2011-01-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft
This commit is contained in:
parent
97626ab3d7
commit
7b6df0b466
1 changed files with 117 additions and 40 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit prudentiële regels Wft
|
|||
bwb_id: BWBR0020420
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-10-23'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-11-23'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020420
|
||||
citeertitel: Besluit prudentiële regels Wft
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -218,7 +218,7 @@ Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die uitsluitend e
|
|||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De hoofdstukken 9 en 10 zijn niet van toepassing op betaalinstellingen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -280,7 +280,9 @@ c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen.
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 5 staat niet buiten twijfel als deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage A, tenzij er sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht jaren of meer zijn verstreken.
|
||||
**1.** De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 5 staat niet buiten twijfel als deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage A, tenzij er sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht jaren of meer zijn verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in artikel 9, afwijken van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,7 +296,7 @@ c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptati
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, 3:11, 3:12, 3:13 of 3:14 van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitsrisico´s.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -310,24 +312,24 @@ c. de overige belangen van de clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptati
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van privé-belangen van:
|
||||
|
||||
a. personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen;
|
||||
b. groepsbestuurders;
|
||||
c. leden van het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming; en
|
||||
d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basis werkzaamheden voor haar verrichten, met haar belangen of die van haar cliënten.
|
||||
|
||||
**2.** De entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen en groepsbestuurders.
|
||||
**2.** De entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen en groepsbestuurders.
|
||||
|
||||
**3.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en vindt telkens slechts plaats na instemming door het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming dan wel namens een daartoe aangewezen orgaan.
|
||||
**3.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en vindt telkens slechts plaats na instemming door het orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming dan wel namens een daartoe aangewezen orgaan.
|
||||
|
||||
**4.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt, indien de dienst buiten de grenzen van het bij de financiële onderneming bestaande systeem van personeelscondities wordt verleend, uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
**4.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of groepsbestuurders vindt, indien de dienst buiten de grenzen van het bij de financiële onderneming bestaande systeem van personeelscondities wordt verleend, uitsluitend plaats in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
|
||||
**5.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, alsmede aan familieleden, niet zijnde personeelsleden, van personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen, van groepsbestuurders en van leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, geschiedt uitsluitend in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
**5.** Financiële dienstverlening door de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, aan leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, alsmede aan familieleden, niet zijnde personeelsleden, van personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen, van groepsbestuurders en van leden van het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, geschiedt uitsluitend in de normale uitoefening van het bedrijf en tegen de gebruikelijke commerciële voorwaarden en zekerheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -335,15 +337,15 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming, onderscheidenlijk het bijkantoor, draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Een kredietinstelling, levensverzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten.
|
||||
**1.** Een kredietinstelling, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 11, eerste lid, beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt een kredietinstelling, levensverzekeraar of bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, over procedures en maatregelen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van cliënten en van de verificatie daarvan. De kredietinstelling, levensverzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, accepteert een cliënt niet indien de identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.
|
||||
**2.** Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt een kredietinstelling, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of bijkantoor als bedoeld in het eerste lid, over procedures en maatregelen met betrekking tot het vaststellen van de identiteit van cliënten en van de verificatie daarvan. De kredietinstelling, levensverzekeraar, onderscheidenlijk het bijkantoor, accepteert een cliënt niet indien de identiteit niet is vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.
|
||||
|
||||
**3.** De financiële onderneming, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk het bijkantoor, beschikt met het oog op een integere uitoefeningvan het bedrijf over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -375,7 +377,7 @@ d. andere werknemers of andere personen die in haar opdracht op structurele basi
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet omvat:
|
||||
|
||||
a. een duidelijke en adequate organisatiestructuur;
|
||||
b. een duidelijke en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
|
||||
|
|
@ -400,15 +402,15 @@ d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een adequate functiescheiding met het oog op een beheerste bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
|
||||
De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 voorziet in een juiste, tijdige en volledige vastlegging van alle rechten en verplichtingen van de financiële onderneming of bijkantoor in een daartoe bestemde administratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risico’s mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een informatiesysteem dat een effectieve beheersing van de bedrijfsprocessen en de risico’s mogelijk maakt en dat voorziet in interne en externe informatiebehoeften.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming of bijkantoor beschikt over procedures en maatregelen om de integriteit, voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -416,7 +418,7 @@ De bedrijfsvoering van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor r
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -431,7 +433,7 @@ d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
|
||||
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -483,6 +485,24 @@ Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede
|
|||
|
||||
**2.** Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tweede lid, tweede volzin, die initiator is van een securitisatie van revolverende vorderingen waarop een vervroegde- aflossingsbepaling van toepassing is, stelt een liquiditeitsplan vast om de gevolgen van zowel geplande als vervroegde aflossingen op te vangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 23f
|
||||
|
||||
**1.** Het beleid als bedoeld in artikel 23, eerste lid, of de procedures en maatregelen en de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 26, tweede lid, houdt respectievelijk houden mede in dat de financiële onderneming een beleid inzake beloningen voert dat niet aanmoedigt tot het nemen van meer risico’s dan voor de desbetreffende financiële onderneming aanvaardbaar is.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming legt het beleid inzake beloningen schriftelijk vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden. Het beleid is afgestemd op de omvang en organisatie van de financiële onderneming en aan de aard, omvang en complexiteit van haar bedrijf.
|
||||
|
||||
**3.** Het beleid inzake beloningen omschrijft de beloningscomponenten en beloningsstructuren die ertoe zouden kunnen bijdragen dat de financiële onderneming meer risico’s neemt dan voor haar aanvaardbaar is, alsmede de te volgen procedures en maatregelen die dergelijke beloningscomponenten en beloningsstructuren voorkomen en beheersen.
|
||||
|
||||
**4.** De financiële onderneming maakt een beschrijving van haar beleid inzake beloningen openbaar.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank kan regels stellen met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop het beleid inzake beloningen wordt opgesteld en vastgesteld of goedgekeurd, uitgevoerd, geëvalueerd en aangepast;
|
||||
b. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan beloningscomponenten en beloningsstructuren en de wijze waarop de risico's die uit het beleid en de uitvoering daarvan voortvloeien, worden beheerst; en
|
||||
c. de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het beleid inzake beloningen.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, tweede lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
|
|
@ -548,13 +568,23 @@ c. resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteite
|
|||
|
||||
**3.** Met het oog op de bewaking en beheersing van liquiditeitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van elke beleggingsinstelling waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald onder meer in autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties met betrekking tot de liquiditeitspositie van de beleggingsinstelling.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Vangnetregelingen
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
**1.** Een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 heeft, beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de voor de uitvoering van de vangnetregelingen noodzakelijke gegevens voortdurend actueel worden bijgehouden en adequaat zijn vastgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De financiële onderneming verstrekt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, binnen een door de Nederlandsche Bank te bepalen termijn, in een voor de Nederlandsche Bank toegankelijke vorm nadat de Nederlandsche Bank ten aanzien van haar heeft besloten tot toepassing van een vangnetregeling.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank deelt het besluit tot toepassing van een vangnetregeling onverwijld mede aan de desbetreffende financiële onderneming.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Uitbesteden van werkzaamheden
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Een financiële onderneming of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, eerste lid, 3:22, 3:23, 3:24b, 3:25, 3:26 of 3:27, van de wet gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien die uitbesteding een belemmering kan vormen voor een adequaat toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde.
|
||||
|
||||
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
|
||||
**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, 3:23, 3:26 of 3:27 van de wet besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
|
|
@ -566,19 +596,19 @@ Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldien
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 17, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, voert een adequaat beleid en beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het op structurele basis uitbesteden van werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, beschikt over toereikende procedures, maatregelen, deskundigheid en informatie om de uitvoering van de op structurele basis uitbestede werkzaamheden te kunnen beoordelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
|
||||
**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 27, tweede lid, legt de overeenkomst met de derde waaraan de werkzaamheden op structurele basis worden uitbesteed schriftelijk vast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -612,18 +642,18 @@ Een betaalinstelling geeft onverwijld schriftelijk aan de Nederlandsche Bank ken
|
|||
|
||||
a. de activiteiten die de betaaldienstverlener voornemens is te verrichten;
|
||||
b. het bedrijfsplan waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;
|
||||
d. de identiteit van personen die, direct of indirect, gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 1 van de wet in de betaaldienstverlener bezitten, alsmede de omvang van hun deelnemingen en het bewijs van hun geschiktheid;
|
||||
e. indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener;
|
||||
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
|
||||
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
|
||||
h. het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
|
||||
i. de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
|
||||
j. de wijze waarop wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a van de wet bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners; en
|
||||
k. het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
||||
c. de identiteit van personen die, direct of indirect, gekwalificeerde deelnemingen als bedoeld in artikel 1 van de wet in de betaaldienstverlener bezitten, alsmede de omvang van hun deelnemingen en het bewijs van hun geschiktheid;
|
||||
d. indien van toepassing, de accountantsorganisatie of het auditkantoor, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157) van de jaarrekening van de betaaldienstverlener;
|
||||
e. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
|
||||
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank heeft geoordeeld dat wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
|
||||
g. het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
|
||||
h. de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;
|
||||
i. de wijze waarop wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a van de wet bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners; en
|
||||
j. het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid, onderdelen i en j, geeft de betaalinstelling een beschrijving van de wijzigingen in de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die hij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van zijn gebruikers te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten te garanderen.
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid, onderdelen h en i, geeft de betaalinstelling een beschrijving van de wijzigingen in de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die hij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van zijn gebruikers te beschermen en om de continuïteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten te garanderen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in artikel 3:9, tweede lid, van de wet.
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld, tenzij de Nederlandsche Bank besluit dat een redelijke aanleiding bestaat tot een nieuwe beoordeling als bedoeld in artikel 3:9, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -646,7 +676,7 @@ b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgevi
|
|||
Met betrekking tot het voornemen legt de financiële onderneming de volgende gegevens over:
|
||||
|
||||
a. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen in artikel 3:8 van de wet wordt bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de betrokkene;
|
||||
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 6 tot en met 9, redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9, derde lid, van de wet wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de betrokkene.
|
||||
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank, onder overeenkomstige toepassing van de artikelen 6 tot en met 9, redelijkerwijs kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9, van de wet wordt bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -881,7 +911,9 @@ l. € 20.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid,
|
|||
m. € 50.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 7 van de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
n. € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een in de punten 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
o. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
p. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet.
|
||||
p. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet;
|
||||
q. € 225.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
r. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -940,13 +972,13 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met g.
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met g.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 89, eerste en tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van ten minste € 250 miljoen beheert, of van een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van het kernkapitaal, bedoeld in artikel 91, en het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92.
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van ten minste € 250 miljoen beheert, of van een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, of van een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van het kernkapitaal, bedoeld in artikel 91, en het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 89 en 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1619,7 +1651,7 @@ b. waarbij een kwantitatieve waarde, die losstaat van het driemaandsgemiddelde v
|
|||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, een kredietbeoordelingsbureau indien het voldoet aan de criteria, bedoeld in de artikelen 81, tweede lid, en 97, tweede lid, en de bijlagen VI, deel 2 en IX, deel 3, punt 1, van de herziene richtlijn banken.
