2022-01-01 | BWBR0041790 | Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport 2019
This commit is contained in:
parent
8560c77122
commit
7bdfe6a359
1 changed files with 22 additions and 16 deletions
|
|
@ -4,7 +4,7 @@ titel: Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sp
|
|||
bwb_id: BWBR0041790
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-04-19'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-12-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041790
|
||||
citeertitel: Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn en
|
||||
Sport 2019
|
||||
|
|
@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid Welzijn
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
Deze beleidsregels zijn van toepassing op bestuurlijk beboetbare feiten op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Opiumwet, de Wet afbreking zwangerschap, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, de Wet inzake bloedvoorziening, de Wet op de medische hulpmiddelen, de Wet medische hulpmiddelen, de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, de Geneesmiddelenwet, de Wet bijzondere medische verrichtingen en de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal.
|
||||
Deze beleidsregels zijn van toepassing op bestuurlijk beboetbare feiten op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Opiumwet, de Wet afbreking zwangerschap, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, de Wet inzake bloedvoorziening, de Wet op de medische hulpmiddelen, de Wet medische hulpmiddelen, de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, de Geneesmiddelenwet, de Wet bijzondere medische verrichtingen, de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal, de Wet toetreding zorgaanbieders, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -56,7 +56,7 @@ Gedraging heeft grote consequenties voor de patiëntveiligheid, dan wel betreft
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Indien de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister voor Medische Zorg of de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport na beoordeling van een zienswijze niet binnen een jaar tot een besluit komt, wordt 5% in mindering gebracht op het uiteindelijke op te leggen boetebedrag.
|
||||
Indien de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister voor Medische Zorg of de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport na dagtekening van het voornemen tot boeteoplegging buiten de in artikel 5:51, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht genoemde termijn en niet eerder dan 6 maanden een besluit neemt omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete, wordt 5% in mindering gebracht op het uiteindelijke boetebedrag. Indien dit besluit niet eerder dan 6 maanden, maar binnen 12 maanden volgt na dagtekening van het voornemen tot boeteoplegging, wordt 10% in mindering gebracht op het uiteindelijke op te leggen boetebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -70,35 +70,35 @@ Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bestuurlijke boete Minis
|
|||
|
||||
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . Boetedifferentiatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,12 +128,18 @@ Welk voorlopig boetebedrag is van toepassing op grond van stap 2 en 3? Voor het
|
|||
|
||||
□ **C** Er zijn één of meer verzwarende omstandigheden van toepassing
|
||||
|
||||
Voor de verwijtbaarheid is het van belang om te bekijken of de overtreder pogingen heeft ondernomen om de overtreding te voorkomen, voorafgaand aan de constatering van de overtreding. Ten aanzien van het beëindigen van de overtreding dient hierbij te worden gedacht aan het uit eigen beweging beëindigen van de overtreding voorafgaand aan de constatering van de overtreding. De overtreder moet hierbij tot het uiterste zijn gegaan om aanspraak te kunnen doen op verminderde verwijtbaarheid. Bij verminderde verwijtbaarheid moet altijd gemotiveerd worden uit welke feiten en omstandigheden dit bleek.
|
||||
Voor de verwijtbaarheid is het van belang om te bekijken of de overtreder pogingen heeft ondernomen om de overtreding te voorkomen, voorafgaand aan de constatering van de overtreding. Ten aanzien van het beëindigen van de overtreding dient hierbij te worden gedacht aan het uit eigen beweging beëindigen van de overtreding voorafgaand aan de constatering van de overtreding. In situaties waarin verwijtbaarheid volledig ontbreekt, bestaat geen grond voor boeteoplegging. Die situatie doet zich in elk geval voor indien de overtreder aannemelijk heeft gemaakt dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was, heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
|
||||
|
||||
Voor de berekening in schema E wordt rekening gehouden met de vraag of de overtreder een natuurlijke persoon betreft, een natuurlijke persoon die een onderneming drijft of een rechtspersoon die een onderneming drijft. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de grootte van die onderneming. Dit zorgt ervoor dat natuurlijke personen en rechtspersonen op evenredige wijze worden geraakt door de boete. De grootte van de onderneming van een natuurlijke persoon en een rechtspersoon wordt vastgesteld aan de hand van het aantal in de onderneming FTE. Dit wordt bepaald door de hoeveelheid werkzame personen van een onderneming, zoals geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, te vermenigvuldigen met 0,65 (afgeleid van het statistisch gemiddelde van het CBS van werkzame personen per FTE volgens CBS).
|
||||
|
||||
Indien het aantal werkzame personen niet uit het handelsregister blijkt, of indien er reden is om aan te nemen dat de registratie in het handelsregister onjuist of niet langer actueel is, wordt een inschatting van het aantal werkzame personen gemaakt op basis van constateringen van de inspecteur tijdens inspectie of gegevens uit het jaarverslag. Het aantal FTE wordt indien nodig afgerond in het voordeel van de betrokkene. Een uitkomst van 0,65 of minder wordt afgerond op 1 FTE.
|
||||
|
||||
Indien binnen vier jaar nadat een boete is opgelegd opnieuw een tweede of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm wordt geconstateerd (recidive), wordt het bedrag bij een nieuwe boete verdubbeld. Deze handelwijze wordt toegepast op iedere volgende overtreding binnen de recidivetermijn tot het maximale in de wet vastgestelde boetebedrag. Onherroepelijkheid van een eerdere boete speelt zodoende geen rol bij de vraag of de boete verdubbeld kan worden wegens recidive. Indien twee of meer voorschriften overtreden zijn, kan de Minister voor overtreding van elk afzonderlijk voorschrift een boete opleggen. In dat geval zal de Minister maximaal drie overtredingen beboeten.
|
||||
Indien binnen vier jaar nadat een overtreding is geconstateerd opnieuw een tweede overtreding van dezelfde wettelijke norm wordt geconstateerd (recidive), wordt het nominale boetebedrag bij een nieuwe bestuurlijke boete verdubbeld. Bij een derde overtreding binnen de recidivetermijn van dezelfde wettelijke norm wordt het nominale boetebedrag verhoogd met factor 3. Bij volgende overtredingen van dezelfde wettelijke norm binnen de recidivetermijn wordt het nominale boetebedrag steeds met een extra factor 1 verhoogd ten opzichte van de eerdere verhogingsfactor, tot het maximale in de wet vastgestelde boetebedrag is bereikt. Onherroepelijkheid van een eerdere boete speelt zodoende geen rol bij de vraag of de boete verhoogd kan worden wegens recidive.
|
||||
|
||||
Het boetebedrag is nu vastgesteld op grond van de beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie VWS 2019.
|
||||
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
||||
## Bijlage . bij de Boetebeleidsregels ministerie VWS 2019:
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue