2007-01-01 | BWBR0010475 | Besluit risico’s zware ongevallen 1999

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent cdec6a8178
commit 7f77cddd69

View file

@ -19,8 +19,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. inrichting: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort;
b. gevaarlijke stoffen: stoffen, mengsels of preparaten, genoemd in bijlage I, deel 1, of behorend tot een categorie, genoemd in bijlage I, deel 2, en aanwezig als grondstof, product, bijproduct, residu of tussenprodukt, met inbegrip van stoffen, mengsels of preparaten waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door het onbeheersbaar worden van een industrieel chemisch proces ontstaan;
c. opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van die stoffen en de overbrenging daarvan naar of van een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en de betrokken gevaarlijke stoffen in hun oorspronkelijke verpakking blijven;
d. werkgever: werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
e. werknemer: werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
d. werkgever: werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
e. werknemer: werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
f. zwaar ongeval: gebeurtenis als gevolg van onbeheersbare ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een inrichting, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens binnen of buiten de inrichting of voor het milieu ontstaat en waarbij een of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken;
g. Onze Ministers: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
h. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen voor een inrichting waarop dit besluit van toepassing is;
@ -29,7 +29,8 @@ j. veiligheidsrapport: rapport als bedoeld in artikel 10;
k. bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;
l. installatie: technische eenheid binnen een inrichting waar gevaarlijke stoffen worden vervaardigd, gebruikt, gebezigd, verwerkt of opgeslagen; daartoe wordt mede gerekend alle uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spoorwegemplacementen, laad- en loskades, aanlegsteigers voor de installatie, pieren, depots of soortgelijke, al dan niet drijvende constructies, die nodig zijn voor de werking van de installatie;
m. het ADR: de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171);
n. plaatsgebonden risico: risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn.
n. plaatsgebonden risico: risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn;
o. toezichthouder: de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet.
### Artikel 2
@ -90,7 +91,7 @@ Het bevoegd gezag zendt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na
a. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. de inspecteur;
c. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
c. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
d. gedeputeerde staten van de provincie waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn;
e. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente en
f. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
@ -105,7 +106,7 @@ f. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting gehee
Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid stelt het bevoegd gezag diegenen die de betrokken inrichtingen drijven, in kennis. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van die aanwijzing aan:
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten waarin de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen, en
c. het bestuur van de regionale brandweer of de besturen van de regionale brandweren in wier gebied de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen.
@ -151,7 +152,7 @@ d. een intern noodplan, als bedoeld in artikel 22, is gemaakt.
Het bevoegd gezag neemt zijn beslissing in overeenstemming met:
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente;
c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
@ -159,7 +160,7 @@ c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting gehee
### Artikel 11
**1.** De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de deskundigen, genoemd in artikel 13 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, en de deskundigen of arbodiensten, genoemd in de artikelen 14 en 14a van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, desgewenst kennis kunnen nemen van het veiligheidsrapport en de wijziging daarvan, voorzover het betreft de onderdelen a, c, d, e, onder 1°, f, h tot en met l, n, p en q van bijlage III, onder 1, voorzover die onderdelen verband houden met de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de in het bedrijf of de inrichting of een deel daarvan werkzame werknemers.
**1.** De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de deskundigen, genoemd in artikel 13 van de Arbeidsomstandighedenwet, en de deskundigen of arbodiensten, genoemd in de artikelen 14 en 14a van de Arbeidsomstandighedenwet, desgewenst kennis kunnen nemen van het veiligheidsrapport en de wijziging daarvan, voorzover het betreft de onderdelen a, c, d, e, onder 1°, f, h tot en met l, n, p en q van bijlage III, onder 1, voorzover die onderdelen verband houden met de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de in het bedrijf of de inrichting of een deel daarvan werkzame werknemers.
**2.** De werkgever voert over de onderdelen van het veiligheidsrapport, genoemd in het eerste lid, en de wijziging daarvan, voorafgaand aan de toezending aan het bevoegd gezag, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg met de belanghebbende werknemers.
@ -199,7 +200,7 @@ De artikelen 15, 16 en 18 zijn niet van toepassing op de onderdelen van een veil
Het bevoegd gezag zendt uiterlijk binnen twee weken het veiligheidsrapport of de gewijzigde gedeelten daarvan, of, indien toepassing is gegeven aan artikel 16, vierde lid, de aanvullingen op het rapport, en elk verzoek krachtens artikel 14, tweede lid, aan:
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente;
c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
@ -207,13 +208,13 @@ c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting gehee
### Artikel 16
**1.** De in artikel 15, derde lid, genoemde bestuursorganen en de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, beoordelen het veiligheidsrapport en stellen door tussenkomst van het bevoegd gezag degene die de inrichting drijft, binnen zes maanden na de ontvangst van het veiligheidsrapport schriftelijk in kennis van hun conclusies naar aanleiding van het veiligheidsrapport.
**1.** De in artikel 15, derde lid, genoemde bestuursorganen en de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, beoordelen het veiligheidsrapport en stellen door tussenkomst van het bevoegd gezag degene die de inrichting drijft, binnen zes maanden na de ontvangst van het veiligheidsrapport schriftelijk in kennis van hun conclusies naar aanleiding van het veiligheidsrapport.
**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn kan eenmaal met ten hoogste drie maanden worden verlengd. Van deze verlenging wordt door tussenkomst van het bevoegd gezag mededeling gedaan aan degene die de inrichting drijft.
**3.** De in het eerste lid bedoelde beoordeling vindt plaats nadat onderzocht is of het veiligheidsrapport voldoet aan artikel 10, eerste lid, aan bijlage III en aan het gestelde krachtens artikel 10, tweede lid.
**4.** Indien een van de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen of de daar bedoelde ambtenaar van oordeel is dat het veiligheidsrapport onvolledig is, verzoekt dat bestuursorgaan of die ambtenaar, door tussenkomst van het bevoegd gezag, binnen acht weken na de ontvangst van het veiligheidsrapport om aanvullende inlichtingen te verstrekken binnen een bij het verzoek te stellen termijn van ten hoogste zes weken. De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden wordt opgeschort met ingang van de dag dat het in de eerste volzin bedoelde verzoek is gedaan tot de dag waarop de aanvullende inlichtingen zijn verstrekt of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Het bevoegd gezag stelt de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen en de daar bedoelde ambtenaar van het verzoek in kennis.
**4.** Indien een van de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen of de daar bedoelde toezichthouder van oordeel is dat het veiligheidsrapport onvolledig is, verzoekt dat bestuursorgaan of die toezichthouder, door tussenkomst van het bevoegd gezag, binnen acht weken na de ontvangst van het veiligheidsrapport om aanvullende inlichtingen te verstrekken binnen een bij het verzoek te stellen termijn van ten hoogste zes weken. De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden wordt opgeschort met ingang van de dag dat het in de eerste volzin bedoelde verzoek is gedaan tot de dag waarop de aanvullende inlichtingen zijn verstrekt of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Het bevoegd gezag stelt de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen en de daar bedoelde toezichthouder van het verzoek in kennis.
**5.** Degene aan wie een verzoek als bedoeld in het vierde lid is gedaan, is verplicht daaraan binnen de bij dat verzoek gestelde termijn te voldoen.
@ -232,7 +233,7 @@ Uiterlijk twee weken nadat het bevoegd gezag de conclusies, bedoeld in artikel 1
a. terinzagelegging;
b. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
**2.** De mededeling strekt mede ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 10c, eerste lid, van de Wet rampen en zware ongevallen rust op het college van burgemeester en wethouders en ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 7 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 rust op de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van die wet.
**2.** De mededeling strekt mede ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 10c, eerste lid, van de Wet rampen en zware ongevallen rust op het college van burgemeester en wethouders en ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 7 van de Arbeidsomstandighedenwet rust op de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder.
**3.** Gedurende vier weken vanaf de dag waarop het veiligheidsrapport ter inzage is gelegd, kunnen de stukken worden ingezien op een tijd en plaats die bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is vermeld.
@ -275,25 +276,27 @@ Als gegevens als bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, laatste volzin, van de Wet
**3.** Het intern noodplan en de wijziging daarvan worden, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, opgesteld met raadpleging van de belanghebbende werknemers. Over het intern noodplan en de wijziging daarvan worden tevens de werknemers geraadpleegd van andere werkgevers die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in de inrichting werkzaam zijn.
**4.** De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de bedrijfshulpverleners en de hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, de deskundigen, genoemd in artikel 13 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, de deskundigen of arbodiensten, genoemd in de artikelen 14 en 14a van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, en de werknemers van andere werkgevers, die mede in de inrichting werkzaam zijn, desgewenst kennis kunnen nemen van het intern noodplan.
**4.** De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de bedrijfshulpverleners en de hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet, de deskundigen, genoemd in artikel 13 van de Arbeidsomstandighedenwet, de deskundigen of arbodiensten, genoemd in de artikelen 14 en 14a van de Arbeidsomstandighedenwet, en de werknemers van andere werkgevers, die mede in de inrichting werkzaam zijn, desgewenst kennis kunnen nemen van het intern noodplan.
**5.**
Het intern noodplan wordt vastgesteld:
a. voor inrichtingen die na de inwerkingtreding van dit besluit worden opgericht: voor de inbedrijfstelling er van;
b. voor inrichtingen die voor de inwerkingtreding van dit besluit niet verplicht waren tot opstelling van een rapport inzake de externe veiligheid op grond van de Wet milieubeheer of een arbeidsveiligheidsrapport op grond van de Arbeidsomstandighedenwet 1998: binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit;
b. voor inrichtingen die voor de inwerkingtreding van dit besluit niet verplicht waren tot opstelling van een rapport inzake de externe veiligheid op grond van de Wet milieubeheer of een arbeidsveiligheidsrapport op grond van de Arbeidsomstandighedenwet: binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit;
c. voor andere inrichtingen: binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
### Paragraaf 4. Verdere bepalingen, overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 23
Een inrichting of een onderdeel daarvan mag niet in werking worden gebracht of gehouden, indien degene die de inrichting drijft duidelijk onvoldoende maatregelen heeft getroffen ter voorkoming van zware ongevallen of ter beperking van de gevolgen daarvan, voor zover het betreft de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de in het bedrijf, de inrichting onderscheidenlijk het betrokken onderdeel daarvan werkzame werknemers.
**1.** Een inrichting of een onderdeel daarvan mag niet in werking worden gebracht of gehouden, indien degene die de inrichting drijft duidelijk onvoldoende maatregelen heeft getroffen ter voorkoming van zware ongevallen of ter beperking van de gevolgen daarvan, voor zover het betreft de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de in het bedrijf, de inrichting onderscheidenlijk het betrokken onderdeel daarvan werkzame werknemers.
**2.** Ter zake van de naleving van het eerste lid kan bestuursdwang worden toegepast.
### Artikel 24
**1.** Het bevoegd gezag stelt op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, en 26, eerste lid, in overeenstemming met de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, en burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een zodanig inspectieprogramma vast dat daarmee een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd.
**1.** Het bevoegd gezag stelt op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, en 26, eerste lid, in overeenstemming met de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, en burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een zodanig inspectieprogramma vast dat daarmee een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd.
**2.**
@ -303,7 +306,7 @@ a. degene die de inrichting drijft kan aantonen dat hij passende maatregelen hee
b. degene die de inrichting drijft kan aantonen dat hij in passende middelen heeft voorzien om de gevolgen van zware ongevallen op en buiten het bedrijfsterrein te beperken;
c. de verstrekte gegevens en informatie de situatie in de inrichting trouw weergeven.
**3.** Na iedere inspectie als bedoeld in het tweede lid stelt het bestuursorgaan dat, of de aangewezen ambtenaar die de inspectie heeft uitgevoerd een rapport op dan wel, indien de inspectie door meer dan één bestuursorgaan, al dan niet tezamen met de aangewezen ambtenaar, is uitgevoerd, stellen deze een gezamenlijk rapport op. Een exemplaar van het rapport wordt gezonden aan degene die de inrichting drijft. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, wordt dit binnen een redelijke termijn na de inspectie met degene die de inrichting drijft, besproken.
**3.** Na iedere inspectie als bedoeld in het tweede lid stelt het bestuursorgaan dat, of de aangewezen toezichthouder die de inspectie heeft uitgevoerd een rapport op dan wel, indien de inspectie door meer dan één bestuursorgaan, al dan niet tezamen met de aangewezen toezichthouder, is uitgevoerd, stellen deze een gezamenlijk rapport op. Een exemplaar van het rapport wordt gezonden aan degene die de inrichting drijft. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, wordt dit binnen een redelijke termijn na de inspectie met degene die de inrichting drijft, besproken.
**4.** Binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit stelt het bevoegd gezag voor de eerste maal een inspectieprogramma vast als bedoeld in het eerste lid.
@ -317,7 +320,7 @@ c. de verstrekte gegevens en informatie de situatie in de inrichting trouw weerg
**1.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 10a, derde lid, van de Wet rampen en zware ongevallen in de artikelen 13, eerste lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, en 21, eerste lid, bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten.
**2.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandigenhedenwet 1998 in de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 9, 11, 13, tweede en derde lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, 17, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met vierde lid, 23, 26, eerste lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, en het krachtens artikel 29 bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1, onder 3° van de Wet op de economische delicten.
**2.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandigenhedenwet in de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 9, 11, 13, tweede en derde lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, 17, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met vierde lid, 23, 26, eerste lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, en het krachtens artikel 29 bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1, onder 3° van de Wet op de economische delicten.
### Artikel 26
@ -370,16 +373,16 @@ h. de met de onmiddellijke omgeving van de inrichting samenhangende omstandighed
Indien op degene die een inrichting drijft het tweede lid van toepassing is en deze op enig tijdstip in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de dag van de indiening van het veiligheidsrapport heeft zorggedragen voor:
a. opstelling of wijziging van een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, zoals dat op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit luidde, en voor verzending ervan aan de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, of
a. opstelling of wijziging van een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, zoals dat op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit luidde, en voor verzending ervan aan de daartoe aangewezen toezichthouder, of
b. de indiening van een rapport inzake de externe veiligheid als bedoeld in artikel 4 van het in het tweede lid genoemde besluit,
is artikel 14, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing voor zover de in het arbeidsveiligheidsrapport onderscheidenlijk de in het rapport inzake de externe veiligheid opgenomen gegevens en beschrijvingen voldoen aan hetgeen bij en krachtens dit besluit is bepaald omtrent de inhoud van het veiligheidsrapport.
**4.** Indien bij de verzending van het veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag met toepassing van het derde lid is verwezen naar een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet of naar een rapport inzake de externe veiligheid als bedoeld in artikel 4 van het in het tweede lid genoemde besluit, worden de in die rapporten vervatte gegevens waarnaar is verwezen ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in artikel 14, eerste lid, geëvalueerd en wordt een bijgewerkt veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag gezonden binnen vijf jaar nadat de gegevens waarnaar verwijzing heeft plaatsgevonden werden verzonden aan de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 onderscheidenlijk binnen vijf jaar nadat die gegevens werden verzonden aan het bevoegd gezag.
**4.** Indien bij de verzending van het veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag met toepassing van het derde lid is verwezen naar een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet of naar een rapport inzake de externe veiligheid als bedoeld in artikel 4 van het in het tweede lid genoemde besluit, worden de in die rapporten vervatte gegevens waarnaar is verwezen ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in artikel 14, eerste lid, geëvalueerd en wordt een bijgewerkt veiligheidsrapport aan het bevoegd gezag gezonden binnen vijf jaar nadat de gegevens waarnaar verwijzing heeft plaatsgevonden werden verzonden aan de daartoe aangewezen toezichthouder onderscheidenlijk binnen vijf jaar nadat die gegevens werden verzonden aan het bevoegd gezag.
### Artikel 29
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die diegene die een inrichting drijft na een zwaar ongeval verstrekt aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en met betrekking tot het toezicht door die ambtenaar.
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die diegene die een inrichting drijft na een zwaar ongeval verstrekt aan de aangewezen toezichthouder en met betrekking tot het door hem uit te oefenen toezicht.
### Artikel 30