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank erkent, op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, een kredietbeoordelingsbureau indien het geregistreerd is, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PbEU L 302), en voldoet aan de criteria, bedoeld in de artikelen 81, tweede lid, en 97, tweede lid, en de bijlagen VI, deel 2 en IX, deel 3, punt 1, van de herziene richtlijn banken.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank stelt een procedure vast voor de erkenning, bedoeld in het eerste lid, en maakt deze bekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2271,6 +2303,32 @@ a. houdt een administratie bij waarin zijn opgenomen:
|
|||
2°. de activa die dienen ter dekking van die obligaties; en
|
||||
b. toont aan de Nederlandsche Bank tenminste jaarlijks aan dat de categorie obligaties nog voldoet aan het in artikel 124b, eerste lid, bedoelde vereiste voor registratie.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 12.2.1. Beleggingsbeleid van een premiepensioeninstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 124d
|
||||
|
||||
Het beleggingsbeleid van een pensioenregeling die niet wordt beheerst door het recht van een lidstaat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het land van herkomst van de regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 124e
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het beleggingsbeleid van een pensioenregeling die wordt beheerst door het recht van een lidstaat wordt uitgevoerd overeenkomstig de volgende beginselen:
|
||||
|
||||
a. beleggingen in de bijdragende onderneming worden beperkt tot ten hoogste 5% van de portefeuille als geheel, en ingeval de bijdragende onderneming tot een groep behoort, worden beleggingen in de ondernemingen die tot dezelfde groep als de bijdragende onderneming behoren, beperkt tot ten hoogste 10% van de portefeuille. Wanneer een groep van ondernemingen aan de premiepensioeninstelling bijdragen betaalt, geschieden beleggingen in deze bijdragende ondernemingen prudent, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een behoorlijke diversificatie;
|
||||
b. de beleggingen worden gewaardeerd op basis van marktwaardering;
|
||||
c. beleggingen in niet tot de handel op een gereglementeerde markt, of een multilaterale handelsfaciliteit of een daarmee vergelijkbaar systeem in een staat die geen lidstaat is toegelaten waarden worden tot een prudent niveau beperkt.
|
||||
d. beleggingen in derivaten zijn toegestaan voor zover deze bijdragen aan een vermindering van het risicoprofiel of een doeltreffend portefeuillebeheer vergemakkelijken. De premiepensioeninstelling vermijdt een bovenmatig risico met betrekking tot een en dezelfde tegenpartij en tot andere derivatenverrichtingen;
|
||||
e. de waarden worden naar behoren gediversifieerd zodat een bovenmatige afhankelijkheid van of vertrouwen in bepaalde waarden, of een bepaalde emittent van waarden of groep van ondernemingen en risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden.
|
||||
|
||||
**2.** De eisen die zijn opgenomen in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en e, zijn niet van toepassing op beleggingen in staatsobligaties.
|
||||
|
||||
**3.** Onder waardering op marktwaarde bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen terzake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Leningen als bedoeld in artikel 3:267b, vierde lid, van de wet mogen slechts worden aangegaan voor een periode van niet langer dan een jaar.
|
||||
|
||||
**5.** Van een liquiditeitsdoelstelling als bedoeld in artikel 3:267b, vierde lid, van de wet is sprake als de premiepensioeninstelling tijdelijk niet kan voldoen aan zijn verplichtingen of de betreffende lening wordt aangegaan ter verbetering van het risicoprofiel van de premiepensioeninstelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 125
|
||||
|
||||
**1.** De technische voorzieningen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 122, eerste lid, met betrekking tot uitkeringen die volgens de verzekering rechtstreeks gekoppeld zijn aan de waarde van een deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten, of aan de waarde van activa die zijn opgenomen in een door de verzekeraar gehouden fonds dat gewoonlijk in fracties is verdeeld, worden gedekt door deze rechten van deelneming onderscheidenlijk fracties dan wel, indien geen fracties zijn gecreëerd, door deze activa.
|
||||
|
|
@ -2345,7 +2403,7 @@ b. in geval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen
|
|||
|
||||
### Artikel 129
|
||||
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid, of 3:85, eerste of tweede lid, van de wet verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
|
||||
Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, 3:81, eerste lid, of 3:85, eerste of tweede lid, van de wet verstrekt de documenten, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of 3:81, eerste lid, van de wet, wat betreft indeling en inhoud in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de internationale jaarrekeningstandaarden onderscheidenlijk het recht van de staat waar deze financiële onderneming haar zetel heeft. Een financiële onderneming met zetel in Nederland vermeldt of de jaarrekening al dan niet is vastgesteld en goedgekeurd overeenkomstig de statuten of de vennootschapsakte.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 13.2. Verstrekking van de staten
|
||||
|
||||
|
|
@ -2401,6 +2459,21 @@ c. vier maal per jaar voor de overige in artikel 130, eerste en tweede lid, geno
|
|||
|
||||
**4.** Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel i, j of k, doet de melding, bedoeld in het derde lid, met redenen omkleed aan de Nederlandsche Bank in elke maand waarin zij niet ingevolge het tweede lid, onderdeel c, staten verstrekt. Zij meldt daarbij in ieder geval wat de waarde van haar toetsingsvermogen is, hoe deze waarde is berekend en hoe deze waarde zich verhoudt tot de waarde van haar toetsingsvermogen zoals vermeld in de laatst verstrekte staten.
|
||||
|
||||
**5.** Ter voorbereiding op de implementatie van richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335) dienen entiteiten voor risico-acceptatie en verzekeraars de in Bijlage D vastgestelde modellen van staten in, met inachtneming van het zesde lid. Voor zover niet anders blijkt, zijn op deze modellen van staten de regels van toepassing die de Nederlandsche Bank heeft vastgesteld op grond van het eerste lid, onderdelen b, c, e, f en h.
|
||||
|
||||
**6.** Voor het boekjaar 2011 dienen entiteiten voor risico-acceptatie en verzekeraars de modellen van staten 1 tot en met 3, bedoeld in bijlage D, in binnen acht maanden na afloop van dat boekjaar. Voor het boekjaar 2012 dienen entiteiten voor risico-acceptatie en verzekeraars de modellen van staten, bedoeld in bijlage D, gelijktijdig in met de kwartaalrapportages over het eerste kwartaal van 2013 die op grond van de in het vijfde lid genoemde richtlijn worden ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 131a
|
||||
|
||||
**1.** Indien blijkt dat de rapportage zoals vastgesteld in bijlage D materiële afwijkingen bevat ten opzichte van de rapportage zoals die ingevolge de richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335) zal worden vastgesteld, besluit Onze Minister dat de rapportage over het boekjaar 2011, bedoeld in artikel 131, zesde lid, niet behoeft te worden ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt de modellen van staten, bedoeld in bijlage D, voor het boekjaar 2012 zo spoedig mogelijk opnieuw vast indien:
|
||||
|
||||
a. het eerste lid toepassing heeft gevonden;
|
||||
b. het eerste lid geen toepassing heeft gevonden en de staten die ingevolge de richtlijn, genoemd in het eerste lid, zullen worden vastgesteld materieel afwijken van de staten, bedoeld in bijlage D.
|
||||
|
||||
### Artikel 132
|
||||
|
||||
Indien een beleggingsonderneming, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 130 de staten niet langs elektronische weg verstrekt, kan de Nederlandsche Bank, op verzoek van de financiële onderneming, besluiten dat het de financiële onderneming is toegestaan andere informatiedragers dan de modellen, bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, te gebruiken, indien deze wat betreft indeling en inhoud geen afwijking vertonen van de modellen.
|
||||
|
|
@ -2568,3 +2641,7 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit prudentiële regels Wft.
|
|||
## Bijlage C. behorende bij
|
||||
|
||||
Afgeleide financiële instrumenten in de zin van artikel 61, derde lid, onderdeel c, zijn:
|
||||
|
||||
## Bijlage D
|
||||
|
||||
In deze bijlage worden, voor zover niet anders blijkt, begrippen gebruikt overeenkomstig richtlijn nr. 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU L 335)
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue