2007-11-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2007-11-01 12:00:00 +00:00
parent 3f79a490e3
commit 7c336ff283

View file

@ -189,17 +189,7 @@ De artikelen 1, 4, 5 tot en met 25, 27 tot en met 31, 35, 48, 50, 59 tot en met
### Artikel 3
**1.**
De hoofdstukken 9, 10 en 13 zijn niet van toepassing op:
a. plaatselijke ondernemingen, met dien verstande dat hoofdstuk 9 wel van toepassing is op plaatselijke ondernemingen die vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat beleggingsdiensten mogen verlenen; en
b. beleggingsondernemingen die:
1°. op een gereglementeerde markt uitsluitend handelen voor eigen rekening, anders dan door middel van het verrichten van transacties met betrekking tot financiële instrumenten teneinde een markt in financiële instrumenten te onderhouden, voorzover de uitvoering en afwikkeling van de transacties geschieden onder de verantwoordelijkheid van en worden gegarandeerd door een clearinginstelling met zetel in Nederland; en
2°. niet vanuit een bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten beleggingsdiensten in, onderscheidenlijk naar een andere lidstaat mogen verlenen.
**2.** Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die uitsluitend de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet verlenen. In afwijking van artikel 130 verstrekt een beleggingsonderneming als bedoeld in de vorige volzin slechts staten ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het minimum vermogen ingevolge de artikelen 3:53, eerste lid, en 3:54, eerste lid, van de wet. De artikelen 131 tot en met 133 zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 10 is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die uitsluitend een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel a of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet verlenen. In afwijking van artikel 130 verstrekt een beleggingsonderneming als bedoeld in de vorige volzin slechts staten ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het minimum vermogen ingevolge de artikelen 3:53, eerste lid, en 3:54, eerste lid, van de wet. De artikelen 131 tot en met 133 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 4
@ -358,7 +348,16 @@ e. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie.
**3.** De bedrijfsvoering wordt op een inzichtelijke wijze vastgelegd.
**4.** De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt intern onafhankelijk getoetst. De financiële onderneming of bijkantoor voorziet erin dat gesignaleerde tekortkomingen worden opgeheven.
**4.** De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt ten minste jaarlijks op onafhankelijke wijze getoetst. Daartoe beschikt de financiële onderneming of het bijkantoor over een organisatieonderdeel dat deze interne controlefunctie uitoefent. De financiële onderneming of bijkantoor voorziet erin dat gesignaleerde tekortkomingen worden opgeheven.
### Artikel 17a
Het organisatieonderdeel, bedoeld in artikel 17, vierde lid, van een bank als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of 3:23, tweede lid, van de wet die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft als taak:
a. het vaststellen en uitvoeren van een controleplan om de deugdelijkheid en effectiviteit van de systemen, interne controleprocedures en regels van de bank te onderzoeken en te beoordelen;
b. het doen van aanbevelingen op basis van de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in onderdeel a;
c. het controleren of aan deze aanbevelingen gevolg wordt gegeven; en
d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de bank bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank inzake aangelegenheden met betrekking tot de interne controle en de genomen maatregelen in geval van gesignaleerde tekortkomingen.
### Artikel 18
@ -378,12 +377,27 @@ De bedrijfsvoering van een clearinginstelling, kredietinstelling, verzekeraar of
### Artikel 21
Een clearinginstelling, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een onafhankelijke compliancefunctie voor het toezicht op de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
**1.** Een clearinginstelling, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent. Het organisatieonderdeel heeft als taak het controleren van de naleving van wettelijke regels en van interne regels die de financiële onderneming of bijkantoor zelf heeft opgesteld.
**2.**
Het organisatieonderdeel, bedoeld in het eerste lid, van een bank als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, of 3:23, tweede lid, van de wet die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, heeft voorts als taak:
a. het adviseren van de personen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten beleggingsactiviteiten bij de naleving van wettelijke regels en interne regels;
b. het toezien op de deugdelijkheid en effectiviteit van de interne regels en procedures;
c. het beoordelen van de effectiviteit van de procedures die zijn opgesteld en maatregelen die zijn genomen om gesignaleerde onvolkomenheden bij de naleving van wettelijke regels en interne regels op te heffen; en
d. het ten minste jaarlijks rapporteren aan de personen die het dagelijks beleid van de bank bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank inzake aangelegenheden met betrekking tot de naleving van wettelijke regels en interne regels. In de jaarlijkse rapportage wordt met name vermeld of maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde tekortkomingen.
**3.** Het organisatieonderdeel van een bank als bedoeld in het tweede lid beschikt over de nodige autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle noodzakelijke informatie om haar taken onafhankelijk en effectief te kunnen uitoefenen.
### Artikel 22
De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een clearinginstelling, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 17 aan de externe accountant voorziet in een toetsing en beoordeling op hoofdlijnen met betrekking tot de toereikendheid van de organisatie-inrichting en risicobeheersing.
### Artikel 22a
De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten en andere personen die door een dergelijke bank zijn belast met het verrichten van zodanige werkzaamheden beschikken over de nodige vakbekwaamheid en deskundigheid om de hun toevertrouwde verantwoordelijkheden uit te oefenen.
### Paragraaf 4.2. Risicomanagement
### Artikel 23
@ -394,11 +408,11 @@ De opdracht tot onderzoek van de jaarrekening van een clearinginstelling, kredie
**3.** Het beleid wordt vastgelegd in procedures en maatregelen ter beheersing van relevante risicos en geïntegreerd in de bedrijfsprocessen.
**4.** De procedures en maatregelen, bedoeld in het tweede lid, bestaan onder meer uit autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties en zijn afgestemd op de aard, de omvang, het risicoprofiel en de complexiteit van de werkzaamheden van de financiële onderneming of bijkantoor.
**4.** De procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, bestaan onder meer uit autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties en zijn afgestemd op de aard, de omvang, het risicoprofiel en de complexiteit van de werkzaamheden van de financiële onderneming of bijkantoor.
**5.** De procedures en maatregelen, bedoeld in het tweede lid, worden vastgelegd en ter kennis gebracht van alle relevante bedrijfsonderdelen van de financiële onderneming of het bijkantoor.
**5.** De procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, worden vastgelegd en ter kennis gebracht van alle relevante bedrijfsonderdelen van de financiële onderneming of het bijkantoor.
**6.** De financiële onderneming voert op systematische wijze een onafhankelijk risicobeheer uit dat gericht is op het identificeren, meten en evalueren van de risicos waaraan de financiële onderneming of het bijkantoor is of kan worden blootgesteld. Het risicobeheer wordt zowel uitgevoerd ten aanzien van de financiële onderneming of het bijkantoor als geheel als ten aanzien van de onderscheiden bedrijfsonderdelen.
**6.** De financiële onderneming heeft een onafhankelijke risicobeheerfunctie die op systematische wijze een onafhankelijk risicobeheer uitvoert dat gericht is op het identificeren, meten en evalueren van de risicos waaraan de financiële onderneming of het bijkantoor is of kan worden blootgesteld. Het risicobeheer wordt zowel uitgevoerd ten aanzien van de financiële onderneming of het bijkantoor als geheel als ten aanzien van de onderscheiden bedrijfsonderdelen.
### Artikel 23a
@ -440,6 +454,18 @@ Een beleggingsonderneming, clearinginstelling, kredietinstelling, verzekeraar of
**2.** De financiële onderneming ziet er op systematische wijze op toe dat de strategieën en procedures, bedoeld in het eerste lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
### Artikel 24b
**1.**
Het risicobeheer, bedoeld in artikel 23, zesde lid, van een bank die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22 of 3:23, tweede lid, van de wet oefent controle uit op:
a. de deugdelijkheid en effectiviteit van de door de bank of beleggingsonderneming vastgestelde procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid;
b. de mate waarin de bank of beleggingsonderneming en haar medewerkers de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, naleven; en
c. de deugdelijkheid en effectiviteit van de maatregelen die zijn genomen om gesignaleerde tekortkomingen of gebreken op te heffen.
**2.** Het risicobeheer rapporteert ten minste jaarlijks aan personen die het dagelijks beleid van de bank of beleggingsonderneming bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank of beleggingsonderneming. In de jaarlijkse rapportage wordt met name aangegeven of maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde onvolkomenheden.
### Artikel 25
Indien een beleggingsonderneming, clearinginstelling, kredietinstelling, verzekeraar of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, gebruik maakt van intern ontwikkelde modellen, beoordeelt deze die modellen en de gehanteerde veronderstellingen en variabelen op systematische wijze op validiteit, onder meer door voorspellingen van het model te vergelijken met de werkelijke uitkomsten.
@ -732,6 +758,8 @@ b. indien de Nederlandsche Bank binnen twee weken na ontvangst van de kennisgevi
### Artikel 48
**1.**
Het minimumbedrag aan eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet bedraagt:
a. € 5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen bank als bedoeld in onderdeel b is, of voor een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
@ -739,16 +767,29 @@ b. € 2,5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 2:13 van de wet;
c. € 225.000 voor een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van ten minste € 250 miljoen beheert;
d. € 125.000 voor een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of voor een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert;
e. € 300.000 voor een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die geen aparte beheerder heeft;
f. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die, onverminderd de onderdelen g en h van dit artikel, ten minste een van de beleggingsdiensten verleent, bedoeld in onderdeel c, d, e of f van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
g. € 35.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, en die deze beleggingsdienst niet vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
h. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die ten minste een van de volgende beleggingsdiensten verleent:
f. € 35.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die uitsluitend de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, verleent en die deze beleggingsdienst niet vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
g. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
h. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel b, c, d of f, van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
i. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel e van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
j. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel f of g, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
k. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsactiviteit verricht, bedoeld in onderdeel b van de definitie van verrichten van een beleggingsactiviteit in artikel 1:1 van de wet;
l. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
m. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet.
1°. de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, indien de beleggingsonderneming deze beleggingsdienst vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
2°. de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel b van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
3°. de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel g van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, indien de beleggingsonderneming deze beleggingsdienst vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
4°. de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel h van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
i. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
j. € 1 miljoen voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet.
**2.**
Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen andere beleggingsdienst mogen verlenen dan de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, en geen nevendiensten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van nevendienst in artikel 1:1 van de wet verrichten, indien zij beschikken over:
a. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die de aansprakelijkheid dekt van de beleggingsonderneming wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 1.000.000 per schadegeval en ten minste € 1.500.000 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
b. een combinatie van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 50.000 of onderdeel a.
**3.**
Onverminderd het eerste lid, aanhef en onderdeel g of h, beschikken beleggingsondernemingen als bedoeld in het tweede lid, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:80 of 2:86 van de wet is verleend, over:
a. een minimumbedrag aan eigen vermogen van € 25.000;
b. een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening die hun aansprakelijkheid dekt wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van hun beroep en voor gevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, voor een bedrag van ten minste € 500.000 per schadegeval en ten minste € 750.000 per jaar voor alle schadegevallen gezamenlijk; of
c. een combinatie van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening als bedoeld in onderdeel a die resulteert in een dekking die ten minste gelijkwaardig is aan € 25.000 of onderdeel b.
### Artikel 49
@ -983,11 +1024,11 @@ b. niet meer bedraagt dan € 15 miljoen.
De Nederlandsche Bank kan, op verzoek, toestemming verlenen om het solvabiliteitsvereiste te berekenen op grond van het derde lid, aan:
a. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, aanhef en onderdeel f, € 730.000 bedraagt en die uitsluitend voor eigen rekening handelen:
a. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, eerste lid, aanhef en onderdelen i, j of k, € 730.000 bedraagt en die uitsluitend voor eigen rekening handelen:
1°. om orders van cliënten uit te voeren; of
2°. om toegang te verkrijgen tot een clearing- en afwikkelingssysteem dan wel een gereglementeerde markt in de hoedanigheid van gemachtigde of uitvoerder van een order van een cliënt; of
b. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, aanhef en onderdeel f, € 730.000 bedraagt en:
b. beleggingsondernemingen waarvan het minimumbedrag aan eigen vermogen op grond van artikel 48, eerste lid, aanhef en onderdelen i, j of k, € 730.000 bedraagt en:
1°. waarbij cliënten geen gelden of effecten aanhouden;
2°. die uitsluitend voor eigen rekening handelen;
@ -2123,7 +2164,7 @@ c. vier maal per jaar voor de overige in artikel 130, eerste en tweede lid, geno
**3.** De Nederlandsche Bank kan in individuele gevallen besluiten dat een financiële onderneming als bedoeld in artikel 130 periodiek moet melden of haar solvabiliteit of liquiditeit zich boven een door de Nederlandsche Bank vastgestelde signaleringswaarde bevindt. De frequentie van de melding is niet hoger dan een maal per maand en is afgestemd op de aard en de omvang van de financiële onderneming, alsmede op de omvang van de solvabiliteit van de financiële onderneming.
**4.** Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 48, onderdeel f, doet de melding, bedoeld in het derde lid, met redenen omkleed aan de Nederlandsche Bank in elke maand waarin zij niet ingevolge het tweede lid, onderdeel c, staten verstrekt. Zij meldt daarbij in ieder geval wat de waarde van haar toetsingsvermogen is, hoe deze waarde is berekend en hoe deze waarde zich verhoudt tot de waarde van haar toetsingsvermogen zoals vermeld in de laatst verstrekte staten.
**4.** Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel i, j of k, doet de melding, bedoeld in het derde lid, met redenen omkleed aan de Nederlandsche Bank in elke maand waarin zij niet ingevolge het tweede lid, onderdeel c, staten verstrekt. Zij meldt daarbij in ieder geval wat de waarde van haar toetsingsvermogen is, hoe deze waarde is berekend en hoe deze waarde zich verhoudt tot de waarde van haar toetsingsvermogen zoals vermeld in de laatst verstrekte staten.
### Artikel 132