2008-07-27 | BWBR0009386 | Arbeidstijdenbesluit vervoer
This commit is contained in:
parent
c3e53ad8d8
commit
8132cf1f7e
1 changed files with 87 additions and 10 deletions
|
|
@ -436,25 +436,102 @@ b. het vervoer geheel in Nederland wordt verricht.
|
|||
|
||||
**2.** De werkgever ziet toe op het bezit van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde verklaring.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Railvervoer
|
||||
## Hoofdstuk 3. Spoorvervoer
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.1. Toepasselijkheid van het hoofdstuk
|
||||
### Paragraaf 3.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Toepasselijkheid van het hoofdstuk
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1:1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit is dit hoofdstuk van toepassing op de werknemer van 18 jaar of ouder, die voor een spoorwegonderneming als bedoeld in de Spoorwegwet, in of op een spoorvoertuig een dienst verricht waarbij hij gedurende meer dan een uur wordt ingezet op een traject waarvan het begin- of eindpunt meer dan 15 kilometer over de grens is gelegen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.2. Arbeids- en rusttijden
|
||||
### Paragraaf 3.2. Registratie
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst
|
||||
#### Paragraaf . Bewaren gegevens en bescheiden
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2:1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De werkgever bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.2:2
|
||||
### Paragraaf 3.3. Arbeids- en rusttijden
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
#### Paragraaf . Dagelijkse rusttijd
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3:1
|
||||
|
||||
**1.** In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:8, vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een dagelijkse onafgebroken rusttijd heeft van:
|
||||
|
||||
a. ten minste 12 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd in de normale woonplaats kan worden doorgebracht;
|
||||
b. ten minste 8 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.
|
||||
|
||||
**3.** De rusttijd, bedoeld in het tweede lid, onder a, mag gedurende een periode van 7 maal 24 uren eenmaal worden ingekort tot ten minste 9 uren, mits de tijd waarmee deze rusttijd is ingekort, wordt toegevoegd aan de eerstvolgende rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.
|
||||
|
||||
**4.** De rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht, wordt niet aanzienlijk ingekort indien deze wordt voorafgegaan en wordt gevolgd door een rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.
|
||||
|
||||
**5.** De werknemer heeft na een dagelijkse onafgebroken rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht een dagelijkse onafgebroken rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.
|
||||
|
||||
**6.** Bij collectieve regeling kan, met inachtneming van het zevende lid, van het vijfde lid worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze wordt afgeweken van het vijfde lid, is nietig.
|
||||
|
||||
**7.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 2 achtereenvolgende dagelijkse onafgebroken rusttijden heeft die niet in de normale woonplaats kunnen worden doorgebracht.
|
||||
|
||||
**8.** De in het tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer een dienst als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Wekelijkse onafgebroken rusttijd
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3:2
|
||||
|
||||
**1.** In plaats van artikel 5:5, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, waarin hij ten minste één dienst verricht als bedoeld in artikel 3.1:1, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer een dienst als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht.
|
||||
|
||||
**4.** In elke periode van 52 aaneengesloten weken waarin een werknemer ten minste 52 diensten als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer 104 perioden heeft van ten minste 24 uren onafgebroken rusttijd.
|
||||
|
||||
**5.** De in het vierde lid bedoelde 104 perioden omvatten ten minste 24 aaneengesloten perioden van ten minste 60 uren, van welke 24 perioden ten minste 12 perioden de gehele zaterdag en de gehele zondag omvatten.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Pauze
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3:3
|
||||
|
||||
**1.** In plaats van artikel 5:4, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De werkgever organiseert de arbeid van de machinist zodanig, dat indien hij:
|
||||
|
||||
a. meer dan 6 uur arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 30 minuten;
|
||||
b. meer dan 8 uur arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 45 minuten;
|
||||
c. een gedeelte van de pauze, bedoeld onder a en b, wordt genoten tussen het derde en het zesde uur waarin arbeid wordt verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid, onderdeel b en c, is niet van toepassing ingeval van aanwezigheid van twee dienstdoende machinisten in het spoorvoertuig.
|
||||
|
||||
**4.** De werkgever organiseert de arbeid van het overige personeel in of op het spoorvoertuig zodanig dat indien meer dan 6 uur per dienst arbeid wordt verricht, deze arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 30 minuten.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Rijtijd
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3:4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De werkgever organiseert de arbeid van de machinist zodanig, dat zijn rijtijd:
|
||||
|
||||
a. ten hoogste 9 uren per dienst bedraagt, dan wel ten hoogste 8 uren indien er 3 of meer uren arbeid wordt verricht in de periode tussen 00.00 en 07.00 uur;
|
||||
b. ten hoogste 80 uur bedraagt in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, waarin hij ten minste twee diensten verricht als bedoeld in artikel 3.1:1.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als rijtijd aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. de duur van de ingeroosterde activiteit waarbij de machinist verantwoordelijk is voor het besturen van een locomotief, en
|
||||
b. ingeroosterde onderbrekingen waarin de machinist verantwoordelijk blijft voor de locomotief.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt niet als rijtijd aangemerkt de tijd die is voorzien voor het in- en uitschakelen van de locomotief.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Luchtvaart
|
||||
|
||||
|
|
@ -1391,11 +1468,11 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa
|
|||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de werkgever aantoont dat door hem de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en het redelijkerwijs te vorderen toezicht is gehouden om de naleving van de bepaling te verzekeren.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling railvervoer
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling spoorvervoer
|
||||
|
||||
### Artikel 8:2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, 3.3:1, tweede, derde en zevende lid, 3.3:2, tweede, vierde en vijfde lid, 3.3:3, tweede lid, onder a en b, en vierde lid, en 3.3:4, eerste lid, levert een beboetbaar feit op.
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Beboetbaarstelling luchtvaart
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue