2017-04-01 | BWBR0037926 | Aansluit- en transportcode gas RNB

This commit is contained in:
Coornhert 2017-04-01 12:00:00 +00:00
parent 8924a3225c
commit 8d49fdd190

View file

@ -65,7 +65,7 @@ Zolang de technische voorwaarden ten aanzien van taken, rechten en plichten van
Leidingen ten behoeve van de aansluiting voldoen aan de volgende technische normen:
a. NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 Gasvoorzieningssystemen Gasdrukregelstations voor transport en distributie”;
b. NEN-EN 1594:2009 “Gasvoorziening Leidingsystemen voor maximale bedrijfsdruk groter dan 16 bar Functionele eisen”;
b. NEN-EN 1594:2009 “Gasvoorziening Leidingsystemen voor maximale bedrijfsdruk groter dan 16 bar Functionele eisen”;
c. NEN 3650-1:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen Deel 1: Algemeen”;
NEN 3650-2:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen Deel 2: Staal”;
@ -307,7 +307,7 @@ Indien de injectie van het odorant, zoals bedoeld in 2.5.2.4a, plaats vindt aan
### Artikel 2.5.2.1
De invoedingsinstallatie is voorzien van een drukregeling en drukbeveiliging conform NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 Gasvoorzieningssystemen Gasdrukregelstations voor transport en distributie” indien de werkdruk ten hoogste 0,5 bar is en conform NEN-EN 15001-1 “Gasinfrastructuur Gasinstallatieleidingen” indien de werkdruk hoger is dan 0,5 bar en ten hoogste 40 bar. De instelling van deze drukregeling geschiedt in overleg tussen de invoeder en de regionale netbeheerder.
De invoedingsinstallatie is voorzien van een drukregeling en drukbeveiliging conform NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 Gasvoorzieningssystemen Gasdrukregelstations voor transport en distributie” indien de werkdruk ten hoogste 0,5 bar is en conform NEN-EN 15001-1 “Gasinfrastructuur Gasinstallatieleidingen” indien de werkdruk hoger is dan 0,5 bar en ten hoogste 40 bar. De instelling van deze drukregeling geschiedt in overleg tussen de invoeder en de regionale netbeheerder.
### Artikel 2.5.2.2
@ -450,6 +450,10 @@ De in 3.1a.3 bedoelde nieuwe invoedingsinstallatie mag invoeden voor zover het m
Om de uitvoering van 3.1a.6 mogelijk te maken, staat de invoeder toe dat de netbeheerder, van de individuele invoeders in een netgebied, continu volumegegevens van de invoeding ontvangen.
### Artikel 3.1a.8
Indien de aansluiting niet is of wordt voorzien van een gaskwaliteitsmeting conform 5a.6 van de Meetcode gas RNB, dient de calorische waarde van het in te voeden gas groter of gelijk te zijn aan het gemiddelde van de maandwaarden van de calorische waarde van het gas dat gedurende de afgelopen twaalf maanden vanuit het landelijk gastransportnet in het desbetreffende netgebied is ingevoed.
### Paragraaf 3.2. De kwaliteit van de transportdienst gaskwaliteit op aansluitingen van verbruikers
### Artikel 3.2.1
@ -526,7 +530,7 @@ Bij de eerste ingebruikname van een invoedingsinstallatie wordt de invoeding nie
### Artikel 3.4.5
De invoeding wordt door middel van automatische afschakeling direct onderbroken indien de kwaliteit van het in te voeden gas buiten de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit bedoelde grenzen voor de gaskwaliteit komt, blijkend uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen. De invoeding wordt niet eerder herstart dan nadat uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen is gebleken dat de kwaliteit van het in te voeden gas binnen de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit genoemde grenzen voor de gaskwaliteit is gekomen.
De invoeding wordt door middel van automatische afschakeling direct onderbroken indien de kwaliteit van het in te voeden gas buiten de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit bedoelde grenzen voor de gaskwaliteit komt, blijkend uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen. De invoeding wordt niet eerder herstart dan nadat uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen is gebleken dat de kwaliteit van het in te voeden gas binnen de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit genoemde grenzen voor de gaskwaliteit is gekomen.
### Artikel 3.4.6
@ -624,7 +628,7 @@ De regionale netbeheerder betaalt, onverminderd het bepaalde in 4.2.2, aangeslot
a. per aansluiting van een kleinverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 35, bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 20, voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking;
b. per aansluiting van een profielgrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 195, bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 100, voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking;
c. per aansluiting van een telemetriegrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding € 910, bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 500, voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening.
c. per aansluiting van een telemetriegrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding € 910, bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 500, voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening.
De duur van de onderbreking wordt bepaald op grond van 4.2.5.
@ -660,11 +664,11 @@ In gevallen waarin aan een of meer bepalingen van deze code op het tijdstip van
### Artikel 5.2.2
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een vrijstelling of ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, eerste lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het tijdstip waarop deze van rechtswege komt te vervallen ingevolge het vierde, vijfde of zesde lid van dat artikel.
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een vrijstelling of ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, eerste lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het tijdstip waarop deze van rechtswege komt te vervallen ingevolge het vierde, vijfde of zesde lid van dat artikel.
### Artikel 5.2.3
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, zevende lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het in het genoemde artikellid bedoelde tijdstip.
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, zevende lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het in het genoemde artikellid bedoelde tijdstip.
### Artikel 5.2.4
@ -674,7 +678,7 @@ Deze code wordt aangehaald als: “Aansluit- en transportcode gas RNB”.
### Artikel 6.1
De Aansluit- en transportvoorwaarden Gas RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
De Aansluit- en transportvoorwaarden Gas RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
### Artikel 6.2