2005-01-01 | BWBR0011470 | Wet personenvervoer 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent dc3c8dddf3
commit 7a459dd654

View file

@ -49,8 +49,6 @@ c. openbaar vervoer langs geleidesystemen.
**3.** De wet is niet van toepassing op vervoer van personen per auto, anders dan openbaar vervoer, indien de som van de betalingen voor dat vervoer de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten voor dat vervoer niet te boven gaat, tenzij vorenstaande wordt verricht in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten.
**4.** De hoofdstukken II, III en V zijn niet van toepassing op openbaar vervoer per trein.
### Artikel 3
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten behoeve van experimenten met openbaar vervoer voor een periode van ten hoogste zes jaar. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 19, 20, 24, 30, 51, 52, 61 tot en met 67 en 77.
@ -61,7 +59,7 @@ c. openbaar vervoer langs geleidesystemen.
### Artikel 3a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Deze paragraaf is van toepassing op openbaar vervoer, anders dan per trein, en besloten busvervoer.
### Artikel 4
@ -71,11 +69,9 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**3.** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt met het verrichten van besloten busvervoer, respectievelijk taxivervoer, gelijkgesteld het aanbieden van dat vervoer, tenzij dit aanbieden geschiedt door tussenpersonen die bemiddelen in dat vervoer bij wijze van dienstverlening of in de uitoefening van hun beroep of bedrijf.
**4.** Het is verboden openbaar vervoer per trein te verrichten zonder een daartoe verleende vergunning.
### Artikel 5
Onze Minister beslist op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en vierde lid.
Onze Minister beslist op een aanvraag voor een vergunning.
### Artikel 6
@ -106,7 +102,7 @@ d. zodra degene aan wie de vergunning is verleend, zijn activiteiten als vervoer
**2.** Belanghebbenden kunnen binnen zes maanden na het overlijden of na het intreden van de wettelijke onbekwaamheid, bij Onze Minister een aanvraag indienen om de vergunning te stellen op naam van de erfgenaam of, indien er meer erfgenamen zijn, op naam van de gezamenlijke erven, dan wel op naam van één of meer door de belanghebbenden aangewezen vertegenwoordigers.
**3.** Het bestuursorgaan beslist binnen drie maanden op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid. Indien Onze Minister de aanvraag inwilligt, geschiedt dat voor een periode van ten hoogste één jaar na het verstrijken van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde periode.
**3.** Onze Minister beslist binnen drie maanden op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid. Indien Onze Minister de aanvraag inwilligt, geschiedt dat voor een periode van ten hoogste één jaar na het verstrijken van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde periode.
**4.** De in het derde lid bedoelde periode van één jaar kan door Onze Minister eenmaal met ten hoogste een half jaar worden verlengd.
@ -138,14 +134,14 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. de eisen van betrouwbaarheid, kredietwaardigheid en vakbekwaamheid;
b. de gevallen waarin Onze Minister ontheffing kan verlenen;
c. de beperkingen waaronder een ontheffing kan worden verleend;
d. de voorschriften die aan een ontheffing kunnen worden verbonden en
d. de voorschriften die aan een ontheffing kunnen worden verbonden;
e. de vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag om verlening van een ontheffing alsmede voor afgifte van verklaringen van Onze Minister betreffende het voldoen aan eisen van kredietwaardigheid of vakbekwaamheid.
**6.** Voor zover dit noodzakelijk is om vast te stellen of wordt voldaan aan de eisen bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister gegevens omtrent gedrag en strafrechtelijke gegevens verwerken.
### Artikel 10
Onze Minister neemt een beslissing tot verlening, weigering, wijziging of intrekking van een vergunning voor het verrichten van openbaar vervoer per trein op grond van de wenselijkheid van het openbaar vervoer per trein en het financieel belang van het Rijk.
Vervallen
### Artikel 11
@ -220,13 +216,19 @@ Gegevens of inlichtingen omtrent een onderneming, die in verband met enige werkz
**2.** Indien op grond van artikel 42 of 43 een concessie is opgehouden te bestaan, kan maximaal één jaar openbaar vervoer worden verricht zonder concessie volgens bij ministeriële regeling nader te stellen regels.
**3.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van vervoer per trein verricht door internationale samenwerkingsverbanden als bedoeld in richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PbEG L 237) voor zover de in artikel 10 van die richtlijn bedoelde diensten worden verricht.
### Paragraaf 2. Concessieverlening
### Artikel 20
**1.** Bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer zijn gedeputeerde staten, met uitzondering van concessies die worden verleend voor openbaar vervoer in een samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 1 van de Kaderwet bestuur in verandering. De concessies in een samenwerkingsgebied worden verleend, gewijzigd of ingetrokken door het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam voor dat samenwerkingsgebied.
**1.** Bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer per trein is Onze Minister.
**2.** In afwijking van het eerste lid is het college van burgemeester en wethouders van een gemeente als bedoeld in artikel 120 bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer ten behoeve van die gemeente.
**2.** Bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer, anders dan openbaar vervoer per trein, zijn gedeputeerde staten, met uitzondering van concessies voor openbaar vervoer in een samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 1 van de Kaderwet bestuur in verandering. De concessies in een samenwerkingsgebied worden verleend, gewijzigd of ingetrokken door het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam voor dat samenwerkingsgebied.
**3.** In afwijking van het eerste lid is het bestuur, bedoeld in het tweede lid, bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor regionaal openbaar vervoer per trein voor de bij algemene maatregel van bestuur dan wel in overeenstemming met het betrokken bestuur bij besluit van Onze Minister aangewezen vervoersdiensten die de daarbij aangeven stations verbinden.
**4.** In afwijking van het tweede lid zijn burgemeester en wethouders van een gemeente als bedoeld in artikel 120 bevoegd tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer, anders dan openbaar vervoer per trein, ten behoeve van die gemeente.
### Artikel 21
@ -249,6 +251,8 @@ b. voor wie een vertegenwoordiger of adviseur werkzaam is die betrokken is bij h
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van een bestuurder of commissaris bij een vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64 bij verlening van concessies waaraan geen procedure van aanbesteding vooraf is gegaan.
**4.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verlenen van concessies voor openbaar vervoer per trein op grond van artikel 20, eerste lid.
### Artikel 24
**1.** De concessieverlener verleent een concessie voor een in de concessie vastgesteld tijdvak van ten hoogste zes jaar.
@ -258,21 +262,32 @@ b. voor wie een vertegenwoordiger of adviseur werkzaam is die betrokken is bij h
Onze Minister kan op aanvraag van een concessieverlener ontheffing verlenen van de maximale termijn van zes jaar, bedoeld in het eerste lid, indien:
a. de concessie gepaard gaat met noodzakelijke en aanzienlijke investeringen door de concessiehouder in onlosmakelijk met de concessie samenhangende infrastructuur;
b. een concessie voor openbaar vervoer per metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig gepaard gaat met aanzienlijke investeringen door de concessiehouder in voor de uitvoering van de concessie noodzakelijk materieel.
b. een concessie voor openbaar vervoer per metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig gepaard gaat met aanzienlijke investeringen door de concessiehouder in voor de uitvoering van de concessie noodzakelijk materieel;
c. de concessie zowel openbaar vervoer per trein als ander openbaar vervoer omvat en ten aanzien van het openbaar vervoer per trein met inachtneming van het vierde tot en met zesde lid een langere concessieduur kan worden vastgesteld.
**3.** Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**4.** Het eerste tot en met derde lid geldt niet ten aanzien van concessies voor openbaar vervoer per trein. Een concessie voor openbaar vervoer per trein vervalt op een in de concessie te bepalen tijdstip. Dit tijdstip wordt zodanig vastgesteld dat daarmee naar het oordeel van de concessieverlener evenwicht bestaat tussen de op het stimuleren van de kwaliteit van het openbaar vervoer gerichte duur van de concessie en de stabiliteit en continuïteit van het openbaar vervoer.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de duur van concessies voor openbaar vervoer per trein.
**6.** Een concessie vervalt in elk geval vijftien jaar na de eerste dag waarop de concessiehouder ingevolge de concessie verplicht is openbaar vervoer te verrichten.
### Artikel 25
**1.** Een concessie bevat een omschrijving van het openbaar vervoer en van het gebied waarvoor de concessie is verleend.
**1.** Een concessie bevat een omschrijving van het openbaar vervoer en van het gebied waarvoor de concessie is verleend alsmede de prijs die de concessiehouder betaalt voor de concessie.
**2.** Een concessie kan tevens betrekking hebben op het verrichten van openbaar vervoer van en naar het gebied, bedoeld in het eerste lid, indien dit is overeengekomen met de concessieverleners die het betreft.
**3.** In afwijking van het eerste lid bevat een concessie voor openbaar vervoer per trein, in plaats van een omschrijving van het gebied waarvoor de concessie is verleend, een omschrijving van de stations waartussen het openbaar vervoer wordt afgewikkeld.
**4.** Bij de concessieovereenkomst en de daarbij behorende financiële afspraken wordt rekening gehouden met de voor de concessiehouder geldende gebruiksvergoeding, bedoeld in artikel 62 van de Spoorwegwet.
### Artikel 26
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, pleegt de concessieverlener overleg met de concessieverleners die bevoegd zijn tot het verlenen van concessies in aangrenzende gebieden. Het overleg voorziet in ieder geval in afspraken inzake de afstemming van het openbaar vervoer tussen aangrenzende concessiegebieden.
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, pleegt de concessieverlener, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid, overleg met de concessieverleners die bevoegd zijn tot het verlenen van concessies in aangrenzende gebieden. Het overleg voorziet in ieder geval in afspraken inzake de afstemming van het openbaar vervoer tussen aangrenzende concessiegebieden.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een concessie als bedoeld in artikel 24, tweede lid.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een concessie als bedoeld in artikel 25, tweede lid.
**3.** Onze Minister kan, indien de in het eerste lid bedoelde afstemming onvoldoende gestalte krijgt, aan de betrokken concessieverleners een aanwijzing geven ter waarborging van die afstemming.
@ -282,11 +297,17 @@ b. een concessie voor openbaar vervoer per metro, tram of een via een geleidesys
**1.** Voordat een concessie wordt verleend of gewijzigd, vraagt de concessieverlener advies aan consumentenorganisaties die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden, over de aan de concessie te verbinden voorschriften.
**2.** De concessieverlener stelt de consumentenorganisaties in de gelegenheid volgens bij algemene maatregel van bestuur te bepalen regels met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht.
**2.** De concessieverlener stelt de consumentenorganisaties in de gelegenheid met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht.
**3.** Het advies, bedoeld in het tweede lid, wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het voornemen.
**4.** De consumentenorganisaties worden door de concessieverlener zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven.
### Artikel 27a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Voordat een concessie voor spoorvervoer per trein over de hoofdspoorweginfrastructuur wordt verleend, vraagt Onze Minister advies aan de betrokken beheerder, bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet.
**2.** Artikel 27, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 28
@ -294,7 +315,7 @@ De concessieverlener informeert ten minste eenmaal per jaar de consumentenorgani
### Artikel 29
**1.** De concessieverlener kan een ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 19, aan een vervoerder die openbaar vervoer wil verrichten in een gebied waarvoor hem geen concessie is verleend.
**1.** De concessieverlener kan een ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 19, aan een vervoerder die openbaar vervoer anders dan openbaar vervoer per trein, wil verrichten in een gebied waarvoor hem geen concessie is verleend.
**2.** De concessieverlener kan de ontheffing wijzigen of intrekken.
@ -304,21 +325,21 @@ De concessieverlener informeert ten minste eenmaal per jaar de consumentenorgani
**5.** De concessieverlener kan de ontheffing onder beperkingen verlenen of aan de ontheffing voorschriften verbinden.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de vergoeding die de vervoerder, bedoeld in het eerste lid, is verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag om verlening van een ontheffing.
### Artikel 29a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Een besluit tot verlening of wijziging van een concessie zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, kan worden genomen indien de vervoerder niet binnen vier dagen na de dag waarop het voorgenomen besluit aan hem is bekendgemaakt aan de concessieverlener heeft doen blijken dat hij de concessie niet zonder voorbehoud aanvaardt.
