2006-01-01 | BWBR0011788 | Wet stedelijke vernieuwing

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 8861120b01
commit 80d3040f40

View file

@ -23,7 +23,7 @@ b. ontwikkelingsprogramma: programma als bedoeld in artikel 7, eerste lid;
c. investeringsbudget: subsidie aan een gemeente krachtens hoofdstuk 3, ter tegemoetkoming in de kosten van de uitvoering van een ontwikkelingsprogramma of van een activiteit in het kader van stedelijke vernieuwing, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid;
d. investeringstijdvak: tijdvak van vijf kalenderjaren, waarvoor investeringsbudget wordt verstrekt;
e. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
f. samenwerkingsgebied: samenwerkingsgebied genoemd in artikel 2 van de Kaderwet bestuur in verandering.
f. plusregio: plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
**2.** De in deze wet neergelegde taken en bevoegdheden ten aanzien van stedelijke vernieuwing hebben slechts betrekking op stedelijke vernieuwing, die gericht is op de fysieke leefomgeving.
@ -74,7 +74,7 @@ Uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het provinciale budget, bedoeld in
a. wijzen gedeputeerde staten de gemeenten aan waarvan naar hun oordeel gelet op de aard en de omvang van de stedelijke vernieuwingsopgave een ontwikkelingsprogramma wordt verlangd om in aanmerking te komen voor investeringsbudget,
b. geven gedeputeerde staten een indicatie van de hoogte van het budget voor deze gemeenten en
c. maken gedeputeerde staten, gehoord burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten, met het oog op de toepassing van artikel 11, vijfde lid, aanhef en onder a, artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, aanhef en onder c, bekend binnen welke groepen van gemeenten onderlinge afstemming van de ontwikkelingsprogramma's en de activiteiten in het kader van de stedelijke vernieuwing, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, hun gewenst voorkomt, welke bekendmaking geen betrekking heeft op gemeenten die zijn gelegen in een samenwerkingsgebied.
c. maken gedeputeerde staten, gehoord burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten, met het oog op de toepassing van artikel 11, vijfde lid, aanhef en onder a, artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, en vijfde lid, aanhef en onder c, bekend binnen welke groepen van gemeenten onderlinge afstemming van de ontwikkelingsprogramma's en de activiteiten in het kader van de stedelijke vernieuwing, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, hun gewenst voorkomt, welke bekendmaking geen betrekking heeft op gemeenten die zijn gelegen in een plusregio.
**4.** Bij provinciale verordening worden regels gegeven omtrent de wijze waarop de verdeling tussen de gemeenten van de middelen voor investeringsbudget wordt vastgesteld. Bij de verdeling houdt de provincie rekening met de aard en de omvang van de stedelijke vernieuwingsopgave in die gemeenten.
@ -107,12 +107,12 @@ b. eisen worden gesteld aan de intergemeentelijke afstemming van de ontwikkeling
Bij de voorbereiding van het ontwikkelingsprogramma betrekken burgemeester en wethouders in elk geval:
a. de ingezetenen van de gemeente en degenen die in de gemeente een belang hebben bij het programma, op de wijze als is voorzien in de verordening die is vastgesteld krachtens artikel 150 van de Gemeentewet,
b. burgemeester en wethouders van de gemeenten, indien van toepassing, die behoren tot dezelfde groep, bedoeld in artikel 6, derde lid, onder c, als die waartoe de gemeente behoort, dan wel hetzelfde samenwerkingsgebied als waarin de gemeente is gelegen, en
b. burgemeester en wethouders van de gemeenten, indien van toepassing, die behoren tot dezelfde groep, bedoeld in artikel 6, derde lid, onder c, als die waartoe de gemeente behoort, dan wel dezelfde plusregio als waarin de gemeente is gelegen, en
c. burgemeester en wethouders van andere gemeenten wier belangen hierbij rechtstreeks in het geding zijn.
**4.** De raad van een gemeente als bedoeld in artikel 5, tweede lid, die een meerjarenprogramma voor de onderscheidenlijke uitkeringen van het Grotestedenbeleid voor het investeringstijdvak vaststelt, laat het ontwikkelingsprogramma daarvan deel uitmaken.
**5.** In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten gedurende het investeringstijdvak op aanvraag aan een gemeente, die niet is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, investeringsbudget verlenen ten behoeve van een activiteit in het kader van de stedelijke vernieuwing, indien de daartoe strekkende aanvraag vergezeld gaat van een onderbouwing van de voorgenomen stedelijke vernieuwing, waarin in elk geval een financiële paragraaf is opgenomen en welke vermeldt met welk resultaat overleg is gevoerd met betrokken partijen, waaronder, indien van toepassing, mede begrepen burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot dezelfde groep, bedoeld in artikel 6, derde lid, onder c, als die waartoe de gemeente behoort, dan wel hetzelfde samenwerkingsgebied als waarin de gemeente is gelegen.
**5.** In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten gedurende het investeringstijdvak op aanvraag aan een gemeente, die niet is aangewezen ingevolge artikel 6, derde lid, onder a, investeringsbudget verlenen ten behoeve van een activiteit in het kader van de stedelijke vernieuwing, indien de daartoe strekkende aanvraag vergezeld gaat van een onderbouwing van de voorgenomen stedelijke vernieuwing, waarin in elk geval een financiële paragraaf is opgenomen en welke vermeldt met welk resultaat overleg is gevoerd met betrokken partijen, waaronder, indien van toepassing, mede begrepen burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot dezelfde groep, bedoeld in artikel 6, derde lid, onder c, als die waartoe de gemeente behoort, dan wel dezelfde plusregio als waarin de gemeente is gelegen.
**6.** De beschikking tot verlening van investeringsbudget vermeldt het bedrag van dat budget.
@ -163,7 +163,7 @@ d. de beoogde activiteit in het kader van de stedelijke vernieuwing niet verenig
Aan de verlening van investeringsbudget is in elk geval de verplichting verbonden dat:
a. indien de ingevolge artikel 7, tweede lid, vastgestelde landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing gedurende het investeringstijdvak worden gewijzigd, het ontwikkelingsprogramma voorzover mogelijk hieraan wordt aangepast, en
b. indien een gemeentelijke beleidswijziging leidt tot wijziging van de gemeentelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing gedurende het investeringstijdvak, het ontwikkelingsprogramma slechts wordt aangepast na instemming van Onze Minister, gehoord gedeputeerde staten, dan wel, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van het samenwerkingsgebied, onderscheidenlijk na instemming van gedeputeerde staten, gehoord, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van het samenwerkingsgebied.
b. indien een gemeentelijke beleidswijziging leidt tot wijziging van de gemeentelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing gedurende het investeringstijdvak, het ontwikkelingsprogramma slechts wordt aangepast na instemming van Onze Minister, gehoord gedeputeerde staten, dan wel, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van de plusregio, onderscheidenlijk na instemming van gedeputeerde staten, gehoord, indien van toepassing, het dagelijks bestuur van de plusregio.
**3.**
@ -212,12 +212,12 @@ b. indien het een gemeente betreft die is aangewezen ingevolge artikel 6, derde
Onze Minister beslist niet op de aanvraag van een gemeente waaraan hij investeringsbudget kan verlenen dan nadat hij gedeputeerde staten van de betrokken provincie gedurende ten minste vier weken in de gelegenheid heeft gesteld hem van advies te dienen ten aanzien van in elk geval:
a. de intergemeentelijke afstemming van het ontwikkelingsprogramma, met dien verstande dat het advies geen betrekking heeft op de intergemeentelijke afstemming van een ontwikkelingsprogramma van een gemeente die is gelegen in een samenwerkingsgebied, en
a. de intergemeentelijke afstemming van het ontwikkelingsprogramma, met dien verstande dat het advies geen betrekking heeft op de intergemeentelijke afstemming van een ontwikkelingsprogramma van een gemeente die is gelegen in een plusregio, en
b. de verenigbaarheid van het ontwikkelingsprogramma met op grond van een wettelijke bevoegdheid vastgesteld provinciaal beleid.
**6.** Onze Minister beslist niet op de aanvraag van een gemeente waaraan hij investeringsbudget kan verlenen en die is gelegen in een samenwerkingsgebied, dan nadat hij het dagelijks bestuur van het betreffende samenwerkingsgebied gedurende ten minste vier weken in de gelegenheid heeft gesteld hem van advies te dienen ten aanzien van de intergemeentelijke afstemming van het ontwikkelingsprogramma.
**6.** Onze Minister beslist niet op de aanvraag van een gemeente waaraan hij investeringsbudget kan verlenen en die is gelegen in een plusregio, dan nadat hij het dagelijks bestuur van de betreffende plusregio gedurende ten minste vier weken in de gelegenheid heeft gesteld hem van advies te dienen ten aanzien van de intergemeentelijke afstemming van het ontwikkelingsprogramma.
**7.** Gedeputeerde staten beslissen niet op de aanvraag van een gemeente waaraan zij investeringsbudget kunnen verlenen en die is gelegen in een samenwerkingsgebied, dan nadat zij het dagelijks bestuur van het betreffende samenwerkingsgebied gedurende ten minste vier weken in de gelegenheid hebben gesteld hen van advies te dienen ten aanzien van de intergemeentelijke afstemming van het ontwikkelingsprogramma of de activiteit in het kader van de stedelijke vernieuwing, bedoeld in artikel 7, vijfde lid.
**7.** Gedeputeerde staten beslissen niet op de aanvraag van een gemeente waaraan zij investeringsbudget kunnen verlenen en die is gelegen in een plusregio, dan nadat zij het dagelijks bestuur van de betreffende plusregio gedurende ten minste vier weken in de gelegenheid hebben gesteld hen van advies te dienen ten aanzien van de intergemeentelijke afstemming van het ontwikkelingsprogramma of de activiteit in het kader van de stedelijke vernieuwing, bedoeld in artikel 7, vijfde lid.
### Artikel 12
@ -353,7 +353,7 @@ Het totaal van de in dit hoofdstuk genoemde subsidies dat uit 's Rijks kas besch
**1.** Na afloop van een investeringstijdvak doet Onze Minister verslag aan de Staten-Generaal over de toepassing en de effecten van deze wet.
**2.** Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, alsmede het dagelijks bestuur van een samenwerkingsgebied, verlenen desgevraagd medewerking aan het door Onze Minister uit te brengen verslag.
**2.** Burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, alsmede het dagelijks bestuur van een plusregio, verlenen desgevraagd medewerking aan het door Onze Minister uit te brengen verslag.
### Artikel 25