2016-07-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
8038cc3eed
commit
89bc7c3bc6
1 changed files with 194 additions and 149 deletions
|
|
@ -641,12 +641,26 @@ Ook wanneer er medische omstandigheden worden aangevoerd die niet leiden tot ont
|
|||
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder i, Vw en artikel 3.77, zevende lid, Vb, wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van een eerdere aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een visum kort verblijf, machtiging tot voorlopig verblijf of verblijfsvergunning hebben geleid of zouden hebben geleid; en
|
||||
• sinds de laatste uitzetting of het laatste gecontroleerde vertrek geen ononderbroken periode van ten minste vijf jaren buiten Nederland heeft verbleven.
|
||||
• sinds de laatste uitzetting of het laatste gecontroleerde vertrek geen ononderbroken periode van ten minste vijf jaren buiten Nederland heeft verbleven;
|
||||
|
||||
tenzij, gelet op de individuele omstandigheden van het geval, de tegenwerping hiervan onevenredig zou zijn.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder i, Vw en artikel 3.77, zevende lid, Vb, wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd tevens af als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de voorliggende aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zouden leiden; en
|
||||
• de vreemdeling de voorliggende aanvraag heeft ingediend voordat het tot zijn uitzetting of gecontroleerde vertrek is gekomen.
|
||||
• de vreemdeling de voorliggende aanvraag heeft ingediend voordat het tot zijn uitzetting of gecontroleerde vertrek is gekomen;
|
||||
|
||||
tenzij, gelet op de individuele omstandigheden van het geval, de tegenwerping hiervan onevenredig zou zijn.
|
||||
|
||||
Bij de afweging of de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder i, Vw en artikel 3.77, zevende lid, Vb, betrekt de IND in ieder geval:
|
||||
|
||||
• de mate waarin sprake was van verwijtbaarheid bij het verstrekken van onjuiste gegevens; en
|
||||
• de aard van de eerder verstrekte onjuiste gegevens en de ernst die daaraan wordt toegekend. Er wordt onder meer een zwaar gewicht toegekend aan:
|
||||
|
||||
° een gefingeerd dienstverband; en
|
||||
° een schijnrelatie.
|
||||
|
||||
Deze opsomming is niet limitatief. De IND kan ook andere omstandigheden betrekken. Het ligt op de weg van de vreemdeling om individuele omstandigheden naar voren te brengen. Bij de beoordeling kunnen daarnaast alle bekende, in het dossier aanwezige feiten en omstandigheden worden betrokken.
|
||||
|
||||
#### 4.9. Illegaal verblijf
|
||||
|
||||
|
|
@ -706,7 +720,7 @@ De IND verbindt geen voorschrift aan het verblijfsdocument dat is verleend op gr
|
|||
|
||||
#### 5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
|
||||
|
||||
Op grond van de artikelen 3.58 en 3.59 Vb verleent en verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd tot het maximum dat op basis van deze artikelen mogelijk is, tenzij in de materiehoofdstukken is opgenomen dat de IND de betreffende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor een kortere geldigheidsduur verleent of verlengt.
|
||||
Op grond van artikel 3.58 Vb verleent en verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd tot het maximum dat op basis van dit artikel mogelijk is, tenzij in de materiehoofdstukken is opgenomen dat de IND de betreffende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor een kortere geldigheidsduur verleent of verlengt.
|
||||
|
||||
### 6. Het verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -1369,25 +1383,17 @@ Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb en artikel 3.22 VV beschouwt de IND mi
|
|||
|
||||
### 3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘Studie’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder c, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder c, Vb is aan de afgifte van de verblijfsvergunning het voorschrift verbonden dat de vreemdeling voldoende is verzekerd tegen ziektekosten.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zevende lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar. Op grond van artikel 14, vierde lid, Vw wordt de verblijfsvergunning niet voor een langere geldigheidsduur dan vijf jaar verstrekt.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de opleiding vermeerderd met maximaal één jaar voor een voorbereidende opleiding, en drie extra maanden voor de administratieve afronding van de opleiding, met een maximum van 5 jaar. De IND verstaat onder voorbereidend onderwijs ook een schakeljaar.
|
||||
|
||||
### 4. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de resterende duur van de opleiding vermeerderd met drie maanden voor de administratieve afronding van de opleiding.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder l, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de resterende duur van de opleiding vermeerderd met drie maanden voor de administratieve afronding van de opleiding.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.91b, eerste lid, aanhef en onder b, Vb trekt de IND de verblijfsvergunning in als de vreemdeling na het volgen van maximaal één jaar voorbereidend onderwijs niet is ingeschreven voor de daadwerkelijke opleiding voor het hoger onderwijs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1446,7 +1452,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent de IND de v
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘arbeid toegestaan conform aanvullend document’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor de duur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder j, Vb verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid met de geldigheidsduur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1500,15 +1506,11 @@ De IND neemt aan dat de vreemdeling die seizoenarbeid verricht zelfstandig en du
|
|||
|
||||
#### 3.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder f, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘seizoenarbeid’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid toegestaan mits TWV is verleend’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de arbeid en met een maximum van 24 weken.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder f, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de arbeid en met een maximum van 24 weken.
|
||||
|
||||
#### 3.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1589,35 +1591,38 @@ De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier onder de bep
|
|||
|
||||
#### 2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder g, Vb, verleent IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘Arbeid in loondienst’.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verleent IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘Arbeid in loondienst’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid toegestaan mits TWV is verleend’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder m, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid toegestaan conform aanvullend document’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de IND de verblijfsvergunning verleent op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 10, Wav, kan aan de afgifte van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid een voorschrift worden verbonden.
|
||||
Op grond van artikel 10 Wav kan aan de afgifte van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid een voorschrift worden verbonden.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor de duur van maximaal één jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
|
||||
Indien de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen, verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor maximaal drie jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
Indien de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, Wav verleent de IND de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid voor maximaal drie jaar. De geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid eindigt in overeenstemming met het advies van het UWV.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc verleende verblijfsvergunning voor de duur maximaal één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van maximaal één jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, derde lid, Vb, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc verleende verblijfsvergunning voor de duur van de werkzaamheden.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de werkzaamheden, maar voor maximaal één jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1 Vc verleende verblijfsvergunning voor maximaal één jaar. Indien de verblijfsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen, verleent de IND de verblijfsvergunning voor maximaal drie jaar.
|
||||
Op grond van artikel 14, vijfde lid, Vw verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor maximaal één jaar. Indien de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder b en c, Wav verleent de IND de verblijfsvergunning voor maximaal drie jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc en paragraaf B5/2.1.2 Vc de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning in ieder geval:
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de op grond van paragraaf B5/2.1.1 Vc verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in ieder geval:
|
||||
|
||||
• voor de duur van een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet;
|
||||
• voor de duur van de arbeidsovereenkomst; of
|
||||
• voor de duur van de werkzaamheden.
|
||||
• voor de duur van een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet; of
|
||||
• voor de duur van de arbeidsovereenkomst,
|
||||
|
||||
maar voor maximaal één jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de op grond van paragraaf B5/2.1.2 Vc verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in ieder geval voor de duur van de werkzaamheden, maar voor maximaal vijf jaar.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1700,7 +1705,7 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de bepe
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ’TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, vierde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, Buwav, met een maximum van twee jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder h, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, Buwav, met een maximum van twee jaar.
|
||||
|
||||
#### 3.2. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1745,9 +1750,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de v
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de tewerkstelling als een TWV is verleend ten behoeve van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, derde lid aanhef en onder b, Vb verleent de IND in de overige gevallen de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van de arbeidsovereenkomst.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent of verlengt de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden, maar niet langer dan vijf jaar.
|
||||
|
||||
#### 4.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1795,11 +1798,19 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artike
|
|||
|
||||
|
||||
|
||||
Overgangsrecht Modern migratiebeleid
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.42, tweede lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ af als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling voor de inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid in het bezit was van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekperiode afgestudeerde’ of ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’; en
|
||||
• deze verblijfsvergunning was verleend op grond van het afronden van dezelfde opleiding of het verrichten van hetzelfde onderzoek.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, onder c, Vb beschouwt de IND het afronden van een postdoctorale opleiding als voldoende, als deze:
|
||||
|
||||
• voor een academisch jaar is aangegaan;
|
||||
• vanwege de zomerperiode feitelijk korter heeft geduurd dan 12 maanden; en
|
||||
• minimaal 10 maanden heeft geduurd.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Arbeid als kennismigrant
|
||||
|
||||
Voor de hoogte van het looncriterium wordt verwezen naar artikel 1d, eerste en derde lid, BuWav.
|
||||
|
|
@ -1826,13 +1837,14 @@ De IND telt niet mee in het bruto maandloon:
|
|||
|
||||
Aan de bevoegdheidsvereisten voor de uitoefening van de arbeid als zelfstandige en aan de vereisten voor het uitoefenen van het desbetreffende bedrijf als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, onder c, is bij een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg voldaan als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
De IND verleent de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als kennismigrant te vinden als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
• de werkgever heeft de arbeidsovereenkomst of de aanstelling van de vreemdeling voortijdig ontbonden, dat wil zeggen tijdens de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning; en
|
||||
• de vreemdeling kan volgens het UWV WERKbedrijf van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen verwijt worden gemaakt.
|
||||
De IND verleent de vreemdeling gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning een zoekperiode van drie maanden om een nieuwe functie als kennismigrant te vinden als de vreemdeling werkloos raakt.
|
||||
|
||||
De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid als kennismigrant’ in nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken en de vreemdeling geen nieuwe functie als kennismigrant heeft gevonden. De IND trekt deze verblijfsvergunning in per datum einde zoekperiode.
|
||||
|
||||
De IND trekt deze verblijfsvergunning niet in als de vreemdeling binnen drie maanden een nieuwe functie als kennismigrant vindt, mits wordt voldaan aan alle voorwaarden.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -1974,11 +1986,11 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarkt
|
|||
|
||||
##### 3.3.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
##### 3.3.2. Arbeid als kennismigrant
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder b, Vb en in aanvulling op artikel 3.59, vijfde lid, Vb, verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning:
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder d, Vb verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning:
|
||||
|
||||
• voor de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden;
|
||||
• voor de duur van de opleiding als de vreemdeling als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister; of
|
||||
|
|
@ -1986,7 +1998,7 @@ Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder b, Vb en in aanvulling op
|
|||
|
||||
##### 3.3.3. Wetenschappelijk onderzoek in de zin van
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder b, Vb en in aanvulling op artikel 3.59, vijfde lid, Vb, verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning:
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder i, Vb verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning:
|
||||
|
||||
• voor de duur van de arbeidsovereenkomst, aanstelling, gastovereenkomst of werkzaamheden;
|
||||
• voor ten hoogste de duur van de opleiding als de kennismigrant als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister; of
|
||||
|
|
@ -1994,13 +2006,11 @@ Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder b, Vb en in aanvulling op
|
|||
|
||||
##### 3.3.4. Arbeid als zelfstandige
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, vijfde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van maximaal twee jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van maximaal een jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder c, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van maximaal twee jaar of voor maximaal één jaar als de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 3.30, zesde lid, Vb.
|
||||
|
||||
##### 3.3.5. Houder van een Europese Blauwe Kaart
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, tweede lid, Vb verleent of verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de duur van de arbeidsovereenkomst of aanstelling aangevuld met drie maanden maar niet langer dan vier jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder e, Vb verleent of verlengt de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de arbeidsovereenkomst of aanstelling aangevuld met drie maanden maar niet langer dan vier jaar.
|
||||
|
||||
### 4. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2010,18 +2020,31 @@ Op grond van artikel 3.58, tweede lid, Vb verleent of verlengt de IND de geldigh
|
|||
|
||||
#### 4.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling in Nederland een hogere beroepsopleiding, een wetenschappelijke studie, een promotie of een postdoctorale opleiding heeft afgerond:
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling in Nederland met goed gevolg een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding of een postdoctorale opleiding heeft afgerond:
|
||||
|
||||
• een diploma of getuigschrift van een geaccrediteerde opleiding aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling; of
|
||||
• een verklaring met de datum waarop aan alle voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of getuigschrift van een geaccrediteerde opleiding aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling is voldaan.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een schriftelijke diplomawaardering van EP-Nuffic van een diploma van een buitenlandse onderwijsinstelling zoals genoemd in bijlage 10 van het VV met een afschrift van het gewaardeerde diploma als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is afgestudeerd met een Master-graad, een postdoctorale opleiding heeft afgerond of is gepromoveerd aan een buitenlandse onderwijsinstelling zoals genoemd in bijlage 10 van het VV.
|
||||
• een diploma of getuigschrift van een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs waaruit dit blijkt; of
|
||||
• een verklaring met de datum waarop aan alle voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of getuigschrift van die opleiding aan een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs is voldaan.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een dergelijke opleiding heeft afgerond een diploma of getuigschrift van een onderwijsinstelling die:
|
||||
|
||||
• opleidingen verzorgt in het kader van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
|
||||
• opleidingen verzorgt in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken; of
|
||||
• die is aangewezen in het Voorschrift Vreemdelingen.
|
||||
• is aangewezen in het Voorschrift Vreemdelingen.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een schriftelijke diplomawaardering van EP-Nuffic van een diploma van een buitenlandse onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 3.23 VV met een afschrift van het gewaardeerde diploma als bewijsmiddel.
|
||||
|
||||
Hieruit moet blijken dat de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• is afgestudeerd met een Master-graad,
|
||||
• een postdoctorale opleiding heeft afgerond, of
|
||||
• is gepromoveerd aan een buitenlandse onderwijsinstelling.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een minimaal niveau van kennis van de Engelse of Nederlandse taal heeft:
|
||||
|
||||
• een testrapport van het International English Language Testing System met een minimale score van 6.0; of
|
||||
• een testrapport van een andere Engelse taaltest zoals opgenomen in de Gedragscode internationale student hoger onderwijs met een vergelijkbare minimale score; of
|
||||
• een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit inburgering; of
|
||||
• een bewijsstuk waaruit blijkt dat de vreemdeling zijn masteropleiding, postdoctorale opleiding of promotietraject heeft genoten in het Engels of het Nederlands.
|
||||
|
||||
#### 4.3. Arbeid als kennismigrant
|
||||
|
||||
|
|
@ -2156,9 +2179,8 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een aa
|
|||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan het looncriterium voor houders van een Europese blauwe kaart:
|
||||
|
||||
• een arbeidsovereenkomst;
|
||||
• een aanstellingsbesluit; of
|
||||
• als sprake is van overplaatsing in concernverband en geen arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met het in Nederland gevestigde onderdeel van het bedrijf: een verklaring van het bedrijf in het buitenland waaruit de duur en aard van het dienstverband en het overeengekomen inkomen blijkt.
|
||||
• een arbeidsovereenkomst; of
|
||||
• een aanstellingsbesluit.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een originele diplomawaardering van de Nuffic als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling beschikt over een diploma van hoger onderwijs en dat deze opleiding vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding voor hoger onderwijs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2180,6 +2202,11 @@ De IND willigt de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van een verbli
|
|||
• de vreemdeling wijzigt niet van werkgever; en
|
||||
• de vreemdeling voldoet nog aan het looncriterium voor vreemdelingen jonger dan dertig jaar zoals is vastgelegd in artikel 1d, Buwav.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af op grond van artikel 18 Vw en trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in op grond van artikel 19 Vw, juncto artikel 18, eerste lid, aanhef en onder f, Vw als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend en:
|
||||
|
||||
• de kennismigrant langer dan drie maanden werkloos is; of
|
||||
• de kennismigrant een uitkering krachtens de Wwb heeft aangevraagd.
|
||||
|
||||
#### 5.2. Houder van een Europese blauwe kaart in de zin van
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -2519,9 +2546,19 @@ De IND beschouwt als buitenlandse pleegkinderen vreemdelingen die:
|
|||
• om andere redenen dan adoptie in hun belang naar Nederland worden overgebracht; en
|
||||
• worden geplaatst in een pleeggezin waarbij de pleegouders feitelijk de plaats van de biologische of juridische ouders innemen.
|
||||
|
||||
##### 3.7.1. Voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning
|
||||
##### 3.7.1
|
||||
|
||||
De IND verleent in ieder geval een verblijfsvergunning onder de beperking familie- of gezinslid als wordt voldaan aan alle hierna genoemde voorwaarden:
|
||||
De IND neemt aan dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst, als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, Vb is weggelegd in het land van herkomst, als sprake is van zodanige omstandigheden, dat het kind niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd.
|
||||
|
||||
De IND neemt niet aan dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, Vb als het kind verblijft bij zijn ouders in minder welvarende omstandigheden, voor zover die omstandigheden ter plaatse als normaal zijn te beschouwen.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind, genoemd in artikel 3.28, derde lid, Vb, blijkt dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte.
|
||||
|
||||
Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind nooit zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op tbc is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar tbc te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is.
|
||||
|
||||
##### 3.7.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
In aanvulling op de in artikel 3.28 Vb opgenomen voorwaarden, verleent de IND een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking familie- of gezinslid, als ook wordt voldaan aan alle hierna genoemde voorwaarden:
|
||||
|
||||
1. het buitenlandse pleegkind is een bloed- of aanverwant van de referent;
|
||||
2. a. de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het kind stemmen in met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders; óf
|
||||
|
|
@ -2532,19 +2569,9 @@ De referent moet een grootouder, broer, zuster, oom of tante van het pleegkind z
|
|||
|
||||
Alleen als het recht van het land van herkomst dit vereist, is zowel instemming van de ouder(s) of de wettelijke vertegenwoordiger(s) als instemming van de autoriteiten in het land van herkomst vereist.
|
||||
|
||||
##### 3.7.2. Onaanvaardbare toekomst
|
||||
##### 3.7.3. Meetellen gezinsinkomen
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat voor het kind geen aanvaardbare toekomst, als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, Vb is weggelegd in het land van herkomst, als sprake is van zodanige omstandigheden, dat het kind niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kan worden verzorgd.
|
||||
|
||||
De IND neemt niet aan dat sprake is van een onaanvaardbare toekomst als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, aanhef en onder b, Vb als het kind verblijft bij zijn ouders in minder welvarende omstandigheden, voor zover die omstandigheden ter plaatse als normaal zijn te beschouwen.
|
||||
|
||||
##### 3.7.3. Medische verklaring
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag af als uit de medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse pleegkind, genoemd in artikel 3.28, derde lid, Vb, blijkt dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. Als uit de medische verklaring blijkt dat het kind al op tbc is getest, hoeft het kind niet alsnog (hier te lande) een onderzoek naar tbc te ondergaan, voor zover dit onderzoek op grond van zijn nationaliteit vereist is.
|
||||
|
||||
##### 3.7.4. Meetellen gezinsinkomen
|
||||
|
||||
De IND telt de zelfstandige en duurzame middelen van bestaan van de partner van de referent mee bij het beoordelen van de middelen van bestaan van de referent als aan alle volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
De IND telt de zelfstandige en duurzame middelen van bestaan van de partner van de referent mee bij het beoordelen van de middelen van bestaan van de referent als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
• de referent en diens partner zijn gehuwd of een (geregistreerd) partnerschap aangegaan;
|
||||
• de partner van de referent is een Nederlander of een persoon die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met e of l, Vw; en
|
||||
|
|
@ -2602,15 +2629,15 @@ Dit laat onverlet dat ook als geen sprake is van inmenging de IND een belangenaf
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij (naam van de partner/ echtgenoot/ minderjarig kind, enz)’.
|
||||
|
||||
Als de referent een Nederlander is, dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.’
|
||||
Als de referent een Nederlander is, dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.'
|
||||
|
||||
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning, dan is de arbeidsmarktaantekening van familie- en gezinsleden dezelfde als die van diens referent.
|
||||
|
||||
Als de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder l, Vb dan luidt op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
In afwijking hiervan wordt op het verblijfsdocument van een gezinslid van een kennismigrant, houder van een Europese blauwe kaart of een wetenschappelijk onderzoeker op grond van de richtlijn 2005/71/EG op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
In afwijking hiervan wordt op het verblijfsdocument van een gezinslid van een kennismigrant, houder van een Europese blauwe kaart of een wetenschappelijk onderzoeker op grond van de richtlijn 2005/71/EG op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist'.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, negende lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van het verblijfsrecht van de referent. Als de referent Nederlander is of verblijf heeft voor langer dan vijf jaar, dan verleent de IND de verblijfsvergunning op grond van artikel 3.58, negende lid, aanhef en onder c, Vb voor de duur van vijf jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van het verblijfsrecht van de referent. Als de referent Nederlander is of verblijf heeft voor langer dan vijf jaar, dan verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van vijf jaar.
|
||||
|
||||
### 5. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -3021,7 +3048,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de v
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, elfde lid Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor 1 jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid met een geldigheidsduur van 1 jaar.
|
||||
|
||||
#### 4.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -3067,7 +3094,7 @@ De IND plaatst in het geldig document voor grensoverschrijding de aantekening
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van ten hoogste zes maanden of zoveel korter als het daadwerkelijke vertrek uit Nederland binnen zes maanden ligt.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden of zoveel korter als het daadwerkelijke vertrek uit Nederland binnen zes maanden ligt.
|
||||
|
||||
### 6. Amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken
|
||||
|
||||
|
|
@ -3162,7 +3189,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de v
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, elfde lid Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor amv’s voor vijf jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, tweede lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor amv’s met een geldigheidsduur van vijf jaar.
|
||||
|
||||
### 7. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
|
|
@ -3217,7 +3244,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de v
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
### 9. Medische behandeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -3391,7 +3418,7 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid onder o, Vb verleent de IND de verblijfsver
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van de medische behandeling voor maximaal één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder o, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur gelijk aan de duur van de medische behandeling, met en maximum van één jaar.
|
||||
|
||||
#### 9.4. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -3489,10 +3516,10 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de v
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de broer(s) en/of zus(sen) onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ (bij de hoofdpersoon).
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de hoofdpersoon en haar ouders met een geldigheidsduur van één jaar. Op grond van artikel 3.58, negende lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de broer(s) en/of zus(sen) voor de duur van één jaar.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening van de hoofdpersoon, haar ouders en de broer(s) en/of zus(sen) ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de hoofdpersoon en haar ouders met een geldigheidsduur van één jaar. Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder a, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de broer(s) en/of zus(sen) met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
### 11. Plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland
|
||||
|
||||
#### 11.1. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)
|
||||
|
|
@ -3509,11 +3536,11 @@ De IND wijst de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde
|
|||
|
||||
#### 11.2. Beperking, arbeidsmarktbeperking en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb onder de beperking: tijdelijk humanitaire gronden.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb onder de beperking: ‘tijdelijk humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder p, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
#### 11.3. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
|
|
@ -3707,17 +3734,17 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning, als bedoeld in artikel 3.50, eerste lid,
|
|||
|
||||
#### 8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning als:
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als:
|
||||
|
||||
1. gedurende vijf jaren geen grond is geweest voor intrekking van de verblijfsvergunning;
|
||||
2. de vreemdeling het inburgeringsexamen heeft behaald of hiervan is vrijgesteld of ontheven; en
|
||||
3. de vreemdeling voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid, Vw, met uitzondering van de subcategorieën b, c en k.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.51, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb verleent de IND de gezinsleden van de houder van de Europese blauwe kaart een verblijfsvergunning als:
|
||||
De IND werpt een verblijfsgat niet tegen als voldaan wordt aan alle hierna genoemde voorwaarden:
|
||||
|
||||
• het gezinslid onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de aanvraag twee jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad bij de houder van de Europese blauwe kaart;
|
||||
• het gezinslid twee jaren heeft voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning; en
|
||||
• het gezinslid op het tijdstip waarop de aanvraag voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is ontvangen, of het besluit op deze aanvraag is genomen ten minste vijf jaar rechtmatig en onafgebroken verblijf heeft gehad op het grondgebied van een EU lidstaat.
|
||||
• het verblijfsgat is ontstaan doordat de vreemdeling de verlengingsaanvraag niet-tijdig heeft ingediend;
|
||||
• de vreemdeling heeft de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend binnen de redelijke termijn van twee jaar. Zie paragraaf B1/6.1 Vc;
|
||||
• de vreemdeling heeft gedurende vijf jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van niet-tijdelijk humanitaire gronden, onafgebroken voldaan aan de inhoudelijke voorwaarden van de oorspronkelijk aan hem verleende verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld artikel 3.80a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3729,9 +3756,13 @@ a. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een
|
|||
b. de vreemdeling met voldoende inzet minimaal 600 uur heeft deelgenomen aan een alfabetiseringscursus bij een instelling met het Blik op Werk Keurmerk en de vreemdeling aangetoond heeft met een door DUO afgenomen toets naar het leervermogen dat de vreemdeling niet het leervermogen heeft om het inburgeringsexamen te halen; of
|
||||
c. de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 juli 2013 zal DUO advies geven of iemand voldoet aan de criteria genoemd onder a en b (naar aanleiding van de zogenaamde inspanningstoets). De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van de door de vreemdeling overgelegd advies van DUO. De vreemdeling die in aanmerking wil komen voor deze ontheffingsgrond moet deze inspanningstoets zelf aanvragen bij DUO. Voor het aanmeldformulier en meer informatie over deze procedure raadpleeg de website van DUO www.inburgeren.nl.
|
||||
Vanaf 1 juli 2013 zal DUO advies geven of iemand voldoet aan de criteria genoemd onder a en b (naar aanleiding van de zogenaamde inspanningstoets). De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van de door de vreemdeling overgelegd advies van DUO. De vreemdeling die in aanmerking wil komen voor deze ontheffingsgrond moet deze inspanningstoets zelf aanvragen bij DUO. Voor het aanmeldformulier en meer informatie over deze procedure raadpleeg de website van DUO www.inburgeren.nl.
|
||||
|
||||
In het kader van de overgangsregeling per 1 juli 2013 past de IND ook de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning de vreemdeling redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
In het kader van de overgangsregeling per 1 juli 2013 past de IND ook de
|
||||
|
||||
hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde
|
||||
|
||||
inspanning de vreemdeling redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
|
||||
Hiervan is sprake als:
|
||||
|
||||
|
|
@ -3739,13 +3770,15 @@ Hiervan is sprake als:
|
|||
• van de vreemdeling gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar; en
|
||||
• de vreemdeling de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2 niveau heeft behaald.
|
||||
|
||||
De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van een door de vreemdeling overgelegde verklaring met een advies (naar aanleiding van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek) van het ROC Amsterdam. Vanaf 1 juli 2013 wordt dit haalbaarheidsonderzoek niet meer door het ROC Amsterdam gedaan. Alle adviezen van aanvragen voor een haalbaarheidsonderzoek ingediend vóór 1 juli 2013 worden meegenomen in de besluitvorming. Op de dag van de indiening van de aanvraag mag dit advies niet ouder zijn dan vijf jaar.
|
||||
De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van een door de vreemdeling overgelegde verklaring met een advies (naar aanleiding van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek) van het ROC Amsterdam. Vanaf 1 juli 2013 wordt dit haalbaarheidsonderzoek niet meer door het ROC Amsterdam gedaan. Alle adviezen van aanvragen voor een haalbaarheidsonderzoek ingediend vóór 1 juli 2013 worden meegenomen in de besluitvorming. Op de dag van de indiening van de aanvraag mag dit advies niet ouder zijn dan vijf jaar.
|
||||
|
||||
De IND neemt het ROC-advies niet over als:
|
||||
|
||||
• de IND constateert dat de vreemdeling in een vreemdelingrechtelijke procedure verklaringen heeft afgelegd die in tegenstrijd zijn met het advies; of
|
||||
• op een andere manier dan uit een vreemdelingrechtelijke procedure blijkt dat de vreemdeling een opleiding heeft afgerond.
|
||||
|
||||
Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
|
||||
|
||||
De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid om de hardheidsclausule toe te passen op grond van artikel 3.80a, vierde lid, Vb als de vreemdeling stelt:
|
||||
|
||||
• geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening te hebben gekregen;
|
||||
|
|
@ -3754,6 +3787,11 @@ De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid om de hardheidsclaus
|
|||
• geen taalkennisvoorziening opgelegd heeft gekregen; of
|
||||
• nooit te hebben geweten het inburgeringsexamen te moeten behalen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling het inburgeringsexamen heeft behaald of hiervan is vrijgesteld of ontheven (zie ad 2 hierboven);en
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16, eerste lid Vw, met uitzondering van de subcategorieën c en k.
|
||||
|
||||
#### 8.2. Bijzondere voorwaarden na een (huwelijks)relatie
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend als de vreemdeling naast de in paragraaf B9/8.1 Vc genoemde voorwaarden ook voldoet aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
|
|
@ -3764,7 +3802,7 @@ Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de
|
|||
Op grond van artikel 3.51, achtste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling op wie artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is als:
|
||||
|
||||
• aan hem de in artikel 3.31b Vb bedoelde vergunning is verleend (zie B11) en hij uiterlijk op het moment waarop de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning verstrijkt, beschikt over een arbeidsplaats voor nog een jaar waarmee hij zelfstandig en duurzaam voldoende middelen van bestaan als bedoeld in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb verwerft; of
|
||||
• hij drie jaar in Nederland verblijft als houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht, en is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning.
|
||||
• hij drie jaar in Nederland verblijft als houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht, en is voldaan aan de voorwaarden voor het verlengen van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
#### 8.3. Bijzondere voorwaarden na verruimde gezinshereniging
|
||||
|
||||
|
|
@ -3792,7 +3830,13 @@ b. twee jaar als houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder
|
|||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijk humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder k, Vb als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.50, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vb of artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb; en
|
||||
• de vreemdeling heeft onderbouwd dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden (zie paragraaf B9/11 Vc) waardoor de vreemdeling blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen.
|
||||
• de vreemdeling heeft onderbouwd dat sprake is van bijzondere individuele omstandigheden waardoor de vreemdeling blijvend op verblijf in Nederland is aangewezen. Voor een uitwerking van de bijzondere individuele omstandigheden die een rol in dit kader kunnen spelen zoekt de IND aansluiting bij de bijzondere omstandigheden genoemd in paragraaf B9/11 Vc.
|
||||
|
||||
#### 8.7. Bijzondere voorwaarden na verblijf bij houder blauwe kaart
|
||||
|
||||
In aanvulling op de in artikel 3.51 Vb, tweede lid, aanhef en onder a en b, Vb opgenomen voorwaarden, verleent de IND de gezinsleden van de houder van de Europese blauwe kaart een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd alleen als het gezinslid, naast de in paragraaf B9/8.1 genoemde voorwaarden, ook voldoet aan de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
• het gezinslid heeft twee jaren voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
### 9. Na verblijf in het kader van medische behandeling
|
||||
|
||||
|
|
@ -3933,11 +3977,11 @@ Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder r, Vb verleent de IND de v
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ’Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, achtste lid, Vb verleent de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ voor de duur van vijf jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder r, Vb verleent de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ met de geldigheidsduur van vijf jaar.
|
||||
|
||||
### 17. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder r, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor de duur van vijf jaar.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ niet in en wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning niet af als de vreemdeling niet langer voldoet aan de beperking waaronder de oorspronkelijke verblijfsvergunning was verleend. Onder de oorspronkelijke verblijfsvergunning verstaat de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die voorafging aan de verlening van de verblijfsvergunning onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4119,16 +4163,19 @@ In aanvulling op artikel 8.7, tweede lid, Vb stelt de IND adoptiefkinderen gelij
|
|||
|
||||
Als een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb en artikel 8.7, derde lid, Vb stelt ten laste te zijn van een burger van de Unie, dan beoordeelt de IND of dit familielid, op het moment dat dit familielid verzoekt om hereniging met de burger van de Unie, in het land van herkomst of het land vanwaar het familielid kwam (dat wil zeggen niet in Nederland) materieel wordt ondersteund door de burger van de Unie. Deze materiële ondersteuning moet noodzakelijk en reëel zijn.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is als het familielid vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Waarom het familielid een beroep doet op materiële ondersteuning is niet van belang.
|
||||
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb neemt de IND in ieder geval aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is als het familielid vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Waarom het familielid een beroep doet op materiële ondersteuning is niet van belang.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de burger van de Unie aan het familielid ten minste één jaar ononderbroken regelmatig een som geld heeft betaald welke voor het familielid noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst.
|
||||
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb neemt de IND slechts aan dat de materiële ondersteuning noodzakelijk is, als het familielid vanwege zijn economische en sociale toestand niet (volledig) in zijn basisbehoeften voorziet. Waarom het familielid een beroep doet op materiële ondersteuning is niet van belang.
|
||||
|
||||
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, aanhef en onder c en d, Vb neemt de IND in ieder geval aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de burger van de Unie aan het familielid ten minste één jaar ononderbroken regelmatig een som geld heeft betaald welke voor het familielid noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst.
|
||||
|
||||
Bij een familielid als bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb neemt de IND slechts aan dat de materiële ondersteuning reëel is als de burger van de Unie aan het familielid ten minste één jaar ononderbroken regelmatig een som geld heeft betaald welke voor het familielid noodzakelijk is om in zijn basisbehoeften te voorzien in zijn land van herkomst.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 8.7, vierde lid, Vb neemt de IND aan dat een duurzame relatie bestaat als de burger van de Unie en de ongehuwde partner:
|
||||
|
||||
• voorafgaand aan het moment van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht of het moment van beslissen gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voerden en gedurende die termijn feitelijk samenwoonden; of
|
||||
• gezamenlijk een kind hebben.
|
||||
|
||||
In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie.
|
||||
• In alle gevallen moet het gaan om een bestaande duurzame relatie.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IND een burger van de Unie als werknemer of zelfstandige als deze reële en daadwerkelijke arbeid verricht. Van reële en daadwerkelijke arbeid is in ieder geval sprake als:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4152,6 +4199,8 @@ In aanvulling op artikel 8.12, tweede lid, Vb beschouwt de IND de burger van de
|
|||
• zich niet bij UWV WERKbedrijf als werkzoekende heeft ingeschreven; of
|
||||
• meer dan een keer heeft geweigerd passende arbeid te aanvaarden.
|
||||
|
||||
Voldoende middelen van bestaan voor de vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb en familieleden
|
||||
|
||||
De IND willigt de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht van een familielid in als blijkt dat de vreemdeling als bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, Vb op het moment dat op die aanvraag wordt beslist reële en daadwerkelijke arbeid verricht of voor zichzelf en zijn familieleden beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een familielid dat wil verblijven bij een burger van de Unie onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen (bijlage 7h, VV) met de aantekening dat het familielid mag werken.
|
||||
|
|
@ -4442,7 +4491,7 @@ De IND beschouwt in ieder geval als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake
|
|||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven:
|
||||
|
||||
• als economisch niet-actieve langdurig ingezetene;
|
||||
• als vermogende vreemdeling;
|
||||
• als vermogende vreemdeling (ook wel buitenlandse investeerder);
|
||||
• voor het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst omdat artikel 13 Besluit 1/80 van toepassing is; en
|
||||
• op grond van de pilot ‘huisvesting Akense niet-EU studenten’.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4454,7 +4503,7 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van 3.29a Vb en artike
|
|||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.29a, eerste lid, aanhef en onder b, Vb accepteert de IND alle middelen van bestaan ongeacht de bron waaruit deze afkomstig zijn (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, et cetera).
|
||||
|
||||
#### 2.2. Vermogende vreemdeling
|
||||
#### 2.2. Vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.29a, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4462,41 +4511,44 @@ In aanvulling op artikel 3.29a, tweede lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergu
|
|||
|
||||
a. innovatieve onderneming;
|
||||
b. contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve onderneming(en);
|
||||
c. door de Minister van Economische Zaken erkend seedfonds; of
|
||||
c. fonds dat volgens het Ministerie van Economische Zaken past binnen de SEED regeling; of
|
||||
d. participatiefonds dat is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP).
|
||||
2. het te investeren bedrag is gestort op een bankrekening van een Nederlandse bank of een bank van een EU-lidstaat met een vestiging in Nederland die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank;
|
||||
3. de investering heeft volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie; en
|
||||
4. niet is gebleken dat het vermogen waaruit wordt geïnvesteerd een malafide herkomst heeft.
|
||||
3. de investering heeft volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie;
|
||||
4. de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) heeft aangegeven dat de vreemdeling niet gekoppeld kan worden aan een verdachte transactie en
|
||||
5. niet is gebleken dat de vreemdeling investeert in onroerend goed voor bewoning.
|
||||
|
||||
De RVO adviseert de IND of de investering in een innovatieve onderneming (voorwaarde 1 sub a) of de investering in een contractueel samenwerkingsverband (voorwaarde 1 sub b) een toegevoegde waarde heeft voor de Nederlandse economie.
|
||||
|
||||
1. Een investering door de vermogende vreemdeling in een innovatieve onderneming.
|
||||
1. Een investering door de vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder) in een (innovatieve) onderneming.
|
||||
|
||||
De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
De beoogde investering heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie als alle delen van onderdeel A positief worden beoordeeld en ten minste 25 punten worden behaald uit onderdeel B.
|
||||
De beoogde investering heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie als alle delen van onderdeel A positief worden beoordeeld en ten minste twee van onderdeel B positief worden beoordeeld.
|
||||
2. Een investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere innovatieve ondernemingen.
|
||||
|
||||
De toets door RVO bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
• Een check of het contractueel samenwerkingsverband staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
|
||||
• Het beoordelen van de innovatieve aard van het contractueel samenwerkingsband en de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd, waarbij het bovenstaand puntensysteem bij de beoordeling wordt betrokken.
|
||||
• Het beoordelen van de arbeidscreatie, waarbij bij meerdere investeringen in één of meerdere innovatieve ondernemingen de arbeidscreatie naar rato van de inbreng van de vermogende vreemdeling wordt berekend.
|
||||
3. De investering in een door het Ministerie van Economische Zaken erkend seedfonds in oprichting heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie.
|
||||
• Het beoordelen van het contractueel samenwerkingsband en de ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd. Daarbij wordt getoetst volgens het bovenstaand toetsingskader voor investering in een onderneming.
|
||||
• Er wordt beoordeeld naar rato van de inbreng van de vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder).
|
||||
3. De investering in een fonds dat volgens het Ministerie van Economische Zaken past binnen de SEED regeling heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie.
|
||||
4. De investering in een participatiefonds dat is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen heeft toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie.
|
||||
|
||||
De IND vraagt de vreemdeling om toestemming om onderzoek te laten verrichten in het buitenland of dat het vermogen waaruit geïnvesteerd wordt een mogelijk criminele herkomst heeft.
|
||||
De IND vraagt -ten behoeve van de FIU-toets- de vreemdeling om toestemming om onderzoek te laten verrichten in het buitenland of dat het vermogen waaruit geïnvesteerd wordt een mogelijk criminele herkomst heeft.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag om een verblijfsvergunning af als de vreemdeling geen toestemming geeft.
|
||||
|
||||
De IND verzoekt de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) te toetsen of ten aanzien van de vreemdeling verdacht verklaarde transacties bekend zijn.
|
||||
De IND verzoekt de te toetsen of ten aanzien van de vreemdeling verdacht verklaarde transacties bekend zijn.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt daartoe de volgende gegevens aan de FIU:
|
||||
|
||||
• persoonsgegevens van de vreemdeling; en
|
||||
• gegevens omtrent het te investeren vermogen.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning niet of trekt deze in als de FIU meldt dat gebleken is dat de vreemdeling betrokken is bij één, of meerdere, als verdacht verklaarde transactie(s). Als de FIU meldt dat geen informatie uit het land van herkomst of het land van bestendig verblijf kan worden verkregen met betrekking tot het vermogen van de vreemdeling, wordt in de regel de verblijfsvergunning evenmin verleend.
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning niet of trekt deze in als de FIU meldt dat gebleken is dat de vreemdeling betrokken is bij één, of meerdere, als verdacht verklaarde transactie(s). Als de FIU meldt dat geen informatie uit het land van herkomst of het land van bestendig verblijf kan worden verkregen met betrekking tot het vermogen van de vreemdeling, wordt de verblijfsvergunning evenmin verleend.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet of trekt deze in als de vreemdeling investeert in onroerend goed voor bewoning.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
|
||||
|
||||
|
|
@ -4539,27 +4591,25 @@ Op grond van artikel 3.75, vierde lid, Vb beschouwt de IND de middelen van besta
|
|||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder m, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.31 Vb aan de vreemdeling op wie artikel 13 besluit 1/80 van toepassing is, onder de beperking: ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten onder de beperking ‘verblijf conform beschikking Staatssecretaris’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor economisch niet-actieve langdurig ingezetenen en vermogende vreemdelingen: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor het zoeken of verrichten van arbeid al dan niet in loondienst: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder a, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor het zoeken naar of verrichten van arbeid al dan niet in loondienst: 'Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.1, derde lid, onder l, VV luidt de arbeidsmarktaantekening voor de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten: ‘Arbeid niet toegestaan’.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, achtste lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaar aan economisch niet-actieve langdurig ingezetenen.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van vijf jaar aan economisch niet-actieve langdurig ingezetenen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, achtste lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van één jaar aan de vermogende vreemdeling.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van drie jaar aan de vermogende vreemdeling.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaar aan de vermogende vreemdeling.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder b, Vb verlengt de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van vijf jaar aan de vermogende vreemdeling.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.58, zesde lid, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van ten hoogste één jaar voor het verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
|
||||
Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder m, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de geldigheidsduur van ten hoogste één jaar voor het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-
|
||||
|
||||
EU studenten met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
Op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten met de geldigheidsduur van één jaar.
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning verleend in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten wordt ingevolge artikel 3.5, vierde lid, Vb aangemerkt als een tijdelijk verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4573,18 +4623,11 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijf
|
|||
|
||||
• een kopie van de door de andere lidstaat afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met de aantekening: ‘ EG-langdurig ingezetene’, in de taal van die lidstaat.
|
||||
|
||||
#### 4.2. vermogende vreemdeling
|
||||
#### 4.2. vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een investering van minimaal € 1.250.000 doet in een onderneming in Nederland:
|
||||
|
||||
• een verklaring van de Nederlandse vestiging van de bank die beschikt over een vergunning van De Nederlandsche Bank of gebruikt maakt van een Europees paspoort, waaruit blijkt dat het te investeren bedrag van minimaal € 1.250.000 in Nederland is gestort;
|
||||
• een verklaring van een Nederlands accountantskantoor, geregistreerd bij de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants over de identiteit van de vreemdeling, de herkomst en grootte van zijn vermogen. Het gaat daarbij om de zogenoemde beoordelingsverklaring bij een vermogensopstelling, waaruit blijkt:
|
||||
|
||||
a. de opbouw van het vermogen;
|
||||
b. dat de herkomst van zijn vermogen niet aantoonbaar malafide is; en
|
||||
c. de wijze waarop vermogen ook daadwerkelijk beschikbaar is voor de investering.
|
||||
|
||||
Daarnaast dient de accountantsverklaring een prognose te bevatten waaruit blijkt dat de vreemdeling de mogelijkheid heeft om over een periode van ten minste 15 maanden € 1.250.000 te investeren in een Nederlands bedrijf.
|
||||
• een verklaring van de Nederlandse vestiging van de bank die beschikt over een vergunning van De Nederlandsche Bank of gebruik maakt van een Europees paspoort, waaruit blijkt dat het te investeren bedrag van minimaal € 1.250.000 in Nederland is gestort.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij investering in een onderneming:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4603,29 +4646,26 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijks
|
|||
• door een onafhankelijke externe partij geverifieerde jaarrekeningen van de afgelopen drie jaren of als de onderneming korter dan drie jaar geleden is opgericht de beschikbare jaarrekeningen;
|
||||
• investeringsplan van de onderneming waarin het doel van de investering wordt beschreven (kan geïntegreerd worden in het ondernemingsplan of in de investeringsovereenkomst);
|
||||
• gegevens waaruit blijkt wat de verwachte effecten van de investering zijn in omvang en tijd met betrekking tot de vermogenspositie, omzet, resultaat (netto winst), werkgelegenheid en/of innovatie, zowel technologisch als niet-technologisch (bijv. patenten, octrooien);
|
||||
• bewijsstukken waaruit de eigen inbreng en mate van actieve betrokkenheid van de vermogende vreemdeling bij de onderneming blijkt zoals specifieke kennis, referenties, patenten, netwerk en afnemers.
|
||||
• bewijsstukken waaruit de niet-financiële eigen inbreng en mate van actieve betrokkenheid van de vermogende vreemdeling bij de onderneming blijkt zoals specifieke kennis, specifieke werkervaring, referenties, patenten, netwerk en afnemers.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de adviesaanvraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere onderneming(en):
|
||||
|
||||
• de overeenkomst tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband waaruit de omvang en de voorwaarden blijken;
|
||||
• een fondsplan waaruit blijkt wat de aard van de organisatie en de investeringen is, en welke voorwaarden daaraan verbonden zijn;
|
||||
• bewijs van continuïteit van het contractuele samenwerkingsverband zoals jaarrekeningen;
|
||||
• gegevens waaruit blijkt wat de verwachte effecten van de investering zijn in omvang en tijd met betrekking tot de vermogenspositie, omzet, resultaat (netto winst), werkgelegenheid en/of innovatie, zowel technologisch als niet-technologisch (bijv. patenten, octrooien);
|
||||
• bewijsstukken waaruit de eigen inbreng en mate van actieve betrokkenheid van de vermogende vreemdeling bij de onderneming blijkt zoals specifieke kennis, referenties, patenten, netwerk en afnemers.
|
||||
• bewijsmiddelen zoals beschreven bij investering in een onderneming.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling deelneemt aan een erkend seedfonds:
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling deelneemt aan een fonds dat past binnen de SEED regeling:
|
||||
|
||||
• een verklaring waaruit blijkt dat het seedfonds is erkend door het Ministerie van Economische Zaken.
|
||||
• Een bewijs van deelname aan het fonds; en
|
||||
• een verklaring waaruit blijkt dat het SEED fonds is erkend door het Ministerie van Economische Zaken; of
|
||||
• een verklaring waaruit blijkt dat het fonds geen SEED erkenning heeft gekregen maar volgens het Ministerie van Economische Zaken wel past binnen de SEED regeling.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling deelneemt aan een participatiefonds:
|
||||
|
||||
• een bewijs van deelname aan een participatiefonds dat is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen;
|
||||
• een bewijs van het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen van het participatiefonds.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waarmee de vreemdeling de herkomst van zijn vermogen kan aantonen:
|
||||
|
||||
• een accountantsverklaring, afgegeven door Nederlands accountantskantoor, geregistreerd bij de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), waarin staat dat niet gebleken is dat het te investeren vermogen een malafide herkomst heeft of dat is gebleken dat de herkomst van het vermogen niet-malafide is. De rapportage bevat een beoordelingsverklaring bij een vermogensopstelling en een onderzoeksrapport bij een prognose over de mogelijkheid te investeren.
