2004-01-01 | BWBR0007858 | Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995
This commit is contained in:
parent
b396fb0b59
commit
85a50de592
1 changed files with 12 additions and 15 deletions
|
|
@ -166,17 +166,15 @@ Voor zeeschepen wordt het certificaat van onderzoek volgens bijlage B, indien zi
|
|||
|
||||
### Artikel 1.06
|
||||
|
||||
De bevoegde autoriteit kan voorschriften van tijdelijke aard vaststellen wanneer het, teneinde rekening te houden met de technische ontwikkelingen in de binnenvaart, nodig blijkt om in dringende gevallen afwijkingen van bepalingen van dit reglement, in afwachting van een wijziging daarvan, toe te laten of proefnemingen mogelijk te maken, zonder dat de veiligheid en de goede orde van de scheepvaart worden geschaad.
|
||||
|
||||
Deze voorschriften moeten worden bekend gemaakt en hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren. Zij treden in alle Oeverstaten en België met ingang van hetzelfde tijdstip in werking en worden onder dezelfde voorwaarden buiten werking gesteld.
|
||||
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voorschriften van tijdelijke aard vaststellen, wanneer het voor een aanpassing aan de technische ontwikkeling van de binnenscheepvaart noodzakelijk wordt geacht om in dringende gevallen afwijkingen van dit reglement toe te laten dan wel proefnemingen mogelijk te maken, waardoor de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer niet worden benadeeld. Deze voorschriften van tijdelijke aard worden door de bevoegde autoriteit gepubliceerd en hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren. Zij worden in alle Oeverstaten en in België op hetzelfde tijdstip in werking gesteld en worden onder dezelfde voorwaarden buiten werking gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.07
|
||||
|
||||
In het belang van een eenvoudige en uniforme toepassing van dit reglement kan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart richtlijnen voor de Commissies van Deskundigen vaststellen.
|
||||
**1.** In het belang van een eenvoudige en uniforme toepassing van dit reglement kan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart richtlijnen voor de Commissies van Deskundigen vaststellen. De Commissies van Deskundigen worden van deze richtlijnen in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
De Commissies van Deskundigen worden door de bevoegde autoriteit van deze richtlijnen in kennis gesteld.
|
||||
**2.** In het belang van een eenvoudige en uniforme toepassing van hoofdstuk 23 kan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart richtlijnen voor de terzake van dat hoofdstuk bevoegde autoriteiten vaststellen. Deze bevoegde autoriteiten worden van deze richtlijnen in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
De Commissies van Deskundigen dienen zich aan deze richtlijnen te houden.
|
||||
**3.** De Commissies van Deskundigen en de ter zake van hoofdstuk 23 bevoegde autoriteiten dienen zich aan deze richtlijnen te houden.
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk 2. Procedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -2648,16 +2646,15 @@ c. Op geen enkele plaats van de scheepswand mag de plaatdikte echter beneden de
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de berekening van de lekstabiliteit moet rekening worden gehouden met de aard van de bouw.
|
||||
Bij de berekening van de lekstabiliteit moet rekening worden gehouden met de aard van de bouw. In het algemeen moet met een permeabiliteit van 95 % rekening worden gehouden.
|
||||
|
||||
In het algemeen moet met een permeabiliteit van 95% rekening worden gehouden.
|
||||
Wanneer door berekening wordt aangetoond dat de gemiddelde permeabiliteit in een bepaalde afdeling kleiner is dan 95 %, kan die berekende waarde worden aangenomen. Bij een dergelijke berekening moeten voor de permeabiliteit echter ten minste de volgende waarden worden aangehouden:
|
||||
|
||||
Wanneer door berekening wordt aangetoond dat de gemiddelde permeabiliteit in een bepaalde afdeling kleiner is dan 95%, kan die berekende waarde worden aangenomen. Bij een dergelijke berekening moeten voor de permeabiliteit echter ten minste de volgende waarden worden aangehouden:
|
||||
|
||||
– passagiers- en bemanningsruimten 95%;
|
||||
– machinekamers (inclusief ketelruimen) 85%;
|
||||
– laad-, bagage- en voorraadruimten 75%;
|
||||
– dubbele bodems, olietanks en andere tanks, al naar gelang deze tanks uit hoofde van hun bestemming bij het in het vlak van de grootste inzinking liggende schip als vol of leeg moeten worden aangenomen 0 of 95%.
|
||||
| – passagiers- en bemanningsruimten | 95%; |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| – machinekamers (inclusief ketelruimen) | 85%; |
|
||||
| – laad-, bagage- en voorraadruimten | 75%; |
|
||||
| – dubbele bodems, brandstoftanks en andere tanks, al naar gelang deze tanks uit hoofde van hun bestemming bij het in het vlak van de grootste inzinking liggende schip als vol of leeg moeten worden aangenomen | 0 of 95%. |
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3982,7 +3979,7 @@ Er mag van deze tijden worden afgeweken, indien het schip is uitgerust met een g
|
|||
|
||||
### Artikel 23.07
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 23.05, eerste lid, is een wisseling of herhaling van exploitatiewijze slechts mogelijk met inachtneming van het tweede tot met zesde lid.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 23.05, eerste en derde lid, is een wisseling of herhaling van exploitatiewijze slechts mogelijk met inachtneming van het tweede tot met zesde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue