor de hoofdpersoon meetellen bij het beoordelen of deze duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan.
@ -2968,12 +3109,10 @@ Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning, dan is de arbeidsma
In afwijking hiervan wordt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de aantekening Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist geplaatst op het verblijfsdocument van een gezinslid van een:
kennismigrant;
houder van een Europese blauwe kaart;
vergunninghouder in het kader van overplaatsing binnen een onderneming; of
wetenschappelijk onderzoeker op grond van de richtlijn 2005/71/EG.
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onderdeel j, VV wordt de aantekening Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV geplaatst op het verblijfsdocument van een gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als zelfstandige.
kennismigrant;
houder van een Europese blauwe kaart;
vergunninghouder in het kader van overplaatsing binnen een onderneming; of
onderzoeker in de zin van richtlijn (EU) 2016/801.
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder m, Vb dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV de arbeidsmarktaantekening: arbeid niet toegestaan.
@ -2981,6 +3120,8 @@ Als de referent in het bezit is van een GVVA, dan luidt voor gezinsleden de arbe
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van het verblijfsrecht van de referent. Als de referent Nederlander is of verblijf heeft voor langer dan vijf jaar, dan verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van vijf jaar.
In geval van langetermijnmobiliteit van onderzoekers verleent de IND aan de gezinsleden van de onderzoeker, mits zij in het bezit zijn van een geldige verblijfsvergunning voor verblijf als partner of minderjarig kind zoals afgegeven door een andere lidstaat binnen de Europese Unie, de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gelijk aan de duur van het verblijfsrecht van de referent.
### 5. Bewijsmiddelen
De IND beschouwt als de referent een uitkering op grond van de WAO, WAZ of Wajong ontvangt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat hij blijvend en volledig arbeidsongeschikt is: