2010-01-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2010-01-01 12:00:00 +00:00
parent d8788346e9
commit 97626ab3d7

View file

@ -218,17 +218,17 @@ Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die uitsluitend e
### Artikel 3a
**1.**
**2.**
De hoofdstukken 9 en 10 zijn niet van toepassing op betaalinstellingen:
a. voor zover zij uitsluitend in Nederland hun werkzaamheden, zijnde het verlenen van de onder 6 van de in de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde betaaldiensten, feitelijk ontplooien, en:
b. waarvan het gemiddelde van het totale bedrag van de betalingstransacties die zij de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht, met inbegrip van die van agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn, niet hoger is dan € 3.000.000 per maand. Indien zij haar werkzaamheden niet gedurende de gehele periode van de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht, wordt dit vereiste beoordeeld op basis van het in het programma van werkzaamheden begrote totale bedrag aan betalingstransacties, tenzij de Nederlandsche Bank een aanpassing van dit programma verlangt; en
c. waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen zijn met antecedenten als bedoeld in artikel 6, onderdelen a, b en d, voor zover het het witwassen van geld, terrorismefinanciering of andere financiële delicten betreft, en die de in onderdeel a bedoelde betaaldiensten niet vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mogen verlenen.
a. voor zover zij uitsluitend in Nederland betaaldiensten verlenen als bedoeld onder 6 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten;
b. waarvan het gemiddelde van het totale bedrag van de betalingstransacties die zij de voorafgaande twaalf maanden hebben verricht, met inbegrip van die van agenten waarvoor zij volledig aansprakelijk zijn, niet hoger is dan € 3.000.000 per maand; en
c. waarvan geen van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen personen zijn met antecedenten als bedoeld in artikel 6, onderdelen a, b en d, voor zover deze betrekking hebben op het witwassen van geld, terrorismefinanciering of vermogensmisdrijven of als misdrijf aangemerkte overtredingen van financiële toezichtswetgeving.
**2.** Een betaalinstelling als bedoeld in het eerste lid stelt de Nederlandsche Bank in kennis van elke verandering in zijn situatie die relevant is voor het naleven van de in het eerste lid gestelde voorschriften.
**3.** Indien een betaalinstelling als bedoeld in het eerste lid niet meer voldoet aan de in het genoemde lid gestelde voorschriften, toont deze binnen dertig kalenderdagen aan dat wordt voldaan aan de hoofdstukken 9 en 10.
**3.** Indien een betaaldienstverlener zijn werkzaamheden niet gedurende de gehele periode van de voorafgaande twaalf maanden heeft verricht, kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, worden uitgegaan van een programma van werkzaamheden waarin naar het oordeel van de Nederlandsche Bank een reële begroting van het totale bedrag aan betalingstransacties is opgenomen.
### Artikel 4
@ -909,7 +909,7 @@ b. € 1,1 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste l
c. € 3,2 miljoen voor een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een herverzekeraar als bedoeld onder b;
d. € 3,5 miljoen voor een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet;
e. € 45.378,02 voor een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
f. € 2,3 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel d is;
f. € 2,3 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
g. € 3,5 miljoen voor een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
**2.**
@ -921,7 +921,7 @@ b. € 0,6 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekera
c. € 1,6 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55a, eerste lid, van de wet, niet zijnde een bijkantoor als bedoeld onder b;
d. € 1,8 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet;
e. € 45.378,02 voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een natura-uitvaartverzekeraar als bedoeld in artikel 3:55, tweede lid, van de wet;
f. € 1,2 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel d is;
f. € 1,2 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die geen schadeverzekeraar als bedoeld in onderdeel g is;
g. € 1,8 miljoen voor een in Nederland gelegen bijkantoor van een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:54, derde lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid of Krediet en Borgtocht.
**3.**
@ -932,9 +932,9 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
2°. het bedrag aan geïnde herverzekeringspremies hoger is dan € 50 miljoen; of
3°. de technische voorzieningen als gevolg van geaccepteerde herverzekering groter zijn dan tien procent van de totale technische voorzieningen.
**4.** De in het eerste lid, onderdelen b tot en met d, f en g, en tweede lid, onderdelen b tot en met d, f en g, bedoelde bedragen wijzigen van rechtswege overeenkomstig de jaarlijkse kennisgeving van de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de aan de procentuele wijziging van het door Eurostat bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumptieprijzen aangepaste bedragen. De gewijzigde bedragen worden voor het eerst toegepast in het boekjaar dat begint op 1 januari van het op de kennisgeving volgende kalenderjaar of gedurende dat kalenderjaar.
**4.** De in het eerste lid, onderdelen b tot en met d, f en g, en tweede lid, onderdelen b tot en met d, f en g, bedoelde bedragen wijzigen van rechtswege overeenkomstig de jaarlijkse kennisgeving van de Commissie van de Europese Gemeenschappen aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de aan de procentuele wijziging van het door Eurostat bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumptieprijzen aangepaste bedragen.
**5.** Van de in het vierde lid bedoelde kennisgeving en de gewijzigde bedragen doet de Nederlandsche Bank onverwijld mededeling in de Staatscourant.
**5.** Van de in het vierde lid bedoelde kennisgeving, de gewijzigde bedragen en het tijdstip waarop de gewijzigde bedragen voor het eerst worden toegepast doet de Nederlandsche Bank onverwijld mededeling in de Staatscourant.
### Paragraaf 9.2. Samenstelling van het minimumbedrag aan eigen vermogen
@ -1822,7 +1822,7 @@ c. het gestorte deel op schuldtitels met onbepaalde looptijd en andere financier
De Nederlandsche Bank kan er, op verzoek, mee instemmen dat de verzekeraar bij de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 95, eerste lid, tevens de waarde betrekt van:
a. meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa of overwaardering van de technische voorzieningen ingevolge artikel 121, vierde lid, of, in geval van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering, levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar, meerwaarden op grond van winstverwachtingen;
a. meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa of overwaardering van de technische voorzieningen ingevolge artikel 121, vierde lid;
b. suppletiebijdragen die een onderlinge waarborgmaatschappij die het bedrijf van herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit schadeherverzekering, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar uitoefent, tijdens het boekjaar krachtens de statuten van haar leden kan eisen tot maximaal vijftig procent van het verschil tussen de maximumbijdragen en de werkelijk gevorderde bedragen; of
c. de helft van het geplaatste, niet-gestorte kapitaal of van het in aandelen verdeeld waarborgkapitaal indien van het geplaatste kapitaal minimaal 25 procent is gestort.
@ -1836,7 +1836,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 95 tot en met 97 ten aanzien van herverzeker
a. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 95, tweede lid, verminderd met de waarde van de posten, bedoeld in artikel 95, derde lid, volledig voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge in aanmerking genomen;
b. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 96 en 97, voor zover het niet betreft de meerwaarden in verband met de onderwaardering van activa of overwaardering van de technische voorzieningen ingevolge artikel 121, vierde lid, voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gezamenlijk slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet meer bedraagt dan vijftig procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, naar gelang welk bedrag het laagst is; en
c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdelen a en b, met een vaste looptijd en, in geval van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering of levensverzekeraar, maximaal vijftig procent van de waarde van de meerwaarden op grond van winstverwachtingen, bedoeld in artikel 97, eerste lid, onderdeel a, voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gezamenlijk slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet meer bedragen dan 25 procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, naar gelang welk bedrag het laagst is.
c. wordt de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 96, onderdelen a en b, met een vaste looptijd voor de berekening van de aanwezige solvabiliteitsmarge gezamenlijk slechts in aanmerking genomen voor zover deze niet meer bedragen dan 25 procent van het totaal van de aanwezige solvabiliteitsmarge of het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge, naar gelang welk bedrag het laagst is.
**2.**