|
||||
|
||||
#### 4.3. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
De IND beschouwt ‘het model machtigingsformulier student gemeente Kerkrade’, onderdeel van het convenant ‘pilot huisvesting Akense niet-EU studenten’, als bewijsmiddel waaruit blijkt dat:
|
||||
|
|
@ -4650,7 +4690,7 @@ In het geval de kosten van studie en levensonderhoud door de student zelf worden
|
|||
|
||||
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud worden gefinancierd uit een beurs:
|
||||
|
||||
• een originele beursverklaring waarin in ieder geval is opgenomen: de datum, de naam van de beursverstrekker, de persoonsgegevens van de student, de periode (begindatum en einddatum) waarbinnen de beurs verstrekt wordt, het maandelijks door de student te ontvangen bedrag, de naam van het beursprogramma (indien van toepassing).
|
||||
• een originele beursverklaring waarin in ieder geval is opgenomen: de datum, de naam van de beursverstrekker, de persoonsgegevens van de student, de periode (begindatum en einddatum) waarbinnen de beurs verstrekt wordt, het maandelijksdoor de student te ontvangen bedrag, de naam van het beursprogramma (indien van toepassing).
|
||||
|
||||
In het geval de student het minimaal toereikende bedrag voor de kosten van studie en levensonderhoud heeft gestort op een daartoe geopende rekening van het voorportaal:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4658,14 +4698,15 @@ In het geval de student het minimaal toereikende bedrag voor de kosten van studi
|
|||
|
||||
In het geval de kosten van studie en levensonderhoud door een financier in het buitenland worden gefinancierd:
|
||||
|
||||
• een originele verklaring financiële steun (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de persoonsgegevens van de student (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de persoonsgegevens van de financier (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de volledige adresgegevens van de financier; het maandelijks over te maken bedrag; de periode (begindatum en einddatum) waarin de student wordt ondersteund, de handtekening van de financier; • een kopie van het paspoort of de identiteitskaart van de financier; en
|
||||
• een originele verklaring financiële steun (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de persoonsgegevens van de student (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de persoonsgegevens van de financier (volledige naam, geboortedatum, paspoortnummer); de volledige adresgegevens van de financier; het maandelijks over te maken bedrag; de periode (begindatum en einddatum) waarin de student wordt ondersteund, de handtekening van de financier;
|
||||
• een kopie van het paspoort of de identiteitskaart van de financier; en
|
||||
• een originele bankverklaring (op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de financier, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit de bankverklaring moet duidelijk blijken dat de financier vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken. Als de rekening op naam van meerdere personen staat, dienen al deze personen in te stemmen met de maandelijkse betaling en dienen zij de originele verklaring financiële steun mede te ondertekenen; of
|
||||
• een kopie van een rekeningafschrift(op het moment van de aanvraag niet ouder dan drie maanden) voorzien van: de datum, de persoonsgegevens van de financier, het rekeningnummer, het beschikbare saldo, de contactgegevens van de bank. Uit het rekeningafschrift moet duidelijk blijken dat de financier vrijelijk over het beschikbare saldo kan beschikken; of
|
||||
• een niet Nederlandse internetprint vergezeld door een originele bankverklaring voorzien van bankstempel en handtekening.
|
||||
|
||||
### 5. Verlenging
|
||||
|
||||
#### 5.1. Vermogende vreemdeling
|
||||
#### 5.1. Vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’ in ieder geval af als:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4677,7 +4718,7 @@ De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland adviseert positief bij een investering
|
|||
|
||||
1. De onderneming of het contractueel samenwerkingsverband is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel;
|
||||
2. De investering is conform het investeringsplan nog aanwezig in de onderneming of in het contractueel samenwerkingsverband; en
|
||||
3. De beoogde arbeidscreatie is voor 20% gerealiseerd en het is aannemelijk dat de overige 80% in de komende vier jaren wordt gerealiseerd.
|
||||
3. De beoogde arbeidscreatie is voor 60% gerealiseerd en het is aannemelijk dat de overige 40% in de komende twee jaren wordt gerealiseerd.
|
||||
|
||||
#### 5.2. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten
|
||||
|
||||
|
|
@ -4697,27 +4738,31 @@ De IND verstaat onder voldoende studievoortgang dat de vreemdeling minimaal 50%
|
|||
|
||||
### 6. Bewijsmiddelen verlenging
|
||||
|
||||
#### 6.1. vermogende vreemdeling
|
||||
#### 6.1. vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waarmee de vreemdeling bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘vermogende vreemdeling’, kan aantonen dat aan de voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
Bewijsmiddelen bij een investering in een onderneming:
|
||||
|
||||
• een recente jaarrekening van de onderneming(en) waarin is geïnvesteerd;
|
||||
• een verklaring van de bestuurders dat het door de vreemdeling geïnvesteerde vermogen conform het investeringsplan aanwezig is in de onderneming;
|
||||
• een beschrijving van de resultaten met betrekking tot arbeidscreatie;
|
||||
• een beschrijving van de resultaten met betrekking tot arbeidscreatie (indien van toepassing);
|
||||
• een beschrijving van de resultaten met betrekking tot innovatie (indien van toepassing);
|
||||
• een beschrijving van de resultaten van de niet-financiële inbreng door de vreemdeling (indien van toepassing).
|
||||
|
||||
Bewijsmiddelen bij een investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in een of meerdere onderneming(en):
|
||||
Bewijsmiddelen bij een investering in een contractueel samenwerkingsverband dat investeert in één of meerdere onderneming(en):
|
||||
|
||||
• een recente jaarrekening van de onderneming(en) waarin is geïnvesteerd;
|
||||
• een bewijs dat de vreemdeling is aangesloten bij het samenwerkingsverband;
|
||||
• een verklaring van de bestuurders dat het geïnvesteerde vermogen conform het investeringsplan nog aanwezig is in het contractueel samenwerkingsverband;
|
||||
• een beschrijving van de resultaten met betrekking tot de realisatie van arbeidscreatie;
|
||||
• een beschrijving van de resultaten met betrekking tot arbeidscreatie (indien van toepassing);
|
||||
• een beschrijving van de resultaten met betrekking tot innovatie (indien van toepassing);
|
||||
• een beschrijving van de resultaten van de niet-financiële inbreng door de vreemdeling (indien van toepassing).
|
||||
|
||||
Bewijsmiddelen bij een investering in een seedfonds:
|
||||
Bewijsmiddelen bij een investering in een fonds dat volgens het Ministerie Economische Zaken past binnen de SEED regeling:
|
||||
|
||||
• een bewijs van deelname aan een seedfonds.
|
||||
• een bewijs van deelname aan een fonds dat volgens het Ministerie Economische Zaken past binnen de SEED regeling; en
|
||||
• een bewijs dat de investering nog aanwezig is in het fonds.
|
||||
|
||||
Bewijsmiddelen bij een investering in een participatiefonds:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue