2005-03-09 | BWBR0006589 | Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar

This commit is contained in:
Coornhert 2005-03-09 12:00:00 +00:00
parent ec11a2e384
commit 8db904ca18

View file

@ -218,7 +218,7 @@ Het inzetten van een politie-surveillancehond is slechts geoorloofd onder het di
a. de surveillancedienst, en
b. het optreden van de mobiele eenheid na toestemming van het bevoegd gezag.
**2.** De geleider dient in het bezit te zijn van een krachtens artikel 14 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen vastgesteld certificaat.
**2.** De geleider dient in het bezit te zijn van een krachtens artikel 49, eerste lid, van de Politiewet 1993 vastgesteld certificaat.
### Artikel 16
@ -417,7 +417,7 @@ De ambtenaar zorgt ervoor dat bij de invrijheidstelling van een persoon die zich
**1.** Indien Onze Minister van Justitie ingevolge artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, heeft bepaald dat een buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en derde lid van dat artikel, handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar overeenkomstig de artikelen 5, 17, 19, 20, eerste lid, en 21 van dit besluit. In artikel 17, derde lid, wordt voor «de korpschef» gelezen: de meerdere.
**2.** Indien de aanwijzing mede omvat het gebruik van een wapen, een surveillancehond dan wel handboeien handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar mede overeenkomstig de artikelen 4, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 10, 12, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16 respectievelijk 22 en 23 van dit besluit.
**2.** Indien de aanwijzing mede omvat het gebruik van een wapen, een surveillancehond dan wel handboeien handelt de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar mede overeenkomstig de artikelen 4, 7, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede, derde en vierde lid, 10, 12, 12a, 12b, 12c, 15, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, 16 respectievelijk 22 en 23 van dit besluit.
**3.**