2004-01-01 | BWBR0009674 | Uitvoeringsbesluit WIK

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3023658935
commit 82305f3ce1

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsbesluit WIK
bwb_id: BWBR0009674
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2000-10-11'
datum_inwerkingtreding: '2003-12-03'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009674
citeertitel: Uitvoeringsbesluit WIK
---
@ -36,7 +36,7 @@ b. aan wie uitkering is verleend, telkens moet zijn verworven in het kalenderjaa
**3.** Voor het vaststellen van de periode van ziekte, bedoeld in het tweede lid, worden perioden van ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor de kunstenaar, bedoeld in de artikelen 4, onderdeel c, en 47 van de WIK, het bedrag, bedoeld in het eerste lid, in het eerste kalenderjaar waarin uitkering is verleend op nihil gesteld.
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor de kunstenaar, bedoeld in artikel 4, onderdeel c, van de WIK, het bedrag, bedoeld in het eerste lid, in het eerste kalenderjaar waarin uitkering is verleend op nihil gesteld.
### Artikel 3
@ -125,13 +125,13 @@ De vaststelling van de waarde van de woning met bijbehorend erf als bedoeld in a
**3.** Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van een jaar vastgesteld.
**4.** Bij een inkomen van de kunstenaar en zijn gezin als bedoeld in artikel 47 van de Algemene bijstandswet dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van genoemde wet, wordt geen aflossing gevergd.
**4.** Bij een inkomen van de belanghebbende en zijn gezin als bedoeld in artikel 31 van de Wet werk en bijstand dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in de paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van genoemde wet, wordt geen aflossing gevergd.
**5.** Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven stellen burgemeester en wethouders, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast.
**6.** Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van de kunstenaar en zijn gezin komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen van de kunstenaar.
**6.** Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van de belanghebbende en zijn gezin komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen van de belanghebbende.
**7.** Indien de kunstenaar en zijn gezin tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
**7.** Indien de belanghebbende en zijn gezin tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
### Artikel 10e
@ -139,9 +139,9 @@ De vaststelling van de waarde van de woning met bijbehorend erf als bedoeld in a
**2.** De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met drie procent.
**3.** Indien de kunstenaar naar het oordeel van burgemeester en wethouders de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**3.** Indien de belanghebbende naar het oordeel van burgemeester en wethouders de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**4.** Indien de kunstenaar naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**4.** Indien de belanghebbende naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**5.** Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd.
@ -149,15 +149,15 @@ De vaststelling van de waarde van de woning met bijbehorend erf als bedoeld in a
**1.** Bij verkoop of bij vererving van de woning, en indien het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, alsmede de op grond van artikel 10e, vierde lid, bijgeschreven rente, terstond afgelost.
**2.** Bij verkoop van de woning kunnen burgemeester en wethouders wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aarde van de kunstenaar dan wel wegens werkaanvaarding elders als kunstenaar, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek voor de aankoop van een andere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van de andere woning.
**2.** Bij verkoop van de woning kunnen burgemeester en wethouders wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aarde van de belanghebbende dan wel wegens werkaanvaarding elders als belanghebbende, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek voor de aankoop van een andere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van de andere woning.
**3.** Bij verkoop van de woning tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering komt, voorzover de opbrengst daartoe toereikend is, aan de kunstenaar in ieder geval het bedrag toe dat op grond van artikel 2a, eerste lid, onder b, van de WIK, bij de vaststelling van de geldlening op de waarde van de woning in mindering is gebracht.
**3.** Bij verkoop van de woning tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering komt, voorzover de opbrengst daartoe toereikend is, aan de belanghebbende in ieder geval het bedrag toe dat op grond van artikel 2a, eerste lid, onder b, van de WIK, bij de vaststelling van de geldlening op de waarde van de woning in mindering is gebracht.
**4.** Indien bij de verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.
### Artikel 10g
Aan de kunstenaar wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.
Aan de belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.
### Artikel 10h
@ -169,45 +169,38 @@ Het bedrag, bedoeld in artikel 8, vierde lid, is gelijk aan twaalf maal het bedr
Recht op uitkering op grond van de WIK bestaat, indien de belanghebbende woonplaats heeft in:
1. de gemeenten Bellingwedde, Menterwolde, Pekela, Reiderland, Scheemda, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde, Winschoten: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam;
2. de gemeenten Appingedam, Bedum, Delfzijl, De Marne, Eemsmond, Loppersum, Ten Boer, Winsum: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Delfzijl;
3. de gemeenten Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Slochteren, Zuidhorn: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
4. de gemeenten Ameland, Boarnsterhim, Dantumadeel, Dongeradeel, Ferwerderadeel, Franekeradeel, Harlingen, Het Bildt, Kollumerland c.a., Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Menaldumadeel, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden;
5. de gemeenten Bolsward, Gaasterlan-Sleat, Lemsterland, Littenseradiel, Nijefurd, Skarsterlan, Sneek, Wunseradiel, Wymbritseradiel: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Sneek;
6. de gemeenten Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel, Weststellingwerf: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland;
7. de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Middenveld, Noordenveld, Zuidlaren: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Assen;
8. de gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen;
9. de gemeenten De Wolden, Hoogeveen, Meppel, Westerveld: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen;
10. de gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Olst, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijk, Zwartwaterland, Zwolle: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle;
11. de gemeenten Apeldoorn, Bathmen, Brummen, Deventer, Diepenveen, Epe, Gorssel, Lochem, Voorst, Vorden, Warnsveld, Zutphen: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;
12. de gemeenten Almelo, Borne, Denekamp, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Neede, Oldenzaal, Rijssen, Tubbergen, Vriezenveen, Wierden: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede;
13. de gemeenten Aalten, Bergh, Borculo, Dinxperlo, Doetinchem, Eibergen, Gendringen, Groenlo, Hengelo (Gld), Hummelo en Keppel, Lichtenvoorde, Ruurlo, Steenderen, Wehl, Winterswijk, Wisch, Zelhem: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem;
14. de gemeenten Angerlo, Arnhem, Bemmel, Beuningen, Didam, Doesburg, Duiven, Groesbeek, Heumen, Millingen aan de Rijn, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Ubbergen, Westervoort, Wijchen, Zevenaar: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;
15. de gemeenten Buren, Culemborg, Dodewaard, Druten, Echteld, Geldermalsen, Kesteren, Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen, West Maas en Waal, Tiel, Zaltbommel: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel;
16. de gemeenten Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort;
17. de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk;
18. de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Zeewolde: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;
19. de gemeenten Abcoude, Amerongen, Breukelen, Bunnik, De Bilt, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Houten, Leersum, Loenen, Lopik, Maarn, Maarssen, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, De Ronde Venen, Utrecht, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, IJsselstein, Zeist: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
20. de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Loosdrecht, Muiden, Naarden, Nederhorst den Berg, 's-Graveland, Weesp: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;
21. de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
22. de gemeenten Andijk, Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Noorder-Koggenland, Obdam, Opmeer, Stede Broec, Venhuizen, Wervershoof, Wester-Koggenland, Wognum: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn;
23. de gemeenten Anna Paulowna, Den Helder, Harenkarspel, Niedorp, Schagen, Texel, Wieringen, Wieringermeer, Zijpe: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;
24. de gemeenten Akersloot, Alkmaar, Bergen, Castricum, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk, Limmen, Schermer: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar;
25. de gemeenten Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen, Zandvoort: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem;
26. de gemeenten Alkemade, Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Rijnsburg, Sassenheim, Valkenburg, Voorhout, Voorschoten, Warmond, Zoeterwoude: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden;
27. de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bergambacht, Bodegraven, Boskoop, Gouda, ISD De Rijnstreek, Zevenhuizen-Moerkapelle, Moordrecht, Nederlek, Nieuwerkerk aan den IJssel, Ouderkerk, Reeuwijk, Rijnwoude, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;
28. de gemeenten Delft, De Lier, 's-Gravenhage, 's-Gravenzande, Leidschendam, Maasland, Monster, Naaldwijk, Nootdorp, Pijnacker, Rijswijk, Schipluiden, Voorburg, Wassenaar, Wateringen, Zoetermeer: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage;
29. de gemeenten Albranswaard, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den Ijssel, Dirksland, Goedereede, Hellevoetsluis, Krimpen a/d IJssel, Maassluis, Middelharnis, Oostflakke, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;
30. de gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, 's-Gravendeel, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Heerjansdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht;
31. de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Goes;
32. de gemeenten Middelburg, Veere, Vlissingen: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg;
33. de gemeenten Axel, Hontenisse, Hulst, Oostburg, Sas van Gent, Sluis-Aardenburg, Terneuzen: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen;
34. de gemeenten Aalburg, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Alphen-Chaam, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Made, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zevenbergen, Zundert: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;
35. de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;
36. de gemeenten Asten, Bergeyk, Best, Bladel, Cranendonk, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Mierlo, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven;
37. de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Ravenstein, Schijndel, Sint-Oedenrode, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Veghel, Vught: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch;
38. de gemeenten Ambt Montfort, Arcen en Velden, Beesel, Bergen, Echt, Gennep, Haelen, Heel, Helden, Heythuizen, Horst aan de Maas, Hunsel, Kessel, Maasbracht, Maasbree, Meerlo-Wanssum, Meijel, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Roggel en Neer, Sevenum, Swalmen, Thorn, Venlo, Venray, Weert: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;
39. de gemeenten Beek, Brunssum, Eijsden, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Margraten, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Susteren, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht.
1. de provincie Groningen: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen;
2. de provincie Friesland: jegens het burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden;
3. de provincie Drenthe: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Assen;
4. de provincie Gelderland: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;
5. de provincie Flevoland: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;
6. de provincie Utrecht: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
7. de provincie Zeeland: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg;
8. de provincie Limburg: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht;
9. de gemeenten Bathmen, Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle;
10. de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede;
11. de gemeenten Alkmaar, Andijk, Anna Paulowna, Beemster, Bergen, Castricum, Den Helder, Drechterland, Edam-Volendam, Enkhuizen, Graft-De Rijp, Harenkarspel, Heerhugowaard, Heiloo, Hoorn, Landsmeer, Langedijk, Medemblik, Niedorp, Noorder-Koggenland, Obdam, Oostzaan, Opmeer, Purmerend, Schagen, Schermer, Stede Broec, Texel, Venhuizen, Waterland, Wervershoof, Wester-Koggenland, Wieringen, Wieringermeer, Wognum, Wormerland, Zaanstad, Zeevang, Zijpe: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar;
12. de gemeenten Aalsmeer, Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Zandvoort: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem;
13. de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam;
14. de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum;
15. de gemeenten Alkemade, Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Boskoop, Delft, Den Haag, Gouda, Hillegom, Jacobswoude, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Liemeer, Lisse, Midden-Delfland, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Reeuwijk, Rijnsburg, Rijnwoude, Rijswijk, Sassenheim, Ter Aar, Valkenburg, Vlist, Voorhout, Voorschoten, Waddinxveen, Warmond, Wassenaar, Westland, Zederik, Zoetermeer, Zoeterwoude: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
16. de gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bergambacht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Binnenmaas, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den IJssel, Cromstrijen, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, 's-Gravendeel, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Krimpen aan den IJssel, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Moordrecht, Nederlek, Nieuw-Lekkerland, Nieuwerkerk aan den IJssel, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Ouderkerk, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Schoonhoven, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westvoorne, Zevenhuizen-Moerkapelle, Zwijndrecht: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;
17. de gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;
18. de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;
19. de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel, Vught: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch;
20. de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonk, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre: jegens burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven.
### Paragraaf 5a. Overgangsrecht
### Artikel 11a
**1.** De verplichtingen van burgemeester en wethouders, die samenhangen met de uitvoering van de WIK, gaan voor zover die betrekking hebben op activiteiten, waarmee voor de inwerkingtreding van het Besluit van 3 december 2003 (Stb. 509) tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WIK in verband met het terugbrengen van het aantal centrumgemeenten alsmede technische wijziging van een aantal andere besluiten in verband met de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand een aanvang is gemaakt en die na die datum worden voortgezet, over naar burgemeester en wethouders van de gemeente met toepassing van voornoemd besluit.
**2.** Aanvragen en de daaruit voortvloeiende verplichtingen die op de dag van inwerkingtreding van het in het eerste lid bedoelde besluit aanhangig zijn bij een gemeente die met toepassing van voornoemd besluit niet meer als gemeente is aangewezen die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de WIK worden in afwijking van het eerste lid afgehandeld door de gemeente die voor inwerkingtreding van genoemd besluit verantwoordelijk was voor de uitvoering van de WIK.
**3.** Aanvragen en de daaruit voortvloeiende verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, die na een periode van 13 weken na inwerkingtreding van het in het eerste lid bedoelde besluit nog aanhangig zijn bij een gemeente die voor inwerkingtreding van voornoemd besluit verantwoordelijk was voor de uitvoering van de WIK gaan in de stand waarin zij zich dan bevinden over op de gemeente die na inwerkingtreding van genoemd besluit verantwoordelijk is voor de uitvoering van de WIK.
**4.** Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij burgemeester en wethouders aanhangige bezwaarschriften.
### Paragraaf 6. Slotbepalingen