2008-01-01 | BWBR0013042 | Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent 6df95eb1e7
commit 802d6fc5bf

View file

@ -39,7 +39,7 @@ b. bedrijven of instellingen met 5 tot en met 9 werknemers betalen 20 procent;
c. bedrijven of instellingen met 10 tot en met 39 werknemers betalen 30 procent;
d. bedrijven of instellingen met 40 tot en met 99 werknemers betalen 50 procent;
e. bedrijven of instellingen met 100 tot en met 249 werknemers betalen 60 procent;
f. bedrijven of instellingen met 249 tot en met 499 werknemers betalen 80 procent.
f. bedrijven of instellingen met 250 tot en met 499 werknemers betalen 80 procent.
Een al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerd normbedrag is het uitgangsbedrag voor eventuele verdere boeteberekening. Voor beboetbare feiten begaan door anderen dan de werkgever, bedoeld in artikel 16, achtste lid, van de Arbowet, te weten de opdrachtgever, de ontwerpende partij en de uitvoerende partij, bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, vindt geen correctie op het aantal werknemers plaats, maar zijn de in bijlage 1 genoemde normbedragen uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete.
@ -467,7 +467,7 @@ Adequaat onderzoek als bedoeld in artikel 3.5g, eerste lid, van het Arbeidsomsta
a. bepaling van het zuurstofgehalte als de kans op verstikking of van een met zuurstof verrijkte atmosfeer bestaat;
b. bepaling van de samenstelling van het mengsel dat een risico vormt ten aanzien van brand;
c. bepaling van de concentraties van aanwezige stoffen wanneer de kans op vergiftiging of bedwelming bestaat en vergelijking van de gemeten waarden met wettelijke of bestuurlijke grenswaarden voor deze stoffen zoals gepubliceerd in de "Nationale MAC-lijst".
c. bepalingen van de concentraties van aanwezige stoffen wanneer de kans op vergiftiging of bedwelming bestaat en vergelijking van de gemeten waarden met wettelijke grenswaarden.
**2.** Gedurende de werkzaamheden worden frequente herhalingsmetingen uitgevoerd van de aanwezige stoffen en zuurstof indien de kans op brand, vergiftiging, verstikking of bedwelming in de ruimte of nabij de toegang van de ruimte tijdens de werkzaamheden blijft bestaan of vergroot wordt.
@ -478,16 +478,16 @@ c. bepaling van de concentraties van aanwezige stoffen wanneer de kans op vergif
Maatregelen gericht op het veilig kunnen betreden en kunnen verlaten van een ruimte als bedoeld in artikel 3.5g, tweede en vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit worden als doeltreffend aangemerkt indien daarbij rekening is gehouden met de uitkomsten van het onderzoek bedoeld in artikel 3.5g, eerste lid, en de volgende punten daarbij worden in acht genomen.
1. Alvorens iemand de ruimte betreedt wordt ervoor gezorgd dat de luchtverversing adequaat is zodat het ontstaan van het gevaar, bedoeld in artikel 3.5g, eerste lid, in de ruimte wordt voorkomen. Wanneer er kans is op een explosieve atmosfeer wordt voor de luchtverversing explosieveilige apparatuur toegepast. Wanneer het gevaar, bedoeld in artikel 3.5g, eerste lid, in de ruimte niet kan worden voorkomen wordt bij betreding gebruik gemaakt van onafhankelijke ademhalingsbeschermingsmiddelen waarvan de luchttoevoer onafhankelijk is van de atmosfeer in de ruimte.
2. Om te voorkomen dat een dergelijke ruimte door onbevoegden wordt betreden zijn de toegangen tot die ruimte voorzien van het waarschuwingsbord "Gevaar", zoals beschreven in bijlage XIA bij de Arbeidsomstandighedenregeling, met daaronder duidelijk zichtbaar de tekst "Niet betreden besloten ruimte".
2. Om te voorkomen dat een dergelijke ruimte door onbevoegden wordt betreden zijn de toegangen tot die ruimte voorzien van het waarschuwingsbord "Gevaar", zoals beschreven in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling, met daaronder duidelijk zichtbaar de tekst "Niet betreden besloten ruimte".
3. Wanneer uit het onderzoek vooraf blijkt dat de werkzaamheden kunnen aanvangen, worden de werkzaamheden zo ingericht dat door toepassing van luchtverversing het ontstaan van een gevaarlijke atmosfeer tijdens de werkzaamheden zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Alle leidingen die op de besloten ruimte zijn aangesloten, zijn afgeblind door middel van goed zichtbare blind- of steekflenzen of zodanig losgekoppeld, dat geen gassen of vloeistoffen vanuit de leidingen in de ruimte kunnen komen
4. Bij het werken in bedoelde ruimte is een persoon buiten de ruimte aanwezig die meteen kan optreden wanneer de gevaren zich daadwerkelijk voordoen
5. Wanneer er sprake is van gevaar voor brand en/of explosie worden vonkvrije gereedschappen gebruikt en arbeidsmiddelen toegepast die voldoen aan de eisen neergelegd in het op de Warenwet gebaseerde Warenwetbesluit explosieveilig materieel. Werk waarbij vonken of hete oppervlakken kunnen ontstaan wordt alleen uitgevoerd wanneer de concentratie van de brandbare stoffen in de atmosfeer ter plekke lager is dan 10 volumeprocent van de LEL (lower explosion limit) van de betreffende stof(fen).
5. Wanneer er sprake is van gevaar voor brand worden vonkvrije gereedschappen gebruikt en arbeidsmiddelen toegepast die voldoen aan de eisen neergelegd in het op de Warenwet gebaseerde Warenwetbesluit explosieveilig materieel. Werk waarbij vonken of hete oppervlakken kunnen ontstaan wordt alleen uitgevoerd wanneer de concentratie van de brandbare stoffen in de atmosfeer ter plekke lager is dan 10 volumeprocent van de LEL (lower explosion limit) van de betreffende stof(fen).
6. Indien er gevaar bestaat voor het vlam vatten van stoffen of voorwerpen die tot ontbranding kunnen overgaan worden de plaatsen binnen de bedoelde ruimte waar met open vuur wordt gewerkt eerst zorgvuldig van deze stoffen of voorwerpen ontdaan en worden de werkzaamheden met open vuur alleen verricht als adequate brandblusmiddelen van voldoende capaciteit aanwezig zijn.
7. De werkgever beschikt over een noodprocedure in het kader van de bedrijfshulpverlening als bedoeld in artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet voor het geval zich in bedoelde ruimten de in artikel 3.5g, eerste lid, genoemde gevaren daadwerkelijk voordoen. In deze procedure worden noodmaatregelen, verantwoordelijkheden en taken vastgelegd.
Als een onderdeel van deze procedure geldt in ieder geval dat bij het werken in bedoelde ruimte altijd een persoon buiten de ruimte aanwezig is die ter plekke toezicht houdt en meteen kan optreden wanneer de gevaren zich voordoen.
8. Personen die bedoelde ruimte betreden dragen een reddingsgordel. Deze gordel is voorzien van een voldoende lange en sterke reddingslijn die bestendig is tegen de stoffen die in de besloten ruimte aanwezig zijn. Deze lijn wordt in de nabijheid van de toegang van de ruimte deugdelijk vastgezet.
9. In afwijking van het in punt 8 gestelde geldt voor moeilijk toegankelijke of kleine besloten ruimten dat, wanneer de beoordeling in het kader van de inventarisatie en evaluatie van risico's bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998, daartoe leidt, andere hulpmiddelen toegepast danwel andere maatregelen getroffen kunnen worden om de veiligheid van de persoon die de besloten ruimte betreedt te verzekeren.
9. In afwijking van het in punt 8 gestelde geldt voor moeilijk toegankelijke of kleine besloten ruimten dat, wanneer de beoordeling in het kader van de inventarisatie en evaluatie van risico's bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet, daartoe leidt, andere hulpmiddelen toegepast danwel andere maatregelen getroffen kunnen worden om de veiligheid van de persoon die de besloten ruimte betreedt te verzekeren.
### Artikel 3.6
@ -610,7 +610,7 @@ b. In aanvulling op de onder a genoemde wastafel, is in de kapsalon minimaal é
**1.** Maatregelen als bedoeld in artikel 4.1c, eerste lid, en artikel 4.4, eerste tot en met vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn in elk geval niet doeltreffend als de concentraties van stoffen in de ademzone van werknemers de voor die stoffen vastgestelde grenswaarden overschrijden.
**2.** Maatregelen als bedoeld in artikel 4.1c, eerste lid, en artikel 4.4, eerste tot en met vierde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn niet doeltreffend als huidcontact aanwezig is of mogelijk blijkt met stoffen waarvoor een huidnotatie is vastgesteld, zoals opgenomen in de lijst van wettelijke grenswaarden in bijlage XII bij de Arbeidsomstandighedenregeling. In dergelijke situaties worden doelmatige persoonlijke huidbeschermingsmiddelen gedragen, als bedoeld in artikel 4.9, achtste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
**2.** Maatregelen als bedoeld in artikel 4.1c, eerste lid, en artikel 4.4, eerste tot en met vierde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn niet doeltreffend als huidcontact aanwezig is of mogelijk blijkt met stoffen waarvoor een huidnotatie is vastgesteld, zoals opgenomen in de lijst van wettelijke grenswaarden in bijlage XIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling. In dergelijke situaties worden doelmatige persoonlijke huidbeschermingsmiddelen gedragen, als bedoeld in artikel 4.9, achtste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
**3.**
@ -800,7 +800,7 @@ d. in of met verontreinigde grond waarin of waarop asbest aanwezig is, het volge
Bij het ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen ais bedoeld in artikel 4.3, vierde lid, en artikel 4.4, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, ter bescherming van werknemers tegen mhalatoire blootstelling aan stoffen wordt het volgende in acht genomen.
1. Om te beoordelen of een persoonlijke beschermingsmiddel als bedoeld in artikel 4.9 achtste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit geschikt is om de inhalatoire blootstelling aan stoffen tot een voldoende laag niveau te beperken, wordt voor de vaststelling van de blootstellingsreductie bij gebruik van een middel uitgegaan van de door de leverancier opgegeven nominale protectiefactor (NPF) in relatie tot arbeidsbelasting en belastbaarheid van de betrokken werknemers.
1. Om te beoordelen of een persoonlijke beschermingsmiddel als bedoeld in artikel 4.4, vijfde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit geschikt is om de inhalatoire blootstelling aan stoffen tot een voldoende laag niveau te beperken, wordt voor de vaststelling van de blootstellingsreductie bij gebruik van een middel uitgegaan van de door de leverancier opgegeven nominale protectiefactor (NPF) in relatie tot arbeidsbelasting en belastbaarheid van de betrokken werknemers.
2. Een ademhalingsbeschermingsmiddel met een systeem dat de omgevingslucht filtert is met geschikt indien de gas- of dampconcentratie van de te filteren stof in de omgevingslucht hoger is dan 1 volumeprocent.
3. Bij blootstelling aan inert zwevend stof met een grenswaarde van 10 milligram per kubieke meter lucht wordt een P1SL filtertype die voldoet aan de norm NEN-EN 143 2000 "Ademhalingsbeschermingsmiddelen. Deeltjesfilters Eisen beproeving merking", toegepast of een filter met vergelijkbare NPF ingeval van blootstelling aan dampen of gassen.
4. Bij blootstelling aan stoffen met een grenswaarde tussen 0,1 en 10 milligram per kubieke meter lucht wordt minimaal een P2SL filtertype die voldoet aan voornoemde norm NEN-EN 143, toegepast of een filter met vergelijkbare NPF ingeval van blootstelling aan dampen of gassen.
@ -1048,7 +1048,7 @@ c. R36: "Irriterend voor de ogen"
d. R41: "Gevaar voor ernstig oogletsel"
e. S39: "Een beschermingsmiddel voor de ogen/voor het gezicht dragen"
In dergelijke situaties worden doelmatige persoonlijke oog- of gezichtsbeschermingsmiddelen gedragen, als bedoeld in artikel 4.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
In dergelijke situaties worden doelmatige persoonlijke oog- of gezichtsbeschermingsmiddelen gedragen, als bedoeld in artikel 4.18, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
### Artikel 4.18 -2
@ -1100,7 +1100,7 @@ Aan het gestelde in artikel 4.19, onder a van het Arbeidsomstandighedenbesluit w
a. de gevaren van desbetreffende kankerverwekkende en mutagene stoffen en de werkzaamheden ermee;
b. het veilig omgaan met deze stoffen;
c. hoe blootstelling zoveel mogelijk kan worden voorkomen;
d. hoe bij calamiteiten dient te worden gehandeld, een en ander conform de in artikel 4.6a van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde procedure;
d. hoe bij calamiteiten dient te worden gehandeld, een en ander conform de in artikel 4.7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde procedure;
e. het voorkomen op de lijst van blootgestelde werknemers en het recht op inzage;
f. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek. De voorlichting en instructie worden tenminste een keer per jaar herhaald.
@ -1122,9 +1122,9 @@ c. ten behoeve van het vervoer over het water, het vaartuig is voorzien van een
**2.** De afsluiting van de laadruimte, bedoeld in het eerste lid, is zodanig robuust, dat ingeval van calamiteiten geen lading verloren gaat.
**3.** De concentratie hechtgebonden asbest in grond, bagger, puin, puingranulaat, water of asbestof crocidoliethoudende afvalstoffen of materialen, is lager dan 10 gram per kilogram droge stof.
**3.** De concentratie hechtgebonden asbest in grond, bagger, puin, puingranulaat, water of asbesthoudende afvalstoffen of materialen, is lager dan 10 gram per kilogram droge stof.
**4.** De concentratie niet-hechtgebonden asbest in grond, bagger, puin, puingranulaat, water of asbestof crocidoliethoudende afvalstoffen of materialen, is lager dan 1 gram per kilogram droge stof.
**4.** De concentratie niet-hechtgebonden asbest in grond, bagger, puin, puingranulaat, water of asbesthoudende afvalstoffen of materialen, is lager dan 1 gram per kilogram droge stof.
**5.** Het gehalte hechtgebonden en niethechtgebonden asbest in grond en in andere vergelijkbare materialen wordt bepaald volgens norm-NEN 5707, uitgave 2001. Het gehalte hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest in puin, puingranulaat en in andere vergelijkbare steenachtige materialen, wordt bepaald volgens norm NEN 5897, uitgave 2005 of norm NEN 5896, uitgave 2003.
@ -1227,7 +1227,7 @@ e. een juiste en veilige werking van de installatie conform de processpecificati
**2.**
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn opgenomen in een legionella-beheersplan, dat onderdeel vormt van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, en dat naast deze maatregelen in ieder geval bevat:
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn opgenomen in een legionella-beheersplan, dat onderdeel vormt van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, en dat naast deze maatregelen in ieder geval bevat:
a. een tekening of schema met de actuele indeling van de installatie of het systeem, inclusief de onderdelen die tijdelijk buiten gebruik zijn;
b. een beschrijving van de juiste en veilige werking van het systeem;
@ -1302,7 +1302,7 @@ b. Bij blootstelling aan stoffen waarvan bekend is dat de afzonderlijke componen
**2.** Het ter beschikking stellen van persoonlijke ademhalingsbeschermingsmiddelen ingeval van voorzienbare overschrijding van de in het eerste lid bedoelde waarde is geen doeltreffende maatregel als bedoeld in artikel 4.113 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
**3.** Maatregelen als bedoeld in artikel 4.113 van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn met doeltreffend als huidcontact aanwezig is of mogelijk blijkt met stoffen waarvoor een huidnotatie is vastgesteld, zoals opgenomen in de lijst van wettelijke grenswaarden in bijlage XIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling, dan wel door de werkgever bij uitvoering van de artikelen 4.3 en 4.16 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. In dergelijke situaties worden doelmatige persoonlijke huidbeschermingsmiddelen gedragen.
**3.** Maatregelen als bedoeld in artikel 4.113 van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn niet doeltreffend als huidcontact aanwezig is of mogelijk blijkt met stoffen waarvoor een huidnotatie is vastgesteld, zoals opgenomen in de lijst van wettelijke grenswaarden in bijlage XIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling, dan wel door de werkgever bij uitvoering van de artikelen 4.3 en 4.16 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. In dergelijke situaties worden doelmatige persoonlijke huidbeschermingsmiddelen gedragen.
**4.**
@ -1618,7 +1618,7 @@ c. medische aspecten die een beletsel kunnen vormen voor het gebruik van bepaald
De werkgever zorgt ervoor dat de aangeboden gehoorbeschermers geschikt zijn voor de drager door de gebruikers een keuze te bieden uit verschillende typen gehoorbeschermers die voldoende demping bieden voor de situatie waarin de gehoorbeschermers worden gebruikt. Hierbij ziet de werkgever erop toe dat de dagelijkse blootstelling in de gehoorgang niet hoger is dan 80 dB(A) (en het piekniveau niet hoger is dan 112 Pa of 135 dB(C)) of, als dit technisch niet mogelijk is, in ieder geval niet hoger dan 87 dB(A) (en het piekniveau niet hoger dan 200 Pa of 140 dB(C)).
De selectie gebeurt aan de hand van de norm NEN-EN 458:1994 Gehoorbeschermers Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud. Praktijkrichtlijn.
De selectie gebeurt aan de hand van de norm NEN-EN 458:2004 Gehoorbeschermers Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud. Praktijkrichtlijn.
### Artikel 6.9
@ -1649,7 +1649,7 @@ n. Voorlichting en onderricht.
In bijlage 15 bij deze beleidsregels wordt voor een aantal onderwerpen een mogelijk nadere uitwerking gegeven.
**3.** De caisson, inclusief de werkkamer, schutsluizen en compressiekamer, genoemd in het tweede lid, onder c en d, is een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 waarop de bepalingen uit hoofdstuk 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing zijn.
**3.** De caisson, inclusief de werkkamer, schutsluizen en compressiekamer, genoemd in het tweede lid, onder c en d, is een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder g, van de Arbeidsomstandighedenwet waarop de bepalingen uit hoofdstuk 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing zijn.
**4.**
@ -1883,7 +1883,7 @@ Aan het gestelde in artikel 7.3, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbeslui
### Artikel 7.3 -6
Een werkbak bedoeld in artikel 7.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voldoet aan artikel 7.3, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
Een werkbak als bedoeld in artikel 7.23d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voldoet aan artikel 7.3, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
1. Voor werkbakken hangende aan een hijskraan:
@ -1901,7 +1901,7 @@ c. De veiligheidscoëfficient tegen kantelen van het hefwerktuig bedraagt tenmin
### Artikel 7.3 -7
Hijs- en hefwerktuigen, die in combinatie met een werkbak als bedoeld in artikel 7.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit worden gebruikt voldoen aan artikel 7.3, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
Hijs- en hefwerktuigen, die in combinatie met eenwerkbak als bedoeld in artikel 7.23d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit worden gebruikt voldoen aan artikel 7.3, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
a. ten aanzien van hijskranen:
@ -1940,17 +1940,9 @@ k. NEN 3508:1988 "Staalkabels, schijven en trommels voor hijs- en transport-doel
Aan artikel 7.4, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt voor wat betreft hijs- en hefgereedschap voldaan als:
1. de volgende NEN-normen in acht zijn genomen:
a. NEN-EN 1492-1:2000, Hijsbanden Veiligheid Deel 1: Vlakke geweven hijsbanden, gemaakt van kunststofvezels, voor algemeen gebruik.
b. NEN-EN 1492-2:2000, Hijsbanden Veiligheid Deel 2. Ronde hijsbanden, gemaakt van kunststofvezels, voor algemeen gebruik.
c. NEN 3359:1986 "Kettingwerk van staal voor hijs- en transportdoeleinden. Eisen voor het vervaardigen, beproeven, controleren en certificeren",
d. NEN 3360:1986 "Niet-gekalibreerde kortschalmige stalen kettingen voor hijs- en transport-doeleinden. Eisen en beproevingsmethoden",
d. NEN 3508:1988 "Staalkabels, schijven en trommels voor hijs- en transportdoeleinden. Aanwijzingen voor keuze en ontwerp",
f. NEN 3575:1981 "Staalkabels Kabel Karakteristieken en leveringsvoorwaarden",
2. knopen of boutklemmen niet worden toegepast bij de constructie van stroppen en lengen;
3. hijsjukken met verstelbare hijspunten in hun verschillende standen worden geborgd;
4. de instelling van het vacuüm van vacuumhefgereedschap niet door een eenvoudige ingreep of op een andere ongewilde wijze veranderd kan worden. De grootte van het vacuüm moet tijdens bedrijf zichtbaar zijn voor de bedieningsman.
1. knopen of boutklemmen niet worden toegepast bij de constructie van stroppen en lengen;
2. hijsjukken met verstelbare hijspunten in hun verschillende standen worden geborgd;
3. de instelling van het vacuüm van vacuumhefgereedschap niet door een eenvoudige ingreep of op een andere ongewilde wijze veranderd kan worden. De grootte van het vacuüm moet tijdens bedrijf zichtbaar zijn voor de bedieningsman.
### Artikel 7.4 -3
@ -1960,26 +1952,7 @@ Vierwielige trekkers met een massa groter dan 800 kg zijn ter voldoening aan art
In geval zij zijn voorzien van een open veiligheidsframe of -beugel zijn zij tevens uitgerust met veiligheidsgordels voor de zitplaatsen van bestuurder en meerijder(s);
**2.**
De doelmatigheid van een veiligheidscabine, -frame of -beugel kan worden aangetoond, indien:
a. de sterkte, de inrichting en de bevestiging op de trekker met goed gevolg is beproefd volgens de OECD-normen "OECD Standaard codes voor het officieel beproeven van landbouw en bosbouwtrekkers. Codes 1 tot en met 8", 1995 en
b. ten aanzien daarvan:
1°. een EEG-goedkeuringsmerk is toegekend ingevolge de richtlijnen betreffende kantel-beveiligingsinnchtingen op landbouw of bosbouwtrekkers op wielen 77/536 EEG(PbEG L 220), laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 89/680 EEG (PbEG L 398) en 79/622 EEG (PbEG L 179), laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 88/413 (PbEO L 200) of
2°. een certificaat of merk van goedkeuring werd afgegeven ingevolge de Warenwet.
**3.**
Aan de doelmatigheid wordt tevens voldaan door beveiligingsmiddelen van het type:
a. uitgevoerd volgens tekening van de Arbeidsinspectie nr 15653 ("Beugel voor kuilhooprijden"), registratienummer van de Arbeidsinspectie 001; of
b. fabrikaat Sirocco B.V. systeem "Binger Seilzug", registratienummer van de Arbeidsinspectie 002;l of
c. fabrikaat Georg Fritzmeier KG, veiligheidsframe 66, veiligheidsbeugel 77, 77H, 77K, 87 en 88, registratienummer van de Arbeidsinspectie 003; of
d. fabrikaat Firma Adoif Sebald Maschinenbau, systeem "Sebald-Sicherheitsbugel zur Nachrustung", registratienummer van de Arbeidsinspectie 004.
**4.** Ter voldoening aan het gestelde in artikel 7.4, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn de in het eerste lid van deze beleidsregel bedoelde trekkers uitgerust met een laag aankoppelpunt om het gevaar voor achteroverslaan te voorkomen.
**2.** Ter voldoening aan het gestelde in artikel 7.4, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn de in het eerste lid van deze beleidsregel bedoelde trekkers uitgerust met een laag aankoppelpunt om het gevaar voor achteroverslaan te voorkomen.
### Artikel 7.4 -4
@ -2161,7 +2134,7 @@ f. Werkvloerplanken die tussen staanders eindigen, zijn stuik tegen elkaar geleg
### Artikel 7.4 -6
Een werkbak bedoeld in artikel 7.18, vierde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voldoet aan artikel 7.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
Een werkbak als bedoeld in artikel 7.23d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voldoet aan artikel 7.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
a. De werkbak is berekend en wordt voor de eerste ingebruikneming beproefd op 1,25 maal de maximaal toelaatbare werklast. Als gevolg van de beproeving doet zich geen blijvende vervorming voor. Van deze beproeving kan een schriftelijk bewijs worden overgelegd.
b. De werkbak heeft een gesloten constructie tot tenminste 1,0 m hoogte, of is voorzien van een leuning op 1,0 m hoogte, een voetstootlijst en een knieregel. De voetstootlijst van een werkbak bestemd voor gebruik met een hijskraan is 0,4 m hoog.
@ -2177,7 +2150,7 @@ k. De bevestiging van de werkbak op het hefwerktuig is geborgd.
### Artikel 7.5 -1
Een werkbak bedoeld in artikel 7.18, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voldoet aan artikel 7.5, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
Een werkbak als bedoeld in artikel 7.23d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voldoet aan artikel 7.5, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wanneer de volgende bepalingen zijn in acht genomen:
a. Steeds direct voorafgaand aan het gebruik worden gecontroleerd:
@ -2190,25 +2163,7 @@ c. De hijskabel wordt iedere drie maanden geïnspecteerd of zoveel vaker als noo
### Artikel 7.7
**1.**
Het gevaar van bewegende delen van een arbeidsmiddel, bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, is aanwezig, tenzij:
a. de snelheid en de aandrijvende krachten van de bewegende delen zodanig gering zijn, dat hierdoor geen letsel kan ontstaan;
b. het gevaar onbereikbaar is gemaakt door voor de bovenste en de onderste ledematen veiligheidsafstanden te creëren overeenkomstig de norm NEN-EN 294:1994 "Veiligheid van machines, veiligheidsafstanden ter voorkoming van het bereiken van gevaarlijke zones met de bovenste ledematen", respectievelijk de norm NEN-EN 811:1996 "Veiligheid van machines, veiligheidsafstanden ter voorkoming van het bereiken van gevaarlijke zones met de onderste ledematen", of
c. er bij knelgevaar bij naar elkaar toe dan wel langs elkaar heen bewegende delen zodanige ruimte vrij blijft, dat wordt voldaan aan de norm NEN-EN 349:1994 "Veiligheid van machines minimum afstanden ter voorkoming van het bekneld raken van menselijke lichaamsdelen".
**2.**
Schermen of beveiligingsinrichtingen, die ter naleving van artikel 7.7, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit worden aangebracht, voldoen aan artikel 7.7, tweede tot en met zesde lid, indien zij in overeenstemming zijn met de betreffende bepalingen van de normen:
a. NEN-EN 292-1:1994 "Veiligheid van machines, Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen Deel 1: Basisterminologie, methodologie",
b. NEN-EN 292-2:1996 "Veiligheid van machines, Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen Deel 2: Technische beginselen en beschrijvingen",
c. NEN-EN 574:1997 "Veiligheid van machines, tweehandenbediening",
d. NEN-EN 953:1998 'Veiligheid van machines, algemene eisen voor het ontwerp en de constructie van afschermingen (vast, beweegbaar)",
e. NEN-EN 999:1998 "Veiligheid van machines. De plaatsing van beveiligingsinrichtingen in verband met naderingssnelheden van lichaamsdelen".
Deze beleidsregel is niet van toepassing op transportmiddelen die zijn uitgesloten van de werkingssfeer van het op de Warenwet gebaseerde Warenwetbesluit machines.
Vervallen
### Artikel 7.9
@ -2235,9 +2190,7 @@ Deze beleidsregel is niet van toepassing op transportmiddelen die zijn uitgeslot
### Artikel 7.14
Aan het gestelde in artikel 7.14, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt voldaan indien het bedieningssysteem van het arbeidsmiddel zodanig is uitgevoerd dat dit voor wat betreft het in werking stellen voldoet aan de desbetreffende bepalingen in NEN-EN 954-1:1997 "Veiligheid van machines Onderdelen van besturingssystemen met een veiligheidsfunctie Deel 1: Algemene ontwerpbeginselen".
Deze beleidsregel is niet van toepassing op transportmiddelen die zijn uitgesloten van de werkingssfeer van het op de Warenwet gebaseerde Warenwetbesluit machines.
Vervallen
### Artikel 7.15
@ -2259,11 +2212,9 @@ Vervallen
**1.** De beproeving, het onderzoek en de beoordeling van hijs- en hefgereedschappen voldoen aan het gestelde in artikel 7.20, zesde tot en met achtste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, indien zij geschieden overeenkomstig van toepassing zijnde nationale of internationale normalisatie normen.
**2.** De Nederlandse normen die hierbij van belang zijn worden vermeld in NEN-bundel 12:1989 "Normen voor hijsgereedschappen en staalkabels" en in de Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 1823:1989 "Hijsgereedschappen, hijswerktutgen en staalkabels. Overzicht van normen", die tevens in NEN-bundel 12 is opgenomen.
**2.** Bewijsstukken als bedoeld in het negende lid van artikel 7.20 voldoen indien daarop tenminste de gemeten waarden en beoordelingsresultaten zijn vermeld van alle aspecten waarvoor de gehanteerde norm beproeving, onderzoek of beoordeling verlangt.
**3.** Bewijsstukken als bedoeld in het negende lid van artikel 7.20 voldoen indien daarop tenminste de gemeten waarden en beoordelingsresultaten zijn vermeld van alle aspecten waarvoor de gehanteerde norm beproeving, onderzoek of beoordeling verlangt.
**4.** De bewijsstukken zijn gewaarmerkt door de personen, die het beoordelingsresultaat hebben vastgesteld.
**3.** De bewijsstukken zijn gewaarmerkt door de personen, die het beoordelingsresultaat hebben vastgesteld.
### Artikel 7.21
@ -2299,15 +2250,13 @@ Onder een terzake deskundig persoon in de zin van artikel 7.34, eerste lid, van
### Artikel 8.2
Onverminderd het gestelde met betrekking tot de keuze en beoordeling van persoonlijke beschermingsmiddelen in andere van toepassing zijnde beleidsregels wordt aan het gestelde in artikel 8.2, onder a, b en c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit voldaan indien de keuze en beoordeling van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn uitgevoerd in overeenstemming met de 'Gids persoonlijke beschermingsmiddelen' van het Nederlands Normalisatie-instituut (NNI) Delft 1999.
Onverminderd het gestelde met betrekking tot de keuze en beoordeling van persoonlijke beschermingsmiddelen in andere van toepassing zijnde beleidsregels wordt aan het gestelde in artikel 8.2, onder a, b en c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit voldaan indien de keuze en beoordeling van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn uitgevoerd in overeenstemming met de 'Gids persoonlijke beschermingsmiddelen' van het Nederlands Normalisatie-instituut (NNI Delft, 2005).
## Hoofdstuk 3. Beleidsregels arbeidsomstandighedenregeling
### Artikel 4.32a
**1.** Onder bestanddelen van woningen of andere gebouwen worden mede begrepen alle objecten die daarin aanwezig zijn en die door hun aard, vorm, gewicht of afmetingen redelijkerwijs niet uit de desbetreffende woningen of andere gebouwen kunnen worden verwijderd ten behoeve van het uitvoeren van handelingen als bedoeld in artikel 4.32a, eerste lid, onder b.
**2.** Onder bestanddelen van woningen of andere gebouwen worden met mede begrepen objecten dte worden vervaardigd hersteld of onderhouden in het kader van een productieproces onderscheidenlijk reparatie of onderhoud, voor zover de handelingen, bedoeld in het eerste lid, worden verricht op een daartoe adequaat ingerichte arbeidsplaats.
Vervallen
### Artikel 5.1