### Paragraaf 3. Uitvoering van een concessie
### Artikel 30
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de modellen van nationale vervoerbewijzen, de daaraan te stellen eisen, de daarbij behorende tarieven en vervoersvoorwaarden, alsmede het gebied waarbinnen deze geldig zijn.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over nationale vervoerbewijzen, de daaraan te stellen eisen, de daarbij behorende tarieven en vervoersvoorwaarden, alsmede het gebied waarbinnen deze geldig zijn.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de invoering van electronische vervoerbewijzen.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de invoering, de acceptatie, de uitgifte, de exploitatie of het beheer van elektronische nationale vervoerbewijzen.
**3.** De concessiehouder is verplicht reizigers te vervoeren die daartoe beschikken over een voor het concessiegebied geldig nationaal vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de erkenning van een of meer instellingen die elektronische nationale vervoerbewijzen uitgeven, exploiteren of beheren, alsmede over de voorschriften waaraan dergelijke instellingen moeten voldoen.
**4.** De houder van een concessie, verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede of vierde lid, is verplicht reizigers te vervoeren die daartoe beschikken over een voor het concessiegebied geldig nationaal vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
### Artikel 31
@ -328,6 +349,12 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de aard van onderwerpen als bedoeld in het eerste lid.
**4.** Het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de door de concessiehouder te nemen beslissing.
**5.** Indien na het advies van de consumentenorganisaties een beslissing wordt genomen ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, worden de consumentenorganisaties door de concessiehouder zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes weken voor deze gevolg geeft aan de beslissing, schriftelijk hiervan in kennis gesteld. Indien het advies van de consumentenorganisaties niet of niet geheel is gevolgd, wordt aan de consumentenorganisaties tevens meegedeeld, waarom van dat advies is afgeweken en wordt hen de gelegenheid geboden nader te overleggen met de concessiehouder alvorens deze gevolg geeft aan de beslissing.
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de termijnen die bij de adviesprocedure en de overlegprocedure, bedoeld in dit artikel, in acht worden genomen.
### Artikel 32
**1.** De concessieverlener kan aan een concessie voorschriften verbinden.
@ -336,26 +363,33 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Aan een concessie worden in ieder geval voorschriften verbonden ten aanzien van:
a. de onderwerpen waarover, de wijze waarop en de consumentenorganisaties waaraan de concessiehouder advies vraagt als bedoeld in artikel 31;
a. de onderwerpen waarover en de consumentenorganisaties waaraan de concessiehouder advies vraagt als bedoeld in artikel 31;
b. de onderwerpen waarover en de wijze waarop de concessiehouder de consumentenorganisaties, bedoeld in onderdeel a, informeert;
c. het verstrekken van informatie aan de concessieverlener ten behoeve van de controle op de uitvoering van de concessie;
d. de tarieven, de modellen van vervoerbewijzen en de vervoersvoorwaarden waartegen het openbaar vervoer moet worden verricht, alsmede de wijziging en openbaarmaking daarvan;
e. het opstellen van een financiële verantwoording van het uitvoeren van de concessie, welke verantwoording gescheiden is van die voor andere activiteiten;
f. de wijziging, de openbaarmaking, de datum van ingang en de geldigheidsduur van de dienstregeling;
g. de eisen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer ten behoeve van reizigers met een handicap;
h. het waarborgen van een verantwoorde mate van veiligheid ten behoeve van zowel de reizigers als het personeel binnen het openbaar vervoer.
h. het waarborgen van een verantwoorde mate van veiligheid ten behoeve van zowel de reizigers als het personeel binnen het openbaar vervoer;
i. punctualiteit;
j. een procentuele beschikbaarheidsgarantie van zitplaatsen;
k. het zowel op stations als in de trein aan reizigers geboden serviceniveau.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het minimale niveau van toegankelijkheid van het openbaar vervoer dat concessieverleners middels voorschriften dienen veilig te stellen bij concessieverlening. Deze regels bevatten in ieder geval eisen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer ten behoeve van reizigers met een handicap en eisen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer ten behoeve van reizigers met een fiets.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aan een concessie te verbinden voorschriften.
**5.** Aan een concessie kan het voorschrift worden verbonden dat de concessiehouder, indien hij tekortschiet in het verrichten van bepaalde prestaties, gehouden is een geldsom te voldoen aan de concessieverlener.
**6.** Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid is de concessieverlener niet bevoegd ten aanzien van het verrichten van de desbetreffende prestaties aan de concessiehouder een last onder dwangsom op te leggen. Artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
### Artikel 32a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Onverminderd artikel 32 bevat een concessie voor openbaar vervoer voorschriften tot regeling van de integratie van vervoerbewijzen in het openbaar vervoer.
### Artikel 32b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Een concessie voor openbaar vervoer per trein kan het voorschrift bevatten dat de in de concessie aan te duiden natuurlijke personen die de feitelijke leiding zullen uitoefenen over de uitvoering van de concessie, niet als zodanig krachtens een arbeidsovereenkomst met de concessiehouder werkzaam zijn.
### Artikel 33
@ -363,19 +397,19 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omt
### Artikel 34
**1.** De concessiehouder is verplicht openbaar vervoer te verrichten volgens hetgeen in de concessie is bepaald.
**1.** De concessiehouder is verplicht openbaar vervoer te verrichten volgens hetgeen in de concessie is bepaald en is verplicht de daaraan verbonden voorschriften na te leven.
**2.** Voor zolang reizigers ernstig in hun belang worden geschaad als gevolg van de afwijking van de dienstregeling door werkzaamheden op de in de dienstregeling voorziene trajecten of door bijzondere omstandigheden, draagt de concessiehouder zorg voor vervangend vervoer voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is.
### Artikel 35
Een ieder die enig recht kan doen gelden op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen infrastructuur, is verplicht het gebruik daarvan door de concessiehouder redelijkerwijs te gedogen voorzover dit voor de goede uitvoering van de concessie nodig is.
Een ieder die enig recht kan doen gelden op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen infrastructuur met uitzondering van hoofdspoorweginfrastructuur als bedoeld in de Spoorwegwet, waarover openbaar vervoer per trein plaatsvindt, is verplicht het gebruik daarvan door de concessiehouder redelijkerwijs te gedogen voorzover dit voor de goede uitvoering van de concessie nodig is.
### Paragraaf 4. Overgang, beëindiging en overdracht van een concessie
### Artikel 36
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 37 tot en met 40 wordt onder overgang van een concessie verstaan: het geheel of gedeeltelijk eindigen van een concessie gevolgd door het ingaan van geheel of gedeeltelijk dezelfde concessie als gevolg van verlening van deze concessie aan een andere vervoerder.
**1.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder overgang van een concessie verstaan: het geheel of gedeeltelijk eindigen van een concessie gevolgd door het ingaan van geheel of gedeeltelijk dezelfde concessie als gevolg van verlening van deze concessie aan een andere vervoerder.
**2.** De artikelen 37 en 38 zijn van toepassing op de overgang van een concessie, tenzij iets anders voortvloeit uit een overeenkomst tussen de voormalige concessiehouder, de nieuwe concessiehouder en de belanghebbende verenigingen van werknemers als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wet melding collectief ontslag, welke overeenkomst is tot stand gekomen binnen een maand na het besluit tot verlening van een concessie als bedoeld in het eerste lid.
@ -388,7 +422,7 @@ Onverminderd het bepaalde in de artikelen 662 en 663 van Boek 7 van het Burgerli
a. een direct ten behoeve van de verrichting van het openbaar vervoer waarvoor de concessie werd verleend, werkzame persoon, en
b. een indirect ten behoeve van de verrichting van het openbaar vervoer waarvoor de concessie werd verleend, werkzame persoon, met inachtneming van het tweede lid.
**2.** Tenzij bij de in artikel 36, eerste lid, bedoelde concessieverlening aan de andere vervoerder anders is bepaald, geschiedt de vaststelling van het aantal personen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, op basis van de verhouding tussen de verminderde omzet ten gevolge van de overgang van de concessie en de totale omzet van de voormalige concessiehouder ten aanzien van het openbaar vervoer, berekend over het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de concessieovergang plaatsvindt. Artikel 10a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.
**2.** Tenzij bij de in artikel 36, eerste lid, bedoelde concessieverlening aan de andere vervoerder anders is bepaald, geschiedt de vaststelling van het aantal personen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, op basis van de verhouding tussen de verminderde omzet ten gevolge van de overgang van de concessie en de totale omzet van de voormalige concessiehouder ten aanzien van het openbaar vervoer, berekend over het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de concessieovergang plaatsvindt. Artikel 10a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.
**3.** De concessieverlener oefent zijn in het tweede lid neergelegde afwijkingsbevoegdheid slechts uit, indien hij voorafgaand aan de toepassing van artikel 27 dan wel artikel 44, derde lid, ter zake een beleidsregel heeft vastgesteld.
@ -413,7 +447,7 @@ b. gaan door de overgang van de concessie de rechten en verplichtingen welke op
### Artikel 39
**1.** Op verzoek van de concessieverlener verstrekt de concessiehouder aan de concessieverlener ten behoeve van het programma van eisen een openbare schriftelijke opgave van de rechten en verplichtingen, bedoeld in artikel 38, met betrekking tot de ten behoeve van het verrichte openbaar vervoer werkzame personen, met inbegrip van een gemotiveerde toelichting van de wijze waarop de loonkosten zijn samengesteld, alsmede van de samenstelling en het aantal van het met toepassing van artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b, voor overgang in aanmerking komend personeel.
**1.** Op verzoek van de concessieverlener verstrekt de concessiehouder binnen de bij verzoek te bepalen termijn aan de concessieverlener ten behoeve van het programma van eisen een openbare schriftelijke opgave van de rechten en verplichtingen, bedoeld in artikel 38, met betrekking tot de ten behoeve van het verrichte openbaar vervoer werkzame personen, met inbegrip van een gemotiveerde toelichting van de wijze waarop de loonkosten zijn samengesteld, alsmede van de samenstelling en het aantal van het met toepassing van artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b, voor overgang in aanmerking komend personeel.
**2.** De in het eerste lid bedoelde opgave geschiedt naar de toestand op het tijdstip van de opgave en naar de te verwachten toestand op het tijdstip van het eindigen van de concessie. De opgave gaat vergezeld van een verklaring van één of meer onafhankelijke deskundigen, dat de opgave is opgesteld overeenkomstig het eerste lid.
@ -425,7 +459,7 @@ Binnen een maand na het besluit tot verlening van een concessie treden de voorma
### Artikel 41
**1.** Een concessiehouder kan een concessie geheel of gedeeltelijk overdragen aan een andere vervoerder, indien deze voldoet aan de eisen, die bij of krachtens deze wet aan de concessiehouder zijn gesteld.
**1.** Een concessiehouder kan een concessie, die is verleend door een concessieverlener als bedoeld in artikel 20, tweede en vierde lid, geheel of gedeeltelijk overdragen aan een andere vervoerder, indien deze voldoet aan de eisen, die bij of krachtens deze wet aan de concessiehouder zijn gesteld.
**2.** De andere vervoerder, bedoeld in het eerste lid, is jegens de concessieverlener verplicht tot naleving van de ingevolge deze wet op de concessiehouder rustende verplichtingen.
@ -447,23 +481,57 @@ c. zodra een besluit tot intrekking van de verklaring van geen bezwaar inzake de
### Artikel 43
**1.** Een concessie kan worden ingetrokken, indien is gebleken dat de concessiehouder de concessie niet naar behoren uitvoert of heeft uitgevoerd.
**1.** Een concessie kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, indien is gebleken dat de concessiehouder de concessie niet naar behoren uitvoert of heeft uitgevoerd.
**2.** Een beschikking tot intrekking van een concessie treedt niet eerder in werking dan dertien weken na de datum van haar bekendmaking. Zij werkt niet terug.
**2.** Een beschikking tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een concessie treedt niet eerder in werking dan dertien weken na de datum van haar bekendmaking. Zij werkt niet terug.
### Artikel 43a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Tenzij de voormalige concessiehouder en de nieuwe concessiehouder anders overeenkomen, is de voormalige concessiehouder gehouden bij overgang van een concessie voor openbaar vervoer per trein de in de concessie omschreven rechten en verplichtingen ten aanzien van productiemiddelen alsmede de daarbij behorende bedrijfsinformatie over te dragen aan die concessiehouder of ten behoeve van die concessiehouder te vestigen. Indien de overgang van de concessie het gedeeltelijk eindigen gevolgd door het gedeeltelijk ingaan van dezelfde concessie betreft, vormen de overgedragen of gevestigde rechten en verplichtingen een dienovereenkomstig deel van de concessie.
**2.**
In een concessie voor openbaar vervoer per trein is opgenomen:
a. een omschrijving van de rechten en verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, en
b. een methode waarmee de waarde op het moment van overgang van de concessie wordt bepaald van de rechten en verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zodanig dat op evenwichtige wijze wordt recht gedaan aan de belangen van zowel de voormalige als de nieuwe concessiehouder.
**3.** Op verzoek van de concessieverlener verstrekt de concessiehouder met het oog op de verlening van een concessie binnen de bij het verzoek te bepalen termijn een gemotiveerde schatting van de waarde van de rechten en verplichtingen die worden overgedragen of gevestigd, volgens de methode, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. Artikel 39, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** De concessieverlener stelt ten behoeve van de voormalige concessiehouder de betaling van de waarde van de rechten en verplichtingen, bedoeld in artikel 43b, tweede lid, zeker.
**5.** De concessieverlener stelt ten behoeve van de nieuwe concessiehouder de ongestoorde uitoefening van gebruiksrechten van productiemiddelen zeker, voor zover de voormalige concessiehouder rechten of verplichtingen ten aanzien van die productiemiddelen heeft behouden.
**6.**
Het verlenen van een concessie voor openbaar vervoer per trein aan de nieuwe concessiehouder kan door de concessieverlener afhankelijk worden gesteld van een bankgarantie of een andere zekerheid:
a. ten behoeve van de voormalige concessiehouder voor de betaling van de waarde van de rechten en verplichtingen, bedoeld in artikel 43b, tweede lid, of
b. ten behoeve van de opvolgende concessiehouder voor de ongestoorde uitoefening van gebruiksrechten van productiemiddelen, voor zover de nieuwe concessiehouder rechten of verplichtingen ten aanzien van die productiemiddelen zal behouden.
### Artikel 43b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De overdracht en vestiging van rechten en verplichtingen ten aanzien van de productiemiddelen ingevolge artikel 43a vindt plaats op het tijdstip van overgang van de concessie.
**2.** De nieuwe concessiehouder is de voormalige concessiehouder de waarde verschuldigd van de overgedragen en gevestigde rechten verminderd met de waarde van de overgedragen en gevestigde verplichtingen overeenkomstig hetgeen ter zake in de voormalige concessie is bepaald.
**3.** Onverminderd artikel 43a verschaft de voormalige concessiehouder voor zover hij daartoe rechtens bevoegd is, de nieuwe concessiehouder op het tijdstip van overgang van de concessie de feitelijke macht over de over te dragen en te vestigen rechten en verplichtingen.
**4.** De nieuwe concessiehouder is gehouden aan de overdracht en vestiging mee te werken.
**5.** De kosten van de overdracht en vestiging zijn voor rekening van de nieuwe concessiehouder.
**6.** Indien als gevolg van de overdracht van rechten en verplichtingen sprake is van overgang van een onderneming waarop titel 10, afdeling 8, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en dientengevolge rechten en verplichtingen ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 32b overgaan op de nieuwe concessiehouder, is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder ter zake gehouden hem de kosten te vergoeden die gemaakt zijn om de desbetreffende arbeidsovereenkomst te beëindigen. Daarenboven is de voormalige concessiehouder jegens de nieuwe concessiehouder per geval een direct opeisbare geldsom verschuldigd van € 100 000.
**7.** In afwijking van het vierde lid is de nieuwe concessiehouder niet gehouden aan de overdracht van materieel mee te werken, indien het de eerste aanbesteding van een concessie voor regionaal openbaar vervoer op een gedecentraliseerde lijn betreft na de inwerkingtreding van dit artikel.
### Artikel 43c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Aan een concessie kunnen nadere voorschriften worden verbonden ten aanzien van de toepassing van de artikelen 43a en 43b.
## Hoofdstuk III. Bepalingen inzake de aanbesteding van concessies
**2.** In een concessie voor openbaar vervoer per trein kan de toepasselijkheid van artikel 43a worden uitgesloten.
## Hoofdstuk III. Bepalingen inzake de aanbesteding en verlening van concessies
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen inzake aanbesteding van concessies
@ -481,9 +549,7 @@ c. de afstemming met het openbaar vervoer in aangrenzende gebieden, alsmede met
d. de afstemming met milieudoelstellingen van de concessieverlener;
e. de te benutten infrastructurele voorzieningen.
**3.** Voordat het programma van eisen wordt vastgesteld, vraagt de concessieverlener ter zake advies aan consumentenorganisaties die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden, voor zover de voorgestelde eisen de belangen van de reiziger raken. Artikel 27 is niet van toepassing.
**4.** De concessieverlener stelt de consumentenorganisaties in de gelegenheid volgens bij algemene maatregel van bestuur te bepalen regels met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht.
**3.** Voordat het programma van eisen wordt vastgesteld, vraagt de concessieverlener overeenkomstig artikel 27, tweede tot en met vierde lid, ter zake advies aan consumentenorganisaties die voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden. Bij de verlening van de desbetreffende concessie is artikel 27 niet van toepassing.
### Artikel 45
@ -501,11 +567,11 @@ Overleg als bedoeld in artikel 26 over het verlenen van een concessie vindt in g
### Artikel 47
Onverminderd artikel 24, eerste lid, kan het tijdvak waarvoor een concessie is verleend eenmaal door de concessieverlener voor een periode van ten hoogste twaalf maanden worden verlengd, indien aanbesteding van een concessie voor een aansluitend tijdvak niet heeft geleid tot een concessieverlening.
Het tijdvak waarvoor een concessie is verleend kan eenmaal door de concessieverlener voor een periode van ten hoogste twaalf maanden worden verlengd, indien aanbesteding van een concessie voor een aansluitend tijdvak niet heeft geleid tot een concessieverlening.
### Artikel 48
Van deelname aan een aanbesteding van een concessie is uitgesloten een instelling, dienst of bedrijf, waarover het openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan bevoegd is tot verlening van de concessie, op grond van feitelijke of juridische omstandigheden een beslissende invloed uit kan oefenen op de activiteiten van die vervoerder.
Van deelname aan een aanbesteding van een concessie is uitgesloten een instelling, dienst of bedrijf, waarover het openbaar lichaam waarvan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vierde lid, bevoegd is tot verlening van de concessie, op grond van feitelijke of juridische omstandigheden een beslissende invloed uit kan oefenen op de activiteiten van die vervoerder.
### Artikel 49
@ -531,7 +597,10 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 54
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Onverminderd artikel 53 wordt een verklaring van geen bezwaar geweigerd aan:
a. een vervoerder die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover de wederkerigheid van de toegang tot de desbetreffende markt voor personenvervoer voor vervoerders die in Nederland zijn gevestigd niet gewaarborgd is;
b. een vervoerder die gevestigd is in een andere staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover dit voortvloeit uit een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie dan wel uit een door of vanwege de regering gemaakte internationale afspraak.
### Artikel 55
@ -541,7 +610,9 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 56
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De directeur-generaal geeft op aanvraag een verklaring van geen bezwaar af, indien de aanvrager voldoet aan de in artikel 53 gestelde eisen en er geen omstandigheden aanwezig zijn als bedoeld in artikel 54.
**2.** Een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar kan niet eerder worden ingediend dan nadat de kennisgeving van de aanbesteding van de desbetreffende concessie is gepubliceerd.
### Artikel 57
@ -563,15 +634,17 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 60a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Concessies als bedoeld in artikel 20, derde lid, worden slechts verleend nadat daartoe een aanbesteding is gehouden.
**2.** In bij of krachtens algemene maatregel van bestuur omschreven gevallen kan het eerste lid buiten toepassing worden gelaten.
### Artikel 61
**1.**
Onze Minister kan bepalen dat concessieverleners voor ten minste 35% van de omzet van het openbaar vervoer in hun concessiegebieden slechts concessies verlenen nadat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien:
Onze Minister kan bepalen dat concessieverleners als bedoeld in artikel 20, tweede en vierde lid, voor ten minste 35% van de omzet van het openbaar vervoer anders dan openbaar vervoer per trein, in hun concessiegebieden slechts concessies verlenen nadat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien:
a. op 1 januari 2003 gerekend naar de totale omzet van het openbaar vervoer in Nederland, minder dan 35% van het openbaar vervoer in Nederland wordt verricht of naar het oordeel van Onze Minister zal worden verricht, op grond van een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding;
a. op 1 januari 2003 gerekend naar de totale omzet van het openbaar vervoer anders dan openbaar vervoer per trein, in Nederland, minder dan 35% van het openbaar vervoer in Nederland wordt verricht of naar het oordeel van Onze Minister zal worden verricht, op grond van een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding;
b. aanbesteding van concessies niet voldoende gespreid over Nederland plaatsvindt.
**2.** Onze Minister kan op aanvraag van een concessieverlener een ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verplichting, indien gebiedsspecifieke omstandigheden naar het oordeel van Onze Minister een aanbesteding vooralsnog belemmeren.
@ -589,11 +662,13 @@ b. de concessieverlener naar het oordeel van de directeur-generaal heeft aangeto
### Artikel 62
Een concessie die is verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, vervalt een jaar nadat door Onze Minister toepassing is gegeven aan artikel 61, eerste lid, tenzij binnen dat jaar door de concessieverlener is voldaan aan artikel 61.
Een concessie, anders dan een concessie voor openbaar vervoer per trein, die is verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, vervalt een jaar nadat door Onze Minister toepassing is gegeven aan artikel 61, eerste lid, tenzij binnen dat jaar door de concessieverlener is voldaan aan artikel 61.
### Artikel 63
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Onverminderd artikel 62 vervallen met ingang van 1 januari 2006 alle concessies, anders dan concessies voor openbaar vervoer per trein, die zijn verleend zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden.
**2.** Met ingang van 1 januari 2006 worden concessies slechts verleend door concessieverleners als bedoeld in artikel 20, tweede en vierde lid, nadat daartoe een aanbesteding is gehouden.
### Paragraaf 5. De gemeentelijke vervoerbedrijven
@ -623,15 +698,27 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 67
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Onze Minister kan op aanvraag een ontheffing verlenen van de verplichting tot aanbesteding van concessies als bedoeld in artikel 65, eerste lid, en artikel 66, tweede lid, voor zover het gaat om openbaar vervoer per tram of metro.
**2.** Een ontheffing wordt verleend voor een bepaalde tijd.
**3.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
**4.** De aanvraag gaat vergezeld van in ieder geval een ondernemingsplan en een plan tot aanbesteding van het openbaar vervoer dat wordt verricht door het gemeentelijk vervoerbedrijf.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de aan de plannen, bedoeld in het vijfde lid, te stellen eisen en over de procedure betreffende de indiening en behandeling van de aanvragen.
**6.** In afwijking van artikel 65, derde lid, of artikel 66, eerste lid, vervalt een concessie waarvoor een ontheffing is verleend na afloop van het tijdvak waarvoor die ontheffing is verleend.
### Artikel 68
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Paragraaf 6. Bepalingen inzake marktactiviteiten van gemeentelijke vervoerbedrijven en houders van langdurige concessies
### Artikel 69
**1.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdelen a tot en met d, verricht geen andere werkzaamheden dan openbaar vervoer, vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard, alsmede de werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van dat vervoer.
**1.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf als bedoeld in artikel 64, tweede lid, verricht geen andere werkzaamheden dan openbaar vervoer, vervoer waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dit artikel van toepassing is verklaard, alsmede de werkzaamheden die rechtstreeks samenhangen met het verrichten van dat vervoer.
**2.** Een gemeentelijk vervoerbedrijf mag vervoerders als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel e, of andere vervoerders waarin een rechtspersoon die ten aanzien van het vervoerbedrijf beschikt over rechten als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c of d, over in de in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c, of d, bedoelde rechten beschikt en die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verrichten dan wel werkzaamheden verrichten die daarmee rechtstreeks samenhangen, niet bevoordelen boven anderen waarmee die vervoerders in concurrentie treden of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in het normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
@ -650,6 +737,60 @@ d. het toestaan van het gebruik van de naam en het beeldmerk van het openbaar ve
**6.** Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een gemeentelijk vervoerbedrijf zodra het openbaar vervoer, bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel a, voor ten minste een gedeelte dat naar omzet berekend ten minste twee derde beloopt, wordt verricht krachtens een concessie welke is verleend na een procedure van aanbesteding.
### Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen inzake door Onze Minister te verlenen concessies
### Artikel 69a
**1.** Onze Minister is bevoegd een concessie als bedoeld in artikel 20, eerste lid, te verlenen zonder dat daartoe de procedure van de paragrafen 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk wordt toegepast.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een concessie door Onze Minister wordt verleend, indien daartoe niet de procedure van de paragrafen 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk wordt toegepast.
**3.**
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, kunnen onder meer regels worden gesteld over:
a. de keuze van de voor het verlenen van een concessie te volgen procedures;
b. de criteria voor toelating van ondernemingen tot de procedure voor het verlenen van een concessie, waaronder de uitsluiting van ondernemingen die door hun marktmacht of concurrentiepositie een eerlijke competitie belemmeren;
c. de criteria voor het verlenen van een concessie.
**4.** Een concessie voor het hoofdrailnet wordt door Onze Minister niet eerder verleend, dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Artikel 69b
**1.** In deze paragraaf wordt verstaan onder het hoofdrailnet: de spoorvervoerdiensten die als zodanig bij koninklijk besluit zijn aangewezen.
**2.** Onze Minister kan bepalen dat een door hem verleende concessie voor het hoofdrailnet geheel of voor een door Onze Minister daarbij te bepalen aanmerkelijk gedeelte door de concessiehouder zal worden uitgevoerd met gebruikmaking van een of meer door Onze Minister aan te wijzen rechtspersonen.
**3.** Een in het eerste lid bedoeld koninklijk besluit wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken nadat het ontwerp aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is overlegd.
### Artikel 69c
**1.** Dit artikel is van toepassing, indien Onze Minister voornemens is een concessie te verlenen voor het hoofdrailnet.
**2.**
Onze Minister stelt een beleidsvoornemen tot concessieverlening vast, waarin is opgenomen of vermeld:
a. een beschrijving van de betrokken markt;
b. een beschrijving van de maatregelen die ertoe strekken dat de continuïteit van het betrokken personenvervoer wordt gewaarborgd;
c. een schatting van de kosten die met de concessieverlening zijn gemoeid en van de waarde van de concessie;
d. een beschrijving van de te volgen procedure van concessieverlening; en
e. of Onze Minister voornemens is artikel 69b, tweede lid, toe te passen.
**3.** Voordat Onze Minister het beleidsvoornemen vaststelt, legt hij dit voornemen ter advisering voor aan de in artikel 27 bedoelde consumentenorganisaties. Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Onze Minister legt het vastgestelde beleidsvoornemen voor aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Indien binnen 30 dagen na deze voorlegging ten minste 30 leden te kennen geven nadere inlichtingen te willen ontvangen over de voorgenomen concessieverlening, zal de aanvang van procedure tot concessieverlening niet eerder plaatsvinden dan dat veertien dagen zijn verstreken na het verstrekken van die inlichtingen.
**5.** Indien binnen 30 dagen na de voorlegging of binnen 14 dagen na de verstrekking van de inlichtingen, bedoeld in het vierde lid, de Kamer als haar oordeel uitspreekt dat de concessieverlening machtiging bij wet behoeft, wordt de concessie eerst verleend nadat die machtiging is verleend.
### Artikel 69d
**1.** Dit artikel is van toepassing op de verlening van de eerste concessie voor het hoofdrailnet na de inwerkingtreding van de Concessiewet personenvervoer per trein.
**2.** Onze Minister verleent de in het eerste lid bedoelde concessie aan de N.V. Nederlandse Spoorwegen of aan een bij koninklijk besluit te bepalen onderdeel van de N.V. Nederlandse Spoorwegen zonder dat daartoe de procedure van de paragrafen 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk of artikel 69c wordt toegepast. Deze concessie vangt aan op een bij koninklijk besluit te bepalen datum en eindigt op 1 januari 2015.
**3.** Onze Minister kan van het tweede lid afwijken; alsdan wordt artikel 69c toegepast.
## Hoofdstuk IV. Bepalingen voor de reiziger
### Artikel 70
@ -664,11 +805,11 @@ Het is verboden een onbevoegd gewijzigd of anderszins bewerkt vervoerbewijs te g
### Artikel 72
Het is verboden gebruik te maken van het openbaar vervoer en de daartoe behorende voorzieningen op zodanige wijze dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.
Het is een ieder verboden zich in een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel in of in de onmiddellijke nabijheid van een station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften zodanig te gedragen dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.
### Artikel 73
Een ieder die kennelijk gebruik wenst te maken van het openbaar vervoer of de daartoe behorende voorzieningen, is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen, die door of vanwege de vervoerder die openbaar vervoer verricht, duidelijk kenbaar zijn gemaakt.
Een ieder is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen die door of vanwege de vervoerder duidelijk kenbaar zijn gemaakt.
### Artikel 74
@ -694,7 +835,7 @@ In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is t
### Artikel 76
Onze Minister verleent aan de concessieverlener een bijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer.
Onze Minister verleent aan de concessieverlener, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid, een bijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer.
### Artikel 77
@ -748,8 +889,8 @@ f. de controle op, alsmede de verantwoording en administratie van de besteding v
Ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over:
a. openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer dat de Nederlandse grens overschrijdt;
b. openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer dat door een in Nederland gevestigde vervoerder geheel buiten Nederland wordt verricht;
c. het rijden met een lege bus of auto over voor het openbaar verkeer openstaande wegen in Nederland of het rijden met een lege bus of auto door een in Nederland gevestigde vervoerder geheel of ten dele buiten Nederland, voor zover dat verband houdt met het verrichten van openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer.
b. openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer dat door een in Nederland gevestigde vervoerder geheel buiten Nederland of door een buiten Nederland gevestigde vervoerder geheel in Nederland wordt verricht;
c. het rijden met een lege bus of auto over voor het openbaar verkeer openstaande wegen in Nederland of het rijden met een lege bus of auto door een in Nederland gevestigde vervoerder geheel of ten dele buiten Nederland of door een buiten Nederland gevestigde vervoerder geheel of ten dele in Nederland, voor zover dat verband houdt met het verrichten van openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer.
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen mede betrekking hebben op de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag om verlening of wijziging van de voor dat vervoer benodigde documenten.
@ -779,7 +920,7 @@ c. de administratie die de vervoerder dient te voeren ten behoeve van een doelma
### Artikel 87
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen en, voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 19 en 30 tot en met 40, de bij besluit van de bestuursorganen, bedoeld in artikel 20, tweede tot en met vierde lid, aangewezen personen.
**2.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn voorts belast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren en de met betrekking tot deze wet krachtens artikel 17, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de economische delicten aangewezen ambtenaren.
@ -813,7 +954,7 @@ De artikelen 5:12, 5:13, 5:15 tot en met 5:17, 5:19 en 5:20 van de Algemene wet
### Artikel 92
De reiziger is op eerste vordering van de in de artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen, indien deze hebben vastgesteld dat de reiziger in strijd heeft gehandeld met de artikelen 70 of 71, verplicht tot het terstond ter inzage verstrekken van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994.
De reiziger die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van de artikelen 87 en 89 bedoelde ambtenaren en personen die hebben vastgesteld dat de reiziger heeft gehandeld in strijd met de artikelen 70 of 71, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden.
### Paragraaf 2. Dwang- en strafbepalingen
@ -823,7 +964,7 @@ Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de
### Artikel 94
**1.** Ingeval van overtreding van artikel 69, eerste of vijfde lid, kan de directeur-generaal de rechtspersoon aan wie het gemeentelijk vervoerbedrijf toebehoort, een last onder dwangsom opleggen.
**1.** Ingeval van overtreding van artikel 69, eerste of vijfde lid, kan de directeur-generaal de rechtspersoon aan wie het gemeentelijk vervoerbedrijf toebehoort dan wel de desbetreffende concessiehouder, een last onder dwangsom opleggen.
**2.** De in het eerste lid bedoelde last strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de directeur-generaal.
@ -857,7 +998,7 @@ Indien naar het oordeel van de in de artikelen 87 of 89 bedoelde ambtenaren en
**1.**
Het bestuursorgaan dat een vergunning heeft verleend, kan een vergunning volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels, wijzigen, schorsen of intrekken:
Onze Minister kan een vergunning volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels, wijzigen, schorsen of intrekken:
a. indien is gehandeld in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde;
b. indien niet langer wordt voldaan aan een van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde eisen, tenzij een ontheffing als bedoeld in het tweede lid van dat artikel is verleend;
@ -875,7 +1016,7 @@ c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevorde
### Artikel 101
**1.** Niet naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 70 tot en met 74, eerste lid, en 104, aanhef en onderdelen a en b, is een overtreding en wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
**1.** Niet naleving van de artikelen 70 tot en met 73, alsmede voor zover aangeduid als strafbare feiten het bepaalde krachtens de artikelen 74, tweede lid, en 104, aanhef en onderdelen a en b, is een overtreding en wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
**2.** Indien de reiziger ten aanzien van wie door een ambtenaar of persoon, bedoeld in de artikelen 87 en 89, is vastgesteld dat hij in strijd handelt met de artikelen 70 of 71, niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 92, worden de in het eerste lid bedoelde straffen verhoogd tot een hechtenis van ten hoogste vier maanden, onderscheidenlijk een geldboete van de derde categorie.
@ -895,11 +1036,11 @@ Overtreding van artikel 4 is een misdrijf.
**1.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op het verrichten van openbaar vervoer, besloten busvervoer en taxivervoer regels worden gesteld over:
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op het verrichten van openbaar vervoer anders dan openbaar vervoer per trein, besloten busvervoer en taxivervoer regels worden gesteld over:
a. inrichting en uitrusting van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
a. inrichting en uitrusting van een auto, bus, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
b. keuring van bussen en auto's;
c. eisen te stellen aan bestuurders van auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
c. eisen te stellen aan bestuurders van auto, bus, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
d. de wijze waarop wordt aangetoond dat aan de ingevolge de onderdelen a, b en c, gestelde regels wordt voldaan;
e. de vergoedingen die zijn verschuldigd voor de met de ingevolge de onderdelen a tot en met d gestelde regels samenhangende werkzaamheden en af te geven documenten.
@ -1000,7 +1141,7 @@ Een aanvraag voor een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die voor de
### Artikel 117
**1.** Op experimenten met het gecombineerd verrichten van openbaar vervoer per bus en trein in de provincies Friesland en Gelderland, waarvan het openbaar vervoer per trein op 1 januari 2000 werd bekostigd op grond van de Regeling experimenten regionale treindiensten is artikel 63 niet van toepassing.
**1.** Op experimenten met het gecombineerd verrichten van openbaar vervoer per bus en trein in de provincies Fryslân en Gelderland, waarvan het openbaar vervoer per trein op 1 januari 2000 werd bekostigd op grond van de Regeling experimenten regionale treindiensten is artikel 63 niet van toepassing.
**2.** Na de inwerkingtreding van artikel 127 berust de Regeling experimenten regionale treindiensten op artikel 3, met dien verstande dat zij bij ministeriële regeling kan worden gewijzigd en van kracht blijft totdat zij bij ministeriële regeling is ingetrokken.
@ -1034,9 +1175,11 @@ Indien een gemeentelijk vervoerbedrijf op de dag van inwerkingtreding van artike
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop Onze Minister toepassing geeft aan het eerste en tweede lid.
**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de bevoegdheid tot het verlenen van concessies voor openbaar vervoer per trein.
### Artikel 121a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 51 is niet van toepassing op openbaar vervoer dat wordt verricht op grond van een concessie die is verleend na aanbesteding, indien de aanbesteding heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van artikel 51.
### Artikel 122
@ -1058,7 +1201,7 @@ In afwijking van artikel 123 wordt een bezwaar- of beroepschrift, gericht tegen
### Artikel 125
Wijzigt de Spoorwegwet.
Vervallen
### Artikel 126
@ -1152,7 +1295,7 @@ g. garanties voor bereikbaarheid en toegankelijkheid.
**5.** Indien naar het oordeel van Onze Minister redenen aanwezig zijn voor de inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 18 en 51 tot en met 60, mede gelet op de naar zijn oordeel uit het in artikel 108, vierde lid, bedoelde onderzoek gebleken ontwikkelingen ter zake van de concurrentieverhoudingen op de Nederlandse markt voor openbaar vervoer en het met een of beide kamers der Staten-Generaal ter zake gevoerd overleg, wordt een ontwerp van een koninklijk besluit tot inwerkingtreding van die artikelen zo spoedig mogelijk aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
**6.** De artikelen 36 tot en met 40 vervallen met ingang van 1 januari 2010.
**6.** De artikelen 36, tweede lid, tot en met 40 vervallen met ingang van 1 januari 2010.
### Artikel 144